Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Column XL-Item

Van wie zijn de data eigenlijk? 20 augustus 2019

door: Otto Koppius

Data. De essentiële grondstof voor de economie in de 21e eeuw, waarbij vaak de vergelijking met olie als equivalent voor de 20e eeuw wordt aangehaald. Die vergelijking tussen olie en data klopt aardig op een aantal punten: het heeft ontelbare toepassingen in bijna alle sectoren van de economie, de ruwe grondstof is nuttig, maar het krijgt pas echt waarde nadat het door een raffinaderij verwerkt is tot hoogwaardigere producten (vergelijkbaar met het 'feature engineering'-proces bij data 1 waarvoor je flinke investeringen in infrastructuur en gespecialiseerd personeel nodig hebt. Toch is er een essentieel verschil: bij olie is duidelijk wie de eigenaar is. Bij data is dit eigenaarschap veel minder duidelijk, wat in een sportcontext tot een aantal dilemma’s kan leiden. In deze column behandel ik er een paar. 2

Er is tegenwoordig bijna geen topsporter meer waarvan niet op regelmatige basis allerlei trainingsdata worden bijgehouden. Dat kan met simpele (maar o zo effectieve) hulpmiddelen als een stopwatch of met camerasystemen waarvan de beelden automatisch geanalyseerd kunnen worden 3, maar ook met allerlei wearables die de atleet draagt. Dit kan een simpele (maar wederom o zo effectieve) hartslagmeter zijn, of een GPS-sensor die positie en snelheid op het veld bijhoudt, maar ook slimme schaatspakken die de houding van een shorttracker meten 4 of een pil die de lichaamstemperatuur tijdens het hardlopen bijhoudt. 5 Dit soort biometrische data komen in een grijs gebied terecht tussen data die noodzakelijk is voor een fatsoenlijke bedrijfsvoering en medische privé-data over werknemers.

Gegevens over bijvoorbeeld hartslag en spieractiviteit kunnen gezien worden als gezondheidsinformatie die een werkgever niet mag inzien

Privacy
Aan de ene kant mag een organisatie productiviteitsdata over een werknemer verzamelen en kan een coach of sportorganisatie een plausibel argument maken dat deze data nodig zijn om een sporter goed te kunnen coachen: de techniek van een sporter kan sneller verbeterd worden of de kans op overtraindheid kan verminderd worden. Aan de andere kant kunnen gegevens over bijvoorbeeld hartslag en spieractiviteit ook gezien worden als gezondheidsinformatie die een werkgever niet mag inzien, deels vanwege privacyoverwegingen, maar ook om misbruik van de data tijdens contractonderhandelingen te voorkomen. 6

Op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens staat als antwoord op de vraag 'Mag ik als werkgever informatie ontvangen uit wearables van mijn werknemers?' letterlijk 'Nee, dat mag niet. Gegevens uit een wearable - zoals over iemands fitheid, bewegingspatroon, gewicht en stressgevoeligheid - zijn namelijk gezondheidsgegevens. Als werkgever mag u die niet verwerken. Zelfs niet als een werknemer hiervoor toestemming zou geven.' 7

De reden dat zelfs toestemming van werknemer geen recht geeft om deze data te verwerken, is dat de werknemer (lees: sporter) financieel afhankelijk is van de (sport)organisatie, waardoor de sporter zich onder druk gezet kan voelen om deze data te delen en er dus geen vrije toestemming is. Dit roept dan overigens wel weer de vraag op hoe dat zit in situaties als in tennis, waar een speler een coach inhuurt en de speler dus de werkgever is en de coach de werknemer.
XL27ColumnXL-OK-1
Hoe overdraagbaar zijn data van een sporter?
Een gerelateerd dilemma aan het vorige is wat er moet gebeuren met data van een sporter wanneer deze van club of van coach wisselt. Als de sporter de eigenaar is van de data, zou in principe alle data mee moeten gaan naar de nieuwe club of coach. Wat ook in het belang van de sporter zou zijn omdat dan de nieuwe club of coach niet helemaal vanaf het nulpunt hoeft te beginnen met dataverzameling. Tegelijkertijd kan de oude club of coach daar echter tegenin brengen dat die data concurrentiegevoelige informatie bevat over bijvoorbeeld trainingsmethoden of tactieken en daarom dus niet gedeeld mag worden.

Als een bondscoach met een nationaal team op trainingskamp gaat, zal hij of zij graag willen weten hoe de sporters er fysiek voorstaan

Een ander tegenargument kan zijn dat de opgeslagen data over een sporter zelden de ruwe data van de sporter zijn, maar dat de opgeslagen data de relevante signalen uit die ruwe data zijn en dat de keuze voor die signalen op basis van de kennis van de coach wordt gemaakt, waarmee die intellectuele bijdrage van de coach ook een (gedeelde) claim van eigenaarschap over de data kan opleveren.

Een hele praktische situatie waarin de overdraagbaarheid van data tot dilemma’s kan leiden, is tussen nationale teams en de clubs van de opgeroepen spelers. Als een bondscoach met een nationaal team op trainingskamp gaat, zal hij of zij graag willen weten hoe de sporters er fysiek voorstaan op basis van wat ze de afgelopen periode bij hun respectievelijke clubs gedaan hebben. Wat moet of mag de club (die toch de hoofdwerkgever is van de sporter) delen? En andersom zal de club de data van de sporter willen ontvangen gedurende de periode dat de sporter bij het nationaal team was, wat zeker in een internationale context erg gevoelig kan liggen.

XL27ColumnXL-OK-2

Van wie zijn wedstrijddata?
Dit lijkt een eenvoudig te beantwoorden vraag: de organisatie die de mediarechten van een wedstrijd in eigendom heeft (bijvoorbeeld een overkoepelende sportbond of een apart samenwerkingsverband van de deelnemende clubs, zoals de Eredivisie CV) zou een logische eigenaar zijn van de bijbehorende wedstrijddata, maar ook hier ligt de zaak minder zwart-wit dan het lijkt. In voetbal halen bedrijven als Opta Sports en WyScout veel meer gedetailleerde wedstrijdstatistieken uit de wedstrijdbeelden dan een UEFA of Eredivisie zelf. Wie is dan de eigenaar van dergelijke ‘afgeleide data’?

Opta Sports en WyScout zouden kunnen claimen eigenaar te zijn van die afgeleide statistieken omdat zij waarde toevoegen aan de data, maar stel dat een UEFA of Eredivisie deze statistieken zelf zou gaan aanbieden als onderdeel van hun data-feed, kunnen die dan ineens eigenaarschap claimen over data van ‘hun’ wedstrijden? Of zou dit alleen kunnen wanneer ze bepaalde statistieken zelf ontwikkelen en bijvoorbeeld patenteren?

In hoeverre hebben de clubs of sporters een claim op de geavanceerde data die van hen verzameld worden?

Stadions
Een ander grijs gebied ligt op het vlak van stadions: als het ene stadion is uitgerust met veel geavanceerdere dataverzamelingstechnieken dan het andere (denk aan het Heracles-stadion waar BallJames van SciSports is geïnstalleerd of aan schaatsbanen en atletiekbanen met extra sensoren in de baan), is dan de wedstrijdorganisatie de eigenaar van de standaarddata en het stadion dan de eigenaar van de geavanceerde data? In hoeverre hebben de clubs of sporters een claim op die geavanceerde data die van hen verzameld worden: moet Heracles de data van een wedstrijd aan zijn tegenstanders geven?

Een antwoord op al deze vragen heb ik niet, maar dit zullen wel vragen zijn die in toenemende mate gaan spelen de komende jaren. Hopelijk gaan de diverse stakeholders met elkaar in gesprek om hier afspraken over te maken, voordat dit soort dingen middels langdurige rechtszaken worden uitgevochten.

Noten:

  1. Zie ook mijn eerdere column over de veel-data-is-goed-en-meer-data-is-beter-mythe
  2. Ik wil wel benadrukken dat ik geen jurist ben en dus ook geen juridische uitspraken doe of wil doen over welke partij wettelijk eigenaar van de data zou (moeten) zijn. Afgaande op een aantal informele gesprekken op een recent symposium over Sport & Recht op de Erasmus Universiteit, lijkt het er wel op dat de wet achter loopt op de praktijk en dat er lang niet altijd eenduidige uitspraken te doen zijn op grond van de huidige wetgeving.
  3. Zie bijvoorbeeld deze column over 3D data
  4. Zie Samsung SmartSuit meet ideale schaatshouding Nederlandse shorttrackers 
  5. Zie Studenten gebruiken Sportinnovator-project 'MyTemp pil' bij Dam tot Damloop
  6. Dit punt van contractonderhandelingen is een heet hangijzer in de collectieve onderhandelingen tussen spelers en clubs in de grote Amerikaanse sporten
  7. Zie hier

Otto Koppius is universitair docent Business Analytics op de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit. Hij doet vooral onderzoek naar toepassingen van nieuwe databronnen zoals wearables en nieuwe analysemethoden om vraagstukken rondom talentmanagement, coördinatie in teams en de fysieke en mentale fitheid van atleten en werknemers te bestuderen. Naast zijn universitaire werk is hij roeicoach en heeft hij meerdere ploegen naar wereldkampioenschappen en andere grote toernooien begeleid. Voor meer informatie: okoppius@rsm.nl.

Trefwoorden:
statistiek
onderzoek
app
tool
tech
wetenschap

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst