Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Column XL-Item

Vrouwen- en mannenvoetbal: een vergelijking op basis van statistieken 4 december 2018

door: Beau van Wijk, Otto Koppius & Matthijs Wolters

Het zijn hoogtijdagen voor het vrouwenvoetbal in Nederland. De Oranje Leeuwinnen bekroonden een fantastisch toernooi in eigen land afgelopen jaar met de eerste Europese titel in de historie van het vrouwenvoetbal en eerder deze maand kwalificeerde de ploeg zich na een uitverkochte kwalificatiereeks voor het WK van 2019 in Frankrijk. Het succes van de nationale ploeg straalt ook af op clubniveau. Zo meldde de KNVB met trots een toename van 2,79 procent van het vrouwelijke ledenbestand in het jaarverslag 2017/2018. 

Door de stijgende lijn en goede prestaties groeit ook buiten het veld het enthousiasme voor de sport, wat zorgt voor toenemende publieke en commerciële interesse, zoals onder andere bleek uit de kijkcijfers van de gewonnen EK-finale Nederland-Denemarken in 2017. Daar keken 4,5 miljoen mensen naar: een ruime verbetering van het vorige kijkcijferrecord van 1,7 miljoen kijkers uit 2009, toen het Nederlands vrouwenelftal in de halve finale van het EK onderuit ging tegen Engeland. 

Er wordt bij het vrouwenvoetbal nogal eens gewezen op het mindere technisch vermogen en de lagere snelheid van het spel

Lange weg te gaan
Het vrouwenvoetbal is dus duidelijk bezig met een opmars, maar in vergelijking met het mannenvoetbal lijkt er nog een lange weg te gaan. Tijdens de halve finale Nederland-Argentinië van het WK in 2014 keken in Nederland bijvoorbeeld ruim negen miljoen mensen en ondanks de recente groei is op dit moment nog altijd maar 13 procent van het ledenaantal van de KNVB vrouw. 

XL41ColumnXLKoppius-1Ook wordt er bij het vrouwenvoetbal nogal eens gewezen op het mindere technisch vermogen en de lagere snelheid van het spel, waardoor er soms gepleit wordt voor andere regels om te compenseren, bijvoorbeeld een kleiner veld, kortere speeltijd of een kleinere bal. Is dat puur borrelpraat of zit er een kern van waarheid in? 

Gedetailleerde data
Aangezien het laatste onderzoek zo’n vijf jaar oud is en sindsdien steeds meer gedetailleerde event-data beschikbaar komt over acties op het veld - zoals verschillende soorten passes, schoten, duels en andere acties - kunnen we veel nauwkeuriger analyseren wat er daadwerkelijk op het veld gebeurt. Het vrouwenvoetbal is de afgelopen jaren flink gegroeid en een stuk professioneler geworden. Zien we dat ook terug in de kwaliteit van het spel?

Hiervoor hebben we event-data verzameld van 147 wedstrijden uit de vrouwencompetities in Engeland, Duitsland en Spanje voor 2016-2017 en 2017-2018. Deze ruim 200.000 events hebben we vergeleken met de mannencompetities in dezelfde landen langs een aantal maatstaven, voornamelijk gefocust op de technische acties.

Vrouwen zijn ietsje beter in steekpasses en bij schoten en reddingen is er geen verschil tussen mannen en vrouwen

Vrouwenvoetbal minder succesvol in technische acties 
Gemiddeld over alle technische acties lukken 77,2 procent van alle acties in het mannenvoetbal, tegenover 72,7 procent in het vrouwenvoetbal. Als we dit uitsplitsen naar de verschillende typen technische acties (zie figuur 1 hieronder, klik erop om te vergroten), dan zien we ditzelfde patroon voor de meerderheid van de typen acties: lange passes, korte passes, crosses, passes met het hoofd, vrije trappen en duels lukken minder vaak bij vrouwen dan bij mannen. Vrouwen zijn ietsje beter in steekpasses en bij schoten en reddingen is er geen verschil tussen mannen en vrouwen. 

XL41ColumnXLFiguurKoppius-1 copyVeldgebruik verschilt niet substantieel 
Eén van de suggesties die wel eens wordt gedaan ten aanzien van vrouwenvoetbal, is dat de veldgrootte gebaseerd is op mannenvoetbal. Mannen zouden wat makkelijker grotere afstanden snel kunnen overbruggen wat betreft sprinten en/of schoten. Vrouwenvoetbal zou daarom dus beter op iets kleinere velden gespeeld zou moeten worden. 
Omdat we ook gegevens hebben over waar op het veld precies welke actie gemaakt werd, kunnen we kijken in hoeverre dit klopt. 

In figuur 2 (zie hieronder) hebben we zogenaamde heatmaps gemaakt die aangeven hoe vaak er acties op dat punt op het veld gemaakt worden: hoe roder de kleur, hoe meer acties, hoe blauwer de kleur, hoe minder acties. Zoals uit het plaatje al wel visueel blijkt, zijn er geen grote verschillen in veldbezetting. Statistische tests ten aanzien van de spreiding op het veld bevestigen dit: vrouwen maken niet anders gebruik van het veld dan mannen.

Zowel voor mannen als voor vrouwen mislukken acties vaker naarmate de wedstrijd vordert

heatmapVermoeidheid speelt even grote rol
Eén van de belangrijkste argumenten die vaak gegeven wordt om andere regels voor mannen- en vrouwensport te doen, heeft te maken met de rol van vermoeidheid. Als dit een rol zou spelen binnen voetbal, dan zouden we dat terug moeten zien als we de acties uitzetten tegen de speelminuten: naarmate de wedstrijd vordert, zouden technische acties vaker mis moeten gaan omdat de coördinatie minder wordt door vermoeidheid.

Dit klopt, maar wel met een kleine twist: zowel voor mannen als voor vrouwen mislukken acties vaker naarmate de wedstrijd vordert, maar bij beide groepen is de neergaande trend hetzelfde (zie figuur 3 hieronder). Anders gezegd: het verschil in het succes van technische acties tussen mannen en vrouwen is constant gedurende de hele wedstrijd. Vermoeidheid speelt duidelijk een rol, maar niet sterker bij vrouwen dan bij mannen. 

Ook deze analyse kunnen we weer uitsplitsen naar de verschillende technische acties en formeel statistisch toetsen. En hoewel het succes van de acties bij vrouwen duidelijk meer fluctueert dan bij mannen die wat stabieler presteren gedurende de wedstrijd, blijken de verschillen tussen vrouwen en mannen grotendeels constant gedurende de wedstrijd voor vrijwel alle technische acties. De enige uitzondering lijken de duels te zijn: tegen het einde van een wedstrijd, met name de laatste tien minuten, keert de neergaande trend voor mannen om en worden ze weer wat succesvoller in duels, terwijl bij vrouwen de neergaande trend zich doorzet. 
XL41ColumnXL-EXTRAfiguur
Als kanttekening moeten we hier wel bij zeggen dat de verschillen klein zijn, want de succespercentages stijgen respectievelijk dalen met minder dan 1 procent in de laatste tien minuten. Tegelijkertijd kan zo’n procentje meer of minder, zeker in de laatste fase van een wedstrijd, wel net het verschil maken tussen een kansrijke aanval van de tegenstander onderbreken of niet, dus ook dit soort kleine verschillen kunnen soms grote consequenties hebben.

Wij denken dat de verschillen die we zien in de data eerder te maken hebben met het feit dat vrouwenvoetbal minder ver in ontwikkeling is

XL41ColumnXLFiguurKoppius-3Heeft vrouwenvoetbal andere regels nodig?
Terug naar de vraag die we ons aan het begin stelden: heeft vrouwenvoetbal andere regels nodig? Op basis van de data die we hier geanalyseerd hebben, is het antwoord ‘nee’. Ja, er zijn kwaliteitsverschillen tussen mannen- en vrouwenvoetbal, maar deze lijken weinig te maken te hebben met de fysieke verschillen tussen mannen en vrouwen als het gaat om veldgebruik en vermoeidheid. Dit is niet noemenswaardig anders. Wij denken dat de verschillen die we zien in de data eerder te maken hebben met het feit dat vrouwenvoetbal minder ver in ontwikkeling is, zowel qua coaching als qua wetenschap. Er zijn veel meer professionele coaches voor mannenteams dan voor vrouwenteams, waardoor er ook veel meer aandacht kan zijn voor het goed coachen van technische vaardigheden bij mannen dan bij vrouwen (hier kan een duidelijke taak voor de KNVB liggen). Ook de kennis over voetbal is grotendeels gebaseerd op mannenteams, waardoor eventuele nuances t.a.v. vrouwenvoetbal nog onderbelicht zijn. Is de grotere fluctuatie van techniek gedurende de wedstrijd een gevolg van bijvoorbeeld relatieve onervarenheid of heeft dit te maken met verschillen in energie-regulering tussen mannen en vrouwen?

Tegelijkertijd is het vrouwenvoetbal de laatste jaren met een duidelijke inhaalslag bezig: de eerder genoemde studie uit 2014 (zie voetnoot 2) vond nog duidelijk grotere verschillen tussen mannen en vrouwen in de tweede helft als gevolg van vermoeidheid en in onze studie zijn die verschillen niet meer te zien. We zijn benieuwd hoe de situatie over vijf jaar eruit ziet.

Beau van Wijk, MSc is in 2018 afgestudeerd aan de Rotterdam School of Management bij de Master Business Information Management en de Master Strategic Management. Deze column is gebaseerd op haar afstudeeronderzoek.

Otto Koppius is universitair docent Business Analytics op de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit. Hij doet vooral onderzoek naar toepassingen van nieuwe databronnen zoals wearables en nieuwe analysemethoden om vraagstukken rondom talentmanagement, coördinatie in teams en de fysieke en mentale fitheid van atleten en werknemers te bestuderen. Naast zijn universitair werk is hij roeicoach en heeft hij meerdere ploegen naar wereldkampioenschappen en andere grote toernooien begeleid.

Dr. Matthijs Wolters is econometrist en bedrijfskundige, werkzaam aan de VU Amsterdam, Erasmus Universiteit Rotterdam en als wiskundedocent aan het Leonardo College in Leiden. Hij is gespecialiseerd in de bijdrage van 'analytics' aan besluitvorming in (sport)organisaties.

Bronnen:

  1. Zie bijvoorbeeld dit en dit artikel.
  2. 2. Bradley, P.S., Dellal, A.,Mohr, M., Castellano, J. & Wilkie, A. (2014). Gender differences in match performance characteristics of soccer players competing in the UEFA Champions League. Hum. Mov. Sci. 33:159-171. Dit artikel is hier te lezen.
  3. Met dank aan SciSports voor het beschikbaar stellen van deze data. Event-data over de Nederlandse vrouwencompetities wordt helaas nog niet verzameld, vandaar dat we ons op deze competities richten.
  4. De effectieve speeltijd is bij beide groepen nagenoeg identiek: 66,51 procent (mannen) en 66,56 procent (vrouwen), dus eventuele verschillen tussen mannen en vrouwen kunnen niet daardoor verklaard worden.
« terug

Reacties: 2

Vera Pauw
04-12-2018

Wat is de zin om mannen en vrouwen te vergelijken als je het met elkaar eens bent dat de norm in de sport niet 'de man' is, maar 'de wereldkampioen'?

Voor de ontwikkeling van de sport kan het zin hebben om bovenstaande variabelen te toetsen bij de clubcompetitie/Nationale teams van de vrouwen en de wereldkampioen, nu nog USA. Bij de mannen de clubcompetitie/Nationale teams en Frankrijk.

Als de man de norm zou zijn, dan moeten we snel cursussen 'Neymartje spelen' ontwikkelen, want schwalbes zijn ver onderontwikkeld in het vrouwenvoetbal...

Enmos
07-06-2019

@ Vera Pauw

Volgens mij dient het stuk vooral om te laten zien dat de verschillen klein zijn en dat de kritieken hoofdzakelijk onterecht zijn. Helemaal gezien de geringe ontwikkelingstijd die het vrouwenvoetbal pas heeft doorgemaakt. Sommige mensen moeten altijd wat te zeiken hebben.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst