Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Column XL-Item

Tips voor de organisatie van ethisch verantwoorde sportevenementen 2 mei 2017

door: Jan de Leeuw & Mark van den Heuvel

Sportevenementen kunnen soms schadelijk zijn voor gezondheid, veiligheid en welzijn van deelnemers en andere belanghebbenden. Eerder schreven we daarover naar aanleiding van het gebruik van kleurpoeders tijdens Color Runs. Het begrip (morele) verantwoordelijkheid stond hierbij centraal. 

Organisatoren van sportevenementen hebben een bijzondere verantwoordelijkheid. Ze dienen zorg te dragen voor een gezond en veilig evenement. In deze bijdrage geven we een overzicht van don’ts en do’s als het gaat om het bouwen van een verantwoordelijke organisatie. We doen dit vanuit het perspectief van MVO: maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hierbij gaat het in eerste instantie niet om de juridische of economische verantwoordelijkheid maar om de ethische verantwoordelijkheid: ethiek in de praktijk van sportevenementen. 

We beginnen met de do’s: de zaken die je vooral wél moet doen om tot een verantwoordelijke evenementenorganisatie te komen.

"Waar staat de organisatie voor, wat is haar uiteindelijke doel, wat zijn haar grondbeginselen of kernwaarden?"

Do: veranker ‘verantwoordelijkheid’ in je missie en visie 
Laat ‘verantwoordelijkheid’ een belangrijk rol spelen in de missie en visie van de organisatie. De missie geeft de bestaansgrond van de organisatie aan. Waar staat de organisatie voor, wat is haar uiteindelijke doel, wat zijn haar grondbeginselen of kernwaarden? De organisatie moet als het ware zoeken naar een kapstok waar de diverse normen aan kunnen worden opgehangen. 

Het is nuttig om in de missie aan te geven op welke consumentenbehoeften men wil inspelen en dat men dat op een verantwoorde manier wil doen. Zo wordt verbinding gemaakt met stakeholders en de samenleving. Ook wordt de basis gelegd voor de gewenste cultuur van de organisatie.

Do: ontwikkel een gedragscode
Een ander belangrijk document is een gedragscode (De Leeuw, 2012). Dat is een code die de verantwoordelijkheden van de organisatie jegens belanghebbenden (stakeholders) beschrijft, samen met de belangrijkste waarden, normen en regels die voor managers en medewerkers gelden. 

Een gedragscode verschaft duidelijkheid aan de medewerkers over de geldende verantwoordelijkheden. Een code creëert checks and balances. Management en medewerkers kunnen elkaar aanspreken op de naleving ervan. Een gedragscode appelleert aan het verantwoordelijkheidsgevoel en inspireert medewerkers om zich in te zetten voor de missie en doelstellingen van de organisatie. 

"Medewerkers zijn geneigd de waarden en normen van het management over te nemen. Een verantwoorde attitude van de medewerkers begint bij de top"

Do: laat referentiegedrag zien
Het voorbeeld dat het management van een evenementenorganisatie geeft is van cruciaal belang voor de creatie van een integere organisatiecultuur. Medewerkers zijn geneigd de waarden en normen van het management over te nemen. Een verantwoorde attitude van de medewerkers begint bij de top.

Een manager die grote betrokkenheid toont bij zaken als verantwoordelijkheid, gezondheid, veiligheid, welzijn en duurzaamheid - key values - en dit ook praktiseert, creëert een positieve morele toonzetting door de gehele organisatie. Goed voorbeeld doet goed volgen. Maar ook: slecht voorbeeld doet slecht volgen. Een werknemer die ziet dat zijn eventmanager onkosten te hoog declareert zal zelf in de verleiding komen dit ook te doen. 

Do: morele criteria bij werving en selectie
Werknemers geven samen met het management vorm aan een integere organisatiecultuur. De evenementenorganisatie bepaalt door middel van wervings- en selectieprocedures wie haar werknemers zijn en wie niet. Het doel van een selectieproces is sollicitanten te kiezen die goed bij de organisatie passen. 

"De werknemer dient zelfstandig morele problemen te kunnen herkennen en morele beslissingen te kunnen nemen"

Een organisatie die een integere organisatiecultuur nastreeft, betrekt ook morele eigenschappen bij werving en selectie (De Leeuw, 2012). Zo mag van een werknemer een zekere integriteit worden verwacht. Loyaliteit ten opzichte van de organisatie wordt gevraagd, maar ook de intentie op te komen voor fundamentele belangen van stakeholders. 

Daarnaast dient de werknemer, afhankelijk van zijn functie-eisen, over de juiste morele vaardigheden te beschikken. Hij dient zelfstandig morele problemen te kunnen herkennen en morele beslissingen te kunnen nemen. Tenslotte dient de werknemer ook verantwoordelijkheid op zich te nemen ten aanzien van zaken die niet omschreven zijn in de taakomschrijving, maar waarvoor hij wel de meest aangewezen persoon is om actie te ondernemen. 

Don’ts
Welk gedrag zou je als eventorganisatie moeten vermijden als het gaat om verantwoordelijkheid bij sportevenementen? En welke rechtvaardigingen van het eigen gedrag zijn problematisch en maken de organisatie kwetsbaar? Met andere woorden: wat zijn de don’ts van een organisator van een sportevenement? We geven er hier vier.

"De organisatie heeft - ook moreel gezien - een zorgplicht"

Do not: verantwoordelijkheid ontkennen of afschuiven
Soms probeert een organisator van een sportevenement de morele verantwoordelijkheid te verleggen naar de deelnemers van een evenement. Men laat de deelnemers bijvoorbeeld tekenen dat ze zich houden aan de regels die betrekking hebben op deelname aan het event. En ook dat ze deelnemen onder eigen verantwoordelijkheid en de organiserende instantie niet verantwoordelijk en aansprakelijk mogen stellen. Echter, de organisatie kan daarmee haar eigen verantwoordelijkheid niet ontlopen. Immers, de organisatie heeft - ook moreel gezien - een zorgplicht. En als zij die niet heeft waargenomen is ze moreel verantwoordelijk, deelnemerscontract of niet.

Do not: economische en strategische voordelen laten prevaleren
Tijdens de Nijmeegse Wandelvierdaagse in 2006 kwamen twee mensen om het leven. Er was sprak van enorme hitte (33,4) en de deelnemers liepen een lang vlak stuk weg zonder schaduw, aan het einde van het parcours. Naar aanleiding van deze calamiteit ontstond er discussie over de vraag of de organisatie gebruik had moeten maken van de diensten van een gerenommeerd meteorologisch instituut. Dat was niet gebeurd en daar hadden kostenoverwegingen een rol bij gespeeld kúnnen hebben. 

Stel dat de organisatie vooraf had ingeschat dat deze kosten een te groot beslag zouden hebben gelegd op de exploitatie van de Wandelvierdaagse van Nijmegen. Dan hadden economische overwegingen de voorhand gehad. Economische en strategische aspecten zijn belangrijk voor een eventmanager, maar mogen nooit ten koste gaan van veiligheid en gezondheid van deelnemers, medewerkers, publiek of omgeving. 

"Iets wat wettelijk is toegestaan, hoeft moreel nog niet juist te zijn"

Do not: wijzen op de legaliteit van de handeling
Voor een eventmanager is wet- en regelgeving een belangrijk oriëntatiekader. Elke burger in Nederland, in welke sociale rol dan ook, hoort zich aan de wet te houden. De rechtsstaat is een groot goed en verdient een breed draagvlak en naleving. 

Echter, niet alles is wettelijk geregeld. Bovendien hoeft iets wat wettelijk is toegestaan, moreel nog niet juist te zijn. Daarom is een rechtvaardiging met een beroep op de legaliteit van een bepaalde handeling niet voldoende en niet altijd adequaat. Het werken met kleurpoeder tijdens een Color Run is (vooralsnog) wettelijk toegestaan. Daarmee is niet gezegd dat het moreel juist is. Naast wetgeving is er altijd de eigen morele afweging voor een beroepsfunctionaris.

Do not: wijzen naar concurrenten die het ook doen
Soms rechtvaardigen organisatoren van sportevenementen hun eigen gedrag door er op te wijzen dat een bepaalde gedragswijze usance is in de branche. Stel er is twijfel of een loopevenement doorgang moet vinden in verband met extreme warmte. De organisator zou kunnen redeneren: “Andere evenementen worden onder dit soort omstandigheden niet afgelast.” Dat zou een voorbeeld zijn van het beroep doen op ‘feiten’. De eventorganisatie ontleent uit ‘feiten’ een norm voor haar eigen gedrag. 

Dit is echter een onjuiste redenering. De suggestie is dat men niet anders kán handelen, terwijl er wel degelijk alternatieven zijn. Het enkelvoudige feit dat anderen het ook zo doen, mag nooit een rechtvaardiging zijn om het zelf ook zo te doen. Uit feiten kunnen geen morele normen worden ontleend. Feiten zijn in zichzelf niet zonder meer moreel juist. Er is altijd de eígen, persoonlijke verantwoordelijkheid van het individu.

Bronnen: 

  • M. Bovens (1990), Verantwoordelijkheid en organisatie, Tjeenk Willink, Leiden.
  • C. Hermans e.a. (1997), Verantwoordelijk leren handelen, ABKO, Den Haag.
  • P. Hover, B. Dijk, K. Breedveld, F. van Eekeren (2016), Integrity & sport events, Position Paper (en Management summary), Mulier Instituut en Utrecht University, Utrecht. 
  • J. de Leeuw (2012), Bedrijfsethiek en MVO voor HBO, Damon, Budel. 
  • J. de Leeuw (2013), Sportbusiness en ethiek, Damon, Budel. 
  • J. de Leeuw en M. van den Heuvel (2017), Verantwoordelijkheid bij sportevenementen, www.sportknowhowxl.nl, 28 maart. 
  • G. Maneschijn (1984), Morele argumentatie, in: Onderwijs in de natuurwetenschappen en morele vorming, Ten Have Baarn. 
  • C. Speksnijder & J. van Raalte (2017), RIVM raadt gooien met ongezonde kleurenpoeder af, www.volkskrant.nl, 8 februari.

Jan de Leeuw is docent aan de opleidingen SPECO en Johan Cruyff Academy van Fontys Economische Hogeschool Tilburg en lid van de kenniskring van het lectoraat 'Sportbusiness' van deze hogeschool. Hij schreef meer dan honderd boeken waaronder De Sportwereld voor het HBO (2014) en Sportbusiness en ethiek (2013).

Mark van den Heuvel is lector Sportbusiness aan Fontys Economische Hogeschool Tilburg/SPECO. Hij was eerder jarenlang werkzaam voor het Mulier Instituut en als onderzoeker/ docent verbonden aan de vakgroep Vrijetijdwetenschappen van de Universiteit Tilburg.

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst