Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Rudmer Heerema, VVD-woordvoerder sport 2 juni 2015

Rudmer Heerema (1978) is sinds twee maanden woordvoerder sport in de Tweede Kamerfractie van de VVD, waar hij sinds september 2013 deel van uitmaakt. Sport is de rode draad in zijn leven. Als kind was Heerema Nederlands jeugdkampioen kogelstoten en als zwemmer maakte hij later deel uit van de nationale jeugdselectie. Heerema studeerde af aan de ALO, liep stage bij NOC*NSF, was docent en sectieleider lichamelijke opvoeding op een school in Alkmaar en richtte het Expertisecentrum Onderwijs en Topsport op, waar hij jarenlang directeur was. Als woordvoerder sport in de Tweede Kamer wil Heerema in de voetsporen treden van zijn legendarische partijgenoot Erica Terpstra.

door: Leo Aquina | 2 juni 2015

1. U bent sinds twee maanden woordvoerder sport in de Tweede Kamerfractie van de VVD. Waarom kwam die portefeuille bij u terecht en wat is uw affiniteit met sport?
“Vanaf het moment dat ik in de Tweede Kamer kwam heb ik aangegeven dat ik sport graag in mijn portefeuille zou hebben. Toen er recent posities wisselden omdat er om verschillende redenen mensen uit de fractie weggingen, heb ik sport gekregen. Daarnaast heb ik 'natuur' en 'dieren' in mijn portefeuille, een mooie combinatie. Bij natuur ben je veel bezig met wetgeving. Sport is meer een emotiedossier, met heel veel nuance. Dieren is ook een emotiedossier, maar met een stuk minder nuance. Voor mij biedt het een mooie afwisseling.”

"Als generatiegenoot van Pieter van de Hoogenband was ik altijd nummer twee, maar ik heb hem ook wel eens verslagen"

“Ik ben mijn hele leven al intensief met sport bezig. Als kind deed ik aan atletiek en zwemmen. Ik ben nog Nederlands grasbaankampioen kogelstoten geweest, maar uiteindelijk heb ik gekozen voor het zwemmen, want dat vond ik leuker. Ik heb het geschopt tot de nationale jeugdselectie. Als generatiegenoot van Pieter van de Hoogenband was ik altijd nummer twee, maar ik heb hem ook wel eens verslagen. Ik heb twee nationale jeugdtitels achter mijn naam staan en daar ben ik best trots op. Helaas moest ik op mijn achttiende stoppen omdat ik bij krachttraining een zware blessure had opgelopen.”

“Na mijn middelbare school stond ik eigenlijk ingeschreven voor de studie geneeskunde. Een vriend vroeg of ik hem naar de testdag van de ALO kon brengen. Ik ben meegegaan en ik vond dat zo mooi dat ik mij heb laten uitschrijven bij geneeskunde om de ALO te gaan doen. Ik had toen al veel belangstelling voor het management van de sport en het onderwijs. Ik was bijvoorbeeld lid van de medezeggenschapsraad en van de opleidingscommissie, die laatste heb ik zelf opgericht."

"Na mijn afstuderen heb ik voor NOC*NSF in Australië een half jaar onderzoek gedaan naar de financiering van de Paralympische Sport en de manier waarop zij de topcoachopleiding hadden georganiseerd. Bij terugkomst in Nederland ben ik aan de slag gegaan als docent LO op een school in Alkmaar en na twee jaar werd ik sectieleider. Tegelijkertijd raakte ik geïnteresseerd in de LOOT-scholen (landelijke organisatie onderwijs en topsport - red.). Ik werd landelijk LOOT-coördinator en ben daar vervolgens met mijn eigen bedrijf mee verder gegaan.”

“Ondertussen was ik ook actief in de lokale politiek en Erica Terpstra - die ik kende van het zwemmen - nodigde me uit om eens in Den Haag te komen kijken. Na een jaar of tien vond ik het wel genoeg met mijn bedrijf en ik kwam op de kieslijst voor de Tweede Kamerverkiezingen terecht. Toen heb ik ervoor gekozen om fulltime in de politiek verder te gaan.”

2. Wat vindt u als nieuwe woordvoerder van de VVD de belangrijkste thema's, waar de sport momenteel mee te maken heeft?
“Als woordvoerder sport wil ik een echt aanspreekpunt voor het werkveld zijn. Sport staat twee keer per jaar regulier op de agenda en de extra keren gebeurt dat omdat er iets negatiefs aan de orde is. Bijvoorbeeld als een scheidsrechter door geweld overlijdt of als het Olympisch Plan onder vuur ligt. Ik wil juist laten zien hoe fantastisch sport is."

"De laatste echte vertegenwoordiger van de sport in Den Haag was wat mij betreft Erica Terpstra"

"Sport heeft met zo’n 200 à 300 miljoen euro een heel kleine begroting, maar het is wel een van de grootste portefeuilles vanuit het perspectief van de volksvertegenwoordiging. Je hebt te maken met een enorm grote achterban, een breed werkveld met breedtesport, topsport en gehandicaptensport. Het onderwerp komt terug in het onderwijs, de zorg, bij verenigingen. Als je je als woordvoerder in de Tweede Kamer hard maakt voor de sport, kun je daar echt veel voor betekenen. De laatste echte vertegenwoordiger van de sport in Den Haag was wat mij betreft Erica Terpstra. Op die manier hoop ik er ook invulling aan te kunnen geven. Ik heb hier al veel vertegenwoordigers van bonden aan tafel gehad, maar dat is niet per se vanzelfsprekend. Ik denk dat NOC*NSF als koepelorganisatie heel goed vertegenwoordigd is in Den Haag, maar de sportbonden zelf hebben die contacten niet of nauwelijks. Dat wil ik doorbreken.”

“Op het gebied van sport zijn er voor de VVD verschillende thema’s belangrijk. We hebben de buurtsportcoaches die vanuit de rijksoverheid worden betaald. Daar komen veel positieve reacties op, maar ik denk dat we nog veel kunnen verbeteren. Die buurtsportcoaches zijn met veel meer dan alleen sport bezig. Het gaat ook over zorg en preventie, dus je kunt vanuit die hoek wellicht ook middelen ter beschikking stellen."

"Een tweede belangrijk thema op dit moment zijn de Europese Spelen die door NOC*NSF op de agenda zijn gezet. Aan welke randvoorwaarden het evenement moet voldoen om het ook daadwerkelijk tot een succes te maken? Ten derde is er de kansspelmarkt. De komende fusie van de Staatsloterij en de Lotto moet de basis zijn van waaruit er meer lottogelden beschikbaar komen voor NOC*NSF. Op die manier kun je de huidige bezuinigingen zachter laten landen en geef je de sport in Nederland een bredere basis. Tot slot vind ik gymonderwijs door vakdocenten enorm belangrijk.”

3. De organisatie van de Europese Spelen is voor 2019 aan Nederland toegewezen en NOC*NSF heeft bij de rijksoverheid aangeklopt voor 27 miljoen euro. Wat is het standpunt van de VVD?
“Die 27 miljoen euro moet komen vanuit de Rijksoverheid, daarnaast moet er ook nog zo’n 40 à 50 miljoen euro van de lokale en regionale overheden op tafel komen. Ik vind het idee van de Europese Spelen heel mooi. Er zijn bijvoorbeeld ook al succesvolle Asian Games en Pan American Games en die bieden een mooie voorbereiding op de echte Olympische Spelen. Ik ben dus enthousiast over een topevenement in Nederland, maar er zijn nog veel vraagtekens.

"Europese Spelen in Nederland? Als het als consequentie heeft dat wij minder toernooien van absoluut topniveau naar Europa kunnen halen, word ik al minder enthousiast"

"Als het bijvoorbeeld als consequentie heeft dat wij minder toernooien van absoluut topniveau naar Europa kunnen halen, word ik al minder enthousiast. In Baku krijgen we fantastische sport te zien, maar het is niet allemaal op het hoogste niveau. Als we in Nederland publiek geld uitgeven aan zo’n evenement vind ik dat het publiek het ook interessant moet vinden om naar te kijken en het publiek komt nu eenmaal makkelijker af op sport op topniveau dan op een niveau lager.“

“Een tweede reden om voorzichtig te zijn is draagvlak. Een flink aantal bonden steunt het plan mits er wordt voldaan aan een aantal randvoorwaarden en daarover is nog geen duidelijkheid. Er moet niet zoveel geld naar de Europese Spelen gaan dat er geen euro meer beschikbaar is voor andere onderdelen in de sport. Er moet draagvlak zijn bij de bonden, maar ook bij regionale overheden, die er eveneens geld in moeten steken. Utrecht en Rotterdam hebben gezegd dat zij niet mee willen doen, al hoor ik aan de andere kant ook geluiden dat ze onder andere voorwaarden wel geïnteresseerd zijn, dus misschien kan NOC*NSF ze er alsnog bijhalen.“

“Ik weet op dit moment nog te weinig om een afgerond oordeel te kunnen vormen. NOC*NSF heeft de Kamer heel summier betrokken bij het plan. Dat is op zich prima en wellicht zit daar ook een strategie achter. Met het Olympisch Plan hebben ze dat wel nadrukkelijk gedaan en we weten hoe dat is afgelopen. We hebben pas een paar weken geleden - na de Algemene Vergadering van NOC*NSF waar de bonden hebben ingestemd met de kandidatuur - een formele brief gekregen van NOC*NSF. Daarvoor hebben we natuurlijk wel al signalen gekregen en er is ook al over gepraat. Als Kamer wachten we nu op het voorstel. De minister heeft tot 28 juni de tijd genomen om samen met de lokale en regionale overheden alles uit te zoeken en als dat voorstel voldoende garanties biedt, ben ik geneigd 'ja' te zeggen. Maar als dat niet het geval is, moeten we er serieus over na denken ons terug te trekken.”

"Ik ken de minister als een van de beste ministers in dit kabinet en als zij inschat dat het mogelijk is, heb ik er alle vertrouwen in"

“Het financiële risico van een dergelijk evenement ligt uiteindelijk toch bij de overheid. Natuurlijk hebben we in het verleden gezien dat het bij grote evenementen financieel behoorlijk mis kan gaan, maar er zijn ook evenementen die uiteindelijk meer geld hebben opgeleverd dan ze hebben gekost, zoals bijvoorbeeld de Tourstart en het WK turnen in Rotterdam. Ik ken de minister als een van de beste ministers in dit kabinet en als zij inschat dat het mogelijk is, heb ik er alle vertrouwen in. Overigens is het standpunt van de minister zeker niet automatisch het standpunt van de VVD-fractie. We leven in een duaal stelsel. Uiteindelijk is de minister de uitvoerder van wat we in de Kamer vinden.”

4. U noemde gymnastiekonderwijs door vakdocenten als een van de thema’s waarvoor u zich hard wil maken. Waarom is dat zo belangrijk en hoe is de situatie op dit moment?
“Ik wacht op dit moment op een brief van de staatssecretaris, waarin hij een voorzet moet geven over wat er met de gymnastiekuren in het basisonderwijs moet gebeuren. Ik zal er altijd voor blijven strijden dat Lichamelijke Opvoeding door vakdocenten gegeven wordt. Als docent op een school in het voortgezet onderwijs kon ik altijd zien welke kinderen in het basisonderwijs les hadden gehad van een vakdocent en welke van iemand die van de PABO kwam met een aanvullende accreditatie. Die in het basisonderwijs opgelopen achterstand is eigenlijk nauwelijks meer in te lopen. De basiselementen van waaruit een kind een beweegleven op gaat bouwen leer je beter van aan vakdocent, die een programma heeft en een strategie achter het beweegonderwijs. Dat is niet te vergelijken met een PABO-plusser.”  

"Het kost 160 miljoen euro om op alle basisscholen in Nederland één uur gym te laten geven door een vakdocent"

“Er bestaat geen verplichting om gymonderwijs door een vakdocent te laten geven, maar er zijn in de kamer best veel partijen die dat wel willen, dus ik hoop op dat gebied iets voor elkaar te kunnen krijgen. De VVD is geen partij van verplichtingen, maar je hebt als overheid wel mogelijkheden om te stimuleren en te faciliteren. Daar is natuurlijk geld voor nodig en dat is er op dit moment niet. Het kost 160 miljoen euro om op alle basisscholen in Nederland één uur gym te laten geven door een vakdocent. Daarbij is er als het om de begroting gaat natuurlijk altijd een tweestrijd tussen de departementen van VWS en onderwijs. Zij wijzen altijd naar elkaar.“

5. In hoeverre is de financiering van sport in het algemeen een taak van de rijksoverheid?
“Als Nederland besteden we wel relatief weinig geld van de rijksoverheid aan sport, ook ten opzichte van de landen om ons heen. Ik vind dat je als overheid juist moet laten zien dat je belang hecht aan sport, al was het alleen al omdat onderzoek heel duidelijk uitwijst dat het een enorme preventieve functie heeft. Mensen die op jonge leeftijd al bewegen en dat in de rest van hun leven doortrekken, hebben minder zorgkosten nodig. Ik zou er niet tegen zijn om een deel van het zorgbudget daarin te investeren."

"Maar dat is niet de enige reden waarom de overheid geld vrij moet maken voor sport. Het is na taal het grootste bindmiddel in de samenleving. Kinderen leren omgaan met winst en verlies, mensen leren elkaar respecteren in het verenigingsleven. Sport heeft zoveel positieve effecten, daar mag je als rijksoverheid best geld in steken. Natuurlijk mag je als overheid ook eisen stellen als je ergens geld insteekt. Wij hebben bijvoorbeeld de toptienambitie van NOC*NSF omarmd. Daar moeten we die organisatie dus ook op aan kunnen spreken. Als ze het niveau niet halen, moet je met elkaar in gesprek om te zien hoe je dingen kunt verbeteren.”

« terug

Reacties: 1

Hugo Maarleveld
02-06-2015

Veelbelovend!

Moest nog wel even terugscrollen om zeker te zijn van partij.

We gaan het zien Rudmer en houden graag de scores bij.

In alle oprechtheid veel succes gewenst!

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst