Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam 12 februari 2013

Ahmed Aboutaleb is sinds januari 2009 burgemeester van Rotterdam. Daarvoor was hij vanaf 22 februari 2007 staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Balkenende IV. Aboutaleb groeide op als zoon van een imam in Beni Sidel, een klein dorp in het Marokkaanse Rifgebergte. Op 15-jarige leeftijd kwam hij met zijn moeder en broers naar Nederland. Hij leerde snel Nederlands en volgde diverse opleidingen (LTS, MTS en de HTS-opleiding telecommunicatie). Daarna ging Aboutaleb als verslaggever aan de slag bij Veronica en de NOS-radio, vervolgens bij RTL Nieuws. Daarna werd hij persvoorlichter op het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en bij de Sociaal Economische Raad (SER). In 1998 werd Aboutaleb directeur van het instituut Forum, de voortzetting van het Nederlands Centrum Buitenlanders. Vervolgens werkte hij in Amsterdam achtereenvolgens als ambtenaar en als wethouder 'onderwijs, jeugd, werk en inkomen en grotestedenbeleid'.

door: Johan Wakkie | 12 februari 2013

1. U hebt als Staatssecretaris van Sociale Zaken & Werkgelegenheid 'armoedegeld' ingezet via gemeenten om arme kinderen te laten sporten en aan cultuur te laten deelnemen. Bent u tevreden over de bereikte resultaten?
"Jazeker, en ook uit onderzoek blijkt al dat er een positieve relatie bestaat tussen lichaamsbeweging en leerprestaties. Fitte, sportieve kinderen presteren beter op school en kinderen die lid zijn van een sportvereniging, blijven minder vaak zitten. Zo is zelfs aangetoond dat kinderen die hoger scoren op balvaardigheid, ook een betere CITO-rekenscore hebben. En ook voor sport geldt: jong geleerd is oud gedaan. Het op jonge leeftijd leren sporten geeft een 3,5 keer grotere kans dat zij dat blijven doen."

"Deze onderzoeksresultaten hebben er mede toe geleid dat het rijk middelen beschikbaar stelt voor het Programma 'Sport en Bewegen in de buurt', jaarlijks circa 70 miljoen euro. Met dit programma zijn 2.900 sportbuurtcoaches actief aan de slag. Behalve sportieve doeleinden heeft dit programma ook sociale en educatieve doeleinden zoals het vergroten van de weerbaarheid van kinderen, het leren over sportiviteit en respect, meedoen in de samenleving en het verbeteren van de buurt. Niet alleen de kinderen, maar ook buurtbewoners profiteren dus van dit programma."

2. Op welke manier heeft u dit beleid als burgemeester in Rotterdam vervolgens kunnen voortzetten?
"Rotterdam is altijd al een sportstad geweest. De stad heeft een aantal bekende iconen, evenementen en topclubs. De monumentale Kuip, maar ook de jaarlijkse marathon waar Rotterdammers massaal voor op de been komen, zijn bekend tot ver over de grens. En de stad telt drie professionele voetbalclubs. Dat je moet investeren in jong sporttalent, is hier vanzelfsprekend."

"Het motto van het Jeugdsportfonds Rotterdam is niet voor niets: ‘Alle kinderen moeten kunnen sporten’. Dus ook kinderen van financieel minder draagkrachtige ouders. Rotterdamse kinderen van 4 tot en met 17 jaar in een gezin dat minder inkomsten heeft dan 120% van het wettelijk geldende minimum, krijgen geld voor de aanschaf van sportschoenen of het lidmaatschap van een sportclub bijvoorbeeld. Zo hoeft geld nooit een belemmering te zijn om kinderen te kunnen laten sporten."

"Rotterdam werkt ook verder aan de ontwikkeling van brede scholen, met extra lesuren voor sport & spel, kunst & cultuur en taal & rekenen. Er zijn verschillende varianten, van vrijblijvende activiteiten tot zes uur per week extra reken- en taalles, afhankelijk van kennis en vaardigheden van de kinderen. Op de brede school ontdekken leerlingen hun talenten, ook de kinderen die van huis uit niet echt worden aangemoedigd hun talenten op dit gebied te ontwikkelen. Daarom is het een groot goed dat scholen dit wel doen.
In Rotterdam zijn ook de schoolsportverenigingen niet meer weg te denken. Het principe is: als een kind niet naar de sportvereniging kan komen, dan komt de vereniging naar het kind toe. In een gymzaal of op een veldje bij de school geven sportverenigingen de kinderen dan training."

"Het Verwey Jonker Instituut heeft het effect van de schoolsportvereniging onderzocht: bijna alle ouders geven aan dat hun kinderen gezonder en fitter zijn geworden. En ze zien hun kinderen minder op straat rondhangen en meer met andere kinderen spelen. Ook hebben de ouders zelf meer contact met andere ouders via de schoolsportvereniging."

3. Tijdens de oprichtingsceremonie van hockeyclub Feijenoord twee jaar geleden op het Afrikaanderplein sprak u de kinderen en indirect ook de aanwezige ouders toe: 'je moet altijd je talent gebruiken'. Dus ongeacht wie je bent, waar je vandaan komt, hoe rijk of arm je bent. U verwees daarbij ook naar uw eigen achtergrond. Merkt u dat u een voorbeeldfunctie hebt en dat uw visie aanslaat bij die kinderen en ouders?
"Dat ik een voorbeeldfunctie heb, daar ben ik mij terdege van bewust. Daarom vertel ik kinderen altijd dat ze hun dromen en ambities moeten vasthouden, ook als het tegenzit. Vaak horen kinderen van hun familie: 'Wil je dokter/advocaat/ingenieur worden? Dat is toch niks voor ons soort mensen.' Tegen die kinderen zeg ik: als je dat echt wilt en je best doet, kom je er wel. Hier telt niet je afkomst, maar je talent en je toekomst. Grijp je kansen. Er is al een enorme slag gemaakt, de kleinkinderen van de eerste generatie gastarbeiders gaan nu naar de universiteit. Maar niet alle kinderen krijgen van huis uit die kansen, juist hen zou ik een duwtje in rug willen geven."

4. 'Verbinding maken' is van groot belang in een samenleving. Sport is zelf in staat mensen te binden, maar kan ook relaties leggen met andere terreinen. Bent u het daarmee eens? En gebruikt u als burgemeester van een grote stad die zich kenmerkt door een enorme diversiteit van culturen en grote tegenstellingen tussen (zeer) arm en rijk zelf ook manieren om inwoners zich met elkaar verbonden te voelen? Kan sport deze middelen ook toepassen?
"Sport kan inderdaad mensen binden en relaties leggen met andere culturen. Alleen denk ik dat de bal in eerste instantie bij de bewoners ligt en niet bij de overheid. Bewoners weten als geen ander wat er nodig is in hun buurt, of ’t nu gaat om veiligheid, sport of voorlezen. Steeds vaker nemen zij het initiatief, waarbij de overheid ondersteunt als dat nodig is. Zo is er in Rotterdam een 'Lekker Fit!'-programma, dat kinderen leert hoe belangrijk sport en goede voeding is voor een gezonde leefstijl."

"Ik ben er van overtuigd dat er meer is dat ons bindt, dan dat ons scheidt. Iedereen wil dat kinderen gezond kunnen opgroeien in een veilige, sociale omgeving. Als we het daar over eens zijn, moeten we met elkaar praten over hoe we dat gaan doen, wat je als ouder/bewoner zelf kan doen en waar de overheid in beeld komt. Het belangrijkste daarbij is: vertrouwen en respect. Bereid zijn naar elkaar te luisteren en afspraken nakomen. Zo probeer ik ook mijn ambt uit te voeren."

"In de sport is het niet anders. Soms gaat het goed mis en soms vallen er zelfs doden. Maar in alle commotie die daarna ontstaat, zie je de kernwaarden vertrouwen en respect weer de boventoon krijgen. Hoe veranker je sportiviteit en teamgeest weer in de sport? Het is goed om daar met elkaar over na te denken."

5. Ongeacht ras of kleur ziet ons hele land er oranje uit als het Nederlands voetbalelftal speelt of de Olympische Spelen plaatsvinden. Zouden wij hier als multiculturele samenleving andersom niet veel meer sporten van hier genestelde culturen moeten stimuleren, zoals tafeltennis voor de Chinezen, badminton voor de Aziaten, boksen voor de Turken, enzovoorts?
"In 2010 was in Rotterdam het WK tafeltennis, en reken maar dat miljoenen Aziaten aan de buis gekluisterd zaten. En de Rotterdamse wijk Crooswijk heeft een bokscultuur die al meer dan een eeuw bestaat. Bep van Klaveren, de olympisch bokskampioen van 1928 werd er geboren. De jongens en meisjes die het vaandel van de Crooswijkse bokscultuur hoog houden, hebben diverse culturele achtergronden. Van de Turkse tot Marokkaanse, van Nederlandse tot Surinaamse. Ik geloof niet zo in opsplitsing binnen de sport naar nationaliteit, ik geloof in verbroedering. En ik geloof helemaal niet dat de overheid hierin een dominante positie moet innemen."

"Over de Olympische Spelen gesproken. Met het bid voor de Jeugd Olympische Spelen dat de Stichting Youth Olympic Games Rotterdam 2018 in december jl. heeft ingediend zijn we volop en heel enthousiast bezig geweest. Qua omvang en uitstraling kan er natuurlijk niets aan de Olympische Spelen tippen, maar toch zou het geweldig zijn om de Nederlandse, maar vooral de Rotterdamse jeugd de Jeugd Olympische Spelen aan te kunnen bieden. Dat het NOC*NSF ons heeft benaderd om mee te doen, zie ik als een erkenning dat Rotterdam Sportstad nummer één van Nederland is."

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst