Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Harm Kuipers, oud-wereldkampioen schaatsen en dopingdeskundige 13 november 2012

Harm Kuipers werd in 1975 wereldkampioen allroundschaatsen. Na zijn topsportcarrière werd hij arts en wetenschapper. In die laatste hoedanigheid maakte hij deel uit van de medische commissie van het IOC en de lijstcommissie van het Wereld Anti Dopingagentschap WADA. Tweeënhalf jaar geleden werd hij getroffen door prostaatkanker en later kwam daar nog slokdarmkanker bij. Het zette Kuipers aan tot het schrijven van zijn autobiografie ‘Van start op twee linkerschaatsen, die afgelopen maand uitkwam. Daarin vertelt Kuipers zijn levensverhaal van schaatser tot wetenschapper en dopingbestrijder. In de laatste hoofdstukken gaat hij ook in op zijn ziekte, die hij met een bewonderenswaardige opgeruimdheid tegemoet treedt.

door: Leo Aquina | 13 november 2012

1. Toen de hele wereld over Lance Armstrong heen viel, zei u in een interview met NRC Handelsblad: ‘Ik geloof er niets van dat hij de boef is voor wie hij nu wordt gehouden’. Hebben de heftige reacties op het USADA-rapport u verbaasd?
“Zo heftig had ik het niet verwacht. In het verleden was men altijd redelijk vergevingsgezind met dopingzondaars. Er was natuurlijk wel al het een en ander bekend in de wielrennerij, daar hoeven we geen doekjes om te winden. Dat er nu zo heftig wordt gereageerd op Armstrong komt denk ik mede doordat het USADA-rapport helemaal focust op de rol van Armstrong als kwade genius. Je ziet dat soort reacties ook bij Vinokourov, die zijn olympische titel zou hebben gekocht. Het was toch allang bekend dat er in het wielrennen wordt betaald voor overwinningen? Vraag het maar eens aan iemand als Jan Janssen. Ik vind de ophef een beetje overdreven. Iedereen praat elkaar na en daarmee krijgt het sentiment een bepaalde dynamiek. Ik probeer daar wat nuance in aan te brengen. Armstrong wordt nu neergezet als de grote bedrieger, maar als je kanker hebt gehad, als je chemokuren hebt overleefd – en ik heb zelf aan den lijve ondervonden wat dat betekent – als je daarvan geneest en je komt zo terug... Er is geen enkele doping die dat mogelijk maakt als je al niet heel erg goed was in de eerste plaats.”

“Het USADA-rapport is volledig gebaseerd op verklaringen van andere mensen en daar zet ik mijn vraagtekens bij. Ik sluit niet uit dat Armstrong wel eens doping heeft gebruikt, dat deed iedereen in die tijd en in die zin was hij dus niet anders dan vele anderen. Maar de schaal die wordt gesuggereerd en de aanname dat hij de grote spil zou zijn, vind ik ongeloofwaardig. Ik heb twijfels bij een groot aantal getuigenverklaringen. Neem Betsy Andreu (vrouw van Armstrongs ploegmaat Frankie Andreu, red.). Zij zegt dat Armstrong op zijn ziekbed in haar bijzijn desgevraagd aan een dokter had verklaard doping te hebben gebruikt. Dat soort vragen stelt een arts niet tijdens een bezoekuur, dat zijn zaken die worden besproken met veel meer privacy. De geschetste situatie is onwaarschijnlijk en raar. Het kan best dat de doktor een algemene vraag heeft gesteld over wat er allemaal werd gebruikt in de wielrennerij, maar dat zou de verklaring in een heel ander perspectief plaatsen. De herinnering is niet altijd even betrouwbaar.”

2. In diverse interviews heeft u de werking van epo al vaker gebagatelliseerd. Door anderen wordt er vaak op gewezen dat de tijden waarmee de renners in het epo-tijdperk bijvoorbeeld de Alpe d’Huez opreden tegenwoordig niet meer worden gerealiseerd. Daarmee lijkt epo toch wel degelijk effect te hebben?
“Ik heb die klassementen er eens op nagekeken en die aanname klopt helemaal niet. Die vaak genoemde snelle tijd van Marco Pantani is allang niet meer de snelste ooit op de Alpe d’Huez. Het record staat op naam van Alberto Contador, die er in de Dauphiné van 2010 in 37 minuten en 10 seconden tegenop fietste. Bovendien moet je bij zo’n analyse rekening houden met enorm veel bijkomende factoren: hoe was het verloop van de koers; hoeveel cols gingen eraan vooraf, hoe was het weer? Dat er tegenwoordig langzamer wordt gereden, is gewoon flauwekul, maar ja, men praat elkaar na. Geloof en misconceptie zijn belangrijke oorzaken van dopinggebruik in de sport. Als er al een positief effect is op de prestaties, is dat meestal minder sterk dan gedacht en vaak berust het voor een groot deel op het placebo-effect. Als je gelooft dat het werkt, werkt het ook.”

“Laatst zag ik Steven de Jongh bij Pauw & Witteman. Hij zei dat epo hem niet had gebracht wat hij ervan had verwacht. Dat zeg ik ook altijd: het is geen wondermiddel. Het is in een laboratorium onderzocht en het effect op het vermogen was hooguit een paar Watt. Omgerekend in snelheid is dat erg weinig, hooguit een paar procent. Theoretisch kan dat wel het verschil zijn tussen winnen of tweede worden, maar niet tussen eerste worden of honderdste. Als je in aanleg geen Ferrari bent, kun je geen Ferrari worden, ook niet met epo. Daarom vind ik dat onvoldoende onder de aandacht komt dat de prestaties van Armstrong en veel andere wielrenners uit die tijd nog steeds topprestaties zijn. Zonder epo hadden ze ook heel hard gefietst en voor de anderen uitgereden.”

“Het effect van epo kan overigens ook heel goed averechts zijn. Dankzij epo maakt het lichaam meer rode bloedlichaampjes aan, wat de opnamecapaciteit van zuurstof in het bloed bevordert. Het bloed wordt daardoor dikker en daardoor wordt het moeilijker om het door de haarvaatjes in de spieren te pompen. Vergelijk het met een snelweg. Je kunt een heleboel vrachtwagens stampvol laden en over de snelweg sturen, maar zij moeten hun lading afleveren op kleine ventweggetjes en dan ontstaan er toch opstoppingen. Van Bjarne Riis wordt gezegd dat hij bij zijn Tourzege in 1996 een hematocrietwaarde had van zestig. Met een dergelijke waarde weet ik zeker dat de doorstroming van het bloed in zijn weefsels suboptimaal was en dat het hem alleen maar nadeel heeft opgeleverd. Ik sluit zeker niet uit dat veel renners zonder het gebruik van epo harder gefietst zouden hebben.”

3. U heeft zelf in de zogenaamde lijstcommissie van het Wereld Anti Doping Agentschap (WADA) gezeten. Waarom zet het WADA middelen op de dopinglijst als het maar zeer de vraag is of die middelen prestatiebevorderend werken?
“Vaak is dat een politieke keuze. In mijn boek noem ik dat de Franse lobby. Er staan middelen op de lijst zoals marihuana, waarvan we zeker weten dat ze niet prestatiebevorderend werken. Conservatieve krachten zijn daar gewoon tegen en dan komt het op die lijst. Er zijn drie criteria: een middel wordt aangeduid als doping als het prestatiebevorderend werkt, de gezondheid schaadt en als het tegen de ‘spirit of sports’ indruist. Om op de lijst te komen moet een middel aan twee van die drie criteria voldoen. Ik heb mij er altijd sterk voor gemaakt om het eerste criterium - dat van prestatiebevorderende werking - voorop te stellen. Pas als het daaraan voldoet, komt het in aanmerking voor de lijst. In die discussie heb ik het indertijd afgelegd tegen de Franse lobby, al hoor ik tegenwoordig geluiden uit WADA-kringen dat men er over denkt om dat eerste criterium toch voorop te stellen.”

“Als die prestatiebevorderende werking de voornaamste eis is, wordt de lijst een stuk korter en je voorkomt allerlei problemen. Zo’n lijst met allerlei stoffen erop werkt paradoxaal genoeg ook als een soort propaganda. Sporters, pseudodokters, dubieuze teamartsen en andersoortige charlatans denken vaak: ‘Ze hebben dat middel toch niet voor niets op die lijst gezet, dan zal het wel prestatiebevorderend werken’. Dat kan levensgevaarlijke toestanden in de hand werken. Ik heb ooit meegemaakt dat een sporter uit een Oostblokland vroeg of insuline op de verboden lijst stond. Dat was niet het geval, waarop die sporter liet weten het in dat geval te willen gebruiken. Daarop besloot het IOC om insuline te verbieden, hoewel het helemaal niet prestatiebevorderend werkt. Ik heb mij in een brief aan het IOC nadrukkelijk van dat besluit gedistantieerd. Insuline was geen probleem en nu werd het opeens wel een probleem. Dat geldt voor veel middelen.”

4. U pleit voor lagere dopingstraffen en een beperkte dopinglijst, maar niet voor het afschaffen van een dopingverbod. Waarom wilt u het dopingverbod wel handhaven en op welke manier kan dat het beste?
“Het dopingverbod rust op consensus. In het verleden heb ik mij verzet tegen het criterium ‘spirit of sports’ want dat is nogal vaag, maar bij nader inzien ben ik het er toch mee eens. We vinden met zijn allen dat het onsportief is om prestatiebevorderende middelen te gebruiken. Natuurlijk kun je zeggen dat training en bepaalde voeding ook prestatiebevorderend zijn, maar doping is potentieel ook gevaarlijk voor de gezondheid. De beste manier om sporters daartegen te beschermen is goede voorlichting, maar met voorlichting alleen kom je er niet. Dat zie je ook met tabaks- en alcoholvoorlichting, mensen blijven het gebruiken. Wil je het echt bestrijden, dan is ook een verbod nodig. Maar dat verbod moet alleen die middelen betreffen die ook daadwerkelijk prestatiebevorderend zijn. Als het om andere stoffen gaat, moet je aan de sporters duidelijk maken dat het gewoon hartstikke dom is om het te gebruiken.”

“Wat betreft het bestrijden van prestatiebevorderende middelen zijn we tegenwoordig veel verder dan tien jaar geleden. Ik zal niet zeggen dat doping helemaal uit te roeien is. Sport is grenzen opzoeken en sporters blijven op zoek naar de mazen in het systeem. Dat is altijd zo geweest en dat zal ook nooit anders worden. Met het biologisch paspoort hebben we echter wel een heel krachtig middel in handen. Vroeger zochten we naar de verboden stof in het lichaam, maar met dat paspoort kijken we naar de prestatiebeperkende factoren, zoals zuurstoftransport en hartcapaciteit. Dat zijn allemaal meetbare zaken en we weten binnen welke marges er van nature schommelingen kunnen zijn. Als we een onnatuurlijk patroon zien dat niet door de sporter kan worden verklaard, kunnen we concluderen dat er een middel is gebruikt zonder dat je het middel zelf hebt gevonden. Op die basis is Claudia Pechstein veroordeeld en dat is door drie verschillende rechtscolleges, de ISU (internationale schaatsunie, red.), het CAS (Court of Arbitration for Sport) en de Zwitserse rechter bekrachtigd. Daarmee is het juridisch een geaccepteerde methode.”

5. Iets heel anders tot slot: in uw boek zegt u nadrukkelijk dat u niet ernstig ziek bent, maar dat u een ernstige ziekte heeft. U slaagt erin om ondanks die ernstige ziekte en de daarbij behorende beperkte levensverwachting vrolijk en actief in het leven te staan. Hoe doet u dat?
“Bij de pakken neerzitten is zonde van mijn tijd. Je verlengt je leven er niet mee en het gaat ten koste van de kwaliteit en de inhoud van je leven. Dat is zonde, want het leven is al zo kort. Mijn naaste omgeving staat daar ook zo in. Natuurlijk is het wel eens moeilijk, maar dat zijn momenten. In de beginfase is iedereen natuurlijk een beetje van slag. Als je de diagnose te horen krijgt, verandert je perspectief volledig. Maar op een gegeven moment zet je je daar toch overheen. Ik heb er met mijn omgeving altijd heel open over gepraat en gelukkig heb ik een vrouw die mij steunt en die ook achter al mijn keuzes staat, dat maakt het een stuk makkelijker. Ik heb ook mensen gekend die nooit over hun ziekte wilden praten, die hebben in eenzaamheid geleden. Je kunt mijn benadering inderdaad rationeel noemen, dat zit in mijn karakter. Ik heb geneeskunde gestudeerd en ben daarna mijn hele leven werkzaam geweest als wetenschapper. Dat is de manier waarop ik in het leven sta. Er zijn geen taboes, daardoor durven mensen mij ook gewoon te vragen hoe het nu gaat en ja, op dit moment gaat het best goed. Ik ga vanmiddag nog een stukje fietsen. De Cauberg kom ik nog op met de mountainbike, want daar zitten kleinere verzetten op dan op de racefiets en de conditie heeft natuurlijk wel een behoorlijke tik gekregen.”

“Tegenwoordig geef ik ook voorlichting aan kankerpatiënten. Het leven stopt niet acuut. Je hebt wel een vervelende ziekte en het kan in veel gevallen verkeerd aflopen, maar dat is geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten. Als het over kanker gaat, kom je veel pseudodeskundigen en charlatans tegen. Je zou er inderdaad een parallel in kunnen zien met de dopingverstrekkers in de sport. Als mensen niet deskundig zijn op een bepaald gebied, maar wel verwachtingen hebben of hoop, kun je ze van alles wijsmaken. Sommige mensen maken daar misbruik van en daar kan ik slecht tegen. Laatst kwam ik min of meer toevallig op een bijeenkomst van Dr. Rath, een Duitser die kanker behandelt met vitaminen. Ik zag een advertentie in een lokale krant en besloot uit interesse erheen te gaan. Voor een volle zaal vertelt zo’n man een verhaal vol halve waarheden en aperte onwaarheden, en hij oogst een klaterend applaus. Na afloop van de lezing staan de mensen in de rij om zijn boeken en producten te kopen. Deze man beweert dat hij alles op non-profitbasis doet, maar ondertussen heeft hij een miljoenenconcern en dat zal toch ergens van betaald moeten worden. De Romeinen hadden een spreekwoord Mundus vult decipi, ergo decipiatur, de wereld wil bedrogen worden, dus bedrieg haar.”

• Klik hier voor meer informatie over ‘Van start op twee linkerschaatsen’, autobiografische vertellingen van Harm Kuipers over zijn ervaringen als topsporter, onderzoeker, dopingexpert, hoogleraar, maar ook als kankerpatiënt.

• Klik hier voor een eerder interview met Harm Kuipers op Sport Knowhow XL, 3 september 2007

« terug

Reacties: 3

-
13-11-2012
Eigenlijk onbegrijpelijk dat de overheid juist nu bezuinigt op dopingpreventie. Mijn omgeving begrijpt hier echt niets van. Minister Edith Schippers zat op de voorste rij om de overwinningen mee te vieren met de Olympische Spelen en toen de affaire Armstrong losbrak volstond ze alleen met: 'Ik geef jaarlijks 1,5 miljoen uit aan dopingbestrijding'. Zo'n bedrag is toch peanuts in vergelijking met wat er in een mogelijk dopingnetwerk omgaat????
-
30-07-2013

"Mijn omgeving begrijpt hier echt niets van." Vraag is: wat is mij omgeving? Anoniem....en daarmee gelijk ook waardeloos, omdat er niemand lijkt te staan voor wat er geschreven wordt. Mijn omgeving, topsporters, begrijpt namelijk heel goed dat steeds draconischer maatregelen geen effect lijken te hebben. Of dacht u dat de laatste Tour nu wel geheel schoon was? En dus dat dat geld veel beter besteed kan worden. Mijn omgeving begrijpt er bijvoorbeeld niets van dat de overheid niet meer doet aan opsporen en berechten van finaciele, witteboordencriminaliteit of aan de graaicultuur bijv. in de zorgsector, het onderwijs, de woningbouw, de pensioenfondsen en bij de banken. Verder een geweldig interview van een intelligent en integer persoon, die ook zijn nek nog eens durft uit te steken met zijn stellingname. Henk Kraaijenhof

-
30-07-2013
Reactie van Jan Koster, de nieuwe KNKF voorzitter, op persoonlijke titel: Uniek perspectief van iemand die verdraaid goed weet waar hij het over heeft! Harms standpunt maakt ook glashelder waar het bij doping nou precies en alleen maar over zou moeten gaan: een algemeen verbod over prestatieverhogende middelen. Los van welke politieke willekeur dan ook. De KNKF en zijn leden kunnen op dit gebied zeker nog veel leren. Maar dan moet de wetenschappelijke discussie wel zuiver en eerlijk worden gevoerd.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst