Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Gerben Eggink, Kwartiermaker voor het Olympisch Plan 2028 2 februari 2010


Interim-manager Gerben Eggink werkt sinds december 2008 op Papendal als ‘Kwartiermaker Olympisch Plan’. Hij plaveit daar de wegen die ertoe moeten leiden dat Nederland in 2016 op ‘Olympisch niveau’ zit. Dit met de bedoeling om eventueel tegen die tijd succesvol te kunnen meedingen naar de organisatie van de Olympische en Paralympische Spelen in 2028.
door: Peter Hopstaken | 2 februari 2010

1. Je bent in december 2008 door NOC*NSF aangesteld als ‘Kwartiermaker’ van het Olympisch Plan. Kun je vertellen hoe je in deze functie terecht bent gekomen?
“Als associé van Boer & Croon Executive Managers voer ik interim-opdrachten uit. Boer & Croon acquireert doorgaans de opdrachten en samen maken we een offerte voor de potentiële opdrachtgever. Ik was net klaar met een opdracht en wilde eigenlijk een time-out van een paar maanden en gaf daarom aan dat ik even niet ‘beschikbaar’ was. Toch werd ik door hen gebeld, want er was een aanvraag voor een opdracht binnengekomen die echt helemaal op mijn lijf geschreven was. Of ik als Kwartiermaker aan de slag zou willen gaan met de Olympische ambities van NOC*NSF. Ze zochten iemand die goed thuis was op het grensvlak van de publieke en de private sector en daarnaast de werelden van de sport, media, overheid en bedrijfsleven aan elkaar kon knopen. Mijn expertise en ervaring pasten inderdaad precies in dat profiel. Ik had in de sport namelijk ervaring opgedaan bij de Johan Cruyff University en in de media bij de AVRO, in beide gevallen als algemeen directeur ad interim. En ook voor de overheid en in het bedrijfsleven heb ik veel als interim-directeur gewerkt.”

2. Welke opdracht kreeg je van NOC*NSF?
“Voor mijn komst werd er bij NOC*NSF al jaren gepraat en gediscussieerd over de ambitie om de Olympische Spelen naar Nederland te halen. Hoewel er ook best hard aan werd gesjord, lukte het niet om de stap van ‘ideeënfase’ naar ‘concreet plan’ te maken. Dát werd mijn opdracht. Feitelijk viel deze uiteen in twee gedeelten. Maak een Olympisch Plan, was één. Daarnaast moest ik er voor zorgen dat de governance van dat plan goed geregeld werd en dat er bovendien een organisatie stond die het plan gaat managen en uitvoeren. Ik kreeg er vier tot zes maanden de tijd voor en het is me gelukt om het in die periode te klaren. Het plan lag er in mei 2009 en op 3 juli schaarde het kabinet zich pal achter de ambities van NOC*NSF. Vijf dagen later sloten de provincies, de vier grote steden en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de vakbeweging en het bedrijfsleven zich aan bij NOC*NSF en het kabinet. Daarmee was ‘Olympisch Vuur’, ofwel de breed gedragen Alliantie Olympisch Plan 2028, een feit.”

3. Dus jouw werk zat er toen op?
“Nee, toch niet. We moesten nog een ‘Programmadirecteur Olympisch Plan’ vinden voor de dagelijkse aansturing van het plan. NOC*NSF vroeg mij echter om daarmee te wachten zodat de toen nog nieuw aan te stellen voorzitter van de Council daarover kon meebeslissen. De opdracht van NOC*NSF aan mij werd daarmee dus feitelijk verlengd. Direct nadat we in september Ivo Opstelten hebben aangesteld als voorzitter zijn we op zoek gegaan naar een complementaire directeur voor het Program Office. Helaas zijn we daar minder ver mee dan we hoopten en dachten. We hadden een uitstekende kandidaat gevonden, maar die is ons helaas ontglipt. Daarom kijken we nu opnieuw naar de longlist om een herstart te maken.”

“Ondertussen is er genoeg te doen. Vorige week bijvoorbeeld hadden we ons eerste Olympisch Vuur jaarcongres. En deze week organiseerde Maurits Hendriks een besloten forumdiscussie. Dit in het kader van een studie naar de voorwaarden die vervuld moeten worden om de topsportambitie van het Olympisch Plan – Nederland bij de beste tien landen van de wereld – te gaan realiseren. Het onderzoek moet antwoord geven op vragen als: hoeveel hebben we in topsport geïnvesteerd en wat heeft het opgeleverd? Welke keuzes zouden we in de toekomst moeten maken om zo veel mogelijk medailles te winnen? Moeten we alleen geld investeren in de kansrijke takken van sport? En hoeveel geld is er nodig om het aantal medailles te winnen dat nodig is om bij de beste tien landen te komen? Enzovoorts. Het eindrapport wordt als het goed is over anderhalve maand gepresenteerd. Buitengewoon interessante materie. Wat ook veel tijd kost is de regie over wat wordt genoemd ‘de keuze van de stad’. Feitelijk is dit een uitgebreid en zorgvuldig proces dat we doorlopen met Rijk, provincies, gemeenten en sportwereld om te komen tot een goede inpassing van de Olympische Spelen in heel Nederland.”

4. Hoeveel mensen werken er ondertussen voor ‘Olympisch Vuur’?
“Op dit moment acht fte’s. Daarnaast zijn er enkele mensen van ons samen met het ministerie van VWS bezig met het bundelen van kennis rondom de acquisitie en organisatie van grote evenementen. Onderdeel van het Olympisch Plan is immers om veel grote sportevenementen naar Nederland te krijgen. Maar er komt nogal wat bij kijken om dat te realiseren. Bovendien willen we in de toekomst problemen voorkomen waar bijvoorbeeld de turnbond tegenaan is gelopen bij de organisatie van het WK turnen dit jaar in Rotterdam. De turnbond had de kosten van de NOS als host broadcaster niet begroot, maar daarin zijn zij niet uniek hoor. Ook bij eerdere georganiseerde evenementen was de host broadcasting niet goed geregeld in de businessplannen. Samen met de NOS hebben we nu een procedure ontwikkeld waarbij de broadcasting een vast onderdeel moet zijn van de begroting en het businessplan. Het is heel logisch dat de NOS aan de bel trok nu het aantal grote evenementen dat Nederland gaat organiseren in de komende tijd misschien wel wordt verdubbeld. De NOS maakt momenteel een rondje langs de bonden om de nieuwe procedure te introduceren. Ook hebben we vastgesteld hoeveel geld nodig is voor de broadcasting van de extra evenementen, en zijn we hiervoor een oplossing aan het voorbereiden, bijvoorbeeld in de vorm van een Host Broadcasting Fonds . Ik vind overigens dat alle partijen die baat hebben bij de organisatie van grote sportevenementen daar een bijdrage aan zouden moeten leveren. Dus het rijk, provincies, gemeenten, de sport zelf én het bedrijfsleven.”

5. Tijdens het eerste Jaarcongres van Olympisch Vuur – op 20 januari jl. – pleitte Council-voorzitter Ivo Opstelten voor een grotere inbreng van sporters bij de uitvoering van het Olympisch Plan. Welke functie zouden die sporters moeten krijgen?
“Twee sporters die op persoonlijke titel in de Council zitting hebben – oud-hockeyer Stefan Veen en voormalig roeier Gerritjan Eggenkamp, respectievelijk werkzaam bij de Rabobank en McKinsey – zijn namens de Council bezig met plannen voor het oprichten van een zogeheten ‘Sporterscouncil Olympisch Plan 2028’. Daarin zouden aansprekende sporters uit de belangrijkste sporttakken zitting moeten nemen. Noem het de iconen uit de Nederlandse sport. Maar deze sporters moeten niet alleen maar ambassadeur van het Olympisch Plan worden. Dat vind ik te mager. We willen ze concreet gaan inzetten bij het realiseren van de ambities van het Olymlpisch Plan, met name voor zover hun ‘eigen’ bond daar direct betrokken bij is. Om het draagvlak voor het Olympisch Plan zo breed mogelijk te maken, benaderen we overigens niet alleen topsporters. Ook toppers uit andere sectoren willen we bij de plannen betrekken. Bijvoorbeeld een toparchitect als Winnie Maas voor de ruimtelijke ordening, toppers uit de gezondheidszorg, enzovoorts. Het plan is niet immers niet alleen van de sport, maar van heel Nederland.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst