Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Rico Schuijers, dé sportpsycholoog van Peking 3 november 2009


Dé sportpsycholoog van Nederland wordt Rico Schuijers genoemd. Die titel heeft hij niet voor niets gekregen. Schuijers begeleidde tijdens de Olympische Spelen in Peking twintig individuele sporters en meerdere teams waaronder het gouden dameswaterpoloteam, het gouden dameshockeyteam en de roeisters 8 die een zilveren medaille behaalden. Sinds 1990 bezit de sportpsycholoog zijn eigen praktijk en heeft hij diverse bonden, nationale teams en individuele topsporters mentaal getraind. Intussen wil Schuijers ook het beste halen uit mensen die werkzaam zijn in het bedrijfsleven en de kunst- en muzieksector. Sinds 2007 is hij bovendien voorzitter van de Vereniging voor Sportpsychologie in Nederland (VSPN).

door: Babette Dessing | 3 november 2009

1. Je hebt gewerkt met zowel de waterpolosters als met het dameshockeyteam. Allebei werden ze Olympisch kampioen in Peking. Boek je met dames gemakkelijker topresultaten of is dat toeval geweest?
“Het is niet helemaal te wijten aan het toeval, want met damesteams werk ik goed. De coach moet in het team harde beslissingen nemen en hij heeft daarbij geen tijd om zich druk te maken of hij met een dergelijk besluit iemand kwetst. Vrouwen zijn nu eenmaal gevoeliger dan mannen en gaan anders om met teleurstellingen en met directe beslissingen. Daarom kan ik vooral in een damesteam een goede aanvulling zijn, want ik ben volledig bezig met de gevoelens van een sporter.”

“Als sportpsycholoog help ik om sporters te laten presteren op het moment suprême. Ze moeten op het juiste moment kunnen pieken en hun zenuwen onder controle kunnen houden. Om dat doel te bereiken, houd ik eerst een intake en neem ik daarna psychologische testen af zodat ik de mentale vaardigheden van de sporter kan definiëren. Ik werk met vijf vaardigheden – het stellen van doelen, lichamelijke controle (ademhaling en ontspanning), visualiseren, focussen en denken – en met enkele begrippen als motivatie, spanning, concentratie en zelfvertrouwen. Door middel van korte individuele gesprekken, die ik in een dagdeel afneem, stel ik een plan de campagne op. Uiteraard werk ik met een team weer anders dan met een individuele sporter. In een team kijk je naar de rol van elke speler en hoe diens karakter in elkaar steekt. Alle spelers probeer je vervolgens op elkaar te laten aansluiten zodat er een hecht team ontstaat. Dat is lastig, want er moet een balans komen tussen het individuele doel en het teamdoel. Een dergelijk proces kan dan ook lang duren. Zo kwam ik bij de hockeysters en waterpolosters in voorbereiding op Peking gedurende een periode van tweeënhalf jaar een aantal dagdelen per maand over de vloer en ging ik ook een week mee op trainingskamp. Op dit moment ben ik voor beide teams bezig met het opzetten van een nieuw programma waarin ik opnieuw een dag of twee per maand langs kom.”

2. Is de vertrouwensrelatie met coaches cruciaal in je werkzaamheden?
“Absoluut, er moet een klik zijn. Als ik met een trainer geen connectie heb dan houdt het voor mij al snel op. Die klik zit hem vooral in de persoonlijke sfeer. Als de coaches heel strikt en zakelijk zijn, is het voor mij moeilijk om een basis te creëren, omdat ik een gevoelsmens ben. Ik moet er bovendien van op aan kunnen dat mijn plan door de trainer wordt uitgevoerd. Je geeft geen advies als er vervolgens niets mee wordt gedaan. Maar niet alleen met de coach moet het klikken, ook met de rest van de staf en de speler(s) is een vertrouwensrelatie van groot belang. Het is als sportpsycholoog dan ook zaak om authentiek te blijven. Je moet eerlijk zijn, oprecht willen helpen en laten blijken dat je verstand van zaken hebt. Want als je het alleen maar doet voor het geld dan prikt iedereen daar zo door heen. Ik probeer door sympathiek te zijn en mijn enthousiasme sporters succesvol te maken. Andere sportpsychologen proberen daarnaast spelers te overtuigen, maar dat is niets voor mij. Sporters moeten die keuze zelf maken. Ik ben er immers niet om hun gedrag te veranderen, maar om te zorgen dat ze hun angsten overwinnen.”

3. Lange tijd was mentale begeleiding voor sporters not done. Wanneer heb jij gemerkt dat dit taboe doorbroken werd?
“Voor het grote publiek is dit waarschijnlijk pas na de Spelen van Peking geweest. Maar ik ben als sportpsycholoog al twintig jaar in dienst en heb genoeg werk gehad, dus dat taboe is niet pas het laatste jaar doorbroken. Zo heb ik in 1998 tijdens de Olympische Winterspelen in Nagano gewerkt met Gianni Romme en Ids Postma. Maar de mentale begeleiding bleef in de luwte. Het is lastig om een bepaalde periode aan te wijzen in het doorbreken van de weerzin tegen mentale begeleiding, maar wat mogelijk meespeelde, is de oprichting van de Vereniging voor Sportpsychologie (VSPN) waar ik sinds 2007 voorzitter van ben. Voordat de VSPN in 2005 een accreditatiesysteem introduceerde – waardoor er een keurmerk voor sportpsychologen ontstond – kon iedereen zich sportpsycholoog noemen, terwijl er ook veel kwakzalvers actief waren. De sportpsychologen die bij de VSPN zijn aangesloten, voldoen nu aan een lange lijst met eisen en zijn geregistreerd. Op deze manier is het gemakkelijker om kwakzalvers een halt toe te roepen en kunnen gekwalificeerde sportpsychologen op een snelle manier door sporters en coaches gevonden worden. Bovendien vergoedt NOC*NSF alleen nog sportpsychologen die lid zijn van de VSPN en zo worden bonden en coaches nog meer getriggerd om in zee te gaan met een gekwalificeerde sportpsycholoog.”

4. In de voetbalwereld is er voor mentale begeleiding vooralsnog geen plaats. Is het niet gek dat er in de Nederlandse voetbalwereld met geld gesmeten wordt, maar dat voetbalclubs en bonden niet met een mentaal begeleider in zee willen gaan?
“Ik gooi het altijd maar op koudwatervrees. De Nederlandse voetbalwereld staat nog steeds niet open voor mentale begeleiding, terwijl ze niet eens weten waartegen ze nu precies weerzin hebben. In die wereld is er een bepaalde arrogantie, conservatisme en machtsmisbruik waardoor clubs en bonden geen belang lijken te hebben bij mentale begeleiding van hun spelers. Dat is zonde, want ik weet zeker dat ze meer hebben aan een voetballer die de penalty er uiteindelijk inschiet dan iemand die zijn zenuwen niet onder controle houdt en naast het doel schopt. Uiteindelijk verdien je met een zelfverzekerde speler die op het juiste moment kan pieken toch vele miljoenen meer tijdens transfers. Maar het is niet mijn taak om de voetbalwereld van deze gemiste kans te overtuigen. Ze moeten het zelf beseffen en daarvoor zou de voetbalcultuur wezenlijk moeten veranderen. Hoewel ik dolgraag zou hebben dat Bert van Marwijk me eens belt, want ik weet zeker dat ik heel wat voor het Nederlands Elftal kan betekenen.”

5. Je hebt meer dan duizenden sporters mentaal getraind. Werk je vooral met teams of met individuele sporters en wat zou je in de toekomst nog graag doen?
“Ik heb geen voorkeur voor het één of het ander. Door de jaren heen is mijn specialisme ook steeds veranderd. Zo specialiseerde ik me in mijn beginjaren vooral in de concentratiesporten zoals bowlen en handboogschieten. Later werd ik veel gevraagd door individuele sporters die zowel jong als oud waren, maar sinds 2004 ben ik ook actief in de teamsport. In totaal heb ik in meer dan veertig sporttakken ervaring. Uiteraard heb ik met sommige sporters meer dan met anderen. Zo ben ik ontzettend trots op een zwemster - wiens naam ik liever niet noem- want zij is van heel ver gekomen en doet het nu erg goed. Zo heeft ze geweldige prestaties geleverd tijdens de wereldbekerwedstrijden kortebaan in het Zuid-Afrikaanse Durban. Ook kogelstoter Rutger Smith is een absolute topper en heeft veel vorderingen geboekt.”

“Op dit moment ben ik onder andere bezig met de Nederlandse volleybalsters. Voordat het team van Avital Selinger in oktober begon op het EK in Lodz heb ik drie sessies met ze gehouden. Ze gingen naar huis met een zilveren medaille, maar dat hebben ze niet alleen aan die paar sessies van mij te danken. Ik heb er dan ook een hekel aan als ik wonderdokter wordt genoemd, want dat ben ik niet. Zowel het team, de coach, de staf en ikzelf werken hard zodat er op het juiste moment wordt gepresteerd. In de komende periode zal ik me bezig houden om de volleybalsters voor te bereiden op de Spelen in Londen in 2012. Dat wordt volgens mij een ontzettend mooi project. Daarnaast blijf ik ook andere teams mentaal trainen, zoals de (beach)volleyball(st)ers, de hocky(st)ers, waterpolosters, de kernploeg van de watersport en begeleid ik meerdere individuele sporters. Daarnaast ben ik bezig om de methoden en technieken die ik in de topsport heb ontwikkeld, toe te passen in andere sectoren. Zo kunnen mijn trainingen effectief zijn voor beroepen in het bedrijfsleven en de kunst- en muzieksector waarbij stress, zelfvertrouwen en presteren onder druk een belangrijke rol spelen. Daarom heb ik PROTASK - dat staat voor Prestatie en Resultaat Ontwikkeling voor Talenten in Arbeid, Sport en Kunst – ontwikkeld. In de toekomst hoop ik me dan ook in diverse gebieden steeds meer te profileren.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst