Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan René Wormhoudt, conditie- en hersteltrainer bij het Nederlands Elftal 5 oktober 2021

René Wormhoudt is de verpersoonlijking van de veelzijdigheid die hij predikt. Als jongetje deed hij aan minstens zes verschillende sporten, als fysiotherapeut heeft hij een eigen praktijk in Landsmeer, als conditietrainer bij Ajax liet hij voetballers bewegen op muziek en als medeoprichter van Athletic Skills Model (ASM) ontwikkelde hij de schijf van tien. Plezier en variatie in bewegen staan voorop. Met Sport Knowhow XL praat Wormhoudt over zijn vak, waarom taekwondo van Zlatan een betere voetballer heeft gemaakt, en over zijn missie om mensen meer te laten bewegen.

door: Leo Aquina | 5 oktober 2021

1. Spelers worden tegenwoordig vaker gewisseld uit zorg om hun belastbaarheid. Zijn de huidige voetballers kwetsbaarder dan die van vroeger?
"De intensiteit van het voetbal is toegenomen, binnen de wedstrijd zelf maar ook in het aantal wedstrijden dat wordt gespeeld. We proberen grip te krijgen op de belastbaarheid door data te koppelen aan wat we zien. Wat betekent die informatie voor trainingen en wedstrijden en voor de belastbaarheid van het individu? Het is een zoektocht. Je krijgt nooit de vinger achter de complete set aan factoren die de belastbaarheid van een individu bepalen. Heeft een speler goed geslapen? Is hij net verhuisd? Hoe is de situatie thuis? Er spelen zoveel dingen mee. Totale controle is onmogelijk.”

“Ik werk nauw samen met de performance analisten van het Nederlands Elftal, de data die zij ophalen en verwerken is altijd informatief, nooit beslissend. Toen ik in de voetballerij begon, waren er nog geen laptops, maar het is simpelweg een kwestie van professionaliteit om meer informatie te vergaren over de situatie en de individuen met wie je werkt. Niet iedere coach doet hetzelfde met die informatie en dat is maar goed ook, want de coach is de baas. Het team eromheen informeert, maar het oog van de meester moet altijd doorslaggevend zijn.”

"Bij het Nederlands Elftal heb ik te maken met 23 Ferrari's die zonder krasje terug moeten naar hun eigenaar"

“Hoe ik in die wereld het belang van mijn werk laat zien? Door altijd mijn stinkende best te doen binnen de mogelijkheden die er zijn, door te laten zien dat ik meedenk in het hele proces van belasting en belastbaarheid van de spelers. Bij het Nederlands Elftal heb ik te maken met 23 Ferrari's die zonder krasje terug moeten naar hun eigenaar. Bij Ajax zat ik aan de andere kant. Het mooie van de nieuwe wereld met data is dat alles transparant is. Het performanceteam deelt de data aan de voor- en aan de achterkant. Dat is een geweldige informatiebron.”

2. Je loopt al meer dan dertig jaar rond in de voetbalwereld. Is er de laatste jaren meer veranderd dan in het verleden?
“Ajax stond altijd al bekend om innovatie. Met Kees Koppelaar was Ajax een van de eerste voetbalclubs die begon met looptraining. We waren ook al bezig met krachttraining toen dat nog niet algemeen bekend was, rond de tijd dat we de Champions League wonnen in 1995. We begonnen rond die tijd ook met bewegen op muziek en in 2005 heb ik judo, turnen, gymnastiek en atletiek aan de trainingen toegevoegd. Ontwikkelingen zijn er altijd geweest, vroeger misschien wel meer dan nu.”

XL345vragenaanRW-1“De grootste revolutie was dat je blijkbaar beter kan worden in voetbal, door juist niet alleen te voetballen. Dat idee komt voort uit mijn eigen ervaring. Toen ik een jaar of zeven was ben ik gaan voetballen, basketballen en judoën, later kwam tennis erbij, schaken en honkbal. Op mijn zeventiende werd ik tijdens een jeugdvoetbaltoernooi gescout door Tonny Bruins Slot, nota bene de man met wie ik later heel intensief heb samengewerkt. De kans om bij Ajax te voetballen, laat je niet liggen, maar bij Ajax zeiden ze: nu moet je al die andere sporten laten vallen. Dat vond ik helemaal niks. Ik was niet goed genoeg, maar ik vond er ook echt niets aan.”

“Wat ik ondertussen wel zag was dat die andere jongens bij Ajax misschien wel beter konden voetballen, maar ik kon beter vallen en duiken, slidings maken, noem maar op. Als die goede voetballers dat ook zouden leren, zouden ze nog betere voetballers worden. Toen ik stopte als voetballer ben ik als fysiotherapeut verder gegaan in de jeugdopleiding van Ajax. Op een gegeven moment heb ik tegen Louis van Gaal en Co Adriaanse gezegd dat ik met bewegen op muziek kon bereiken dat de spelers makkelijker twee kanten op konden draaien, dat ze fysiek sterker zouden worden, leniger, stabieler en dat hun ritmisch vermogen beter zou worden. Dat was niet wetenschappelijk onderbouwd, maar het leek me logisch.”

"Later leerde ik hoe je door andere dingen te doen beter gaat voetballen”

“Met bewegen op muziek wilde ik veelzijdige voetbalatleten ontwikkelen, maar na drie à vier jaar voldeed het eigenlijk niet meer aan mijn criteria. In 2005 werd ik uit de technische staf van het eerste elftal gezet, omdat Henk ten Cate zijn eigen mensen meenam. Dat heeft uiteindelijk een jaar geduurd en dat jaar heb ik benut om een plan neer te zetten op basis van de tien grondvormen van bewegen. John van den Brom was toen hoofd jeugdopleidingen en hij ging erin mee. We hebben andere sporten ingebracht om alle grondvormen van bewegen te dekken en de tijd dat we die andere sporten deden, ging van de voetbaltraining af, tot wel vijftig procent. Dat vonden de trainers niet leuk, maar uiteindelijk vonden de jongens het fijn en ze bleven presteren. Later leerde ik in de samenwerking met Geert Savelsbergh van de VU Amsterdam dat veel wetenschappelijk onderzoek dit gedachtegoed ondersteunde en ook hoe je dus door andere dingen te doen juist ook beter gaat voetballen.”

XL345vragenaanRW-23. Je hebt in die kleine dertig jaar bij Ajax en het Nederlands Elftal met veel trainers en spelers gewerkt. Welke van die trainers stelde het grootste belang in jouw werk, aan wie ben je zelf schatplichtig en welke spelers zie je als voorbeeld van goede voetbalatleten?”
“Alle trainers met wie ik heb gewerkt, vonden het interessant en zagen het belang. Er zijn trainers met een andere achtergrond, die er misschien minder oog voor hebben, maar iemand als Louis van Gaal met zijn achtergrond in het beweegonderwijs, die heeft er juist meer gevoel bij. Maar ik heb nooit een trainer gehad die het helemaal niks vond. Dan ga je ook niet samenwerken. Van Gaal is wel iemand die ik heel erg dankbaar ben, een man met een fascinerend denkvermogen. We hebben samengewerkt bij Ajax, op het WK in Brazilië en nu weer bij Oranje. Er zijn vele bronnen van inspiratie. Ik heb twee jaar westerse filosofie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Daar heb ik bijzonder veel aan gehad als het gaat om het Athletic Skills Model. In het voetbal ben ik voor een groot deel opgeleid door Bobby Haarms. Zijn manier van kijken en werken heeft ook grote invloed gehad, net als László Jámbor met wie ik bij Ajax lang heb samengewerkt. Hij kwam uit het Oostblok en had een heel andere benadering. Juist als je mensen tegenkomt die andere dingen doen dan je zelf ooit zou bedenken, leer je anders denken. Ik denk daarbij vaak aan een citaat van Bruce Lee: ‘In plaats van kinderen te geven wat je zelf nooit hebt gehad, zou je kinderen moeten leren wat je zelf nooit hebt geleerd'.”

"Luis Suárez is van nature een atleet. Wat hij niet allemaal heeft gedaan en leuk vond - basketbal, tafeltennis, stoeien, vechten - en dat heeft hij allemaal toegepast in het voetbal"

“Het mooiste voorbeeld van voetballers die hun enorme atletisch vermogen en veelzijdigheid fantastisch hebben benut als voetballer, zijn misschien wel Johan Cruijff en Diego Maradona. Met Zlatan Ibrahimovic heb ik gewerkt. Hij is een speler met een enorm atletisch vermogen. Hij heeft in zijn jeugd lange tijd aan taekwondo gedaan en dat heeft hem creatiever gemaakt binnen het voetbal. Topsport gaat voor een groot deel over het herkennen van patronen. Als je een groot arsenaal aan bewegingen in huis hebt, ben je in staat dingen te doen die mensen niet zo snel verwachten. Dan spring je er bovenuit. Luis Suárez is van nature een atleet. Wat hij niet allemaal heeft gedaan en leuk vond - basketbal, tafeltennis, stoeien, vechten - en dat heeft hij allemaal toegepast in het voetbal. Maxwell is een ander voorbeeld van iemand die zijn atletisch vermogen binnen het voetbal prachtig heeft vormgegeven, maar weer op een heel andere manier dan Suarez.”

4. Met het ASM mikken jullie op breed-motorische ontwikkeling. Kan dat in alle takken van sport worden toegepast? Op de website lezen we dat het ook van nut kan zijn in de sector kunst en cultuur. Hoe precies??
“Variatie en aanpassingsvermogen zijn cruciaal en dat heb je in iedere sport nodig. Je ziet tegenwoordig steeds minder dat kinderen buitenspelen en dat is echt een probleem want ze komen op die manier niet meer automatisch in aanraking met een diversiteit aan grondvormen van bewegen. Ik zie dat terug bij jonge voetballers en ik hoor het ook van trainers in het land. Zlatan had vanwege zijn achtergrond in taekwondo geen angst om te vallen. In welke sport buiten judo en volleybal leren kinderen vallen? Als je niet in staat bent om een koprol te maken, beweeg en val je heel anders. Er zijn veel meer polsblessures in het voetbal omdat kinderen niet kunnen vallen. Vroeger leerden ze dat in een natuurlijke omgeving buiten.”

XL345vragenaanRW-3“Het ASM gaat uit van de schijf van tien grondvormen van bewegen. Dit kan je inzetten in de sport, de zorg maar ook in het beweegonderwijs. In bijvoorbeeld basketbal zitten vijf van de tien grondvormen op een specifieke wijze. Begin de eerste tien minuten eens met die andere vijf grondvormen die niet in basketbal zitten. Doe de grondvormen die wel in het basketbal zitten eens op een andere wijze, zet dat om naar spelvormen en eindig met het spelletje zelf. Ik zeg niet dat het per se zo moet, maar het gaat om de benadering. Een uur alleen basketballen is niet fout, maar met meer variatie maak je uiteindelijk betere bewegers en dus betere basketballers.”

“Met ASM hebben we een eigen gecertificeerde opleiding van vier keer vierenhalf uur, waarin we docenten lichamelijke opvoeding leren anders te kijken naar hun vak. We doen veel in company opleidingen in het primair onderwijs en in voortgezet onderwijs vaak voor de vaksectie lichamelijke opvoeding. Zelf vind ik het vooral interessant als de doelgroep bestaat uit een mix van fysiotherapeuten, docenten, trainers en coaches, want samen snappen ze beter hoe ze elkaar nodig hebben als ze dezelfde taal van het ASM spreken.”

"Als een voetballer schiet, gaat het bijna altijd in drieën: stap-stap-schot. Als je dat ritme verandert en je schiet al halverwege de tweede stap met de punt, dan verras je de keeper"

“In de cultuursector is het ook toepasbaar. Neem urban sports, wat enorm populair is op dit moment. Een belangrijk onderdeel is bewegen op muziek, dansen, muziek maken. Ritme is een belangrijk concept voor het brein. Ritme legt ons een interne beperking op. Als je snapt wat een driekwartsmaat is, wat kwartnoten, achtste noten en zestiende noten zijn, dan kun je variëren in ritme, versnellen, vertragen, een ander moment kiezen. Er is enorm veel overlap tussen sport en muziek. Als een voetballer schiet, gaat het bijna altijd in drieën: stap-stap-schot. Als je dat ritme verandert en je schiet al halverwege de tweede stap met de punt, dan verras je de keeper. Ik ben zelf een jaar of vijf geleden begonnen met drummen. Dat draait om motoriek en ritme, met twee handen en twee voeten allemaal verschillende ritmes maken. Het is zo logisch om die twee te koppelen. Ik zou dat in het voetbal graag terugzien. Eerst trainen, dan een halfuurtje drummen, misschien een cursus Spaans, gitaarspelen, dingen die de spelers leuk vinden en die het brein ontwikkelen.”

5. Deliberate play is een belangrijk concept binnen het ASM. Hoe creëer je een omgeving waarin mensen worden aangezet tot spelen en wat zijn de nieuwste ontwikkelingen in het ASM?
XL345vragenaanRW-4“Plezier is belangrijk, daar ben ik eigenlijk pas later achter gekomen. Je ziet dat bijvoorbeeld in de fysiotherapie. Er zijn bepaalde oefeningen die helpen bij het voorkomen van blessures, maar mensen doen die oefeningen niet omdat ze niet leuk genoeg zijn. Je moet zorgen dat je plezier koppelt aan bewegen. Uit onderzoek weten we dat je tot ongeveer je achtste jaar leert bewegen aan plezier te koppelen. Als dat zaadje eenmaal is gepland, heb je daar een leven lang wat aan.”

“Als je in de openbare ruimte een veld wil inrichten voor deliberate play, zijn er twee belangrijke factoren. Ten eerste, waar leg je het neer, is het centraal bereikbaar en voor iedereen toegankelijk? En ten tweede wil je dat de verschillende partijen in de buurt snappen wat er op dat veldje te halen is, van de scholen tot de ouderenzorg, de GGD, de brandweer noem maar op. Zorg dat op het veld de tien grondvormen van bewegen aan de orde komen en zorg dat er voor iedereen iets is waar ze plezier aan kunnen beleven. Voor kinderen is dat misschien een boom om in te klimmen maar volwassenen hebben tegenwoordig vaak een QR-code nodig om te kunnen bewegen. Ze zijn ooit kind geweest, maar vaak zijn ze dat helemaal vergeten.”

"We gaan als zendelingen door het land om ons verhaal te vertellen"

“We zijn continu bezig met het verder ontwikkelen van het ASM en de toepassingen. We bieden het ASM inmiddels als keuzendeel aan op vijf MBO's voor studenten. Dat zien we als een belangrijke stap om het gedachtengoed te verspreiden. ASM is nooit gestart om een bedrijf te worden. Dat zijn we wel omdat je op die manier een aantal zaken kan regelen, maar in de kern gaat het erom dat we mensen via een interessante visie aan het bewegen willen krijgen, jongeren, ouderen, mensen met een beperking, iedereen. We ontwikkelen op dit moment bijvoorbeeld een veld voor de Stichting Spieren voor Spieren en ik zie het als een uitdaging om te kijken hoe we dat zo vormgeven dat het er niet alleen voor die doelgroep is, maar ook voor ‘gezonde’ kinderen, maar ook voor ouderen in een scootmobiel. We gaan als zendelingen door het land om dat verhaal te vertellen.”

« terug

Reacties: 2

ron kraai
05-10-2021

Beste René, ik hoop dat je dit leest.

Jij noemt drummen om het brein te stimuleren... motoriek en leren. Ik wil je attenderen op de RGM-methode. Een door een Amerikaanse jazzdrummer ontwikkelde sensomotorische training op muziek, gebruikmakend van verschillende afbeeldingen die ieder een beweging voorstellen.Het stimuleert het brein enorm en is uit te voeren van extreem makkelijk to extreem moeilijk... Ik pas het zelf toe bij mensen met niet-aangeboren hersenletsel, maar het kan net zo goed voor topvoetballers worden gebruikt.

Groet,
Ronald 

Fred Duijnstee
05-10-2021

Beste Leo, met interesse heb ik jouw interview met René Wormhoudt gelezen en dat klinkt als muziek in de oren! Eindelijk heb ik een medestander gevonden en dat voelt uiteraard als erkenning. Ik heb 25 jaar als contrabassist gewerkt in de grote Nederlandse orkesten en ritme is 'mijn ding'. Omdat ik ook van mijn 6e t/m mijn 19e jaar heb gevoetbald en in 2006 weer terugkwam in die tak van sport, heb ik de link weten te leggen tussen voetbal en muziek: met name het herkennen van ritmes in het voetbal deed mijn ogen openen. Ik onderschrijf wat René verwoordt en wil daar nog iets aan toevoegen. Wanneer je het besef hebt dat alle balcontacten vóór de tel gemaakt worden (met een triolen-feel zoals in de jazz) kan je de bewegingen veel dynamischer maken. Graag zou ik dan ook mijn methode 'De route naar tweebenigheid' (Duijnstee/ Maas,2019) onder de aandacht brengen. In dat boek (20/10 Uitgevers) laat ik de ontwikkeling zien van mijn eerste methode: Voetbal is spelen met ritme (2007) naar de huidige methode waarin ik dus beschrijf hoe je tot tweebenig spel kan komen. Daarnaast zou ik naar het artikel: 'Met Beethoven en Wiel Coerver op weg naar tweebenigheid ' (Sport Knowhow XL/ Leo Aquina, juni 2019 > https://www.sportknowhowxl.nl/nieuws-en-achtergronden/nieuwsberichten/nieuwsbericht/118682/) en: 'Acties vóór de tel' (Hardgras/ Sander de Vaan, maart 2017) willen verwijzen.
Met vriendelijke groet, Fred Duijnstee.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst