Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Claudia Bokel, voormalig IOC-lid en voorzitter Duitse schermbond 22 juni 2021

Claudia Bokel heeft als schermster twee Europese titels, een wereldtitel, drie olympische deelnames en een zilveren medaille achter haar naam. Haar erelijst als topsporter is indrukwekkend, maar haar bestuurlijke carrière in de sport is dat evenzeer. Al tijdens haar actieve sportcarrière maakte zij zich als atletenvertegenwoordiger sterk voor de stem van sporters en dat bleef zij doen als voorzitter van de atletencommissie van het IOC. Bokel is geboren en opgegroeid in Nederland, maar heeft een dubbele nationaliteit en schermde onder Duitse vlag. Sinds ze in 2016 afzwaaide als IOC-lid woont ze weer Nederland. Zij is onder meer als vaste adviseur van de Nederlandse Sportraad en voorzitter van de Duitse schermbond nog altijd actief in het sportbestuur. Op een zonnig terras aan de Waalkade in Nijmegen, sinds Bokels studiejaren haar thuisstad, vertelt zij over de wondere wereld van het IOC.

door: Leo Aquina | 22 juni 2021

1. Hoe wordt een meisje uit het Groningse Ter Apel namens Duitsland wereldkampioen schermen?
"Een collega van mijn vader was een schermvereniging begonnen in Ter Apel en mijn vader dacht dat het wel een leuke sport voor mijn broer zou zijn, maar die vond het toch niet zo leuk als zijn kleine zusje. Ik bleek er goed in te zijn en kwam in Jong Oranje. Voor selectietrainingen ging ik naar Papendal en tijdens een Leo van der Kar Sportfondsweek was daar een Duitse trainer aanwezig. Duitsland was op schermgebied een grootmacht. Anja Fichtel en Arnd Schmitt hadden net goud gewonnen op de Olympische Spelen van 1988 in Seoel. Hij nodigde me uit voor het Duitse scherminternaat in Bonn. We waren daar met Jong Oranje al eens geweest en dat leek mij wel wat, met 25 andere jongeren lekker schermen. Ik zou eigenlijk met de trein naar huis gaan vanaf Papendal, maar ik heb mijn ouders gebeld: ‘Jullie moeten me komen halen want jullie moeten met die Duitse trainer praten.’ Twee weken later zat ik op het internaat.”

"Nooit opgeven, tot het laatst toe vechten, dat is toch ook meer het cliché van de Duitse sportmentaliteit"

“Ik heb een dubbele nationaliteit omdat mijn vader van origine Duits is, al moet ik er van hem altijd bij zeggen dat hij in Nederland is opgegroeid. Mijn grootvader is van Duitsland naar Nederland gekomen. Gevoelsmatig was het voor mij wennen. Tijdens het EK voetbal van 1988 was ik honderd procent voor Oranje, maar het schermen lag in Duitsland op een veel hoger niveau. Ik heb er ook later nog wel over gesproken met de voorzitter van de Nederlandse schermbond en die vond ook dat ik zo’n kans niet mocht laten lopen.”

5vragenCB-1“Duitsland en Nederland zijn natuurlijk twee verschillende culturen. Ik vind het fantastisch dat de sportcultuur in Duitsland breed is, neem bijvoorbeeld de wintersporten, alpineskiën, langlaufen, bobsleeën. Ik was in 2006 in Turijn voor het eerst op de Olympische Winterspelen en ik keek mijn ogen uit. Sport wordt in Duitsland dan ook breder gesteund, en dat stimuleert ook om verschillende sporten te gaan doen. In Nederland vind ik het fantastisch dat we het in bepaalde sporten zo ontzettend goed doen en daar als land helemaal achter gaan staan, zoals nu bij het EK voetbal. Juist bij het voetbal zag je een verschil in sportmentaliteit. In het voetbal moest het bij Nederland vaak mooi en in Duitsland vooral efficiënt. Mijn stijl in het schermen sloot daar wel bij aan: niet altijd mooi, wel efficiënt. En nooit opgeven, tot het laatst toe vechten, dat is toch ook meer het cliché van de Duitse sportmentaliteit.”

2. Al tijdens je actieve carrière was je bezig met sportbestuurlijke zaken en uiteindelijk werd je zelfs IOC-lid. Wat was je drijfveer?
“Ik wilde graag meepraten, omdat ik als sporter ook regelmatig tegen zaken aanliep waarvan ik vond dat het beter kon en moest. Het belang van het combineren van studie en topsport bijvoorbeeld. Het is voor een sporter ontzettend belangrijk om je al tijdens je topsportcarrière voor te bereiden op een maatschappelijke carrière. Voor mij bleek dat in Bonn niet mogelijk en toen ben ik in Nijmegen gaan studeren. Via een omweg is het dan toch gelukt om topsport en studie te combineren. Als sportbestuurder was dit dan ook één van mijn drie speerpunten: maatschappelijke carrière en (top)sport, atletenvertegenwoordiging in sportorganisaties en anti-doping.”

"Ik vond dat ik als Europees atletenvertegenwoordiger verstand van zaken moest hebben"

“In 2005 werd ik namens Duitsland verkozen tot voorzitter van de atletencommissie van de Europese olympische comités en daardoor ook tot lid van het dagelijks bestuur. Zo kwam ik veel in aanraking met presidenten van de nationale olympische comités in Europa, maar ook met atletenvertegenwoordigers van over de hele wereld op het atletenforum van het IOC. Rond internationale wedstrijden stak ik mijn licht op over allerlei zaken. Ik vond dat ik als Europees atletenvertegenwoordiger verstand van zaken moest hebben, dus toen ik naar Canada moest voor wedstrijden, stuurde ik een email of ik in Vancouver kon komen kijken bij de voorbereidingen van de Winterspelen in 2010 en of ik in Montreal bij het WADA langs kon.”

5vragenCB-2“Het was geweldig leuk om dat allemaal van dichtbij te zien en ik kreeg ook dingen voor elkaar. We kregen op een gegeven moment in het schermen een nieuw masker van plexiglas. Volgens mij was dat gevaarlijk, maar de sporters werden daar helemaal niet bij betrokken. Op mijn initiatief is daar toen onderzoek naar gedaan aan de TU Delft. Via de Duitse schermbond, en het Duits olympische comité, waar Thomas Bach toen voorzitter was, kon ik de stem van de sporters laten horen. Ik was door eigen ervaring inhoudelijk sterk en dat viel op bij andere sporters. In 2008 hebben velen van hen mij gevraagd om mij kandidaat te stellen als atletenvertegenwoordiger in het IOC. Daar heb ik best lang over na moeten denken, want ik was een onbekende schermer. Maar ik zag de kansen die het biedt om bij het IOC aan tafel te zitten en als je het niet probeert, kun je ook niets veranderen.”

“Uiteindelijk besloot ik er voor te gaan. Ik had als sporter zelf op drie Olympische Spelen verkiezingen meegemaakt en ik was al een aantal jaren lid van het dagelijks bestuur van het EOC, dus ik wist dat ik een goede strategie nodig had en mijn netwerk optimaal moest inzetten. Ik kende veel atletenvertegenwoordigers en veel vertegenwoordigers van nationale olympische comités met wie ik al op verschillende onderwerpen had samengewerkt. Ik zorgde dat ik vroeg aanwezig was in het olympisch dorp om de sporters aan te spreken die mij nog niet kenden. Gelukkig spreek ik vijf talen en we hadden met een goed marketingconcept een flyer gemaakt waardoor ik herkenbaar zou zijn. De hele strategie werkte en waar bijvoorbeeld Justine Henin of Wilson Kipketer niet werden gekozen, werd ik door de deelnemende atleten bij de Olympische Spelen in Beijing 2008 wel als één van de vier IOC-leden verkozen, samen met bijvoorbeeld de zwemmer Alexander Popov. Ik wist alleen niet helemaal waar ik in terecht zou komen.”

"Daar in China heb ik de handen geschud van alle 115 IOC-leden, sjeiks en allerlei andere figuren, en vervolgens hoorde ik een hele tijd helemaal niets"

3. Waar kwam je in terecht?
“Ik had alle organen voor atletenvertegenwoordigers doorlopen en ik had ook best wel al eens tegen de IOC-atletencommissie aangeschopt. Niet iedereen heeft dezelfde mening dus ik wist best dat het niet makkelijk zou worden, maar Jacques Rogge (toenmalig IOC-voorzitter, red.) liet duidelijk weten dat hij de mening van atleten belangrijk vond. Hij zei letterlijk tegen me: ‘Je bent nu IOC-lid met alle rechten die erbij horen. Als je ergens iets van vindt, moet je het zeggen'.”

5vragenCB-3“Je komt terecht in een wereld van politiek en mensen die daar al heel lang in zitten. Daar in China heb ik de handen geschud van alle 115 IOC-leden, sjeiks en allerlei andere figuren, en vervolgens hoorde ik een hele tijd helemaal niets. Ik werkte in het dagelijks leven als management adviseur, maar ik wilde ook hier aan de slag. Er was één keer in het jaar een vergadering, maar ik zag meer kansen en mogelijkheden. Dus ik ging contact leggen en ik probeerde anderen mee te trekken met veranderingen. Ik werd daarbij gesteund door het IOC, want de sporters voelden zich tot die tijd nog niet op hetzelfde niveau als de andere IOC-leden, ondanks de wens van Jacques Rogge. Ik heb die brug geslagen en binnen twee jaar werd ik verkozen tot vicevoorzitter en later voorzitter van de atletencommissie. Ik beschouwde het niet als zomaar een erebaantje.”

“Een van de zaken waarop ik echt progressie heb geboekt is de atletenvertegenwoordiging. Ik zag hier kansen om met alle internationale bonden en met alle nationale olympische comités ter wereld te spreken en kreeg door het IOC ook nog eens de mogelijkheid om te reizen. Het IOC wilde hier progressie en ik heb het ze kunnen geven.”

“Ik had het geluk dat ik met Jacques Rogge en later Thomas Bach de eerste twee IOC-voorzitters heb meegemaakt die zelf oud-olympiërs waren"

“Ik was tweehonderd dagen per jaar van huis. Overal waar ik was sprak ik met mensen uit de sport. Ik zorgde ervoor dat we elk kwartaal calls hadden met de atletenvertegenwoordigers van de continenten, zodat we als er een vergadering van de executive board van het IOC was, ook de atletenvertegenwoordigers daarover konden informeren. Op die manier kwamen de atletenvertegenwoordigers beter beslagen ten ijs als ze input wilden geven en ik kon zo de stem van de basis die ik vertegenwoordigde meenemen in mijn gesprekken met de executive board.”

5vragenCB-4“Ik had het geluk dat ik met Jacques Rogge en later Thomas Bach de eerste twee IOC-voorzitters heb meegemaakt die zelf oud-olympiërs waren en daardoor de stem van de sporters belangrijk vonden en vinden. Thomas Bach heeft zelf precies veertig jaar geleden in Baden-Baden met de eerste groep sporters ooit bij een IOC-congres als atletenvertegenwoordiger mogen spreken en was daarna lid van de allereerste IOC-atletencommissie.”

“We wilden samen dat de atletenvertegenwoordiging bij nationale olympische comités en internationale bonden flink vooruit zou gaan, vandaar dat je door de IOC-agenda 2020 alleen maar IOC-lid mag worden als jouw eigen organisatie een atletenvertegenwoordiging heeft. Door die vooruitgang in het aantal atletencommissies konden we in het laatste jaar van mijn voorzitterschap op alle continenten atletenfora organiseren. Dat was voorheen alleen het geval in Europa.”

“Een mooi voorbeeld van besluitvorming is 'Principle 6' uit het Olympic Charter, dat gaat over discriminatie. Naar aanleiding van de Olympische Spelen in Sotsji wilden we ook seksuele geaardheid opnemen in de anti-discriminatieregels en op een gegeven moment belde de atletenvertegenwoordiger uit de werkgroep die daarover ging mij: ‘Claudia ik krijg het er niet doorheen, de werkgroep wil niet'. Toen heb ik het nogmaals op de agenda van de atletencommissie gezet en het opnieuw ingebracht bij de executive board, waardoor we het er uiteindelijk wel in hebben gekregen.”

"Ik heb mij geërgerd aan atletenvertegenwoordigers die vrijwel niets deden met de input van de atleten"

“Het is politiek, samenwerken en dingen voor elkaar krijgen. Als je in een bestuur zit moet je de kans grijpen, al begrijp ik best dat een andere mening niet altijd in dank voor afgenomen. Maar ik heb mij wel geërgerd aan atletenvertegenwoordigers die vrijwel niets deden met de input van de atleten. Je bent de vertegenwoordiger van de atleten binnen de organisatie en niet alleen de vertegenwoordiger van de organisatie naar de atleten toe, al draag je natuurlijk de beslissingen van het bestuur wel samen.”

4. Er wordt vaak gezegd dat Nederlanders niet goed zijn in het internationale lobbycircuit. We hebben op dit moment bijvoorbeeld geen IOC-lid meer. Is Nederland daar inderdaad slecht in en wat merk je van de cultuurverschillen binnen het IOC?
“Het IOC is onder de indruk van Nederland, Nederland heeft al eens de Olympische Spelen georganiseerd en ik hoop dat we dat ooit nog een keer voor elkaar kunnen krijgen. En we hebben ook Nederlanders gehad die er heel goed in waren, zoals bijvoorbeeld Hein Verbruggen of Camiel Eurlings. Toen ik in het IOC werd gekozen hadden we met Els van Breda-Vriesman, Hein Verbruggen, Anton Geesink en onze huidige koning al vier IOC-leden.”

5vragenCB-5“Er zijn grofweg twee soorten mensen: mensen die denken dat ze precies weten hoe het wereldje werkt en dan merken dat het allemaal toch net iets anders gaat en mensen die zich van tevoren al afkeren van het wereldje omdat ze het allemaal niets vinden en niet geloven dat ze daar iets kunnen bereiken. Ik denk dat het genuanceerder ligt. Ik kende het politieke speelveld goed, had ook nog eens een inhoudelijke achtergrond en wilde iets bereiken.”

“Je kunt echt wel wat bereiken, maar je moet een lange adem hebben. Ik vond het ook echt leuk om met al die andere culturen in aanraking te komen, maar ik zie veel Nederlanders die toch liever veilig in hun eigen groep blijven, op de oranjetribune en in het Holland Heineken House. Dat is ook geweldig en de sfeer is fantastisch. Als er een keus is tussen een internationale bijeenkomst waar je moeite moet doen om in contact te komen met anderen, of het warme bad van het Holland Heineken House, dan snap ik het ook wel. Maar mijn advies zou zijn om toch nog meer internationale contacten op te zoeken.”

"Er zijn eindeloos veel voorbeelden van leerzame of grappige momenten als het gaat om cultuurverschillen"

“Ik heb veel geleerd van die internationale contacten. In veel landen kun je bijvoorbeeld niet, zoals wij in Nederland en Duitsland gewend zijn, zomaar dingen zeggen tegen meneer de voorzitter. Ik heb ook vaker mijn mening moeten bijstellen, dat mensen tegen me zeiden: ik snap wat je zegt Claudia, maar bij ons is het anders.” 

“In de atletencommissie zaten soms mensen die je tijdens de vergadering niet hoorde, omdat ze de taal niet goed spreken, of omdat ze in hun cultuur simpelweg niet gewend zijn om gewoon hun hand op te steken als ze iets willen zeggen. Als ik buiten de vergadering om met die mensen sprak, kwamen er vaak wel goede ideeën uit, dus ik ging daar steeds meer rekening mee houden. Ik zorgde dat ik voor een vergadering informeel met mensen had gepraat, zodat ik ze in een vergadering kon steunen of kon zorgen dat de punten die zij zelf niet naar voren brachten, toch ter tafel kwamen.”

5vragenCB-6“Er zijn eindeloos veel voorbeelden van leerzame of grappige momenten als het gaat om cultuurverschillen. Ik herinner me een keer dat ik met Frankie Fredericks in Swaziland was voor een workshop. Toen wilden die jongens natuurlijk tegen hem hardlopen. Frankie trok meteen zijn schoenen uit en hij legde me uit waarom: ‘Die jongens denken dat ik alleen maar hard kan lopen omdat ik goede schoenen heb.’ Frankie wilden ze laten zien dat je niet per se goede schoenen nodig hebt om hard te kunnen lopen.” 

5. Sinds 2016 ben je geen IOC-lid meer, maar je bent wel nog altijd op allerlei manieren betrokken bij de Nederlandse, de Duitse en de internationale sport. Ga je deze zomer naar Tokio en moeten die Spelen koste wat kost doorgaan?
“Het is wat mij betreft geen wet van Meden en Perzen dat de Olympische Spelen altijd door moeten gaan. Het is ingewikkeld met zo’n pandemie en daarom zijn de Spelen vorig jaar ook uitgesteld. Toen is er direct bij gezegd, het wordt 2021 of helemaal niet. Je kunt natuurlijk overwegen het nog een keer uit te stellen, maar er hangt zo ontzettend veel aan vast. Er zijn financiële gevolgen voor iedereen die erbij betrokken is als de Spelen niet doorgaan en natuurlijk de mogelijke gevolgen voor de gezondheid als ze wel doorgaan. Ik geloof niet dat het IOC failliet gaat als het niet doorgaat, maar het zou niet alleen voor het IOC een enorme klap zijn. Het IOC geeft negentig procent van de inkomsten aan de sportwereld. Veel bonden en nationale olympische comités zijn dan ook voor een groot deel afhankelijk van het geld van het IOC. Het hele sportsysteem staat onder druk als de Spelen niet doorgaan. Maar ik denk vooral aan de sporters die deel kunnen nemen, de Olympische Spelen draaien uiteindelijk om hen.”

“Ik ben dankbaar dat ik als voorzitter van de Duitse schermbond naar Tokio mag"

“Het zou niet goed zijn als het IOC de Spelen tegen de wil van iedereen doordrukt. Uiteindelijk gebeurt het allemaal in overleg en de partijen stellen alles in het werk om de Spelen op een verantwoorde manier te organiseren. Zonder alle extra maatregelen zou het ook niet kunnen, maar ik begrijp de zorgen in Japan. Een paar maanden geleden zaten we hier in Nederland nog met dezelfde zorgen.”

“Ik ben dankbaar dat ik als voorzitter van de Duitse schermbond naar Tokio mag. Daarnaast zal ik ook bij het karate gaan kijken, als dat binnen de restricties mogelijk is. Ik heb als IOC-bestuurslid meegewerkt aan de invoering van het vluchtelingenteam voor Rio 2016. Ik wilde graag sporters en mensen die het moeilijk hebben steunen. Vandaar dat ik sinds een aantal jaren in Duitsland een stichting heb waar we juist die mensen steunen. Een van die sporters die we hebben geholpen met zijn opleiding en in de sport is Wael Shueb, een Syrische vluchteling en karateka. Hij heeft zich gekwalificeerd voor de Spelen en daar verheug ik mij enorm op.”

Alle foto's zijn ter beschikking gesteld door Claudia Bokel. Waar dat wordt aangegeven zijn ze aan haar ter hand gesteld door het IOC.

5vragenCB-7

« terug

Reacties: 1

John Volkers
22-06-2021

Voorbeeld voor velen, naar mijn bescheiden mening. Dus niet meer schuilen of duiken, Nederlandse sporters, maar naar voren treden. Laten we hopen dat die houding terrein wint in ons land. Claudia heeft het voorgedaan. 

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst