Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Henk Stouwdam, voormalig sportverslaggever NRC 25 mei 2021

Henk Stouwdam is met pensioen. Het WK Schaatsen in Heerenveen afgelopen februari was zijn laatste klus als sportverslaggever van het NRC. Stouwdam begon in 1980 als sportjournalist. Hij was erbij toen Maradona in 1986 scoorde met de hand van god, toen Ben Johnson in 1988 op doping werd betrapt tijdens de Olympische Spelen van Seoel, maar ook toen Usain Bolt zijn eerste olympische titel pakte in Beijing 2008 en zijn laatste in Rio 2016. Onder een fris zonnetje op een terras aan het Spui om de hoek van het NRC-kantoor, blikken we terug op veertig jaar artikelen tikken over sport. “Ik ben maar een eenvoudige sportjournalist, maar wel een van de krasse knarren in het vak”, lacht hij. 

door: Leo Aquina | 25 mei 2021

1. Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen en waarom heb je daarbinnen gekozen voor sportjournalistiek?
"Toen ik van de HAVO kwam, wilde ik journalist worden, maar ik werd verdorie niet aangenomen op de School voor Journalistiek. Daar was er destijds maar één van, in Utrecht. Ik had de pest in en wilde het een jaar later opnieuw proberen. In de tussentijd moest ik iets omhanden hebben en zo kwam ik terecht bij de Elburger. Het blad was onderdeel van een uitgever die meerdere regionale nieuwsbladen uitgaf. Daar heb ik als leerlingjournalist het vak geleerd.” 

"In 1989, de acht seconden verschil tussen Laurent Fignon en winnaar Greg LeMond, dat was mijn eerste Tour de France"

“De Elburger Courant was een eenmanspost en ik deed alles, raadsvergaderingen, inspraakavonden, 50-jarige jubilea, maar ik was ook een sportfreak. Ik voetbalde en volleybalde, zij het niet op hoog niveau, en ik wilde graag de sportjournalistiek in. Op een gegeven moment zochten ze bij het Deventer Dagblad een sportjournalist. Ik twijfelde. Ik was net getrouwd en als sportjournalist ben je veel in de weekenden van huis, maar ik heb toch gereageerd en ik ben aangenomen. Het Deventer Dagblad was onderdeel van de Persunie, die later samenging met de GPD. Voor de Persunie deed ik onder meer wielrennen. In 1989, de acht seconden verschil tussen Laurent Fignon en winnaar Greg LeMond, dat was mijn eerste Tour de France. Bij de GPD deed ik geen wielrennen meer, maar wel de Olympische Spelen. Ik heb in totaal dertien Olympische Spelen meegemaakt.”

5vragenaanHenkStouwdam-1“Tijdens de Spelen van Sydney in 2000 heb ik gesolliciteerd bij het NRC. Hans Klippus ging daar weg en die tipte mij. Vanuit het kantoortje van de GPD in het perscentrum van Sydney heb ik mijn sollicitatie per fax gestuurd. Om te zorgen dat die fax niet door anderen zou worden gezien, heb ik chef sport Guus van Holland gebeld om even naar het faxapparaat te lopen. Ik kende hem vanuit het wielrennen en hij heeft me aangenomen. Voor mij was dat een stap vooruit. Bij het NRC lag de lat hoger. Bij een regionale krant kon je nog wel eens ergens naartoe gaan en wel zien wat er voor verhaal uitkwam. Bij het NRC ging je altijd ergens heen met een idee. Waarom gaan we ernaartoe en welke stukken willen we tikken?"

2. Is er volgens jou verschil tussen sportjournalistiek en algemene journalistiek?
“In grote lijnen doe je hetzelfde werk, maar je schrijft over een ander onderwerp. Wel is er een andere cultuur. Verslaggevers trekken veel met elkaar op. Je reist veel en komt elkaar op verschillende evenementen tegen. De geestverwanten zoeken elkaar op. Vaak ben je ook op elkaar aangewezen. Wielerverslaggevers delen bijvoorbeeld vaak een auto. De sfeer is kameraadschappelijk en ik denk dat dat op andere redacties vaak minder is.”

“Of sportverslaggeving een vorm van entertainment is? Dat vind ik flauwekul. Als je serieuze journalistiek bedrijft, doe je dat op dezelfde manier als een politiek verslaggever in Den Haag, of een correspondent op de buitenlandredactie. Zo heb ik het in ieder geval wel altijd benaderd. Ik heb er ook altijd voor gewaakt niet te close te worden als ik journalistiek met mensen te maken had. Natuurlijk wilde ik altijd een goede relatie met mensen opbouwen, ze moeten je kunnen vertrouwen met het verstrekken van informatie. Ik had altijd een goed netwerk, maar je moet onafhankelijk blijven. Ik hield altijd afstand van sporters en bestuurders, want je moet kunnen schrijven wat je wilt.”

“Wat het werk ook niet makkelijker heeft gemaakt, is de opkomst van allerlei voorlichters, ik word helemaal gek van die categorie"

3. In welk opzicht is de sportjournalistiek in de veertig jaar dat jij meeging veranderd?
“In de kern is er niets veranderd. Je zoekt wat uit, je doet een interview, je gaat ergens heen en je doet verslag. Maar de omstandigheden zijn veranderd en het is veel moeilijker geworden om je werk goed te doen. Toen ik voor het Deventer Dagblad Go Ahead Eagles volgde, liep ik na afloop gewoon het spelershome binnen. Daar kon ik met iedereen een praatje maken en ik kreeg er enorm veel informatie. Dat is tegenwoordig ondenkbaar. Je wordt achter een lijntje gezet in een ‘mixed zone’ en bij de gratie Gods krijg je een quootje van de sporter. Het zijn een soort afwerkplekken voor journalisten. Ik heb altijd een eigen idee, waar ik het over wil hebben met de sporter, maar in een mixed zone ben je nooit alleen, iedereen luistert mee.”

5vragenaanHenkStouwdam-2“Toen ik in het wielrennen begon had je nog helemaal geen ploegbussen. Daar zijn ze bij TVM mee begonnen. De vader van een van de renners, Jantje Simons, die had een sexclub, Sauna Diana, en die kwam met een bus naar de Tour. Peter Post zei toen (imiteert de Amsterdamse tongval): ‘Dat heb toch geen niveau, zo’n bus met een blote dame erop.’ Maar niet lang daarna hadden alle ploegen een bus. Tegenwoordig zijn die allemaal hermetisch gesloten voor buitenstaanders. Als je destijds een renner wilde spreken, liep je het hotel binnen, je keek naar de kamernummers en je klopte aan. Zo heb ik Greg Lemond nog geïnterviewd op de rand van zijn hotelbed.”

“Wat het werk ook niet makkelijker heeft gemaakt, is de opkomst van allerlei voorlichters. Het is niet persoonlijk, maar ik word helemaal gek van die categorie. Ze zijn er om controle te houden en de boel af te schermen. Ik heb altijd gezegd dat je mij nooit als voorlichter zal zien. Ik vind het verraad aan de journalistiek. Daar ben ik heel rechtlijnig in.”

“Internet heeft het werk natuurlijk ook veranderd. Mijn eerste Olympische Spelen waren Seoel 1988, met Ben Johnson en de doping. Destijds belde je de kopij door naar Nederland. Je moest alle namen spellen: Cruijff, Cornelis, Richard, Utrecht, IJsbrand, Ferdinand, Ferdinand. Er zaten dames aan de andere kant van de lijn die geen flauw benul hadden wie Cruijff was, of Ben Johnson in Seoel. In dat opzicht heeft internet het allemaal makkelijker gemaakt. Je hoeft je archief niet meer mee te nemen. Vroeger gingen we naar de Tour met tassen vol papier, nu zit dat allemaal in je laptop.”

"Inmiddels zit de halve FIFA achter de tralies vanwege dat WK in Qatar. Daar had de journalistiek destijds onmiddellijk op moeten springen"

“Toch heeft internet heeft het ook moeilijker gemaakt. Tijdens de Olympische Spelen van Rio moesten wij als verslaggevers naast de krant voor het eerst ook direct stukken leveren voor internet. Voor die tijd deed de bureauredactie dat. Je was als krantenverslaggever ingesteld op een deadline en nu moet je altijd zo snel mogelijk je verhaal tikken. Voor een goed verhaal, moet je investeren. Dat kost tijd en dat wringt wel eens met druk van het publiceren voor internet."

4. Je was een van de weinige sportjournalisten die oog had voor het sportbestuur. Waarom had dat jouw interesse?  
“Beleid heeft altijd mijn interesse gehad. Bijvoorbeeld, hoe komt het tot stand? Er waren in de sportjournalistiek maar een paar mensen die het beleid echt volgden: John Volkers (voor de Volkskrant), Rob Velthuis (Trouw), Hans Klippus (AD), Bert Schaap (De Telegraaf) en ik. Het is jammer en onterecht dat er zo weinig aandacht voor is. Ik volgde NOC*NSF, maar ook het IOC. Dat zijn de organen die bepalen wat er gebeurt in de sport. Zij bepalen de omstandigheden en de regels.”

5vragenaanHenkStouwdam-3“Voordat we gaan voetballen in Qatar, neemt de FIFA daar een besluit over. Daar is nu de nodige ophef over, maar dat besluit is al jaren eerder genomen. Ieder land heeft het recht om een WK te organiseren, maar of het verstandig is om het aan bepaalde landen toe te wijzen, is een tweede. Inmiddels zit de halve FIFA achter de tralies vanwege dat WK in Qatar. Daar had de journalistiek destijds onmiddellijk op moeten springen. Daarin moeten we kritisch op onszelf zijn. De sportjournalistiek heeft destijds gefaald en daar maak ik ook deel vanuit.”

“Het mondiale sportbestuur is een afspiegeling van de wereld. Dat realiseren wij ons in Nederland niet altijd. Wij hebben onze eigen regels en onze eigen moraal, maar daar denken ze in andere werelddelen heel anders over. Dat kan ik mooi illustreren aan de hand van twee Nederlandse sportbestuurders die gedurende mijn loopbaan indruk op me hebben gemaakt: Wouter Huibregtsen en Hein Verbruggen.”

"Ik heb nooit goed begrepen hoe zo’n intelligente man als Huibregtsen niet in de gaten kon hebben dat hij niet in aanmerking kwam voor het IOC-lidmaatschap"

“Huibregtsen was voorzitter van NOC en hij heeft de fusie tussen NOC*NSF bewerkstelligd. Dat was niet zijn idee, maar hij heeft het wel voor elkaar gekregen en dat was een huzarenstukje. Hij heeft er ook voor gezorgd dat NOC topsport veel serieuzer ging nemen. Voorheen was het een veredeld reisbureau voor topsporters. De hele topsportstructuur en financiering, de organisatie die nu wordt geleid door Maurits Hendriks, is onder zijn leiding tot stand gekomen. Maar hij wilde ook IOC-lid worden en dat was een brug te ver. Dat dacht hij met verkiezingen hier in Nederland te kunnen regelen, maar zo werkt het niet in de internationale wereld. Daar gaat erom wie je kent en wie je vertegenwoordigt. Status, royalty doet het altijd goed. Huibregtsen had niet de steun van toenmalig IOC-lid Anton Geesink en die was close met IOC-voorzitter Samaranch. Die laatste heeft toen kroonprins Willem-Alexander gevraagd. Ik heb nooit goed begrepen hoe zo’n intelligente man als Huibregtsen, directeur bij McKinsey, niet in de gaten kon hebben dat hij niet in aanmerking kwam voor het IOC-lidmaatschap.”

5vragenaanHenkStouwdam-4“Hein Verbruggen snapte wel hoe het werkt. Ik denk niet dat hij helemaal koosjer was, maar Verbruggen is de beste sportbestuurder die Nederland ooit heeft gehad, want hij verstond de kunst om tot de macht door te dringen. Er gaan verhalen over hem dat hij onder een hoedje speelde met Lance Armstrong. Dat heb ik nooit uitgezocht, dus daar kan ik niet over oordelen. Wat ikzelf niet goed aan hem vond, was hoe hij China bleef verdedigen, ondanks de mensenrechtenschendingen en de omgang met de Oeigoeren. Hij was voorzitter van de coördinatiecommissie voor de Spelen van Beijing in 2008. Ik heb hem daar kritische vragen over gesteld, maar hij bleef het te vuur en te zwaard verdedigen. Hij vond de Spelen goed voor het land en hij vond dat hij er goed werk deed. Dat was misschien ook wel zo, maar je moet je ogen niet sluiten voor de misstanden. Hij is later nog ereburger geworden van Beijing. Voor mij was Verbruggen wel altijd een geweldige informatiebron in die internationale wereld.”

5. Terugkijkend op je journalistieke carrière, op welk verhaal ben je het meest trots en op welk het minst? En wat zijn je plannen nu je met pensioen gaat?
“Het meest trots ben ik op een verhaal dat ik heb gemaakt met Hugo Logtenberg, die werkte als onderzoeksjournalist bij het NRC. Daarin hebben we bloot kunnen leggen hoe Hein Verbruggen en de koning Camiel Eurlings het IOC in hebben geparachuteerd. André Bolhuis (toenmalig NOC*NSF-voorzitter, red.) wilde IOC-lid worden toen de kroonprins daar weg moest omdat hij koning zou worden, maar Verbruggen en de koning zagen Bolhuis niet zitten. Ze vonden hem ongeschikt en te oud. Toen kwamen ze uit bij Camiel Eurlings, maar die was directeur bij de KLM en de KLM wilde hem niet laten gaan. De koning heeft toen nadrukkelijk zijn invloed aangewend om de KLM te overtuigen. Verbruggen en de koning waren close met toenmalig IOC-voorzitter Jacques Rogge. Het was een politiek spelletje dat Hugo met zijn contacten bij de KLM, en ik met mijn contacten bij het IOC, boven water hebben gekregen.”

"Ik beschikte over informatie dat hij niet goed lag binnen de top van NOC*NSF en daarover wilde ik hem spreken, maar Eurlings hield die gesprekken steeds af"

“Het interview dat ik eind 2017 met Eurlings had, is het verhaal waar ik het meeste spijt van heb. Ik ben daarin niet alert genoeg geweest, maar wat mij in die kwestie het meest heeft geraakt, is dat er is gesuggereerd dat er voorafgaand aan het interview afspraken waren gemaakt. Dat is niet zo, zo werk ik niet. Ik sluit nooit dealtjes. Eurlings werd verdacht van mishandeling en ik was al langer met dat verhaal bezig. Ik beschikte over informatie dat hij niet goed lag binnen de top van NOC*NSF en daarover wilde ik hem spreken, maar Eurlings hield die gesprekken steeds af." 

5vragenaanHenkStouwdam-5"Achteraf gezien had ik die informatie veel eerder moeten publiceren. Uiteindelijk belde Eurlings mij op om naar Valkenburg te komen voor een interview. Ik ben daarop ingegaan onder de strikte en expliciete voorwaarde dat ik hem mocht vragen wat ik wilde. We hebben het interview gedaan en hij heeft mij later nog gebeld om een paar woorden aan te passen. Ik ben in dat stuk niet kritisch genoeg geweest. Ik neem mezelf kwalijk dat me dat is overkomen. Ik had het interview misschien ook niet alleen moeten doen. Ik benaderde het vanuit de sportbestuurlijke kant, maar er zaten ook veel juridische haken en ogen aan. Het was geen goed stuk en ik ben er door de ombudsman van het NRC ook hard op aangepakt. Aan de andere kant was ik wel degene die hem te spreken kreeg en het stuk heeft hem uiteindelijk ook ten val gebracht.”

“Dat was een pijnlijke periode, maar het overheerst niet als ik terugkijk op mijn loopbaan. Ik heb altijd met enorm veel plezier gewerkt als verslaggever. Ik ben ooit nog eens een halfjaartje chef geweest, maar dat past niet bij mij, achter het bureau en vergaderen. Als verslaggever trek je erop uit, je pluist zaken uit, je hebt contact met mensen en je schrijft het op. Dat is het mooiste vak wat er is. Nu ik met pensioen ga, is mijn voornemen om eerste een halfjaartje niets te doen en daarna zien we wel weer. Ik denk wel dat ik zal blijven schrijven. Ik loop al langer rond met de gedachte om het verhaal van mijn moeders familie in de oorlog op te schrijven. Ik heb nooit een boek geschreven omdat ik het niet kon combineren met mijn werk voor de krant, dus wie weet komt het er nu nog eens van.”

« terug

Reacties: 3

John Volkers
25-05-2021

Collega Henk Stouwdam had wel een kleine journalistieke onderscheiding mogen krijgen voor zijn werk om Eurlings buiten te werken. Dat was niet de bedoeling, de bedoeling was de waarheid boven tafel te krijgen. Altijd van zijn aanpak genoten en overtuigd geweest. Een van de laatste der Mohikanen. Een generatie zwaait af. Buiging. 

Guus van Holland
25-05-2021

Ik ben het eens met John, wat betreft de onderscheiding. Henk was een fijne, integere collega. Ik heb hem met plezier binnengehaald toen ik chef sport van NRC was. De hoofdredactie was het daar niet mee eens, hij was te oud (46) en zou onvermijdelijk snel uitgekeken zijn op sport en naar een andere redactie gaan. Dat is nooit gebeurd. Ik heb doorgezet en hem toch aangenomen, tegen de zin van de hoofdredactieleden. Ik kende zijn grote kwaliteiten als allround journalist en als mens, mede omdat we samen veel reportages hadden gemaakt - met als hoogtepunt ons bezoek (samen met Harry ten Asbroek) aan de familie Chiappucci, op de middag dat Claudio Milaan-Sanremo won en wij 's morgens ook een interview op Milanello hadden met Frank Rijkaard 

Koen Breedveld
25-05-2021

Mooi interview, warm én informatief, zoals een Stouwdam las.
Het ga je goed Henk, geniet van je pensioen en ik kijk uit naar nieuwe verhalen van je!

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst