Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Hilbert Bredemeijer, wethouder sport Den Haag 16 februari 2021

Hilbert Bredemeijer is sinds eind 2019 wethouder Onderwijs, Sport en Buitenruimte in Den Haag. Hij heeft brede politieke ambities, maar vooralsnog heeft de CDA’er zijn handen vol aan een brede portefeuille als wethouder. Sport is daarbij zeker geen ondergeschoven kindje. Met de wethouder nemen we de Haagse sportambities onder de loep aan de hand van het Haags Sportakkoord. 

door: Leo Aquina | 16 januari 2021

1. Je bent wethouder Onderwijs, Sport en Buitenruimte. Heb je zelf affiniteit met sport en op welke manier komt sport terug in de politieke visie van het CDA?
"Sport is een belangrijk onderdeel van mijn leven. Ik ben ermee opgegroeid en dat wil ik ook weer aan mijn eigen kinderen doorgeven. Voor mij begon het met voetballen op straat en later in verenigingsverband. Na een blessure ben ik me gaan toeleggen op hardlopen, met als hoogtepunt de marathon van Amsterdam, die ik in 2019 onder de drie uur heb gelopen. Als wethouder heb ik tegenwoordig iets minder tijd om te trainen, maar ik loop nog wel altijd drie tot vier keer per week.”

"Wij willen dat de positieve sportcultuur ook echt in de praktijk wordt uitgedragen en op dat gebied kan de gemeente veel voor mensen betekenen”

“Mijn kinderen zitten op hockey en ik kom zelf ook graag op de club. Ik vind het leuk om vrijwilligerswerk te doen, al is dat op dit moment lastig vanwege corona. Ik ben altijd actief geweest in het verenigingsleven. Ik geloof in de kracht ervan. Sport daagt uit om lekker te bewegen, maar het is voor mij ook vooral een middel om elkaar te ontmoeten. Ik zeg altijd: sport houdt de samenleving bij elkaar.”

“Op dat punt sluit sport natuurlijk goed aan bij de partijideologie van het CDA. Naast gezondheid en sociale cohesie heeft sport nog een derde belangrijke waarde. Binnen verenigingen leer je samen te werken, je aan normen en regels te houden en goed op je spullen te passen. Naast het gezin en de school speelt de sportvereniging een belangrijke rol in de opvoeding. Als ik zie hoe het sportbeleid in mijn partij wordt vormgegeven, mis ik wel eens hoe dat in de praktijk wordt ervaren.”

5vragenaanHB-1“Het mooie van mijn rol als wethouder is dat ik beleidsmatig dingen kan doen om die ideeën ook echt in de praktijk brengen. Concreet zie je dat terug in het hoofdstuk over positieve sportcultuur in ons sportakkoord. Dat gaat over vragen als: hoe ga je met elkaar om op de club; hoe ga je om met diversiteit en met grensoverschrijdend gedrag. Onlangs had ik bijvoorbeeld een afspraak met de John Blankenstein Foundation. Wij willen dat de positieve sportcultuur ook echt in de praktijk wordt uitgedragen en op dat gebied kan de gemeente veel voor mensen betekenen.”

2. Het Haags Sportakkoord heeft vier pijlers, de eerste is accommodaties. Wat zijn de grootste uitdagingen als het gaat om sportaccommodaties in Den Haag? En heeft Den Haag net als bijvoorbeeld Amsterdam een norm voor een percentage ruimte dat moet worden vrijgemaakt voor sport in de openbare ruimte?
“Toen ik eind 2019 aantrad als wethouder, was die norm er nog niet, maar inmiddels is die er wel. Dat was een van mijn belangrijkste ambities. Het is geen exclusieve sportnorm, maar een voorzieningennorm. Het gaat erom hoeveel groen er moet zijn in een wijk, hoeveel scholen, kinderopvang, huisartsen, maar ook sportvoorzieningen zoals sporthallen en sportvelden. Daarbij kijken we wel naar de verschillende type wijken in de stad. Voor het stedelijk gebied midden tussen de hoogbouw geldt een andere norm dan voor een woonwijk.”

“Die norm is belangrijk want in de komende veertig jaar komt er in Den Haag een inwoneraantal bij ter grootte van de gemeente Delft, zo’n 100.000 mensen. Als je daarvoor gebied gaat ontwikkelen is het belangrijk om aan de voorkant die norm te hanteren en niet pas als de projectontwikkelaars de grond al hebben gekocht.”

"De grootste uitdaging ligt bij het aantal sporthallen. Als we meewillen met de groei, moeten we er iedere vier jaar een nieuwe sporthal bijzetten"

“De grootste uitdaging ligt wat mij betreft in het invullen van de buitenruimtes. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat een gebied met voornamelijk hoogbouw toch voldoende buitenruimte heeft die uitdaagt tot bewegen? Denk bijvoorbeeld aan uitgepijlde hardloop-, fiets-, of skeelerroutes. Ik maak me er sterk voor dat we op dat gebied de komende jaren een aantal pilots ontwikkelen in de stad.”

“Op het gebied van accommodaties hebben we onderzocht wat er nodig is. Als het gaat om sportvelden kunnen we de groei aan, zij het dat er hier en daar wat moet worden herverdeeld. Wat spreiding van zwembaden betreft, zitten we goed maar er moet wel water bij. De grootste uitdaging ligt bij het aantal sporthallen. Als we meewillen met de groei, moeten we er iedere vier jaar een nieuwe sporthal bijzetten.”

5vragenaanHB-23. In de tweede en de derde pijler van het sportakkoord ondersteunt de gemeente enerzijds verenigingen met ‘helpende handen’ en mensen die weinig sporten en bewegen met stimuleringsprojecten. Hoe zien die ‘helpende handen’ en stimuleringsprojecten eruit?
“Die helpende handen zijn heel concreet servicemedewerkers van de gemeente die allerlei hand- en spandiensten voor verenigingen doen zoals onderhouds- of schoonmaakklussen. Dit jaar hebben we het ook voor elkaar gekregen dat we met dertig STiP-medewerkers aan de slag kunnen. Dat zijn mensen die langdurig werkeloos zijn en op deze manier weer kennis maken met min of meer regulier werk. En daarnaast hebben we ook negen ton extra vrijgemaakt voor extra sportconsulenten in de combinatieregeling om de maatschappelijke rol van verenigingen te versterken.”

“Met de stimuleringsagenda willen we verschillende groepen mensen bereiken die weinig tot niet sporten of bewegen. In totaal nemen zo’n 20.000 mensen deel aan sportstimuleringstrajecten. Dat is maar een klein deel van de mensen die een beweegachterstand hebben. 26 procent van de Haagse bevolking sport minder dan twaalf keer per jaar en dat is een grote en diverse groep verdeeld over de hele stad. Je hebt het over senioren, maar ook bijvoorbeeld vrouwen met een migratieachtergrond. Om die groepen aan het sporten te krijgen, heb je echt specifiek gerichte programma’s nodig, dat is veelal maatwerk. Er zijn bijvoorbeeld ook mensen die niet sporten om financiële redenen. Daarvoor hebben we in Den Haag de Ooievaarspas, waarmee mensen die het geld niet hebben, voor een periode gratis of met flinke korting kunnen sporten. Maar dat is slechts een kleine groep. We hebben onderzoek gedaan naar redenen waarom mensen niet sporten en die zijn heel divers. Om daarop in te kunnen spelen hebben we een living lab ingericht. Daar wordt nagedacht over hoe we mensen hun huis uit krijgen, ouderen, vrouwen, kinderen.”

“We willen graag evenementen organiseren die bij ons passen. Daarbij ligt de focus van Den Haag vooral op strandsporten, watersport en tegenwoordig ook de skatesport"

4. De vierde pijler van het Sportakkoord gaat over topsport en evenementen. Waarom is een topsport een verantwoordelijkheid van de politiek?
“Ik denk niet zozeer dat het een taak is van de politiek, maar ik denk wel dat het aan ons is om het juiste beleid te maken waardoor er een wisselwerking kan ontstaan tussen topsport en breedtesport. Topsport is om een aantal redenen belangrijk, vooral omdat het kinderen en ook andere mensen stimuleert om ook te gaan bewegen. Ik weet dat dit lastig te meten is, maar je ziet bijvoorbeeld aan de topturnhal op de Sportcampus in het Zuiderpark dat er echt een effect is. Topsport zorgt ook voor ontwikkeling van de breedtesport.”

“Natuurlijk moeten wij als gemeente de nieuwe spits van ADO niet financieren, maar als eigenaar van het stadion verhuren wij dat wel aan de club. ADO heeft een belangrijke functie in de stad, helaas niet altijd vanwege de prestaties op het veld op dit moment, maar wel vanwege de maatschappelijke waarde. Ze zetten zich enorm in voor de stad. De spelers gaan zelf de wijk in, brengen bezoekjes aan scholen en ziekenhuizen, gaan voetballen met kinderen. ADO gaat verder dan op zondag een potje voetbal.”

5vragenaanHB-3“Wat sportevenementen betreft zitten we natuurlijk in een lastige tijd. De Invictus Games die we vorig jaar al zouden organiseren, zijn voor dit jaar opnieuw uitgesteld vanwege corona. Alles schuift op. Afgelopen zomer zouden we al het EK voetbal hebben en de Olympische Spelen, wat altijd reuring geeft omdat wij met de Olympic Experience op het strand in Scheveningen een groot evenement daaromheen organiseren. Ook dat schuift op, net als de grote zeilevenementen die we op stapel hadden staan, het jeugd-WK, het WK en de Volvo Ocean Race.”

“We willen graag evenementen organiseren die bij ons passen. Daarbij ligt de focus van Den Haag vooral op strandsporten, watersport en tegenwoordig ook de skatesport. Toevallig heb ik onlangs overleg gehad met de vijf grote gemeenten en de minister van sport en daarin hebben we ook afgesproken dat we door willen pakken. We maken geen harde onderlinge afspraken om evenementen te verdelen, we hebben daarin ook zeker geen monopolie, maar we overleggen wel en we kijken hoe we elkaar kunnen versterken.”

“Het binnenhalen van grote evenementen is geen sinecure, maar wij hebben twee grote pluspunten. Ten eerste kunnen we wijzen op veel ervaring over de afgelopen tien jaar en ten tweede hebben we binnen de gemeente een speciaal bureau, waarin alle diensten zijn samengevoegd rondom het organiseren van evenementen. Daar is alle expertise gebundeld.”

"Het belangrijkste nu is dat we de infrastructuur overeind houden, zodat iedereen straks sterker uit de crisis kan komen"

5vragenaanHB-45. Tot slot het in deze tijd onvermijdelijke onderwerp: corona. Hoe heeft de pandemie de Haagse sportwereld geraakt?
“Los van het feit dat de verenigingen en sporters zoals overal in het land worden geraakt omdat zij simpelweg niet meer op de manier kunnen sporten zoals ze gewend zijn, of helemaal niet meer kunnen sporten, zijn ook de financiële problemen echt groot. De kleine sportondernemers hebben het heel erg lastig. Gelukkig zijn er nu steunmaatregelen gekomen vanuit het Rijk, want die waren hard nodig. Een tweede categorie, de verenigingen hebben het financieel zwaar, vooral vanwege de accommodatiehuur en het feit dat ze hun voornaamste bron van inkomsten, meestal de kantine, zijn kwijtgeraakt. Als gemeente komen we ze tegemoet door de huur een halfjaar kwijt te schelden. Daarnaast bieden we huurders die nu krap bij kas zitten de mogelijkheid om de huur op een later moment te voldoen. We hopen de huur voor de maanden na oktober 2020 ook (deels) kwijt te kunnen schelden. Dan heb je nog een derde categorie, de zwembaden en de ijshallen. We steunen volop, met behulp van het Rijk en steun vanuit de gemeente. Er staan geen clubs op omvallen. Als dit nog veel langer duurt wordt het echt dramatisch.”

“Als je me naar mijn ambities als sportwethouder vraagt, zijn die helaas ook enorm door corona gekleurd. Het belangrijkste nu is dat we de infrastructuur overeind houden, zodat iedereen straks sterker uit de crisis kan komen. Daarnaast wil ik graag op een aantal plekken in de stad laten zien hoe belangrijk het is om in de buitenruimte rekening te houden met sport en bewegen.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst