Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Marije Deutekom, directeur domein Gezondheid, Sport en Welzijn bij Hogeschool Inholland 30 juni 2020

Marije Deutekom is afgestudeerd bewegingswetenschapper en gepromoveerd in de geneeskunde. Als Lector Kracht van Sport spande zij zich vanaf 2015 in om de sportparticipatie in Nederland te verhogen. Haar onderzoek richtte zich veelal op doelgroepen die moeilijk toegang vinden tot sport en bewegen, maar dit juist hard nodig hebben. In februari verruilde zij haar rol als lector aan Inholland en de HvA voor die van directeur aan de Hogeschool Inholland. Het verbinden van het thema Sport & Bewegen met gezondheid en welzijn blijft de rode draad in haar werk.

door: Leo Aquina | 30 juni 2020

1. Na jaren te hebben gewerkt als Lector Kracht van Sport ben je in februari 2020 begonnen als hogeschooldirecteur domein Gezondheid, Sport en Welzijn bij Hogeschool Inholland'. Vanwaar deze overstap?

"Ik ben altijd erg enthousiast geweest over mijn rol als lector. Ik geloof in de kracht van sport, bewegen en een gezonde leefstijl en het was inspirerend om mij daar in die rol hard voor te maken. Wat ik vooral leuk vond, was mensen inspireren, kansen zoeken en partijen bij elkaar brengen. Maar als lector word je ook geacht onderzoek te doen en ik merkte dat de intrinsieke motivatie om zelf onderzoek te doen, in de loop der jaren steeds minder werd. Ik vond het leuk om een project gefinancierd te krijgen en vervolgens gaf ik het met liefde door aan collega-onderzoekers. Dat had ik op die manier nog jaren naar tevredenheid kunnen doen, maar toen kwam die vacature van Inholland langs.”

"Ik wil Inholland iets meer smoel geven naar buiten toe. Ik neem een beetje van de Amsterdamse lef van de HvA mee"

“De functie sluit heel goed aan bij mijn bredere ambitie. Ik ben gepromoveerd in de geneeskunde. Publieke gezondheid en een gezonde leefstijl hebben altijd als een rode draad door mijn werk gelopen. In mijn nieuwe functie gaat niet meer alleen over sport, maar ook over gezondheid en welzijn. Ik geloof in de verbinding tussen die verschillende domeinen en bij Inholland komt dat inderdaad bij elkaar.”

“Een concrete opdracht heb ik bij mijn aanstelling niet meegekregen, maar ik heb wel een aantal ambities. Vanuit mijn vorige werk heb ik een breed academisch netwerk en dat wil ik inzetten om bij Inholland meer samenwerking te realiseren met andere onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Op die manier wil ik Inholland ook iets meer smoel geven naar buiten toe. Ik neem een beetje van de Amsterdamse lef van de HvA mee. Daar kunnen we bij Inholland best iets van gebruiken.”

MarijeDeutekom-1“Naast de externe verbindingen wil ik ook intern de verschillende domeinen nog sterker met elkaar verbinden. Sport, gezondheid en welzijn hebben veel samenhang, maar we leiden nog altijd heel verkokerd op. Een sociaal werker weet veel als het gaat om armoede, jeugdproblematiek en pedagogiek. Hoe mooi is het als we in de opleiding al kunnen laten zien welke bijdrage sport kan hebben in de bestrijding daarvan? Natuurlijk is sport niet het eerste waar je aan denkt als werkloos en eenzaam bent. Daar moeten sportopleidingen ook oog voor hebben. Anderzijds moeten welzijsopleidingen leren inzien dat sport en bewegen juist een middel kan zijn om mensen in lastige situaties aan meer zelfvertrouwen te helpen, waardoor andere zaken in de maatschappij misschien ook weer makkelijker worden.”

2. Wat is de positie van de opleiding sportkunde binnen het domein Gezondheid, Sport en Welzijn?
"Sport is een van de kleinste opleidingen. De opleiding sportkunde zit alleen in Haarlem en we hebben welzijns- en gezondheidsopleidingen op vijf locaties; in Amsterdam, Alkmaar, Den Haag, Rotterdam en Haarlem. Binnen Inholland heeft sportkunde vooral een gezondheids- en maatschappelijk profiel.”

“Vroeger was er een woud aan verschillende sportopleidingen in Nederland, maar dat is met de introductie van sportkunde een paar jaar geleden gestroomlijnd. Op HBO-niveau heb je tegenwoordig de ALO’s en de opleidingen sportkunde. Onder dat laatste valt bijvoorbeeld de oude opleidingen sportmanagement, maar ook sport en bewegen, sport en gezondheid, noem maar op. Binnen sportkunde zijn drie aandachtsvelden: economie, gezondheid en maatschappij. De meeste onderwijsinstellingen profileren zich binnen sportkunde nadrukkelijk op een of twee van die velden en in ons geval is dat dus gezondheid en maatschappij.”

"Voor mij is het belangrijk om sport en bewegen nadrukkelijk te verbinden met de andere werkvelden en met andere opleidingen"

“Als het om uitstroommogelijkheden gaat, moet je bij het profiel van Inholland bijvoorbeeld denken aan buurtsportcoaches. Wij zitten echt aan de leefstijlkant, terwijl de opleiding sportkunde aan de HvA veel meer aan de commerciële kant zit. Voor mij is het belangrijk om sport en bewegen nadrukkelijk te verbinden met de andere werkvelden en met andere opleidingen. Als het om leefstijl gaat, kun je bijvoorbeeld denken aan preventie. In dat kader hebben we recent een expertisecentrum opgericht onder de titel Preventie in zorg en welzijn. Als we preventief willen werken kan sport en bewegen een geweldig middel zijn in de strijd tegen ziekte en eenzaamheid. Daar moeten we onderzoekslijnen voor opzetten, waarbij we inhaken op maatschappelijke ontwikkelingen. Er moeten vanuit verschillende opleidingen teams op aanhaken. Dat krijg ik als individu niet één-twee-drie voor elkaar, maar het is wel de koers die ik wil inzetten.”

MarijeDeutekom-23. Kun je de maatschappelijke ontwikkelingen duiden waarop je wil inhaken?
"Je ziet in de tijd waarin we nu leven pijnlijk duidelijk worden hoe belangrijk het is om gezond te zijn. Bij veel coronapatiënten op de ic’s was sprake van leefstijlgerelateerde onderliggende aandoeningen. We moeten echt iets met preventie. Dat wordt al heel lang geroepen, en dan was altijd meteen de vraag: wie betaalt het en wie heeft er baat bij?”

“De urgentie is nu eens te meer duidelijk. Tegelijkertijd zie je dat de zorg voor mensen steeds lager bij gemeentes wordt belegd, waardoor mensen in de wijk echt verantwoordelijk worden gehouden voor het oplossen van problemen. Dat is goed, maar je kunt die problemen niet los van elkaar zien. Het gaat niet alleen om eenzaamheid, of alleen om overgewicht. We snappen steeds beter dat het complexe problemen zijn die je van verschillende kanten moet bekijken en die je alleen met professionals uit verschillende expertisevelden kunt oplossen.”

“Die verschillende domeinen vinden elkaar echter niet al te makkelijk. Als je bij de gemeente komt en je wil iets met sport, is het simpel. Als je aanklopt omdat je iets wilt met sport en vluchtelingen, wordt het lastig, want dat zijn twee verschillende domeinen. De hele samenleving is verkokerd en als wij verkokerd blijven opleiden, blijft dat zo. We leiden op dit moment op voor oude beroepen, maar over tien jaar bestaan die misschien helemaal niet meer. Is het logisch dat je een aparte pabo hebt, een aparte alo, een aparte opleiding pedagogiek en een aparte opleiding social work? Misschien moet je daar een opleiding ‘Jeugd’ van maken met verschillende uitstroomprofielen, zoals onderwijs of zorg. De opleiding sportkunde is al een stap in die richting.”

“Met het oog op de toekomst is dit wel een mooie katalysator geweest als het gaat om digitaal onderwijs. De angst is er nu vanaf"

4. In je huidige functie ligt het accent meer op management dan op onderzoek en bij binnenkomst werd je meteen geconfronteerd met de corona-maatregelen. Wat betekende dat voor jouw dagelijkse werkzaamheden en denk je dat de coronacrisis ook gevolgen heeft op de lange termijn?
“Ik heb na binnenkomst inderdaad twee normale werkweken gehad, daarna zaten we allemaal thuis. Toen ik hieraan begon had ik veel ideeën over de visie naar voren, maar ik belandde meteen in een situatie waar crisismanagement werd gevraagd. Ik moest me bezighouden met acute vragen als: hoe kijken we naar toetsing? Wat doen we met het examenreglement? En natuurlijk: hoe richten we het onderwijs digitaal in? Het was heel heftig, maar tegelijkertijd was het voor mij ook een heel goed inwerkprogramma. Nu snap ik veel beter hoe allerlei zaken in elkaar zitten. Van daaruit kunnen we straks weer gaan bouwen.”

MarijeDeutekom-3“Hoe het onderwijs in september uit gaat zien, is op dit moment nog onduidelijk. Alles hangt af van de komende overheidsmaatregelen. We zitten nu nog met zware restricties. Er kan maar twintig procent van het onderwijs offline gegeven worden door de regelgeving binnen onze onderwijspanden en omdat de vervoersbewegingen van de studenten zijn geminimaliseerd omdat ze alleen na elf uur en voor drie uur in het openbaar vervoer mogen. We kunnen op dit moment dus weinig, maar aan de andere kant heb ik de afgelopen maanden ook heel veel positieve dingen gezien.”

“We zijn razendsnel in staat geweest om ons offline onderwijs online te zetten. Er stond druk op de ketel en ik heb veel zorg over de docenten die allemaal keihard werken. Neem bijvoorbeeld een zestigjarige docent social work, wiens digitale wereld niet verder gaat dan e-mail. Die moest van de ene op de andere dag digitaal lesgeven. En ze doen het allemaal. Daar heb ik enorm veel respect voor. Waar ik me ook zorgen over maak, is dat er mensen onder de radar blijven. Dat zie ik gebeuren in mijn eigen team, maar het gebeurt natuurlijk ook met studenten. In de klas ben je erbij, dan kun je zien of iemand zit in te dommelen. Als iedereen thuiszit, is het lastiger. We bellen nu veel met studenten om het te ondervangen.”

“Met het oog op de toekomst is dit wel een mooie katalysator geweest als het gaat om digitaal onderwijs. De angst is er nu vanaf. We hebben laten zien dat het kan, maar meer dan een eerste aanzet is het niet. Vaak is het offline onderwijs online gezet, dezelfde stof, dezelfde toetsen, maar dan digitaal. Maar als je het echt goed wil doen, moet je uiteindelijk natuurlijk je hele curriculum aanpassen. Hoe gaan we ervoor zorgen dat studenten ook echt iets leren en niet alleen passief naar een scherm staren? Ik denk dat de coronacrisis het denken daarover wel in een stroomversnelling heeft gebracht. Je kunt je nu afvragen of we in de toekomst nog wel hoorcolleges willen geven. Misschien kunnen we beter een kennisclip ontwikkelen en daarover in kleinere groepen discussiëren met studenten.”

"Ik ben voor competentiegericht onderwijs, meer formatief dan normatief"

“Ik hoop ook dat het uiteindelijk zal leiden tot een andere visie op toetsen. Nu heb je zes weken een blok, daarna doe je een toets en krijg je een vinkje. Wat mij betreft moet het veel meer gericht zijn op het individu. Ik ben voor competentiegericht onderwijs, meer formatief dan normatief. Ik denk daarbij aan werken in living labs, daarin kun je als student echt zelf uitvinden of je de professional bent die je straks wil zijn.”

5. Tot slot iets heel anders. Vorig jaar was je een van de gangmakers achter de organisatie van de Dag van het Sportonderzoek. Hoe kijk je daarop terug en heb je nog tips voor je opvolger Steven Vos van Fontys Sporthogeschool?
"Als Dag van het Sportonderzoek waren we altijd op zoek naar onze precieze status. Wat wilden we zijn, een wetenschappelijk congres of echt iets vanuit de hogescholen? Daarom hebben wij ons vorig jaar specifiek gericht op de impact van sportonderzoek. Het gaat om de verbinding tussen de wetenschap en de praktijk, waar onderzoeker en gebruiker van de kennis samenwerken om verder te komen. Sport is daar bij uitstek geschikt voor omdat je heel tastbaar praktijkgericht onderzoek kunt doen.”

MarijeDeutekom-4“In die vorm onderscheiden we ons daarmee echt van een wetenschappelijk congres, waar de onderzoeker in twaalf minuten een presentatie geeft over de inhoud van het onderzoek. Dat is eigenlijk niet zo interessant want de resultaten van wetenschappelijk onderzoek zijn overal te vinden. Bij ons draaide het om de vraag hoe een onderzoeker gekomen was op zijn aanpak. Wat was het concrete probleem en hoe heeft hij dat in een passende onderzoekvorm gegoten? Juist op dat gebied kunnen onderzoekers veel van elkaar leren.”

“Tips voor Steven? Die heb ik hem wel al gegeven. Doorgaan op de ingezette koers. De hogescholen doen het samen met Kenniscentrum Sport & Bewegen en Mulier Instituut, maak ook gebruik van die partners. Probeer rondom de dag zelf ook veel te doen in de communicatie. Zorg vooraf bijvoorbeeld voor interviews met keynote speakers en ook achteraf. Daarmee zetten we de Dag van het Sportonderzoek nog beter op de kaart.”

« terug

Reacties: 1

stan stolwerk
01-07-2020

Marije, mooi dat je even alle ruimte kreeg hier te reflecteren op verleden, heden en vooral toekomst. Hoop je snel weer te zien, spreken (LOF) : carry on the good (new)  job daar, zoals gezegd, tot snel, Stan

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst