Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Maarten van Bottenburg, hoogleraar Bestuurs- en Organisatiewetenschap 19 mei 2020

Maarten van Bottenburg houdt zich al een leven lang vanuit wetenschappelijk perspectief bezig met (top)sport. Als sportsocioloog heeft hij talloze publicaties op zijn naam, variërend van onderzoek naar de invloed van beleid op topsportsucces, tot onderzoek naar de ontwikkeling van de sportvereniging als institutie. Sinds 2017 is hij niet langer hoogleraar Sportontwikkeling, maar bekleedt hij de algemene leerstoel Bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Hij geniet intens van (top)sport: " Het leven wordt gewoon vrolijker en gekleurder van sport." Sport is voor Van Bottenburg een prachtig laboratorium om de temperatuur van de samenleving te meten. Hoe is dat in tijden van corona?

door: Leo Aquina | 19 mei 2020

1. Heb je met het verruilen van de leerstoel Sportontwikkeling voor die van Bestuurs- en Organisatiewetenschap. de sport als werkgebied vaarwel gezegd?
"Zeker niet! Ik gebruik de sport nog altijd als onderzoekcontext. Sport is een soort 'Madurodam van de samenleving', een klein eigen wereldje waar alle grote vraagstukken van de samenleving ook te zien zijn, discriminatie, seksuele intimidatie, sociale binding, heterogeniteit, diversiteit. Het vergroot dingen uit en daarom is het een prachtig laboratorium en een dankbaar onderwerp omdat iedereen er wel een mening over heeft."

"Ik richt mijn onderzoek op veranderingen in het besturen en organiseren van de sport onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen"

"Van 2013 tot 2018 had ik een zware bestuurs- en managementtaak, waardoor ik minder aan onderzoek en publicatie toekwam. Sinds 2018, na mijn sabbatical, richt ik me weer volop op onderzoek en onderwijs. Ik heb de algemene leerstoel van wijlen Paul Verweel overgenomen, waardoor mijn oude leerstoel (Sportontwikkeling) is vrijgekomen en die gaan we ook weer bezetten. Ik leidt nog altijd de leerstoelgroep Sport & Society, waarin we bijvoorbeeld een evaluatieonderzoek doen naar de Vuelta in Utrecht - die nu vanwege de coronacrisis niet doorgaat - en onderzoek uitvoeren naar bijvoorbeeld matchfixing, betrokkenheid van atleten in het sportbestuur, en criminele ondermijning van sportverenigingen."

"Ik heb de term sportontwikkeling altijd breed opgevat. Het gaat ook niet zozeer om de definitie. Ik richt mijn onderzoek op veranderingen in het besturen en organiseren van de sport onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen."

XL18-5vragenaanMvB-12. De sport als 'Madurodam van de samenleving' wordt net als de 'echte' wereld hard geraakt door de coronacrisis. Hoe hard is die klap en verwacht je blijvende gevolgen?
"Het is heel heftig, maar ik wil het ook een beetje relativeren. Ik beschouw het als een tijdelijk probleem. Het zal misschien één of twee jaar duren. Het wordt nu verabsoluteerd. Het nieuwe normaal? Absoluut niet. Ik hoorde laatst iemand zeggen: 'We leven in het tijdelijke abnormaal'. Dat lijkt me een betere interpretatie. Net als de rest van de wereld, moet de sport zich aanpassen. Ja, het treft de sportwereld hard, ook in financieel opzicht, maar het is tijdelijk. Honderd jaar geleden hadden we de Spaanse Griep en daarna hebben we een eeuw lang kunnen genieten van sport. We hebben het nooit meer over die pandemie gehad. De sport heeft een enorme groei en bloei doorgemaakt. Over tien of twintig jaar zullen we deze crisis ook beschouwen als een korte periode in de geschiedenis, wat natuurlijk niet betekent dat je nu geen maatregelen moet nemen om de crisis het hoofd te bieden."

"Als je me naar mogelijk blijvende gevolgen vraagt, zie ik twee ontwikkelingen, die deels tegenstrijdig zijn. Aan de ene kant zie je een versnelling van allerlei innovaties die sowieso al aan een opmars bezig waren in de sport. Je ziet dat er op allerlei manieren wordt geëxperimenteerd met het digitale sportaanbod en meer individuele vormen van sport komen in een stroomversnelling. Verenigingen en commerciële aanbieders bedenken ook allerlei alternatieven omdat ze niet de diensten kunnen verlenen zoals ze normaal gewend zijn te doen. Mensen worden verleid tot alternatieven met apps en digitale work-outs. Veel mensen ontwikkelen een nieuw ritme en als het bevalt, waarom zou je het daarna dan loslaten? Het leidt tot een verrijking van het aanbod."

"Televisiekijken is surrogaat vergeleken bij het fysiek ‘live’ bijwonen van sportwedstrijden. Dat blijft toch het mooiste wat er is"

"De tweede ontwikkeling, die daarnaast of misschien wel ertegenover staat, is een herwaardering van de sociale en fysieke manier van sporten. Wat gewoon en vanzelfsprekend was, blijkt dat nu opeens niet meer te zijn want we kunnen het niet meer doen. Brood en Spelen? Ja, we missen de sport, het zelf doen, maar ook erover kunnen praten. Het leven wordt gewoon vrolijker en gekleurder van sport. Er wordt nu gepraat over voetbalwedstrijden en andere grote sportevenementen zonder publiek, maar dan is de lol er toch wel een beetje af. Natuurlijk, we kunnen veel in beeld brengen met allerlei vormen van media, maar zonder publiek? Zo was het natuurlijk niet bedoeld. Televisiekijken is surrogaat vergeleken bij het fysiek ‘live’ bijwonen van sportwedstrijden. Dat blijft toch het mooiste wat er is. Als het om zelf sporten gaat, is het digitale alternatief een zegen, maar het betekent ook een verarming. Al zou het op den duur natuurlijk kunnen leiden tot nieuwe vormen waarin digitaal, fysiek en sociaal worden gecombineerd. Dat zou alleen maar mooi zijn."

3. Als hoogleraar Bestuurs- en Organisatiewetenschap schenk je ook aandacht aan de manier waarop sport bestuurd en georganiseerd wordt. Anticipeert de sportwereld bestuurlijk adequaat (genoeg) op de coronacrisis?
"De reacties zijn natuurlijk heel verschillend, maar over het algemeen ben ik toch ook wel verbaasd hoe weinig eensgezind het is en hoe weinig leidinggevend vermogen er naar boven is gekomen. Het Betaald Voetbal heeft het eigenlijk aan de regering overgelaten om beslissingen te nemen. Net als het IOC ten aanzien van de Olympische Spelen, heeft de KNVB ten aanzien van de voetbalcompetities veel te lang een afwachtende houding aangenomen. Veel sportorganisaties leken verlamd door onenigheid. Dat vond ik stuitend en het valt me tegen."

XL18-5vragenaanMvB-2"Het is gemakkelijk om net te doen alsof de problematiek voor de sport anders is dan voor de rest van de samenleving en je kop in het zand te steken. Dat dwingt de overheid vervolgens om keuzes voor jou als sport te maken, maar dan moet je ook niet klagen. De sport had een veel pro-actievere houding kunnen aannemen. Dat was bijvoorbeeld wel het geval toen Rutte aankondigde dat kinderen weer mochten gaan sporten. Hij zei daar nadrukkelijk bij dat hij hoopte dat sportclubs hun poorten open zouden stellen voor alle kinderen en niet alleen voor leden. De hockeybond zie je vervolgens in de media verklaren dat zij zich daar sterk voor wil maken. Op die manier kun je laten zien hoe betekenisvol sport kan zijn voor de samenleving. Daar heeft de voetbalwereld een gouden kans laten liggen."

"Ook het IOC bleef de problematiek in eerste instantie ontkennen. Er was weinig coördinatie en leiding en uiteindelijk werden ze ingehaald door de feiten. Beslissingen worden afgedwongen door derden. Dat is het gevaar als je zelf geen leiderschap toont. De organisatie van de Olympische Spelen in een stad als Tokio is natuurlijk ontzettend complex, maar je moet als IOC toch laten zien dat je niet in een aparte wereld leeft. Jouw beslissing staat niet los van overheidsbeleid. Leg uit met welke complexe materie je worstelt."

"Ook het betaalde voetbal staat niet los van de rest van de samenleving. Dat geldt twee kanten op. Enerzijds moet de sport de tering naar de nering zetten als we straks de financiële rekening van de coronacrisis gepresenteerd krijgen, net als de rest van de samenleving. Anderzijds is het ook wel heel makkelijk om te roepen dat ze in het voetbal maar hadden moeten zorgen voor voldoende buffers. Dat zeggen we ook niet tegen al die zzp-ers, tegen de horeca of tegen de cultuur. De vraag is hoe belangrijk vinden we een sector en wat hebben we er als samenleving voor over om een sector door de crisis te slepen. Mijn antwoord is in het geval van het voetbal 'ja, die moeten we door de crisis helpen'. Een wereld zonder sport betekent verschraling, zoals ook een wereld zonder musea een verschraling is. Dat neemt niet weg dat iedere sector ook zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. Je kunt niet alleen maar je hand ophouden."

"De coronacrisis raakt veel sportclubs financieel hard"

4. Naast je werk voor de universiteit ben je sinds begin dit jaar bij Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) actief als bestuurder. Heeft die stichting het extra druk vanwege de coronacrisis?
"Ja, de coronacrisis raakt veel sportclubs financieel hard. In normale omstandigheden verstrekt SWS borgstellingen aan banken voor investeringen van sportclubs in accommodaties. Dankzij een donatie van het ministerie van VWS is nu een noodkrediet gecreëerd, waarmee SWS een borgstelling kan afgeven voor een liquiditeitstekort van sportclubs die door de coronacrisis in financiële problemen zijn gekomen. Uitgangspunt daarbij blijft of het aannemelijk is dat de kapitaalslasten van het krediet kunnen worden voldaan door de club."

XL18-5vragenaanMvB-3"Er vindt bij SWS altijd een toetsing plaats om te kijken of het verantwoord is. Het fonds heeft geen oneindig diepe zakken en je kunt een borgstelling maar één keer uitbetalen, dus we gaan ervan uit dat de stichting zich borgstelt voor leningen die ook daadwerkelijk worden terugbetaald. De afgelopen decennia heeft SWS heel weinig hoeven uitbetalen, wat aangeeft dat verenigingen over het algemeen heel betrouwbare partners zijn. We verwachten dat dat nu met de coronacrisis niet anders zal zijn."

5. Tot slot, je bent 58 jaar, de pensioengerechtigde leeftijd komt in zicht, in de verte dan. Hoe ziet jouw eigen toekomst eruit?
"Voor mij voelt pensioen nog heel ver weg en ik voel er ook absoluut geen hunkering naar. Het voordeel van mijn beroep is bovendien dat je het gewoon kunt blijven doen. Ik vind het werk superleuk en ik heb dus niet de ambitie om iets radicaal anders te gaan doen. Ik denk er wel over na om iets neer te zetten dat ook levensvatbaar is op de langere termijn. Ik moet dus zorgen voor opvolging en voor inbedding van het onderzoeksgebied binnen de universitaire organisatie en in verbinding met de buitenwereld zoals Sport & Society nu doet. Financieel moet het ook goed onderbouwd zijn, want ik wil iets neerzetten dat ook na mijn afscheid verder gaat. Binnen Sport & Society zoeken we daarom ook steeds naar nieuwe onderwerpen. Ik vind het zelf ook leuk om steeds weer met nieuwe thema's aan de slag te gaan. Sommige dingen kun je ook niet voorspellen. Zo'n thema als criminele ondermijning van sportverenigingen stond een jaar of tien geleden absoluut niet op de agenda."

"Ik wil mij de komende tijd specifiek richten op de ontwikkeling van sportorganisaties als instituties. Voor mijn generatie zijn sportverenigingen welhaast vanzelfsprekend. Sportverenigingen zijn ontstaan in de negentiende eeuw en hebben zich in de twintigste eeuw echt gevestigd, maar inmiddels staat de legitimiteit van deze institutie ter discussie. Hoe sterk verenigingen als instituties zijn, hangt uiteindelijk allemaal af van het vermogen om zich aan te passen aan de veranderende samenleving."

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst