Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Esther Vergeer, chef de mission Team NL op de Paralympische Spelen 17 december 2019

Esther Vergeer is zevenvoudig paralympisch tenniskampioen. Ze werd vijf maal gekozen tot gehandicapte sporter van het jaar, ze won de Laureus World Sports Awards in 2002 en 2008 en ze is ereburger van Woerden. Na de Paralympische Spelen van Londen in 2012 hing zij haar tennisracket aan de wilgen, maar zij bleef actief in de sportwereld, als toernooidirecteur van het ABN Amro rolstoeltennistoernooi, als assistent-chef de mission op de Paralympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro, als chef de mission voor de Paralympische WinterSpelen in PyeongChang en natuurlijk met haar eigen Esther Vergeer Foundation, die dit jaar vijftien jaar bestaat. Afgelopen najaar werd Vergeer moeder van een dochter: Jinte. "Het allermooiste wat me is overkomen", zegt zij daarover. Maar ook: "Ik wil geen thuiszittende moeder zijn, dat past helemaal niet bij mij." Genoeg te doen, want komend jaar is Vergeer chef de mission van de Nederlandse paralympische ploeg in Tokio. 

door: Leo Aquina | 17 december 2019

1. Je hebt bij de Paralympische Winterspelen van PyeongChang het stokje overgenomen van André Cats als chef de mission. Was dat een logische stap? 
"Of het logisch was, weet ik niet. Londen 2012 waren mijn laatste Olympische Spelen als sporter. Toen vroeg André of ik iets voelde voor die rol. Hij dacht dat het mij wel zou liggen. Ik was natuurlijk al toernooidirecteur van het ABN Amro rolstoeltennistoernooi en ik had mijn eigen stichting, maar ik had geen tienjarenplan voor na mijn carrière. Toen ben ik het in eerste instantie bij de Paralympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro samen met André gaan doen, als zijn rechterhand. Maar het is niet vanzelfsprekend dat je daarna ook daadwerkelijk zelf chef wordt natuurlijk. André liet mij meelopen en hij gaf me veel vrijheid. Dat was een fijne samenwerking: learning by doing."

"Er zijn ook situaties waarin je even op je strepen moet gaan staan, met de sporter en zijn sport op de eerste plaats"

"Als chef de mission moet je de faciliteiten regelen en klaarstaan voor de sporters als ze iets geregeld willen hebben. Je moet ook de internationale contacten met het IPC (Internationaal Paralympisch Comité) leggen en je hebt veel bijeenkomsten ter plekke. Je moet beslissingen nemen, bijvoorbeeld over wie de vlag mag dragen en je moet contacten onderhouden met NOC*NSF en het Koninklijk Huis. Er zijn veel protocol-achtige dingen, maar tegelijkertijd ben je praktisch bezig om de sporters zorgeloos door de Spelen te helpen. Daarvoor heb je vooral een gezonde dosis logisch verstand nodig en je moet communicatief vaardig zijn. Er zijn ook situaties waarin je even op je strepen moet gaan staan, met de sporter en zijn sport op de eerste plaats. Dan helpt het inderdaad wel dat mensen mij nog kennen van mijn eigen sportcarrière, al kan het ook wel eens lastig zijn. In het netwerken kan ik nog veel leren, maar ik heb het idee dat mensen snel op hun gemak zijn bij mij. Ik heb geen dubbele agenda en probeer zo open mogelijk te zijn."

5vragenEstherVergeer-1"Ik denk dat je ook een goede chef de mission kan zijn zonder dat je een topsportcarrière hebt gehad, maar ik denk wel dat zo'n verleden een voordeel is. Ik kan mij goed inleven in de sporters. Ik weet welke spanning het met zich meebrengt en dat geeft een makkelijke klik met coaches en sporters. Als sporter leer je jezelf goed kennen en weet je goed wanneer je op de voorgrond moet treden of juist niet. Je leert bovendien omgaan met situaties waar je niet op bent voorbereid en dat vind ik ook wel spannend. Gelukkig ken ik de organisatie en de mensen al jaren en uiteindelijk neem je veel beslissingen als team." 

2. In Nederland is de paralympische sport ondergebracht bij de reguliere sportkoepel NOC*NSF. In de meeste andere landen zijn de Paralympische en Olympische Sporten strikt gescheiden. Hoe kijk jij daar tegenaan?
"Ik geloof heel erg in de integratie. Als je voor paralympische sport alles apart moet regelen, kost dat allemaal extra tijd en geld. Tegelijkertijd is het voor de paralympische sporters vaak best lastiger om hun plekje te bevechten, omdat er nu eenmaal meer geld gaat naar de olympische sporten. Maar vanuit NOC*NSF en ook maatschappelijk is er veel aandacht voor diversiteit en integratie. Zo voegen we de daad bij het woord."

"In het verleden waren IPC en IOC strikt gescheiden. Dat had ook te maken met de visie van Sir Philip Craven (IPC-president 2001-2017, red.). Hij wilde dat het IPC echt een heel eigen merk was met een eigen positionering. De huidige voorzitter Andrew Parsons heeft daar nieuwe en frisse denkbeelden over. Hij wil echt samenwerken waar we kunnen. Natuurlijk moet er soms apart gedacht worden. De organisaties zijn juridisch anders georganiseerd, dat kan niet zomaar samen. Maar ik voorzie wel veel meer samenwerking in de toekomst."

"Paralympisch wordt Nederland echt gezien als een gidsland"

"In mijn rol als chef de mission besteed ik aandacht aan die integratie als er ruimte voor is. Het biedt mij ook een platform om bijvoorbeeld eens van gedachten te wisselen met de voorzitter. Paralympisch wordt Nederland echt gezien als een gidsland. Internationaal zijn ze onder de indruk hoe wij als klein landje met een beperkt budget toch heel goede resultaten neerzetten. Ik vind dat we die rol als gidsland ook moeten innemen en het bevorderen van die integratie is daar een onderdeel van. Het is ook waar mijn foundation voor staat. Ik geloof erin. Sport is belangrijk voor het zelfvertrouwen en iedereen wil ergens bij horen.

5vragenEstherVergeer-23. Je viert dit jaar het vijftienjarig bestaan van de Esther Vergeer Foundation. Hoe is dat destijds begonnen en hoe heeft het zich in de afgelopen vijftien jaar ontwikkeld?
"Nadat ik in 2004 in Athene paralympisch goud had gewonnen, kreeg ik veel mailtjes en telefoontjes. Mensen spraken me ook aan in de supermarkt. Het waren vaak ouders met een gehandicapte zoon of dochter die ook wilde sporten en ze wisten niet waar ze naartoe moesten. 'Dat het nog bestaat in 2004', dacht ik toen. Zelf ben ik ooit bij de hand genomen door een sportconsulent van het revalidatiecentrum, maar ik zag toen dus dat dat niet vanzelfsprekend was. Ik wilde die mensen graag helpen, maar ik was ook druk met mijn eigen sportcarrière. Toen kwam Guido Klomp, een van de mensen die mij hielp bij mijn eerste sponsorcontract met Ernst & Young, met het idee van een stichting. Dat was een mooie manier om mensen te helpen, en voor mij was het bovendien een mooie manier om mij persoonlijk te ontwikkelen."

"We zijn begonnen met twee clinics op toernooien waar ik toch al was. We wisten niet zo goed waar behoefte aan was, maar we wilden gewoon starten. In ons achterhoofd speelde ook de gedachte dat we onszelf binnen een paar jaar overbodig zouden maken., omdat de georganiseerde sport het toch ook wel over zou nemen. Na die clinics zijn we naar mytylscholen gegaan, omdat daar een deel van onze doelgroep zat. Op een gegeven moment deden we negentig clinics per jaar. De kinderen waren heel enthousiast, maar we merkten dat er toch maar heel weinig doorstroomden naar (tennis)verenigingen. Daarom hebben we vier jaar geleden een switch gemaakt."

"Wij gaan tegenwoordig actief op zoek naar kinderen binnen onze doelgroep die willen tennissen"

5vragenEstherVergeer-3"We zijn ons meer gaan richten op het sporten voor kinderen met een handicap bij verenigingen. Dit doen we onder andere in samenwerking met de KNLTB. Zonder de bond kan het niet en zij hebben ook een bepaalde verantwoordelijkheid om draagvlak te creëren. Wij gaan tegenwoordig actief op zoek naar kinderen binnen onze doelgroep die willen tennissen. Dat doen we bij scholen, revalidatiecentra, fysiotherapeuten en in ziekenhuizen. Als een kind wil tennissen, dan zorgen wij dat het kan aansluiten bij een club in de buurt. We adviseren de verenigingen: 'wat zijn de consequenties?, 'waar moet je rekening mee houden?' en 'welke aanpassingen zijn er echt nodig?' Daarnaast leiden we de trainers op. De KNLTB zorgt voor de opleiding 'rolstoeltennis' maar wij hebben een 'train de trainer'-programma ontwikkeld waarbij de trainers handvatten krijgen hoe ze kinderen met een handicap les kunnen geven en ze de nadruk kunnen leggen op bijvoorbeeld het ontwikkelen van zelfvertrouwen."

"We vinden het belangrijk om iedereen in de omgeving van gehandicapte kinderen bewust te maken van de mogelijkheid om te sporten. Ouders hebben het vaak druk. Ze hebben misschien ook nog andere kinderen en ze moeten toch al vaak naar het ziekenhuis, daardoor wordt sport voor gehandicapte kinderen nog wel eens vergeten. We willen ook artsen laten weten dat ze vanaf het begin niet alleen bezig moeten zijn met bijvoorbeeld wondgenezing na een amputatie, maar dat ze ook het belang van sport inzien. Dat hoeft niet meteen, maar ze mogen wel weten dat de mogelijkheid er is."

4. Hoeveel geld gaat er ongeveer om in de foundation, waar halen jullie die fondsen vandaan en waar gaat het aan op?
"We hebben een begroting van rond de vijf ton. Een deel komt van onze sponsor Qualcomm, een chipfabrikant, en een ander deel uit fondsen van de Dirk Kuyt Foundation, de Johan Cruyff Foundation, het Fonds Gehandicaptensport en de VriendenLoterij. We hebben een directeur en drie projectmanagers voor ongeveer drie dagen per week. Daarnaast hebben we ongeveer tien vrijwilligers. Met elkaar zorgt dat team voor de contacten met instanties, verenigingen, en alle andere partijen die betrokken zijn bij rolstoeltennis voor kinderen. Er zijn nu dertig verenigingen verspreid over Nederland waar kinderen terecht kunnen."

"We proberen vooral drempels weg te nemen. Materiaal is kostbaar, dus wij zorgen ervoor dat kinderen een rolstoel in bruikleen kunnen krijgen als zij willen tennissen. Daarnaast gaan we in gesprek met de tennisvereniging als contributie een probleem is. We proberen het daarmee laagdrempelig te maken, niet gratis. Als je wil sporten kost dat geld, ook voor kinderen met een handicap. Maar wij kunnen, zeker als er veel extra kosten zijn, wel voor een helpende hand zorgen."

"Met Durf te Dromen hopen we ouders en kinderen met een lichamelijke beperking, maar ook artsen te inspireren"

”Naar aanleiding van ons 15-jarig jubileum dit jaar hebben we samen met sportmarketingbureau 2Basics het 'Durf te Dromen’-project opgezet. Vijftien fotografen hebben de dromen van vijftien kinderen uit onze projecten op een unieke manier vastgelegd. Wij zijn er namelijk van overtuigd dat sport er voor zorgt dat je zelfvertrouwen krijgt en zelfvertrouwen zorgt ervoor dat je durft te dromen. De vijftien foto’s vormen samen een foto-expositie die tot en met 2020 door het land reist langs vijftien ziekenhuizen en revalidatiecentra. Met Durf te Dromen hopen we ouders en kinderen met een lichamelijke beperking, maar ook artsen te inspireren, laten zien wat er allemaal mogelijk is op het gebied van sport, awareness te creëren én om anderen te motiveren ons hier verder bij te helpen.

"Op dit moment houden we ons alleen nog met rolstoeltennis bezig, maar we denken na over de mogelijkheid om hetzelfde te doen in andere sporten. Niet ieder kind dat wil sporten, wil per se tennissen. We moeten daarbij wel goed onderzoeken of onze methode ook bij andere sporten kan werken. Uiteindelijk willen we dat ieder kind de kans krijgt om gewoon te sporten. Als je in nood bent, weet je dat je 112 moet bellen. Als je gehandicapt bent en je wil sporten, moet je bij de Esther Vergeer Foundation zijn om je verder te helpen"

5vragenEstherVergeer-45. Tot voor kort zat je in de Nederlandse Sportraad. Waarom ben je daaruit gestapt en hoe belangrijk vind jij het werk van de sportraad?
"Ik zit net als Pieter (van den Hoogenband, red.) niet meer in de Nederlandse Sportraad om te voorkomen dat er belangenverstrengeling zou kunnen ontstaan. Als we enerzijds vanuit NOC*NSF als chef de mission functioneren en anderzijds een positie innemen bij de onafhankelijke sportraad, zou er ruis op de lijn kunnen komen en dat moet je niet willen."

"Ik hield me bij de Nederlandse Sportraad vooral bezig met evenementen, bewegen op scholen en ik stak natuurlijk altijd het vingertje op voor de paralympische sport. Dat wordt bij veel organisaties toch nog regelmatig vergeten. Ik voel me op dat gebied wel eens een soort Jehova's getuige, maar iemand moet het blijven doen. Bij de sportraad is het de bedoeling dat Jiske Griffioen mijn rol overneemt. Zij is ook rolstoeltennisster. De sportraad met Michael van Praag als voorzitter, heeft zeker oog voor de paralympische sport. Daarnaast is het met het verdwijnen van mij en Pieter natuurlijk ook zaak dat er sporters in de raad terugkomen."

"De Nederlandse Sportraad kan de brug slaan tussen departementen"

"Ik vind het werk van de sportraad heel belangrijk. Als sporter ben je meestal heel praktisch bezig en de sportraad is toch ook wel een beetje politiek. Maar ik denk dat de mensen in de Nederlandse Sportraad onderwerpen op de agenda kunnen zetten die heel belangrijk zijn om de sport verder te ontwikkelen. Aan de ene kant geeft het met zo veel variëteit binnen de sportraad een frisse blik en een kritische noot ten opzichte van de sport zelf en de mensen die daar al 150 jaar zitten, en aan de andere kant kan de sportraad de sport juist op andere plekken goed op de kaart zetten. De Nederlandse Sportraad kan de brug slaan tussen departementen waarbij het belangrijk is dat die verschillende partijen het belang en de kracht van sport inzien."

5vragenEstherVergeer-5

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst