Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Lisa Westerveld, Tweede Kamerlid GroenLinks 19 november 2019

Lisa Westerveld is woordvoerder Onderwijs, Jeugdzorg, Kinderopvang, Media en Sport voor GroenLinks in de Tweede Kamer. Sport is slechts een klein deel van haar portefeuille, maar ze spreekt er met passie over. Westerveld voetbalt al sinds haar tiende. In het zaalvoetbalteam van de Tweede Kamerfractie van GroenLinks is zij de hardwerkende middenvelder met Jesse Klaver als scorende spits, een rolverdeling die zij ook in het Kamerwerk terugziet. Met Sport Knowhow XL bespreekt Wedsterveld een aantal thema's in de sport waarvoor zij zich sterk maakt in de politiek. Haar motto daarbij is 'gelijke kansen'. 

door: Leo Aquina | 19 november 2019

1. Toen jij als kind begon met voetballen, was dat nog geen gemeengoed onder meisjes. Waarom wilde jij voetballen? 
"Dat is een groot raadsel. Niemand bij ons in de familie gaf iets om voetbal, maar voor mij stond altijd al vast dat ik wilde voetballen. Als kind begon ik met turnen. Ik kom uit een heel klein dorpje, Lintelo, in de Achterhoek. Je kon daar turnen in het buurthuis, dus iedereen deed dat. Toen ik tien was, vonden mijn ouders me oud genoeg om naar de voetbalclub te fietsen en vanaf dat moment heb ik niets anders meer gedaan. In het begin speelde ik altijd met de jongens mee en vanaf mijn vijftiende kon ik meedoen met het dameselftal."

"Ik sta mid-mid. Je kunt wel een parallel trekken met het echte leven. Ik wil altijd overal bij betrokken zijn"

"Toen ik ging studeren, speelde ik bij een studentenclub en tegenwoordig voetbal ik bij Quick 1888 in Nijmegen. Daar staat mijn voetbaltas (wijst naar de hoek van haar kamer in Den Haag). Als mijn werk het toelaat, probeer ik op dinsdag- en donderdagavond altijd mee te trainen in Nijmegen. We hebben twee damesteams. Ik speel niet hoog, vierde klasse, maar ik vind het nog altijd geweldig om te doen. Op maandagavond speel ik zaalvoetbal met een aantal Kamerleden van GroenLinks. Jesse (Klaver, red.) loopt daarom nu op krukken. Hij is laatst geblesseerd geraakt bij het voetballen."

XL39-5vragenaanLisaWesterveld-1"Als ik mijzelf moet omschrijven als voetballer? Ik ben niet technisch, maar wel heel fanatiek en ik heb een goed spelinzicht. Ik sta mid-mid. Je kunt wel een parallel trekken met het echte leven. Ik wil altijd overal bij betrokken zijn. Daar hebben we het in ons zaalvoetbalteam ook wel eens over gehad. Jesse staat in de spits en dat is ook wel een beetje de verdeling in de fractie. Je hebt Kamerleden die het harde werk doen op het middenveld en dan heb je ook een spits nodig die hem er makkelijk in knalt."

2. Waarom heb jij toen je twee jaar geleden Kamerlid werd de portefeuille sport gekregen?
"Ik wilde die portefeuille zelf graag hebben, dus het was fijn dat niemand anders in de fractie dat wilde. Ik had ervoor in Nijmegen in de gemeenteraad gezeten en daar had ik ook sport in mijn portefeuille. Ik wilde ook graag onderwijs, want ik heb altijd in het onderwijs gewerkt en ik vond dat we daar als partij wel een tandje fanatieker mochten worden. Sport sloot daar goed bij aan omdat ik vind dat sport veel meer is dan bewegen alleen. Het gaat over gezond zijn en erbij horen. Een sportclub is toch vaak de plek waar iedereen in het weekend te vinden is. In de kantine van mijn voetbalclub hoor ik heel veel, over armoede, mensen die niet rond kunnen komen, de zorgen om een kind, noem maar op. Naast onderwijs en sport heb ik ook jeugdzorg in mijn portefeuille. Dat sluit goed op elkaar aan. Het valt onder verschillende ministeries, maar het is prettig om het bij ons in de fractie op één plek samen te brengen."

"In het GroenLinks-verkiezingsprogramma stond volgens mij niets over sport. Dat heeft als voordeel dat ik heel erg mijn eigen stempel erop kan drukken, maar het laat ook zien dat we als partij eigenlijk helemaal niet met sport bezig zijn. Daarom ben ik in het begin van mijn periode als Kamerlid eerst eens met een aantal mensen om de tafel gaan zitten. Ik wil de portefeuille sport wel serieus aanpakken."

"Natuurlijk heb ik niet veel tijd voor sport. Jeugdzorg en onderwijs zijn de onderwerpen waar ik verreweg het meest mee bezig ben. Daar gaan gemiddeld drie tot vier dagen in de week aan op. Er is twee tot drie keer per jaar een debat over sport en tussendoor stel ik natuurlijk wel eens schriftelijke vragen."

"Ik richt me vooral op de gelijke kansen. Hoe laten we kinderen met ouders die geen dikke portemonnee hebben ook deelnemen aan sport"

"In onderwijs is onze doelstelling 'eerlijke kansen bieden' en dat is in de sport eigenlijk niet anders. In de sportdebatten zie je dat de Kamerleden van de verschillende partijen zelf allemaal hun eigen speerpunten hebben. Rudmer Heerema van de VVD heeft het bijvoorbeeld veel over topsport en talentontwikkeling. Dat is prima, want dan hoef ik het daar in het debat niet meer over te hebben. Ik richt me vooral op de gelijke kansen. Hoe laten we kinderen met ouders die geen dikke portemonnee hebben ook deelnemen aan sport; hoe zorgen we ervoor dat kinderen met een handicap ook kunnen sporten."

"Als het gaat over gelijke kansen heb ik het ook over meisjes- en jongensvoetbal. Toen ik daar tijdens het vorige sportdebat een punt van maakte, noemde ik voorbeelden uit mijn eigen ervaringen, dat je als vrouw vaak moet omkleden in het scheidsrechterhok, dat je het moet doen met de oude sokken en shirts van de mannen, dat soort dingen. Mijn collega van de PVV deed daar toen een beetje lacherig over, zo van: 'Nou, nou, u maakt er wel een karikatuur van.' Diezelfde avond deed ik mee aan een toernooitje en ik stond me samen met een andere dame om te kleden in het scheidsrechterhok, zonder douche. Ik had hem bijna een appje gestuurd met een foto."

XL39-5vragenaanLisaWesterveld-4"Overigens is de sfeer onder de sportwoordvoerders van de verschillende partijen goed. Tijdens het komende sportdebat (begin december, red.) heb ik negen minuten spreektijd. Daarin kan ik maar een beperkt aantal punten naar voren brengen. Daarom overleggen we vooraf. Wie pakt welk punt op? Dat werkt bij het sportdebat beter dan op andere beleidsterreinen. Het is meer teamwork, waarschijnlijk omdat we allemaal onze eigen specifieke speerpunten hebben, maar ook omdat we allemaal die sport enorm belangrijk vinden, anders word je geen sportwoordvoerder. We vinden het allemaal mooi om een paar keer per jaar over sport te spreken in de Kamer en dan zijn er niet zulke grote politieke verschillen." 

3. Sport en onderwijs raken elkaar direct als het gaat om gymnastiekonderwijs. SP-Kamerlid Michel van Nispen heeft al in 2016 een initiatiefwet ingediend om in het basisonderwijs drie uur gymnastiekles door een vakleerkracht verplicht te stellen. Wat is de status van dat wetsvoorstel en steun je het?  
"Ja, wij steunen het. Er is natuurlijk wel discussie over de invulling. Ik heb vorige week toevallig met Michael van Praag van de Nederlandse Sportraad gesproken. Zij zeggen dat je beweging ook kunt integreren in gewone klassen, bijvoorbeeld door al bewegend te rekenen. Moet je dan een gymdocent voor de klas zetten, of moet je reguliere docenten beter scholen op beweegonderwijs? Maar hoe dan ook, ik ben voor het initiatief. We weten dat bewegen gezond is, dat het de leerprestaties verbetert en we weten ook dat kinderen die van jongs af aan bewegen, ook op latere leeftijd gezonder leven."

"Ik weet niet precies wat de status van het wetsvoorstel op dit moment is. Van Nispen moet nog antwoord geven op de vragen die wij naar aanleiding van het voorstel hebben gesteld en ik weet eigenlijk niet waarom het zo lang duurt. Overigens duurt het maken van een wet sowieso lang. Dat is een van de redenen dat Kamerleden het niet vaak doen. Ik dacht in eerste instantie ook, hoe moeilijk kan het zijn? Je kijkt in de wet wat er moet worden aangepast en je zet het op papier. Zo eenvoudig bleek dat dus niet te gaan."

XL39-5vragenaanLisaWesterveld-ZW-EXTRA

"Als je een deel van dat lerarentekort kan opvullen met vakdocenten in het gymnastiekonderwijs, hoeft dat alvast niets te kosten"

"Als het om deze wet gaat, is de grote vraag: hoe financier je het? Waarschijnlijk duurt het daarom ook zo lang. De manier waarop de overheidsfinanciën zijn ingericht, zit in de weg. We kijken naar de kosten en de opbrengsten over vier jaar, want dat is een regeerperiode. Dat is met een investering als deze voor de lange termijn natuurlijk niet zoals je het zou willen. Waar het geld vandaan moet komen? Je kunt op verschillende manieren tegen die kosten aankijken. Er is op dit moment een enorm lerarentekort. Als je een deel van dat lerarentekort kan opvullen met vakdocenten in het gymnastiekonderwijs, hoeft dat alvast niets te kosten, omdat scholen budget krijgen voor werkdrukvermindering. Dat verlaagt de werkdruk voor de reguliere docenten, die daarmee tijdens de gymles tijd hebben voor andere zaken." 

XL39-5vragenaanLisaWesterveld-34. Een belangrijk thema in de sport is een Veilig Sportklimaat. De commissie De Vries die onderzoek deed naar seksuele intimidatie in de sport publiceerde bijna twee jaar geleden haar rapport. De Vries zei toen: 'We moeten ons de vraag stellen of het niet beter zou zijn als we de bemoeienis van de rijksoverheid met de sport een wettelijk kader geven.' Hoe staat het ervoor met dat wettelijke kader?
"Bij mijn weten is er met dat wettelijk kader niets gedaan en dat vind ik dus eigenlijk niet zo goed uit te leggen. We onderwerpen het onderwijs aan allerlei wetten en regels op dit gebied, maar vervolgens sturen we onze kinderen na school naar een sportclub en daar is het niet of nauwelijks gereguleerd. Daar staat ook iemand voor de groep, vaak met de beste bedoelingen, maar vaak niet daarvoor opgeleid en niet pedagogisch onderlegd. Sportclubs gaan bij mijn weten ook vaak nogal soepel om met de aanvraag van een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag). Ook het hebben van een vertrouwenspersoon is niet verplicht. Ik heb in mijn familie- en kennissenkring wel eens rondgevraagd of zij wisten bij wie ze binnen hun sportclub terecht kunnen met vertrouwenskwesties en bijna niemand wist dat."

"Ik heb zelf nooit iets meegemaakt als het gaat om seksuele intimidatie op de sportclub, maar ik heb vanuit mijn werk wel mensen gesproken die vervelende dingen hebben meegemaakt en ik ken ook wel verhalen van oud-teamgenoten. Dat is niet zo gek als je nagaat hoe lang ik al voetbal, maar eigenlijk is dat juist het erge. Dat je dat rapport leest, en dat het je niet meer verbaast."

"Als de minister geen zin heeft om een wet te maken, gaan Kamerleden het meestal ook niet doen"

"Waarom er dan nog altijd niets met dat wettelijk kader is gedaan? Je moet natuurlijk wel een Kamermeerderheid hebben die het wil. Als het gaat om wetgeving zijn bewindslieden vaak terughoudend. Het duurt enorm lang. En als de minister geen zin heeft om een wet te maken, gaan Kamerleden het meestal ook niet doen, zeker niet van de coalitiepartijen. De minister heeft daarnaast natuurlijk ook nog andere mogelijkheden om invloed uit te oefenen. Hij heeft destijds ook aangekondigd te gaan praten met NOC*NSF en met de bonden. Je kunt ook afspraken maken zonder het meteen in een wettelijk kader te gieten. Volgens mij is destijds ook de afspraak gemaakt dat we na twee jaar een evaluatie zouden houden om te kijken wat er gebeurd is met de aanbevelingen van de Commissie de Vries."

XL39-5vragenaanLisaWesterveld-25. De instellingstermijn van de Nederlandse Sportraad zit er in april 2020 op. Vind jij dat er een tweede termijn moet komen?
"Ja, dat vind ik wel. De Nederlandse Sportraad laat zien hoe belangrijk we sport vinden en ik vind het ook goed dat de sportraad zich niet puur beperkt tot de sport. Ze hebben bijvoorbeeld samen met de Onderwijsraad gekeken naar de link tussen sport en onderwijs. Zoals ik zei, heb ik vorige week een gesprek gehad met Michael van Praag en hij vroeg waar wij als politiek behoefte aan hebben. Ik heb hem verteld dat we niet véél adviezen willen, maar wel goéde adviezen en vooral ook follow-up. De Sportraad heeft ons advies gegeven over sport en onderwijs en dan komen ze later ook naar ons toe om te vragen wat ermee is gebeurd. Ook daarom is het goed dat ze er langer zitten. Vaak zie je dat adviezen van adviescommissies in een la verdwijnen. Als de Sportraad er langer zit, kunnen ze de politiek ook achter de broek blijven zitten."

"De Formule 1 op Zandvoort? Ja, dat was ook een advies van de Sportraad. Daar zijn wij als GroenLinks niet zo'n voorstander van. Dat hebben we wel besproken in Den Haag. Ons belangrijkste punt is dat er geen overheidsgeld naartoe moet. Het is een commerciële organisatie waar allerlei mensen bakken met geld aan verdienen, dus wat ons betreft hoeft de overheid daar niet nog meer geld in te steken. Dat gebeurt natuurlijk wel. De Gemeente Zandvoort staat er ook heel anders in dan wij. Of het evenement doorgaat? We hebben een VVD-minister van Sport."

« terug

Reacties: 3

loek jorritsma
19-11-2019

De visie op wetgeving valt me echt tegen. Die beperkt zich hier tot wetgeving in relatie tot het rapport de Vries. Maar er is natuurlijk veel meer aan de hand als het gaat om de verankering van het rijksoverheidsbeleid op het gebied van de sport. Denk alleen al aan het gegeven dat VWS van de organisatoren van topsportevenementen vraagt te verklaring dat het gaat om een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Dat komt omdat een dergelijk evenement valt onder de bepalingen van staatssteun en overheidsbemoeienis moet daarmee extra worden onverbouwd. Dat dient in overeenstemming te zijn met de Altmark-criteria. En denk aan de Wet Markt&Overheid waarin de lokale legitimering met een DAEB is vastgelegd. Wat betreft de visie op de Formule 1 hoef ik alleen maar te wijzen op bijv. de TT in Assen en de Giro, Tour en Vuelta waar het ook commerciele organisaties betreft en waar allerlei mensen bakken met geld aan verdienen. Ik proef wat onregelmatigheden in visie en beleid. Altijd bereid tot nadere toelichting.

Piet Van Loon
19-11-2019

Goed, dat een jong en frisdenkend Kamerlid met een athletisch werkend lichaam erachter komt, dat er kennelijk een onvermogen van de politiek is geweest om de gelijke kansen op een gezond werkend lichaam  voor ieder kind te laten gelden. Want een gebrek aan gelijke kansen op een sterk lichaam heeft als direct gevolg, dat ook de mentale weerstand en het leervermogen zich bij zeer velen niet meer optimaal kan ontwikkelen. Maar als de eigen partij vrijwel niets over Sport in haar programma had en zij de eerste is die de jeugd-ongezondheid aan een gebrek aan lichamelijke opvoeding wil gaan koppelen, dan wacht een schone taak als Eenoog in het Land der Blinden. 

Het is echter onverstandig te denken, dat het beoefenen van een sport, zeker voetbal, ook maar enigszins preventief kan werken op de enorme gezondheidsachterstand, die het kind nu vanaf de wieg aan het opbouwen is. De almaar stijgende blessurekans bij voetbal, andere sporten en Defensie moet ook de politiek gaan overtuigen, dat de Overheid in haar preventietaken in het Onderwijs en in de jeugdgezondheidszorg al een flink aantal decennia tekort is gaan schieten. Schoolartsen, ooit in het leven geroepen om de houdingsafwijkingen door zitten en de bijziendheid  op te sporen , kennen deze opdracht niet eens meer. In eigen onderzoek bij 248 adolescenten in Deventer vonden we schrikbarend veel slechte houdingen en een enorm gebrek aan flexibiliteit ( Finger Floor test) .

We kapittelden vanuit Houdingnet de Gezondheidsraad over haar gebrekkige kennis in lichaamshygiene en door een afschrift aan de vaste TweedeKamercie VWS komt het ervan dat 2 december de Commissie VWS dit openbaar gaat bespreken. We leggen mv. Westerveld dan graag meer uit. 

Paul ten Hag
19-11-2019

Interessante kijk op sportontwikkeling en -kansen. Natuurlijk speelt geld een rol, vooral voor de sector 'Onderwijs', maar dat hoeft niet alléén uit de schatkist te komen. De sport in NL schuift langzaam van een 'leden' systeem ;de kracht van ons verenigingsbestel) naar een 'klanten' markt (de kracht van ondernemen). Beide kunnen goed naast elkaar bestaan, en de reeds in veel gemeentes afgesloten sportakkoorden onderschrijven en ondersteunen dat ook. Overheid, Bedrijfsleven, Zorg, Onderwijs, en Sportverenigingen gaan steeds meer samenwerken. Daar komen hopelijk goede gemeenschappelijke projecten uit voort, en ook de daarvoor benodigde funding. Waar op voorhand om geld smeken niet helpt...

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst