Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Nelli Cooman, voormalig wereld- en Europees sprintkampioene 17 september 2019

Nelli Cooman was halverwege de jaren tachtig de snelste vrouw ter wereld. Op de Europese kampioenschappen Indoor Atletiek in Madrid liep de Rotterdamse de 60 meter in 7,00 seconden, destijds een wereldrecord en nog altijd het Nederlandse record. Dafne Schippers was in 2016 de eerste Oranjevrouw die haar tijd kon evenaren. Cooman was tijdens haar carrière al ambassadeur voor een groot aantal goede doelen en dat is zij nog steeds. Zo is de oud-atlete erevoorzitter van de Nelli Cooman Games, een sportevenement voor atletiektalenten en verstandelijk beperkte kinderen in Stadskanaal. Cooman is niet meer actief in de sportwereld. Zij bewaart niet alleen mooie herinneringen aan haar sportcarrière, maar omkijken in wrok doet zij niet: "no hard feelings."

door: Leo Aquina | 17 september

1. Je hebt in diverse interviews verteld dat je een hekel had aan de atletiekwereld. Zozeer dat je zelfs hoopte dat je dochter Ronell niet aan atletiek zou gaan doen?
"Ik heb nog steeds een hekel aan dat wereldje. Mijn dochter? Als moeder wil je je kind beschermen, maar ze traint tegenwoordig met degene die dertig jaar geleden net zo gestoord was als ik: Henk Kraaijenhof. Hij heeft tests met haar gedaan en die twee zijn met elkaar verweven, zoals Henk en ik dat ook altijd zijn geweest. Ik zie dat ze er plezier in heeft, dus dat heb ik losgelaten."

"De topsportwereld is niet echt sociaal en zeker niet in de atletiek"

"Ik heb een haat-liefdeverhouding met de sport. Het is prachtig om te doen, maar je bent enorm veel van huis en dan mis je veel. Tegenwoordig heb je social media, maar toen nog niet. Ik ben een mensen-mens en dan kon het best eenzaam zijn. De topsportwereld is niet echt sociaal en zeker niet in de atletiek. Vergeet niet dat ik de eerste Nederlandse atleet was die fulltime met topsport bezig was. Dat was niet altijd even makkelijk. Zoals overal heb je kliekjesvorming en soms werden er ook – grappig bedoeld of niet – racistische opmerkingen gemaakt."

XL31---5vragenaanNC-1"Hoe ik het volhield? Ik ben een vechter. Hoe meer strijd er was, hoe meer ik wilde presteren. Het was een stimulans, een negatieve stimulans en daarom ben ik de sport misschien wel een beetje gaan haten. Ik heb eerder gepresteerd omdat ik me moest bewijzen dan dat ik er plezier in had. Maar vergeet niet: er waren ook heel veel leuke dingen. Ik kwam overal en ik ontmoette bijzondere mensen zoals Chuck Norris, Arnold Schwarzenegger, Jermaine Jackson."

2. Je zegt dat er racisme was in de sport, openlijk zelfs. Hoe uitte zich dat en is het er nog?
"Ik lachte er altijd om, maar het vreet wel aan je. Ik heb ook een collega gehad die niet bij mij op de kamer wilde. Er is nog altijd racisme en het uit zich op heel veel verschillende manieren. Mensen denken altijd dat het zwart-wit is, maar dat is niet zo. Jij hebt krullen, dat kan ook iets zijn waarmee mensen je in een hoek zetten. Het gaat niet altijd om huidskleur. Op ieder moment dat je iemand kwetst vanwege eigenschappen waar hij of zij niets aan kan doen, is er sprake van discriminatie. Mensen zijn zo verhard in deze wereld. Het is er en het blijft zo, totdat er een nieuwe wereld komt, maar dat is mijn geloofsovertuiging. Mensen vinden van alles, maar ik zeg altijd: veroordeel niet omdat je zelf ook niet veroordeeld wil worden."

"Ik wil geen oordeel vellen over mensen die discrimineren, ik zegen ze en ik zal voor ze bidden"

"Of ik er tegen wil vechten? Nee, ik heb er geen zin meer in. Ik ben vorig jaar met de dood bedreigd omdat ik had gezegd dat ik gewoon Sinterklaas vierde met Zwarte Pieten erbij. Als je ertegen gaat vechten, doet het alleen maar meer pijn. Je stookt het vuurtje eigenlijk alleen maar op en dan wordt het nog erger. Twintig jaar geleden vond ik het moeilijker dan nu. Ook dat heeft met mijn geloof te maken. Ik wil geen oordeel vellen over mensen die discrimineren, ik zegen ze en ik zal voor ze bidden. Dat zijn de waarden die ik aan mijn dochter mee wil geven. Ik zeg altijd tegen haar: als mensen in het ziekenhuis terecht komen en ze hebben bloed nodig, dan vragen ze echt niet of het van een jood komt, of van iemand met een donkere huidskleur. Dan is het voor iedereen hetzelfde."

XL31---5vragenaanNC-23. Hoe ben jij in de topsportwereld terechtgekomen?
"Ik ben via school de sport ingerold. Mijn gymleraar zag dat ik hard kon lopen. Van mijn ouders mocht het eigenlijk niet. Zij vonden school belangrijker. Uiteindelijk heb ik een compromis gesloten met mijn ouders: ik beloofde dat ik de cijfers zou halen die ik kon halen en dan mocht ik sporten. Toen ben ik met een 8 gemiddeld geslaagd voor mijn middenstandsdiploma. Ik werkte in de bejaardenzorg, superleuk, en ik zat op school. Ik trainde maar één keer in de week en toen werd ik zevende op het NK. Van daaruit ging het steeds beter. Van het NK naar het EK. Toen ik negentien was, werd ik derde op het EK. Ik was klaar met mijn opleiding en toen heeft Henk (Kraaijenhof) gezegd: we gaan er tegenaan. Ik ging drie keer op een dag trainen. Ik heb Henk echt verrot gescholden."

"Henk heeft alle schriftjes van vroeger bewaard. Alles staat erin, iedere training. We hebben samen zoveel meegemaakt. Leuke dingen, maar ook vervelende dingen. Voordat ik mijn wereldrecord liep (7,00 op de 60 meter op het EK Indoor in Madrid, 1986), hebben Henk en ik de hele nacht samen door Madrid gewandeld. De baan liep daar na de finish heel steil omhoog en ik was daar een beetje bang voor. Uit angst remde ik hard af toen ik de series liep, waardoor ik struikelde en mijn heup blesseerde. Om het in beweging te houden zijn we gaan wandelen. Die nacht hebben we heel Madrid gezien."

"Of ik ooit twijfel heb gehad? Nee, want Henk was er altijd, de nuchterheid zelve. Hij heeft nooit iets negatiefs gezegd. Dan ben je een goede trainer. Voordat ik dat wereldrecord liep, vroeg ik aan Henk: 'kan ik het?' En hij zei: 'het komt goed kindje, je hebt niet voor niets getraind, je kan het'. Henk was mijn trainer, maar ook mijn fysiotherapeut, mijn mental coach en mijn psycholoog."

"Ik had niet vaker gewonnen als ik harder had getraind, dan was ik alleen maar vaker geblesseerd geweest"

4. Wat is belangrijker in de topsport, de mentale of de fysieke kant en hoe belangrijk was geloof voor jou in de sport?
"De mentale kant is minstens zo belangrijk als de fysieke. Je hebt het allebei nodig. Mensen zeggen wel eens dat ik niet hard trainde, maar tien keer 17 seconden lopen op 150 meter… dat is zwaar hoor, of squatten met 150 kilo op je nek. Ik had niet vaker gewonnen als ik harder had getraind, dan was ik alleen maar vaker geblesseerd geweest. Uiteindelijk geeft het mentale aspect de doorslag. Er zijn mensen die trainen als beesten, maar op het moment suprême zijn ze er niet. Je hebt een killer instinct nodig om op het juiste moment te pieken. Of je dat kan aanleren? Dat weet ik niet, ik had het gewoon en ik heb het nog steeds."

"Dat kan je ook wel eens in de weg zitten, in het gezinsleven bijvoorbeeld. Als ik iets aan mijn man of mijn dochter vraag en het gebeurt niet, ben ik niet erg geduldig. Dan ga ik het al snel zelf doen. Discipline heeft er bij mij ook altijd van nature in gezeten. Naarmate ik ouder werd, heb ik wel geleerd meer rekening te houden met anderen. Als ik zelf iets op een bepaalde manier wil of doe, hoeft een ander dat niet ook per se op diezelfde manier te willen of te kunnen." 

XL31---5vragenaanNC-3"Het geloof is voor mij alles. Als ik dat niet had gehad, was ik er niet meer geweest. Ik wilde in 1988 zelfmoord plegen. De druk was toen zo groot. Vier jaar ervoor mocht ik niet naar de Olympische Spelen en in 1988 was de limiet op de honderd meter 11.10, internationaal de zwaarste limiet van allemaal, ruim boven de norm van de IAAF. Het was maar twee honderdste boven mijn eigen persoonlijke record. Ik heb toen in een kleine twee weken tijd zes wedstrijden gelopen: Nice, Monaco, Sestrière, Zagreb en nog twee wedstrijden in Spanje. Vliegtuigen, treinen, auto's en na die twee weken had ik de limiet nog niet. Toen verscheen er na een wedstrijd in Brussel ook nog een vervelend stuk over Henk in Vrij Nederland, en er was ruzie binnen de estafetteploeg."

"Op een gegeven moment zat ik in de auto en ik was ik was er helemaal klaar mee. Ik trapte het gaspedaal in. Ik reed misschien wel tweehonderd kilometer per uur en ik zag blauw licht om me heen. Ik dacht dit is het einde, maar het bleek een politieauto. Zij hebben me aan de kant gezet en tot rust gebracht. Ik kreeg geen boete, ze hebben op me ingepraat, me begeleid en ervoor gezorgd dat ik weer rustig naar huis kon rijden. Toen heeft mijn geloof me geholpen: terug naar de basis. Het staat in de bijbel. Je denkt dat je alleen bent, maar je bent niet alleen. Ik heb gebeden en ik ben vastgegrepen in een omhelzing. Uiteindelijk liep ik die limiet op de FBK-Games in Hengelo."

"Ik ben altijd enorm betrokken geweest bij mensen die in het verdomhoekje zaten"

5. Al tijdens je carrière was je ambassadeur voor een aantal goede doelen en dat ben je nog altijd. Wat is de rode draad in alle goede doelen waaraan je jouw naam hebt verbonden? 
"De rode draad is dat het draait om mensen die het minder hebben. Ik ben altijd enorm betrokken geweest bij mensen die in het verdomhoekje zaten. Als kind al trok ik me het lot aan van kinderen die gepest werden. Ik lever mijn eigen gevecht op een positieve manier. Ik ga altijd in gesprek met mensen, wat voor beperking er ook is. Face-to-face contact, daar gaat het om. Daarom vind ik de Nelli Cooman Games ook zo mooi. Daar sporten jonge atletiek-talenten, maar ook kinderen met een verstandelijke beperking." 

XL31---5vragenaanNC-4"Met Henk heb ik heel lang in Groningen getraind en toen ze me vanuit Stadkanaal belden voor de opening van de atletiekbaan, zei ik natuurlijk 'ja'. Een week later belden ze weer: ze wilden de Nelli Cooman Games organiseren. Ik was enorm vereerd. Het evenement bestaat inmiddels al 22 jaar. Als erevoorzitter ben ik het hele weekend aanwezig. Op zaterdagavond hebben we Moeder Coomans kitchen. Dan bekostigen mijn man en ik samen met sponsors de maaltijd voor alle vrijwilligers. Tijdens de wedstrijden doe ik altijd met de kinderen mee en ik verlies altijd. het is zo mooi om de blijdschap te zien in de ogen van die kinderen."

"Na mijn carrière heb ik presentaties gegeven aan bedrijven en ik wilde moeder worden. Dat was een hele investering. Het heeft vijf jaar geduurd, maar het is het mooiste wat me is overkomen. Naast de goede doelen zoals de Nelli Cooman Games ben ik niet meer actief bij de sport betrokken. Wel heb ik drie jaar geleden mijn masters gehaald in sportmanagement. Ik ben wijkregisseur bij de Gemeente Rotterdam en ik wilde sportregisseur worden, maar ze vonden dat ik daarvoor niet de juiste papieren had. Toen heb ik dat papiertje gehaald, puur om mezelf te bewijzen tegenover anderen. Uiteindelijk heb ik die baan als sportregisseur alsnog niet gekregen. Maar mijn werk als wijkregisseur is hartstikke leuk. Ik krijg vragen als mensen iets gedaan willen hebben in de wijk, of als er klachten zijn. Dan overleg ik met collega's en zorgen we dat er een oplossing komt. Wat ik in mijn werk heb aan de naam Nelli Cooman? Mensen herkennen me nog, dat is leuk."


J I N E K
Op 19 september 2019 vertelden in het televisieprogramma 'Jinek' de voormalige topsporters Nelli Cooman, Leontien van Moorsel en Fatima Moreira de Melo over de obstakels die ze hebben overwonnen op weg naar de top.

« terug

Reacties: 2

Bert Zwart
17-09-2019

Mooi interview! Was de limiet in 1988 in de DDR niet 11:05? 

ingrid Munneke-Dusseldorp
26-09-2019

Prachtig interview! Leuk om te lezen. 

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst