Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Margo Vliegenthart, voorzitter van de Werkgevers in de Sport (WOS) 20 augustus 2019

Margo Vliegenthart (61) werd onlangs benoemd tot voorzitter van de Werkgevers in de Sport (WOS). De voormalig PvdA-politica bekleedde in het verleden meerdere bestuursfuncties in de sport. Van 1998 tot 2002 was zij staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Daarnaast was zij onder meer vicevoorzitter van de KNLTB, voorzitter van de Raad van Commissarissen van Rabo Wielerploegen, voorzitter van het Auditteam Voetbalvandalisme, lid van de Raad van Advies van Universitair Centrum Sportgeneeskunde, voorzitter van de Stuurgroep Sectorplan Sportonderzoek en lid van de ‘klankbordgroep topcoaches’ van NOC*NSF. Met Sport Knowhow XL praat Vliegenthart over haar nieuwe functie bij een organisatie waar het met liefst vijf directeuren (waaronder twee interims) in de laatste vijf jaar nogal onrustig was en haar voorganger - voormalig WOS-voorzitter Jan Boeve - relatief snel na zijn aantreden om onduidelijke redenen weer vertrokken was.

door: Leo Aquina | 20 augustus 2019

1. Je hebt een indrukwekkend cv opgebouwd als bestuurder in de sport, maar je hebt je activiteiten enkele jaren geleden teruggeschroefd, vanwege MS. Word je als voorzitter van de WOS niet belemmerd door die ziekte? En in hoeverre sluit deze functie aan bij je voorgaande functies?
"Het gaat op dit moment goed met me. Het fluctueert, maar ik ben de laatste jaren weer een beetje aan het opbouwen. Natuurlijk heb ik afgewogen of ik deze functie goed kan uitoefenen en er zijn weinig belemmeringen. Ik heb tijdens de algemene vergadering wel aangegeven dat ik slechthorend ben, dus vergaderen in grote groepen gaat mij slecht af. Als iedereen daar rekening mee houdt, valt dat makkelijk op te lossen. Bovendien is het in omvang natuurlijk een vrij beperkte functie. Ik heb geen echte baan meer, maar ik doe nog wel dingen op het gebied van voeding en gezondheid. Daarbij zoek ik vooral de dingen uit die ik leuk vind om te doen."

"Ik vind 'werkgever' niet per se een vies woord. Het gaat niet om de plek waar je zit, maar of je op die plek iets bij kan dragen"

"Deze functie bij de WOS combineert een aantal dingen die ik in het verleden heb gedaan. Ik ben heel lang voorzitter geweest van de MBO-raad, ook een werkgeversorganisatie maar dan in het beroepsonderwijs. Daarnaast heb ik bij de Sociaal Economische Raad ook veel gedaan op het gebied van arbeidsmarktbeleid en sociale zaken. Dat ligt ook allemaal op het werkterrein van de WOS, dus toen ik werd gebeld was ik direct enthousiast. Of ik me als sociaaldemocraat thuis voel bij een werkgeversorganisatie? Ik ben niet van het type dat geen vuile handen wil maken, dat heb ik in het verleden genoeg gedaan. Ik vind 'werkgever' niet per se een vies woord. Het gaat niet om de plek waar je zit, maar of je op die plek iets bij kan dragen. Dit is weliswaar niet echt de publieke sector, maar het ligt er dicht tegenaan. Ik zie onderwijs en sport wel als publiek belang en ik zie dit als een mogelijkheid om bij te dragen aan de versterking van de sector."

XL27-5vragenMargoVliegenthart-12. De vacature van voorzitter bij de WOS was vacant vanaf november 2018. Weet jij waarom het zo lang geduurd heeft eer jij werd benoemd? En hoe is het contact tussen jou en de WOS tot stand gekomen?
"Ik werd gebeld door een van de bestuursleden. Ik kende de WOS als organisatie wel al, ik heb eens goed op de website gekeken en toen ben ik gaan praten met het bestuur en de directeur. Dat klikte goed. Het is gewoon een heel leuke club mensen. Waarom het zolang heeft geduurd om die vacature in te vullen, weet ik niet. Er zijn eerder gesprekken geweest met meerdere kandidaten, maar dat is kennelijk niets geworden."

"Natuurlijk weet ik dat er kort geleden een aantal bestuurswisselingen is geweest, maar ik heb vooral gekeken naar het bestuur dat er nu zit, dat zijn goede mensen en Marc Elffers is een goede directeur. Daar is een turbulente periode aan vooraf gegaan, maar het heeft niet zoveel zin om daar lang bij stil te blijven staan. Ik wil ook niet te veel zeggen over dingen van voor mijn tijd. De rust is weergekeerd en het is aan het nieuwe bestuur om een nieuwe koers uit te zetten en ervoor te zorgen dat het de komende jaren wel stabiel is."

3. In het persbericht over jouw aanstelling lazen we een citaat van Marc Elffers over jou: '[Zij] heeft een duidelijke visie op de WOS en haar toekomst'. Hoe ziet die visie eruit?
"De WOS is een kleine organisatie. Er werken vijf of zes mensen, maar ik vind het wel belangrijk om de WOS op de kaart te zetten. Er ligt een belangrijke taak om een meer strategisch arbeidsmarktbeleid voor de sector op te zetten. De sportsector is de afgelopen jaren enorm gegroeid, maar de WOS vertegenwoordigt alleen de bonden, de sportservicebureaus en NOC*NSF. Dat is niet de hele sportsector. Wij sluiten de cao sport af, maar er is ook een cao voor sportverenigingen, zwembaden, de fitnessbranche, noem maar op. Dat zijn heel diverse organisaties. Met het Sportakkoord ligt er nu een opdracht om zoveel mogelijk mensen te laten sporten. Dat is een enorme uitdaging en ik denk dat het onze taak als WOS is om het belang van onze leden in dat proces zo goed mogelijk te vertolken."

"Als de ondersteuning bij het bevorderen van sportparticipatie geen handen en voeten krijgt, is de kans groot dat het blijft bij mooie doelstellingen"

"Het Sportakkoord heeft ambitieuze doelstellingen, maar een magere passage over hoe we het nou precies gaan doen. Er zijn veel intenties en partijen hebben afgesproken zich in te spannen om de doelstellingen gezamenlijk te realiseren, maar er is slechts een heel klein beetje geld voor sportformateurs en ondersteuning in de uitvoering. Als straks al die mensen daadwerkelijk gaan sporten, wordt het lastig."

XL27-5vragenMargoVliegenthart-2"Bonden merken nu al dat er allerlei ondersteuningsvragen op ze afkomen. Er moeten nieuwe groepen gaan sporten, er is vraag naar andersoortige competities en activiteiten, het moet laagdrempeliger en de bonden worden niet of nauwelijks meegenomen in dat hele proces. Als de ondersteuning bij het bevorderen van sportparticipatie geen handen en voeten krijgt, is de kans groot dat het blijft bij mooie doelstellingen. Er wordt op dit moment gewerkt aan 155 lokale sportakkoorden en als dit aspect daarin goed wordt geregeld, is mijn zorg een stuk minder. Voor de WOS ligt er een taak om te signaleren hoe het loopt, wat de ontwikkelingen betekenen voor onze leden en, bijvoorbeeld in gesprekken met VWS, kijken wat we daar aan kunnen doen."

"Of sportbonden überhaupt nog wel toekomst hebben? Natuurlijk. Er verandert veel in de wereld, maar volgens mij is het niet zo dat de ledentallen alsmaar teruglopen. Bonden vervullen nog altijd een sleutelrol in het Nederlandse sportlandschap. Er zijn mensen die roepen dat het einde van de sportbond in zicht is, maar daar hoeven we het echt niet over te hebben, onzin."

4. De WOS is er voor de bonden, de sportservicebureaus en NOC*NSF. Zou het niet logisch zijn om een bredere rol te vervullen in die veel grotere sportsector?
"Dat is zeker een discussie die gevoerd moet worden. Ik vind wel dat je eerst moet kijken hoe de sectorale arbeidsmarkt in elkaar zit. Wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende onderdelen in de sportsector en is er voldoende samenhang om het in de cao of als organisatie beter op elkaar af te stemmen. Daar gaat wel altijd een inhoudelijke verkenning aan vooraf en die is nog niet gedaan." 

"Opleidingenbeleid is cruciaal voor de toekomstige arbeidsmarkt in de sport"

"Toevallig hadden we hier vorige week een gesprek over bij VWS en dat integrale beeld is er nog niet. Vragen die je moet stellen zijn: hoe ziet de sector eruit vanuit werkgeversperspectief en vanuit arbeidsmarktperspectief? Om wat voor soort functies gaat het? Zijn de functies vergelijkbaar en is er een carrièrepad te ontwikkelen? Er moeten gemeenschappelijke belangen zijn er moet voldoende samenhang zijn. Het is nu nog te vroeg om te gaan verbreden. Je moet weten of het toegevoegde waarde heeft."

XL27-5vragenMargoVliegenthart-35. Hoe kijk je aan tegen de relatie van de WOS en NOC*NSF? 
"De werkterreinen zijn redelijk duidelijk afgebakend, maar er zijn natuurlijk raakvlakken en daar moet je met elkaar over spreken. Dat staat ook op mijn lijstje, maar er zit met John Bierling ook iemand van NOC*NSF in ons bestuur, dus de lijnen zijn kort. Een van de terreinen waar raakvlakken zijn tussen beide organisaties, is het opleidingenbeleid in de sportsector. Daar weet ik vanuit mijn verleden in de MBO-raad het nodige van. Werkgeversorganisaties hebben een rol in opleidingenbeleid. Nu zijn opleidingen in de sportbondenwereld meestal op HBO-niveau, dus het is niet helemaal te vergelijken, maar opleidingenbeleid is cruciaal voor de toekomstige arbeidsmarkt in de sport. Het gaat dan om vragen hoe de sector zich positioneert om ervoor te zorgen dat er ook in de toekomst voldoende mensen beschikbaar zijn. Volgens mij wordt er vanuit NOC*NSF al naar het opleidingenbeleid gekeken, maar het zou logisch zijn als wij daar als werkgeversorganisatie ook over nadenken."

"Er wordt wel gezegd dat er te veel sportopleidingen zijn en dat we mensen opleiden voor een veel te krappe arbeidsmarkt, maar dat heb ik altijd bestreden. Toen ik in de MBO-raad zat, riep ook iedereen dat we te veel mensen opleidden tot gymleraar terwijl ze niet nodig waren, maar die jongeren zijn allemaal ergens terechtgekomen. De praktijk wijst uit dat mensen met een sportachtergrond zeer gewilde arbeidskrachten zijn. Het zijn jongeren die de handen uit de mouwen willen steken en ze hebben een competitieve instelling. Die mensen zijn zeer gewild."

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst