Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Aschwin Lankwarden, algemeen directeur KNZB 26 maart 2019

Aschwin Lankwarden volgde in december Jan Kossen op als algemeen directeur van de Koninklijke Nederlandse Zwembond. De Achterhoeker was voorheen elf jaar directeur van Sportbedrijf Deventer. In zijn vorige functie hield hij zich op lokaal niveau bezig met de 'hardware, de software en de orgware' van de sport. Die ervaring komt hem bij de KNZB goed van pas. Een radicale breuk met het verleden luidt Lankwarden niet in, maar hij ziet wel verschillen tussen zichzelf en zijn voorganger: "Iedere tijd stelt zijn eigen eisen."

door: Leo Aquina | 26 maart 2019

1. Hoe kijk je terug op je tijd als directeur van Sportbedrijf Deventer?
"Ik reed iedere dag met veel plezier veertig kilometer van de Achterhoek naar Deventer omdat het een feestje was om voor het Sportbedrijf te werken. Toen ik binnenkwam was er een groot negatief eigen vermogen. Toen hebben we er in eerste instantie voor gezorgd dat de hardware, de software en de orgware goed op de rit stonden. Op dit moment staat er een bedrijf met een gezonde exploitatie en weerstandsvermogen en een goede relatie met de gemeente en andere belangrijke stakeholders."

"Veilige en schone sportaccommodaties zijn belangrijk. Aan de andere kant heb je een goede programmering nodig om die accommodaties te laten renderen"

"Een van de hoogtepunten was het 25-jarig bestaan, dat we afgelopen jaar uitgebreid hebben gevierd met de organisatie van de Nationale Sportweek. Het Sportbedrijf bestaat sinds 1993, destijds was het alleen gericht op de accommodaties, maar in 1998 is daar de sportparticipatie en verenigingsondersteuning bijgekomen. Sportbeleid leunt op de hardware: het vastgoed, de exploitatie van accommodaties en het beheer. Veilige en schone sportaccommodaties zijn belangrijk. Aan de andere kant heb je een goede programmering nodig om die accommodaties te laten renderen. Het een is met het ander verbonden en het versterkt elkaar."

Schermafbeelding 2019-03-24 om 20.26.56"Op het gebied van sportparticipatie is het bedrijf de afgelopen elf jaar gegroeid van twee tot drie medewerkers tot een afdeling die 34 scholen bedient en meer dan 100 sportverenigingen. Een van de mooiste projecten vind ik de beweegmakelaars, waar we samen met de zorgverzekeraar, Huisartsen Centrum Deventer en het ziekenhuis een interventie hebben opgezet die ten goede komt aan de patiënt."

2. Je zat vóór je benoeming tot algemeen directeur al vier jaar in het bestuur van de KNZB. Hoe is die benoeming tot stand gekomen?
"Ik werd in 2018 door een aantal andere bestuursleden benaderd met de vraag of ik directeur wilde worden. Dat verraste mij op dat moment. Ik had wel al eens nagedacht over een functie als directeur van een sportbond, dus toen ik die vraag kreeg van de bond waar ik zelf zo'n nauwe band mee heb, was ik vereerd. Toch heb ik er serieus over na moeten denken. Ik moest mijn werk bij het Sportbedrijf opgeven en daar had ik nog genoeg mooie uitdagingen liggen. Bovendien is Nieuwegein best ver reizen vanuit de Achterhoek en vanwege mijn gezinssituatie ben ik niet in de positie om te gaan verhuizen. Gelukkig hebben we daar een mouw aan kunnen passen. Tijdens de sollicitatieprocedure heb ik mij teruggetrokken als bestuurder. Dat is een goed gescheiden proces geweest."

"De uitdaging is groot. Hoe gaan we om met de veranderingen waar sportbonden in het huidige tijdsgewricht mee te maken hebben?"

"Inhoudelijk heb ik mezelf voordat ik eraan begon een aantal vragen gesteld. 'Welke doelen willen we met elkaar halen?' 'Ligt er een goed plan?' 'Zitten de juiste mensen op de juiste plaats?' De uitdaging is groot. Hoe gaan we om met de veranderingen waar sportbonden in het huidige tijdsgewricht mee te maken hebben? De dingen van vandaag zijn niet voldoende om morgen of op de middellange en lange termijn ook nog bestaansrecht te hebben. Gelukkig hebben we bij de KNZB een goede strategische visie, maar die moest in mijn ogen nog wel worden aangescherpt. In de veranderende wereld zie ik een grote kans voor het zwemmen in Nederland. In mijn ogen moet de KNZB opschuiven richting een ketengerichte organisatie, waarin we de zwemsport in Nederland samen met onze partners naar een hoger plan tillen."

3. In zijn afscheidsinterview vertelde je voorganger Jan Kossen dat de KNZB toewerkt naar een nieuw bestuursmodel met een directeur-bestuurder. Hoe ver zijn jullie daarmee en wat is de rol die Kossen op dit moment nog bij de KNZB heeft?
"Jan en ik spreken elkaar nog regelmatig. Jan houdt zich tot eind december 2019 - als adviseur van de KNZB - onder andere nog bezig met een aantal specifieke stuurgroepen bij NOC*NSF. Ik raadpleeg hem soms om te vragen hoe hij bepaalde zaken heeft ingericht. Jan heeft de organisatie met veel elan geleid, en de organisatie heeft tijd nodig om te wennen aan iemand anders. We hebben een verschillende stijl van leidinggeven. Een generatieverschil? Zo zou je het kunnen noemen, maar daarmee wil ik zeker niet zeggen dat Jan te oud is. Iedere tijd stelt zijn eigen eisen. Jan heeft de bond enorm versterkt in een tijd dat de bond er vooral was voor de verenigingen. Ik stap in een organisatie die zich veel meer naar buiten moet richten en de samenwerking op moet zoeken. Mijn stijl is meer bottom-up en die van Jan meer top-down. Het een is niet goed en het ander niet fout, het is anders."

"Het is onze belangrijkste ambitie om de meest servicegerichte bond van Nederland te worden"

XL11-5vragenAL-2"Het bestuursmodel staat inderdaad op de agenda, maar ik vind dat het bestuursmodel een afgeleide moet zijn van de strategie. Daarom heb ik meteen in januari bij het bestuur aangegeven dat ik eerst die strategie wil neerzetten. We hebben een goede strategische visie tot en met 2024, maar dat is nog ver weg. Ik wil eerst de focus leggen op 2021 en dan is het onze belangrijkste ambitie om de meest servicegerichte bond van Nederland te worden. Inmiddels is het jaarplan voor 2019 klaar met een goede begroting. In het tweede kwartaal werken we aan een doorkijk richting 2021 en naar aanleiding daarvan kunnen we over de hele linie de organisatie- en bestuurlijke structuur waar nodig aanpassen."

"Ik vind het nu wat voorbarig om het al over een model te hebben met een Raad van Toezicht en een directeur-bestuurder. Daarvoor moeten we eerst intern en extern onderzoek doen. Andere bonden hebben dergelijke veranderingen al ingezet. Het is goed om eens te kijken wat hun ervaringen zijn. Als we dat allemaal op een rij hebben, kunnen we een voorstel doen voor nieuwe bestuurlijke statuten en die komen op de Algemene Ledenvergadering van 2020 ter tafel. Mijn eigen rol vind ik daarin van ondergeschikt belang. Als een Raad van Toezicht-model beter past bij de strategie, moeten we die kant op. Maar het kan ook zijn dat een model met een executief bestuur beter past. Ik moet me schikken in de rol die het beste bij de organisatie past."

"We willen in de toekomst van grotere betekenis zijn voor de ongebonden sporter en de fans"

4. Wat zijn als het gaat om de strategie de belangrijkste doelen van de KNZB? 
"Dat we de meest servicegerichte sportbond van Nederland willen worden is geen doel op zich maar een voorwaarde om de andere doelen te behalen. Zo mikken we op behoud van onze 130.000 leden, als het gaat om topsport op behoud van het aantal medailles in de zeven verschillende disciplines en daarnaast willen we in de toekomst van grotere betekenis zijn voor de ongebonden sporter en de fans."

Schermafbeelding 2019-03-24 om 20.27.43"Als het gaat om topsport mikken we vooral ook op talentontwikkeling. Jonge mensen met grote ambities geven we de kans zich te ontwikkelen tot wereldtopper. Hiervoor hebben we tal van programma’s ingericht, veelal in samenwerking met de Centra voor Topsport en Onderwijs (CTO, red.). In de topsport hebben we de ambitie om met al onze sporttakken aanwezig te zijn in Tokyo en dan het liefst in de finales strijden om de medailles. In Rio waren we vooral succesvol in het open water zwemmen en paralympisch zwemmen. Nu mikken we op meer medailles uit meer sporttakken. Medailles zijn belangrijk maar we willen ook mensen inspireren met de mooie en krachtige verhalen de schuilgaan achter die prestaties."

"We moeten binnen de gehele organisatie kritisch kijken naar de dingen die we wel en niet doen. Met zeventig man personeel zijn we groot voor een sportbond, maar het is een kleine organisatie en je kunt niet alles. De KNZB is een typische activiteitengerichte organisatie. Dat is niet per se slecht, maar als je mij vraagt waar onze kansen liggen, dan denk ik dat we meer ketengericht moeten gaan werken. Dat vraagt de wereld om ons heen. Dat betekent meer samenwerking met externe partners en continuïteit in de activiteiten. Met het sportakkoord worden we ook uitgedaagd en gedwongen tot die samenwerking. Er wordt op dit moment overal gewerkt aan lokale sportakkoorden. Daarin spelen wij een rol, met partners als NOC*NSF, verenigingen, gemeenten en commerciële sportaanbieders. Ik hoop dat het woord zwemmen straks in ieder lokaal sportakkoord voorkomt."

5. De KNZB heeft een eigen zwemdiplomalijn Superspetters dat een aantal jaar geleden naast het al bestaande Zwem-ABC in de markt is gezet. Hoe ziet het landschap van zwemdiploma's er op dit moment uit en waar wil je met de KNZB naartoe?
"Er zijn diverse aanbieders van zwemonderwijs en die bieden ieder hun eigen pakket, maar de eindtermen zijn hetzelfde. De Nationale Raad voor Zwemveiligheid, waarin wij ook bestuurspartner zijn, gaat over de zwemdiploma's. je moet het zien als een rijbewijs. Er zijn veel verschillende rijscholen, maar die leiden uiteindelijk allemaal op voor hetzelfde rijbewijs."

"Wat ik voor de toekomst belangrijk vind is dat er ieder jaar 200.000 kinderen afzwemmen en daar moeten we méér mee doen"

"Wij geloven dat Superspetters een dynamischer vorm biedt en dat kan ik ook vanuit mijn eigen ervaring bij het Sportbedrijf Deventer beoordelen. Daar zijn we overgestapt van het Zwem-ABC naar Superspetters. We merkten dat ouders tevredener waren omdat er meer beleving was, ook omdat de groepen kleiner waren. Wat mij betreft komen er in de toekomst meer elementen van Superspetters in het Zwem-ABC, maar beide pakketten zijn prima. Wat ik voor de toekomst belangrijk vind is dat er ieder jaar 200.000 kinderen afzwemmen en daar moeten we méér mee doen."

XL11-5vragenAL-7"Ik vertel graag het verhaal van mijn nichtje dat laatst haar zwemdiploma haalde. Zij werd feestelijk op een tafeltje gezet en bij het overhandigen van het diploma zei de juf: gefeliciteerd, nu mag je eindelijk een echte sport gaan doen. Het is toch vreemd dat uitgerekend de zwemjuf dat zegt. Die houding is gemeengoed geworden. Ieder kind moet eerst een zwemdiploma halen voordat het op een andere sport mag. Zo kijken ouders er ook tegenaan."

"Eigenlijk zijn wij de eerste echte sport waarmee die kinderen in aanraking komen, maar op deze manier wordt onze voorsprong een achterstand. Ik praat graag in kansen en hier ligt een heel grote kans. Samen met onze belangrijkste partners - Vereniging Sport en Gemeenten, Nationale Raad Zwemveiligheid en Reddingsbrigade Nederland - moeten we daarmee aan de slag. Dat diploma is een statisch moment en daarna zijn we de kinderen kwijt. We moeten naar een dynamische aanpak, waarbij we die kinderen vasthouden. Dat komt ook de zwemveiligheid ten goede. Opnieuw maak ik de vergelijking met het rijbewijs. Op het moment dat je het roze papiertje haalt, kun je rijden, maar iedereen weet dat je daarna veel moet rijden om het veilig te blijven doen."

"Natuurlijk is zwemles voor de bond een verdienmodel, maar dat staat bij mij niet voorop. We moeten hierin samenwerken met andere partijen, want het is een veel groter verdienmodel als al die kinderen blijven zwemmen. Dat is in het belang van alle betrokken partijen en daarom moeten we elkaar dus niet de tent uitvechten."

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst