Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Bas van de Goor, ex-topvolleyballer en directeur Bas van de Goor Foundation 19 juni 2018

Bas van de Goor won in 1996 olympisch goud met het Nederlands volleybalteam. Het behalen van die medaille werd vier jaar later verkozen tot sportmoment van de eeuw. Van de Goor denkt er met plezier aan terug, maar staat er niet meer zo vaak bij stil. Hij is druk met zijn eigen Bas van de Goor Foundation en kijkt vooral naar het heden en de toekomst. Als diabetespatiënt zet hij zich in om de kwaliteit van leven voor diabetespatiënten te verbeteren door middel van sport en bewegen. Vorig jaar stond zijn werk voor de foundation even stil, omdat hij werd getroffen door lymfeklierkanker. Inmiddels is hij daarvan genezen, getuige ook zijn blakende voorkomen als we hem treffen in Amsterdam. 

door: Leo Aquina | 19 juni 2018

1. Toen je op het punt stond het tienjarig jubileum van je foundation te vieren, kreeg je de diagnose lymfeklierkanker. De strijd tegen zo'n zware ziekte wordt wel eens met topsport vergeleken. Hoe kijk jij daar als oud-topsporter tegenaan?
“Sporters benaderen dingen vaak met een doel, maar dit was de eerste keer dat ik iets meemaakte waarbij ik niet naar een doel toe kon werken. Bij de eerste diagnose had ik geen idee wat me te wachten stond. Op het moment dat het woord 'kanker' valt, zakt alles weg. Ik begreep dat er meer dan dertig varianten waren van lymfeklierkanker, die varieerden van goed behandelbaar tot weinig kans. We kwamen er vrij snel achter dat ik een variant had met goede vooruitzichten, maar als je negentig procent kans hebt op genezing is er ook nog altijd tien procent kans dat je het niet haalt. Ik ben zelf positief ingesteld en na de eerste chemokuur had ik het gevoel dat het wel goed zou komen. Dat is ook gebeurd. In oktober 2016 kwam de diagnose, in november 2016 kreeg ik de eerste kuur, half april 2017 de laatste en op 11 mei volgde een scan waarop alles oké was. Dan begint het herstel pas."

"Herstel van kanker laat zich niet leiden. Je kunt na zes maanden weer terug zijn op een bepaald niveau, maar het kan ook acht of twaalf maanden duren"

XL22-5vragenaanBasVanDeGoor-1"Ik heb niet eens de zwaarste kuren gehad, maar het was fysiek enorm zwaar. Normaal weeg ik zo'n 102 kilo, wat voor mijn lengte prima is. Daar ging meer dan vijftien kilo af en dan blijft er weinig meer over. Je begint vervolgens niet op nul, maar op min drie. Herstel van kanker laat zich niet leiden. Je kunt na zes maanden weer terug zijn op een bepaald niveau, maar het kan ook acht of twaalf maanden duren. Dat hangt maar net af van de persoon. Ik heb mijn doel toen moeten herformuleren tot 'er is geen doel.' Ik heb geen lat gelegd op zes maanden, of twaalf maanden. Een bevriende gezondheidspsycholoog vertelde me dat vijftig procent van de mensen die kanker hebben gehad en bij haar komen, vinden dat ze te langzaam herstellen. Dan draai je jezelf in de knoop."

"Ik had het geluk dat de foundation in de tussenliggende periode gewoon door is gegaan zonder mij. Ik had geen stemmetje in mijn hoofd dat vond dat ik van alles moest doen. Of ik mij dan niet overbodig voelde? Toon Gerbrands legde me ooit eens een vraag voor: 'stel je bent trainer en je mist de kampioenswedstrijd van je ploeg door autopech. Je ploeg doet alles goed en wordt toch kampioen. Baal je dan dat je er niet bij was, of ben je trots omdat je het zo hebt neergezet dat iedereen wist wat hij moest doen?' Zo kijk ik hier ook tegenaan. Ik ben vijf maanden volledig afwezig geweest bij de foundation en vanaf de zesde maand ben ik weer langzaam gaan opbouwen. Eerst deed ik dat een dag in de week en langzaamaan steeds meer. Het is geweldig dat alles tijdens mijn afwezigheid doorging, maar ze moesten in die periode wel alles met vier man doen in plaats van vijf. Des te mooier dat het allemaal is gelukt."

“Ik zou manager worden bij Dynamo in Apeldoorn, maar toen ik eenmaal op die plek zat, had ik het niet naar mijn zin. Ik ben daar toen na een half jaar opgestapt”

2. Je Foundation bestaat inmiddels al bijna twaalf jaar. Wat had je voor ogen toen je ermee begon? 
"Het is misschien nog wel meer geworden dan ik had durven dromen. Het begon toen ik mijn zakenpartner Petra Seegers ontmoette. Wij waren in 2006 allebei mee met een Chinareis van de Wagner Group. Ik deed toen de opleiding Executive MBA Sportsmanagement en Petra had die opleiding tien jaar eerder gedaan. Ik was toen eigenlijk net een half jaar gestopt met volleybal. Ik zou manager worden bij Dynamo in Apeldoorn, maar toen ik eenmaal op die plek zat, had ik het niet naar mijn zin. Ik ben daar toen na een half jaar opgestapt. Ik zat daarna met de vraag: wat nu? Je kunt niet iedere keer weer aan iets nieuws beginnen en er steeds maar weer achter komen dat het niet leuk is, dus ik moest een bewuste keuze maken. Petra was zelf ook op zoek naar iets nieuws. Zij wilde graag iets doen met goede doelen en had veel affiniteit met de gezondheidszorg. Op reis zag zij mij steeds in de weer met mijn insulinespuitjes vanwege mijn diabetes en daaruit kwam het plan voort om de foundation te beginnen."

"Toevallig heb ik laatst nog eens de doelstelling opgezocht waarmee we destijds begonnen. Een kale witte powerpoint met zwarte letters. We wilden: 'de kwaliteit van leven voor mensen met diabetes verbeteren door middel van sport.' Later hebben we daar 'bewegen' aan toegevoegd, omdat sport toch veel mensen afschrikt. Daarnaast wilden we ook kijken of we op die manier de kosten van de zorg voor diabetespatiënten omlaag konden krijgen. Die laatste doelstelling hebben we er later afgehaald omdat je dat heel moeilijk kan onderzoeken, al hebben we met de Nationale Diabetes Challenge inmiddels een grote groep deelnemers waarbij je goed onderzoek kan doen. Er doen zo'n vierduizend mensen mee en als je kunt laten zien dat bij hen de bloedsuiker een tiende omlaag gaat dankzij sport en bewegen, kun je een model maken om te berekenen hoeveel kostenbesparing dat oplevert aan zorg en medicijnen."

XL22-5vragenaanBasVanDeGoor-2"We zijn heel kleinschalig begonnen met sportclinics en sportkampen voor kinderen met diabetes. Dat hebben we later uitgebreid naar mensen met diabetes type 1, en weer later gingen we naar alle mensen met diabetes, type 1 en 2. Er zijn in Nederland ongeveer zesduizend kinderen met type 1, honderdduizend mensen met type 1 en negenhonderdduizend met type 2. Sport en bewegen is belangrijk voor al die mensen. Mensen met type 1 kunnen op die manier hun diabetes beter leren managen en voor mensen met type 2 is het min of meer de oplossing. Er zijn verschillende oorzaken voor type 2, maar veel hangt toch samen met overgewicht en obesitas." 

3. Jullie zijn stapje voor stapje groter geworden, van sportkampen naar de Nationale Diabetes Challenge. Hoe zien jullie activiteiten er op dit moment uit?
"We zijn eigenlijk begonnen als een evenementenbureau, om steeds meer uit te groeien naar een communicatiebureau. We zagen al snel dat de mensen die met onze evenementen meededen ambassadeurs van onze boodschap konden worden. Iedereen die bij ons een clinic had gedaan, leerde over sporten en bewegen met diabetes en dat verhaal konden zij weer vertellen aan de verpleegkundige, die op die manier ook weer meer mensen met diabetes kon bereiken. Volgens dat format zijn we gegroeid."

"De Nationale Diabetes Challenge is in 2014 ontstaan. Dat is begonnen met een trip naar IJsland. Er werd veel gesproken over zelfmanagement in de zorg, maar niemand wist eigenlijk goed wat dat inhield. Daarom hebben we twaalf mensen met diabetes gevraagd om zich voor te bereiden op een reis van zes dagen door de wildernis in IJsland. We zouden elke dag zes tot acht uur lopen en de deelnemers moesten het helemaal zelf plannen en zelf bepalen wat ze allemaal mee moesten nemen. Iedereen deed het op zijn eigen manier: de één had aan een half A4-tje genoeg en de ander kwam met complete Excel-sheets. We hebben iedereen vervolgens laten vertellen over wat zelfmanagement volgens hen was. Zelfmanagement betekent niet dat je alles alleen moet doen - je kunt heel veel samen doen - maar het betekent vooral dat je zelf de regie neemt over je eigen gezondheid."

"Onze rol is een beetje die van Uber. We hebben het concept bedacht en we faciliteren alles waar de zorgverleners zelf geen tijd voor hebben"

XL22-5vragenaanBasVanDeGoor-3"Tijdens dat project rond die IJslandreis ontstond er een samenwerking met een gezondheidscentrum in Nijkerk, waar oud-schaatser Carl Verheijen directeur was. Als oud-sporter had hij op dat gebied ook al beweeginitiatieven ontplooid voor mensen met chronische aandoeningen en diabetes. Zij zijn toen een wandelgroep gestart die in Nederland parallel wandelde met ons in IJsland. Dat sloeg enorm goed aan en daaruit vloeide de gedachte voort om juist dat bewegen in de buurt groter te maken. Wat in 2014 in Nijkerk begon, gebeurde in 2015 op vijftien locaties, in 2016 op honderdtwintig, in 2017 op honderdzestig en voor 2018 zitten we nu op tweehonderd locaties."

"Het gaat nu om een periode van twintig weken. Dit is de bewezen effectieve periode om gedragsverandering teweeg te brengen. In die periode gaan mensen een aantal keer in de week wandelen, waarvan één keer met hun zorgverlener. Als foundation organiseren wij dat niet. Onze rol is een beetje die van Uber. We hebben het concept bedacht en we faciliteren alles waar de zorgverleners zelf geen tijd voor hebben. We zorgen voor posters en flyers en een website waar mensen zich kunnen inschrijven. Iedereen traint twintig  weken en op de laatste dag komen alle tweehonderd lokale initiatieven samen voor een door ons georganiseerd festival in het Olympisch Stadion in Amsterdam."

4. Hoe financieren jullie alles?
“Wij zijn geen officiële zorgverlener, maar we proberen toch op de één of andere manier voet aan de grond te krijgen bij de zorgverzekeraars. Dat is lastig, want dit gaat over preventie. In het preventieakkoord hebben roken, overgewicht en alcohol voorrang gekregen. Op zich een begrijpelijke keuze van de staatssecretaris, maar jammer voor ons. Bij het sportakkoord hebben we ook aan tafel gezeten, maar ook daar is dit onderwerp uiteindelijk gesneuveld. Afgelopen week heb ik met Bert van Oostveen van het Kenniscentrum Sport gepraat. Wat wij doen is toch een alternatieve manier van zorg en we hopen dat het wordt aangemerkt als een bewezen effectieve methode om op die manier ook weer makkelijker fondsen aan te kunnen spreken."

“Als je meedoet met de Diabetes Challenge zie je je zorgverlener tijdens het wandelen, waardoor er op een andere manier contact is”

"Als foundation hebben we verschillende geldschieters, waaronder Zelfzorg Ondersteund en een aantal particuliere geldschieters. Het Diabetesfonds helpt ons met geld voor onderzoek om feiten over de effectiviteit op tafel te krijgen en insulineproducent Novo Nordisk steunt ons ook."

"Voor de Nationale Diabetes Challenge hebben we afspraken kunnen maken met de zorgverzekeraars. Diabetespatiënten komen normaal gesproken vier keer per jaar bij de zorgverlener. Als je meedoet met de Diabetes Challenge zie je de zorgverlener tijdens het wandelen, waardoor er op een andere manier contact is. Dat is voor veel zorgverleners trouwens een prachtige manier om meer inzicht te krijgen in het wel en wee van hun patiënten omdat ze in een andere setting vaak veel makkelijker praten dan tijdens dat reguliere bezoekje in de spreekkamer. Patiënten die meedoen aan de Challenge komen nog maar twee keer per jaar bij de zorgverlener, maar we hebben met de zorgverzekeraar afgesproken dat er wel voor vier keer wordt betaald. Op die manier ziet de zorgverlener toch nog wat terug voor de extra inspanning. Daarmee zijn de medische kosten gedekt, maar de andere kosten eromheen natuurlijk nog niet. "

“Diabetes type 2 is een toenemend probleem in Nederland. Tussen de anderhalf en de drie miljoen mensen zitten al in de gevarenzone, maar meestal weten ze dat zelf niet eens”

5. Wat zijn je toekomstplannen met de Foundation?
XL22-5vragenaanBasVanDeGoor-4 "Wij zijn een organisatie die een bijdrage levert aan de gezondheidszorg zonder direct zorgverlener te zijn. Ik zou het mooi vinden als er op het gebied van financiering een oplossing komt voor dergelijke startups - want zo zie ik onszelf nog altijd. Er moet een structurele manier komen waarop bewezen effectieve interventies hun werk kunnen blijven doen. Daar wil ik me sterk voor maken. We vragen van de patiënt en de zorgverlener een verandering van gedrag, maar ook van de overheid en de zorgverzekeraar. Je moet het zien als de bekende olietanker die we met een peddeltje op een andere koers proberen te krijgen. Ik ben dus hard op zoek naar andere boten die met me mee willen duwen."

"Diabetes type 2 is een toenemend probleem in Nederland. Tussen de anderhalf en de drie miljoen mensen zitten al in de gevarenzone, maar meestal weten ze dat zelf niet eens. Met sport en bewegen kunnen die mensen voorkomen dat zij straks aan de medicijnen moeten. Een pil is geen geneesmiddel voor diabetes type 2, het onderdrukt alleen de symptomen. Een verandering van leefstijl is de oplossing. Daarom wil ik in de toekomst de nadruk blijven leggen op het belang van bewegen. Daarbij werken we met de Nationale Diabetes Challenge aan impact op grote schaal, maar we blijven ook werken aan kleine projecten, waarbij een kleine groep diabetespatiënten bij elkaar komt om meer te leren over eten en sporten met diabetes. Die bijeenkomsten zijn heel waardevol." 

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst