Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Jan Kossen, directeur KNZB 6 juni 2017

Jan Kossen is al elf jaar directeur van de Koninklijke Nederlandse Zwembond KNZB. Daarvoor was hij elf jaar lang directeur van het Watersportverbond. Na de tegenvallende prestaties van de Nederlandse ploeg in het zwembad van Rio, kreeg Kossen de nodige kritiek, onder anderen van zwemiconen Pieter van den Hoogenband en Johan Kenkhuis. Inmiddels is de zwembond een evaluatierapport rijker. We bespreken nog een keer de ‘lessons learnt’. Ook de verkiezingsprocedure van de nieuwe voorzitter komt aan de orde; Marius van Zeijts volgt Erik van Heijningen op, die na zestien jaar afscheid nam en tot erevoorzitter werd benoemd. Tot slot bespreken we de doelen van Kossen als directeur van de zwembond. Komt er nog ooit een WK naar Nederland of niet? 

door: Leo Aquina | 6 juni 2017

1. Je bent al elf jaar directeur van de KNZB, maar niet eerder was er zulke forse kritiek op jouw functioneren als na de Olympische Spelen van Rio de Janeiro. Hoe is dat bij jou aangekomen?
“Voordat ik directeur werd van de KNZB was ik al elf jaar directeur geweest van het Watersportverbond, dus ik ben in totaal al 22 jaar bondsdirecteur. In al die tijd heb ik wel gezien hoe onberekenbaar sport is. Er gebeuren soms dingen waar je weinig grip op hebt. Als directeur en als bestuur moet je het zo weten te sturen dat de organisatie wel weer verder kan. Natuurlijk is het een zwaar jaar geweest, maar samen met het bestuur en collegae hebben we het afgelopen jaar ook meer dan honderd verenigingen bezocht en bij geen van die verenigingen stond die kritiek op de agenda. Daar stonden altijd twee vragen centraal: hoe gaat het met jullie vereniging en hoe kijken jullie naar de bond? We kwamen hoofdzakelijk tevredenheid over de organisatie tegen.”

"We zijn ook zeker niet tevreden over het zwembadprogramma, maar wij willen het analyseren op basis van ratio en niet op basis van emotie"

“Natuurlijk was er veel kritiek op het zwembadprogramma in Rio, maar je moet ook oog hebben voor de twee prachtige gouden medailles die we hebben gehaald in het open water. Als zwembond hebben we vijfentwintig procent van de Nederlandse gouden medailles in Rio gehaald. We waren vorige week op het LEN-congres (de Europese zwembond, Ligue Européenne de Natation, red.) en daar krijgen we van iedereen te horen hoe goed wij het als Nederland hebben gedaan. Het is maar hoe je er tegenaan kijkt. Ik wil niets bagatelliseren en we zijn ook zeker niet tevreden over het zwembadprogramma, maar wij willen het analyseren op basis van ratio en niet op basis van emotie. Ik krijg reacties van mensen die ik helemaal niet ken en de nuance is vaak ver te zoeken. Emotie is een mooie kant van sport, maar het heeft ook nadelen.”

“Keuzes maken is inherent aan ons werk. Soms pakken die goed uit en soms minder. De kritiek was fors. Wat Johan en Pieter zeggen, moet je aan henzelf vragen. Ik heb mijn verantwoording af te leggen aan het bestuur. Er is een evaluatie gedaan, we hebben de resultaten met iedereen gedeeld en de aanbevelingen overgenomen. Daarmee is het voor mij een gesloten boek. Niet meer over piepen, maar doorgaan.”

2. Als je terugkijkt op de hele periode, wat zijn dan de lessons learnt?
“Als je er met wat meer afstand naar kijkt, zie je dat het vertrek van Jacco Verhaeren grote invloed heeft gehad. Hij heeft over een lange periode enorme impact op het Nederlandse topzwemmen gehad en het effect daarvan is groter geweest dan we ons met zijn allen hebben gerealiseerd. We hebben dat effect onderschat.” 

"Je zit in een tijdperk, er is iemand die daar een stempel op drukt, dat leidt tot succes en er komt een moment dat je dat achter je moet laten"

“Of we onze organisatie te veel hadden opgehangen aan één persoon? Nee, dat denk ik niet. Het is onvermijdelijk. Kijk naar het Nederlands Elftal onder Van Gaal op het WK. Je zit in een tijdperk, er is iemand die daar een stempel op drukt, dat leidt tot succes en er komt een moment dat je dat achter je moet laten. Kijk bijvoorbeeld ook naar het succes van de Nederlandse waterpolodames onder Robin van Galen. Daarop volgde ook een mindere periode, gelukkig krabbelt het nu weer op. Soms heb je tijd nodig om van de ene fase naar de andere te gaan.”

“Aan de andere kant moet je het verleden ook niet romantiseren. Met Jacco kwamen we uit Beijing (Olympische Spelen 2008, red.) terug met één gouden medaille in het zwembad. Het lukte daar niet met onder anderen Pieter van den Hoogenband, Inge Dekker en Marleen Veldhuis. Ik weet nog dat er vanuit de pers gevraagd werd of dat nu discontinuïteit betekende voor Jacco. We haalden in Beijing wel goud op de 4x100m vrije slag en op dat onderdeel haalden we zilver in Londen. Toen waren de koppen: estafetteteam faalt. Opnieuw zeg ik dan: het is maar hoe je ernaar kijkt. Voor Rio hadden we opnieuw gemikt op zilver, een inschatting die was gebaseerd op het WK, maar het werd een vierde plaats. Als je dan de tijden naast elkaar legt, was het echt zo slecht niet. Maar goed, als je een roverhoofdman hebt die altijd heeft bepaald welke kant we opgingen en er komt een andere roverhoofdman, betekent het niet meteen dat iedereen meteen rechtsaf gaat als hij dat roept.” 

3. Nu is Marcel Wouda de 'roverhoofdman'. Is daarmee de rust weergekeerd? 
“Marcel is niet in zijn eentje. We hebben met Marcel Wouda en Mark Faber een fantastisch trainerskoppel aan ons gebonden en vergeet ook André Cats niet als technisch directeur. We hebben heel bewust gekozen voor één technisch directeur in plaats van twee. Dat geeft rust en visie. Daardoor kan ikzelf een stap terug doen als het gaat om topsport. Met Marcel, Mark en de mensen daaromheen wordt er nu echt aan een heel andere ploeg gebouwd. Er hangt veel meer ontspanning om de ploeg heen.” 

"Zelf heb ik echt 86 stappen terug gedaan op het gebied van topsport"

“Het grootste verschil is misschien wel dat we nu één hoofdcoach hebben die ook echt hoofdcoach is. In de aanloop naar Rio hadden we eigenlijk drie hoofdcoaches. De coach van Ranomi (Kromowidjojo), de coach van de open water-ploeg en de coach van de ploeg uit Amsterdam. Tussen Marcel en Mark is een duidelijke rolverdeling. Marcel is er primair voor de top en Mark zijn accent ligt op de talenten. Die twee mannen bepalen gezamenlijk het programma. In plaats van drie verschillende programma’s, zitten we nu op één lijn in Eindhoven en in Amsterdam. Maar verder moet ik er niet te veel over vertellen, want ik houd er echt afstand van. De laatste keer dat ik intensief bij de ploeg ben geweest, was op het WK kortebaan in Windsor en dat is alweer zes maanden geleden.”

“Of Pieter van den Hoogenband niet een grotere rol zou moeten spelen in het Nederlandse topzwemmen? Pieter is nu toernooidirecteur van de World Cup in Eindhoven, die TIG voor ons samen met de provincie Noord-Brabant en de gemeente Eindhoven organiseert. André heeft goed contact met Pieter en ik denk dat Pieter in een rol zit die hem goed past. Wij blijven ons inspannen om zo goed mogelijk contact met Pieter te houden. Zelf heb ik echt 86 stappen terug gedaan op het gebied van topsport. André is daar als technisch directeur verantwoordelijk voor en hoe meer we oud-topsporters bij dat programma kunnen betrekken, hoe beter. Dat geldt voor Pieter, maar ook voor bijvoorbeeld Maarten van der Weijden en Inge Dekker. Daar zijn we hartstikke blij mee” 

"Veel bonden moeten hun uiterste best doen om überhaupt een kandidaat te vinden die de klus op zich wil nemen, wij hadden drie geschikte mensen"

4. De KNZB heeft met Marius van Zeijts onlangs een nieuwe voorzitter gekozen, na zestien jaar Erik van Heijningen. Van Zeijts was niet de kandidaat van het bestuur, wat betekent dat?
“De selectiecommissie heeft een kandidaat naar voren geschoven en het bestuur heeft die keuze overgenomen. De selectiecommissie bestond uit twee vertegenwoordigers uit het bestuur, iemand uit de atletencommissie, iemand uit de bondsraad en uit mijzelf. Er hadden zich drie hoogwaardige kandidaten aangemeld. Dat is een luxe. Het gaat om een vrijwillige functie en veel bonden moeten hun uiterste best doen om überhaupt een kandidaat te vinden die de klus op zich wil nemen, wij hadden drie geschikte mensen. Van die drie kandidaten bleven er twee over: Michel Bezuijen en Marius van Zeijts. Na lang beraad in de commissie is Bezuijen naar voren geschoven en het bestuur heeft die voordracht overgenomen. Volgens de statuten hebben de verenigingen vervolgens de mogelijkheid om een tegenkandidaat te stellen. Dat was Marius van Zeijts die als tweede uit de procedure was gekomen.”

“Uiteindelijk heeft Michel Bezuijen besloten zich terug te trekken omdat hij in zijn positie als burgemeester kwetsbaar was in een verkiezingsstrijd. Natuurlijk is het jammer dat hij zich heeft teruggetrokken, maar de procedure was zorgvuldig en het zegt ook niets negatiefs over de man die het uiteindelijk wel geworden is. We zijn nu een kleine maand met elkaar bezig en we kunnen het goed met elkaar vinden. Nadeel op dit moment is nog dat hij in Zuid-Frankrijk woont, maar over twee maanden stopt Marius definitief met werken en komt hij terug naar Nederland.”

"Een sportorganisatie is als een mammoettanker, die ga je als eenling niet in honderd dagen van koers verleggen"

“Wat er allemaal gaat veranderen met de nieuwe voorzitter? Hij pleit voor meer openheid, maar openheid prediken we met zijn allen. We hebben afgesproken dat hij zich eerste verdiept in wat we doen en dat hij na zijn eerste honderd dagen met een visie naar buiten komt. Een sportorganisatie is als een mammoettanker, die ga je als eenling niet in honderd dagen van koers verleggen. Toch zullen er echt wel andere accenten komen. Zestien jaar onder dezelfde voorzitter was een lange tijd en je constateerde net zelf terecht, misschien wel te lang. Ik denk dat er binnen het bestuur ook wel behoefte was aan verandering, zonder daarmee iets ten nadele te zeggen van Erik, die niet voor niets tot erevoorzitter is benoemd. Een nieuwe voorzitter is geen president die alle macht in handen heeft, maar hij kan wel nieuwe krachten losmaken binnen de organisatie. Daarbij zal hij zich waarschijnlijk in eerste instantie richten op ons beleidsplan 2017-2020, dat door de ledenvergadering is aangenomen.”

5. Tot slot: je bent 23 jaar bondsdirecteur en je constateerde al eerder dat niet veel anderen het zo lang volhouden in die functie. Gedwongen ontslagen, voortijdig opstappen, ziekte, met veel van je collega’s gaat het onderweg nogal eens mis. Wat is jouw geheim? En wat zijn je doelen voor de toekomst? 
“Wat is het geheim? Dat zou je eigenlijk moeten vragen aan de mensen om mij heen. Ik vind mijn werk in ieder geval prachtig en ik krijg er nog altijd energie van. Ik heb ooit gekozen voor een carrière in het sportmanagement, daarom heb ik de beroemde sportmanagement-opleiding bij Philip Wagner gedaan in Groningen. Daarna heb ik ook nog de MEMOS-opleiding bij het IOC gedaan, die hebben maar zeven mensen in heel Nederland gevolgd. Dat is een stevige basis.”

“Sport is een wereld van gedrevenheid en passie. Die emotie kan een harde en rauwe kant hebben, maar als je kijkt naar de film '0,03 seconde', zie je ook de gedrevenheid van bijvoorbeeld Femke Heemskerk. Daar gaat mijn hart van open. Ik ben nog altijd verliefd op sport.”

"Je moet niet voor iedere windvlaag die op je pad komt van koers veranderen. Ik ben een zeiler en een zeiler zeilt liever tegen de wind in, dan voor de wind"

“Je moet in dit vak ook een groot incasseringsvermogen hebben, en een groot inlevingsvermogen. Je moet tegen een stootje kunnen, geloof houden in de kwaliteit van je organisatie en de doelen die je met elkaar wil bereiken. Je moet niet voor iedere windvlaag die op je pad komt van koers veranderen. Ik ben een zeiler en een zeiler zeilt liever tegen de wind in, dan voor de wind. Deze functie is wel te vergelijken met een zeiler op zee. Je probeert grip te krijgen op iets ongrijpbaars als de wind. Je weet van tevoren niet wat die wind gaat doen, maar je weet wel waar je naartoe wil en je kunt wel bepalen hoe je op die wind inspeelt om je doel te bereiken.”

“Wat mijn doelen zijn? In het verleden heb ik wel eens gezegd dat we als bond een WK naar Nederland wilden halen. Dat willen we nog altijd wel, maar het zijn andere tijden. Het kan in ieder geval niet zonder forse overheidssteun en de komende jaren is het WK ook al vergeven. De ambitie is er nog, maar ik ga het niet meer meemaken bij de zwembond. We hebben nu een World Cup en dat is al heel mooi. Een WK korte baan zou op een termijn van vier of zes jaar nog wel kunnen, maar ook daar moet je een heel goed plan voor maken, want het is wel duur.”

“Of ik nog een functie bij een andere bond ambieer? Ik ben 62, ik zou liever 52 zijn maar dat is nu eenmaal niet anders. Als er morgen een andere sportbond komt, zeg ik geen 'nee', maar andere bonden moeten vooral naar jonge mensen kijken. Dat zou ik zelf ook niet anders willen. Ik heb goede afspraken met mijn bestuur over mijn inzet bij de zwembond. Wat die zijn vertel ik niet, maar we houden ons eraan en that’s it.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst