Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Paul Verweel, hoogleraar Bestuurs- & Organisatiewetenschap 23 mei 2017

Prof. dr Paul Verweel is hoogleraar Bestuurs- & Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast was hij voorzitter van de Utrechtse voetbalclub VV Hoograven en van 2008 tot 2014 vicevoorzitter van het dagelijks bestuur amateurvoetbal van de KNVB. Vierenhalf jaar geleden werd bij hem kanker geconstateerd. Ondanks die ziekte zet hij zich met onverminderde passie in voor het voetbal en voor de wetenschap, al heeft hij niet meer dezelfde energie als vroeger. “Ik doe het nu allemaal in het besef: das war einmal", zegt hij opvallend monter. Sport Knowhow XL sprak met Paul Verweel over zijn ziekte, maar vooral over zijn passie voor de sportvereniging, volgens hem Nederlands cultuurgoed dat verloren dreigt te gaan in de drang naar professionalisering. 

door: Leo Aquina | 23 mei 2017

1. Je bent al een aantal jaar ziek. Heeft die ziekte je werk niet alleen in praktische zin, maar ook inhoudelijk beïnvloed?
“De gezondheid wordt steeds minder. Dat geeft enorm veel beperkingen en de kunst is om binnen die beperkingen te leven. Toen ik vierenhalf jaar geleden om een prognose vroeg, kreeg ik te horen dat ik in de groep van vijf tot tien jaar viel. Dat valt rauw op je dak. Ik heb het omgezet in een sportmetafoor. We spelen de eerste helft van vijf jaar, de tweede helft van vijf jaar, daarna gaan we verlengen en penalty’s schieten, maar uiteindelijke verlies je. We zitten nu tegen het einde van de eerste helft en ik sta 2-0 achter. Mijn lichaam is verwrongen, maar gelukkig doet mijn geest het nog goed en de passie is er nog. Ik doe op dit moment alleen nog de begeleiding van promovendi. Ik heb niet meer de energie om een instituut te leiden. Das war einmal, maar ik heb van iedere minuut genoten, ook van mijn werk binnen de KNVB, op het laatste jaar na.”

“Inhoudelijk ben ik niet anders tegen mijn werk en aan gaan kijken. Ik zie wel veranderingen in de sport en in de samenleving, maar dat heeft niets met mijn ziekte te maken. Er is sprake van een toenemende economisering en de rationalisering van de samenleving en ik vraag me af of de mens daar wel voor gemaakt is.”

"Er wordt een perceptie de wereld in geholpen dat het niet goed gaat en dat sportverenigingen ouderwets zijn, maar dat is helemaal niet waar"

“Die hang naar rationaliteit zit sinds de Verlichting diepgeworteld in onze westerse maatschappij. Er is te weinig durf. Iedereen is bang om afgerekend te worden. We veroorzaken het zelf. Je ziet het ook terug in de sportwereld. Er wordt een perceptie de wereld in geholpen dat het niet goed gaat en dat sportverenigingen ouderwets zijn, maar dat is helemaal niet waar. Ik vertel dit verhaal al tien jaar. We kijken bij organisaties altijd naar de tien procent die nieuw is en we vergeten dat het voor negentig procent hartstikke goed gaat. Een beleidsmedewerker sport bij een gemeente scoort niet als hij zegt dat die bestaande verenigingen eigenlijk best lekker draaien. Je scoort als je binnenkomt met een hip nieuw beweegprogramma.”

2. Jij bent altijd een pleitbezorger geweest van de sportvereniging in de oude vorm: niet of nauwelijks geprofessionaliseerd en geleid door vrijwilligers. Is dat model in jouw ogen nog steeds toekomstbestendig, ondanks dalende aantallen georganiseerde sporters en de toename van ongeorganiseerde sport?
“Ik heb in 1995 al eens in een project gezeten rondom de vraag of dit model nog toekomstbestendig was en iedereen dacht dat het in 2020 echt afgelopen zou zijn. Het bestaat nog altijd. Iedereen heeft het over die teruglopende ledentallen, maar er doen nog altijd zo’n vijf miljoen mensen aan georganiseerde sport, volgens de theorie zouden die eigenlijk al bijna verdwenen moeten zijn.”

“Ik ben een groot voorstander van het model van verenigen. In de georganiseerde sport gaat het niet alleen om beweging en gezondheid, het gaat juist om die vrijwillige vereniging, dat is het sociaal cultureel kapitaal van Nederland. Daar wordt veel te makkelijk over gedacht. Kijk eens naar de cijfers van het Mulier Instituut. Er zijn nog altijd meer dan een miljoen vrijwilligers actief in de sport. Dat model van de vereniging is bovendien heel goed in staat zich aan te passen." 

"We gooien veel te veel van het cultuurgoed weg. Het huidige model van sportverenigingen bestaat al 120 jaar, en altijd op basis van vrijwilligers"

"Ik heb bij de Stichting Meer dan Voetbal gezeten. Daar zag je dat meer dan vijftig procent van de clubs maatschappelijke projecten draait. Dat is toch juist wat de politiek roept, dat mensen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen? En aan de andere kant roepen we vervolgens dat het allemaal door professionals moet worden geleid. Ik ga tegen die stroming in. We gooien veel te veel van dat cultuurgoed weg. Het huidige model van sportverenigingen bestaat al 120 jaar, en altijd op basis van vrijwilligers. Natuurlijk verdwijnen ook verenigingen. Hoeveel bedrijven houden het zo lang vol?” 

Het proefschrift van Frank van Eekeren is helder. Hij onderscheidt verschillende waarden om je te organiseren: cultureel of zakelijk. Het een is niet beter dan het ander, maar het is anders. We leven in Nederland in een diverse samenleving, met allemaal verschillende clubjes die je niet op een hoop moet gooien. We zijn er met onze geschiedenis van verzuiling bovendien ook altijd in geslaagd om al die verschillen te overbruggen. We leven in nu een tijd van verwarring en we hebben het moeilijker met het onderlinge begrip. We denken steeds meer in wij en zij. En zij, dat zijn de allochtonen. Alsof die allemaal hetzelfde zijn. 

En die wij, dat zijn mensen die elkaar vroeger niet eens aankeken omdat ze van een andere gezindte waren. Zo kun je ook naar sportclubs kijken. Ik voetbalde vroeger bij COV Desto. De C stond voor christelijk en daar is op een gegeven moment een enorme discussie over geweest. Tegenwoordig speelt het niet meer. Laat die dingen nou gewoon gaan. Het ontwikkelt zich ook wel zonder dat je alles per se in dat professionele model gaat wringen. Laten we het nou bij de kern houden. Verenigen is het primaire product.”

3. De wereld van het fitness en de clubs die het aanbieden lijkt steeds verder te groeien. Dit wordt ook wel eens ten voorbeeld gesteld aan de sportwereld (zie deze recente column op Sport Knowhow XL). Wat kan de sportwereld daarvan leren?
“Ik vind het een omgevallen boekenkast. Ik heb dat artikel gelezen en volgens mij kan de sportwereld niet zoveel leren van de fitnesswereld. De fitnessbranche leeft van flexibiliteit, van het feit dat mensen die willen sporten zich nergens aan hoeven te binden. Prima concept, maar iets heel anders dan de sportvereniging. Overigens hoor je ook wel eens cynische verhalen, dat van de twee miljoen mensen die het doen, de helft begint met een abonnement en er na twee maanden alweer de brui aangeeft.”

"Die fitnessbranche is iets totaal anders dan de georganiseerde sport. Laat die twee branches nou gewoon lekker naast elkaar bestaan"

“Mensen gaan met een andere motivatie naar een sportvereniging. Ook iemand van bijna veertig - die niet meer voetbalt als die jonge vent van 25 - gaat nog altijd naar zijn cluppie. Het gaat niet alleen om gezondheid en bewegen, dat is bijzaak. Zo iemand gaat daarheen voor het voetbal, voor de vrienden met wie hij zich verbonden voelt, om samen dat spel te beleven. Dat is een totaal andere motivatie dan iemand die naar de sportschool gaat om in beweging te blijven. Die fitnessbranche is iets totaal anders dan de georganiseerde sport. Laat die twee branches nou gewoon lekker naast elkaar bestaan.” 

“Dat wil natuurlijk niet zeggen dat sportverenigingen helemaal niets van die fitnessbedrijven kunnen leren. Verenigingen kunnen ook inspelen op de behoefte aan meer flexibiliteit en dat zie je ook al gebeuren. Er zijn verenigingen die trainingsarrangementen aanbieden, waarbij de deelnemers geen competitie hoeven te spelen. Prima initiatieven, maar het zijn producten om de kern heen. De vereniging krijgt zo wat meer vlees op de botten, maar het moet de kern van de vereniging niet aantasten. Hou je bij je core values, dat leer je bij bestuur en organisatiekunde. Verenigingen moeten verbinden, dat is de kern waarop die verenigingen draaien. Ik vind dat er te veel onheilsprofeten zijn. Daardoor denken verenigingen dat alles anders moet en vergeten ze wat hun core values zijn. Dat doet meer kwaad dan goed.”

"Laat mensen toch gewoon zichzelf organiseren, en laat de bond lekker zijn eigen ding doen"

4. Sportbonden maken zich ook zorgen om de ongebonden sporter. Waarom lukt het sportbonden maar niet om die ongebonden sporter aan zich te binden en moet ook de KNVB zich aanpassen aan de nieuwe tijd? 
“Dat is niet de vraag die ik zou willen stellen. Waarom willen die sportbonden die ongebonden sporter eigenlijk zo nodig aan zich binden? Dat gaat allemaal om geld. Hoe meer leden de bond heeft, hoe meer geld er vanuit NOC*NSF binnenkomt. Dat is een vreemde prikkel. Ik heb naast het voetbal altijd met vrienden heel Europa doorgefietst en ik ben later ook gaan hardlopen, maar ik ben nooit lid geweest van de wielerbond of van de atletiekunie. Ik kon prima zonder, waarom zou ik me bij zo’n bond aan moeten sluiten?”

“Laat mensen toch gewoon zichzelf organiseren, en laat de bond lekker zijn eigen ding doen. De bond organiseert competities en faciliteert clubs om mensen in georganiseerd verband te laten sporten. Ik heb altijd veel kritiek op de KNVB, maar op dat gebied zijn er de afgelopen twee à drie jaar wel enorme stappen voorwaarts gezet. Het beeld van de boetebond verdwijnt langzamerhand en het wordt steeds meer de bond die helpt en die kant moet je ook op.”

"Niemand in het amateurvoetbal heeft om herstructurering van het jeugdvoetbal gevraagd. Het komt voort uit een behoefte van het Betaalde Voetbal"

5. Er is de afgelopen jaren een nieuw bestuursmodel geïmplementeerd bij de KNVB. Jij was daar geen voorstander van. Waarom niet en hoe kijk je daar nu tegenaan?
“Ik was principieel tegen het nieuwe bestuursmodel. Dat heeft niets met de effectiviteit te maken. Ik denk niet dat de bond het in het huidige model slechter doet, maar het ging mij om de basis van het amateurvoetbal bij de KNVB, dat je meer dan een miljoen voetballers kan organiseren volgens het vrijwilligersprincipe. Daar denk ik nog altijd hetzelfde over.”

"Daarmee zeg ik niet dat de huidige structuur met een directeur-bestuurder bij de amateurs slechter is dan in onze tijd. Zoals ik al zei: de bond maakt grote stappen als het gaat om dienstverlening. De bond is een veel opzichten niet meer die verre instantie die de clubs allerlei zaken opdringt. Dat is nog wel gebeurd met de herstructurering van het jeugdvoetbal. Helaas is het nu een gelopen race, maar niemand in het amateurvoetbal heeft daarom gevraagd. Het komt voort uit een behoefte van het Betaalde Voetbal.”

“De visie richt zich op vijf procent van de voetballertjes die als vijfjarige bij een club binnenkomt. De vijf procent die goed genoeg is en ook echt voor de prestatiesport gaat. Er wordt niet gekeken naar de behoefte van die andere 95 procent. De jongetjes die naar de club komen voor de gezelligheid en de emotie van het spel. Je ziet vaak dat die jongens lang bij elkaar blijven, dat ook de ouders een band krijgen. Er wordt geroepen dat voetballertjes in de nieuwe opzet meer aan de bal komen. Ik zie op zaterdagochtend wedstrijdjes met jongens die twee keer een half uur niet aan de bal komen en toch blij van het veld stappen. Moeten we dat dan allemaal overboord gooien? Ik vind de analyse te beperkt.”

“De KNVB is altijd een schizofrene organisatie geweest met aan de ene kant het Betaalde Voetbal en aan de andere kant de amateurs. Het is belangrijk om te onderkennen dat de cultuur en de organisatievorm van die twee verschillende takken anders zijn. Wat goed is voor de een, is niet per se goed voor de ander.”

« terug

Reacties: 3

Jan Raateland
23-05-2017

Beste Paul, Goed om te lezen hoe het met jou gaat en hoe jij met je ziekte omgaat. Gelukkig weerhoudt het jou niet om jouw visie te geven op de waarde van onze sportverenigingen. Anno 2017 wordt de sportieve infrastructuur van ons land - nog steeds - gevormd door de 25.000 sportverenigingen. En, inderdaad, de kern waarop die verenigingen draaien is verbinden. Dat is goed voor de sport en het is goed voor de lokale sociale cohesie.

Groet, Jan Raateland

Herwin Brillemans
23-05-2017

Fascinerend is dat het niet of nauwelijks onderzocht is naar mijn weten of verenigingen met professionele ondersteuning het meetbaar (kwantitatief) beter doen dan verenigingen die in het geheel draaien op vrijwilligers. Wegdrijven van je core values zou dit wel suggereren. Ik ken verenigingen met b.v. verenigingsmanagers die het absoluut niet beter doen. Wie kent op dit vlak relevant onderzoek?

Huibert Brands
23-05-2017

@Herwin ik heb de hele inhoud niet paraat, maar ik vermoed dat je uit het promotieonderzoek van Jan Willem van der Roest wel wat inzichten kan halen: https://www.uu.nl/agenda/promotie-verandering-in-sportvereniging-begint-bij-het-bestuur

Verder vind ik het mooi om te lezen over het belang en support voor vereniging zoals we die kennen. Over de veranderkracht van verenigingen kan je nog wel e.e.a. debatteren lijkt me, maar je ziet een sterke beweging dat verenigingen een breder palet aan verantwoordelijkheden en stakeholders wil dienen als model om ook in de toekomst voldoende sportactiviteiten te kunnen blijven organiseren.

Ik vermoed dat er een eeuwig verschil van inzicht is tussen zij die vinden dat er veranderd moet worden en zij die menen dat we het goed doen en niet teveel moeten willen veranderen. Feit is wel dat er in de maatschappij (en technologie) veel aan de hand is en dat dit ontegenzeggelijk consequenties heeft voor wie, wanneer, hoe wil sporten. Als dat betekent dat sportverenigingen er compleet anders uit moeten gaan zien, zullen ze dat zeker doen. Ik ben van mening dat het goed is om jezelf, zeker nu, af te vragen of je nog wel van deze tijd bent en waar je voor de lange termijn in moet investeren om de zorgvuldig opgebouwde structuur en waarden te kunnen behouden. En dat betekent niet en misschien zelfs vooral niet, dat je het kind met badwater etc...

Voor en tegenstanders van verandering: we zijn vrienden en streven hetzelfde na ;-)

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst