Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Vincent Luyendijk, de nieuwe directeur van de KNWU 30 augustus 2016

“Ik sta te popelen om van start te gaan”, zegt Vincent Luyendijk. De 41-jarige Rotterdammer begint op 1 september als directeur bij de Koninklijke Nederlandse Wielerbond KNWU. Een vreemde eend in de bijt, zo zegt hij zelf. Luyendijk komt uit de digitale wereld. Hij werkte zeventien jaar bij het door hem zelf opgerichte bureau IN10. Zijn liefde voor wielrennen kon hij kwijt in de wielerboeken, die hij maakte met journalist Peter Ouwerkerk, en in Soigneur, het wielertijdschrift dat uitgroeide tot een internationaal online platform. Bij de KNWU is Luyendijk niet van plan om slechts op de winkel te passen. Er moet volgens hem veel veranderen.

door: Leo Aquina | 30 augustus 2016

1. Hoe hebben de KNWU en jij elkaar gevonden?
“We kenden elkaar via verschillende projecten in de wielersport. Vorig jaar heb ik de aandelen in mijn bureau IN10 verkocht. Ik was er al zeventien jaar mee bezig en ik had daar nog veel langer mee door kunnen gaan, maar ik wilde het mezelf weer eens echt moeilijk maken. Voordat ik na wilde denken over een nieuwe stap in mijn carrière ben ik eerst vier maanden met mijn gezin op reis gegaan in Australië en Nieuw-Zeeland. De laatste paar weken daar kreeg ik van verschillende kanten berichtjes over die vacature bij de KNWU. Dat was het laatste waar ik op dat moment aan dacht. Ik wilde vrijheid, ondernemen, nergens aan vast zitten en ik wilde iets met digitale ontwikkelingen want daar kom ik natuurlijk vandaan. Maar toen las ik het functieprofiel. Er werd gevraagd om iemand die ondernemend was, die open stond voor verandering, die weet waar deze tijd om vraagt, althans dat las ik in dat functieprofiel.”

"Ik las en hoorde natuurlijk veel over de uitdagingen van de wielerbond. Ik vond daar ook van alles van en als je dan de kans krijgt, moet je er ook iets mee doen"

“Ik had in mijn hele leven nog nooit een sollicitatiebrief gestuurd en ik vond ook wel een mooi moment in mijn leven om eens te zien hoe ik mezelf nu eigenlijk neer moest zetten. Met IN10 had ik mezelf zeventien jaar lang neergezet, maar niet op deze persoonlijke manier. Het was spannend. Slaat er iemand op aan? Ik begreep dat er zeventig kandidaten waren en ik werd gebeld voor een gesprek. In totaal werden er acht kandidaten uitgenodigd. Ik dacht bij mezelf: ‘Logisch, ik ben de vreemde eend in de bijt, die zou ik zelf ook uitnodigen om eens te polsen.’ Het gesprek was heel leuk en nog diezelfde avond werd ik gebeld voor een tweede gesprek met de voorzitter en de bondscoach erbij. Er waren toen nog drie kandidaten over. Dat was opnieuw een leuk gesprek en opnieuw kwam er snel een telefoontje: ‘Als het aan ons ligt, ben jij de man.’ Ik kom uit een andere wereld, maar ik las en hoorde natuurlijk wel veel over de uitdagingen van de wielerbond. Ik vond daar ook van alles van en als je dan de kans krijgt, moet je er ook iets mee doen.”

2. Je volgt de in februari overleden Huib Kloosterhuis op. Is het moeilijk om in zijn schoenen te stappen? Waarin gaat jouw koers van de zijne verschillen?
“Zelf kende ik Huib niet persoonlijk, maar ik hoor dagelijks van iedereen dat het een bijzondere man was. Mijn vader vroeg me nog of ik me wel realiseerde in wiens voetsporen ik zou stappen. Ik sta er maar niet te veel bij stil. Het is vreemd om iemand op te volgen die is overleden. Misschien is het ook maar goed dat ik hem niet goed kende, want dan laat ik me ook niet door het beeld van hem beïnvloeden. Ongetwijfeld zal ik zaken anders aanpakken dan Huib in het verleden, maar gelukkig kan ik dat zelf niet met elkaar vergelijken. Ik ga hoe dan ook met de mensen om mij heen een eigen koers bepalen.”

"Ik ben niet van plan de bond als bond te benaderen, om op een stoel te gaan zitten en de boel draaiend te houden. Ik wil op allerlei vlakken versnellen"

“Die koers zal meer op de route liggen van het ondernemerschap. Veel bonden komen er in deze tijden achter dat de sport echt uit een ander vaatje moet tappen dan men voorheen gewend was. Dat geldt niet alleen voor de wielerbond, maar misschien is de wielerbond door mijn aanstelling wel een van de eersten die er ook echt iets mee doet. Ik ben niet van plan de bond als bond te benaderen, om op een stoel te gaan zitten en de boel draaiend te houden. Ik wil op allerlei vlakken versnellen. Ik wil de leden van de bond niet langer als een gegeven zien, maar ze als klanten benaderen.

XL29-5vragenaanVincentLuyendijk-13. Als een bond een onderneming wordt met klanten, waarin verschilt de bond dan nog van een bedrijf en wat is dan nog het bestaansrecht van een bond?
“Ik denk dat een bond en een bedrijf niet zoveel van elkaar hoeven te verschillen, alleen de geldstromen zijn anders. Bestaansrecht is een mooi woord, maar ik kan er niet zoveel mee. Je moet je afvragen of je in deze tijd, als er geen bond zou bestaan, nog een bond zou oprichten? Waarschijnlijk niet, of in ieder geval niet in deze vorm. Dat zegt genoeg over de noodzaak tot verandering.”

"Mijn bedrijf zou zich bezighouden met het faciliteren van mensen die beter willen fietsen, zonder er financieel op leeg te lopen"

“Wat ik zou neerzetten als die bond er inderdaad nog niet was? Een onderneming die producten en diensten ontwikkelt voor fietsers; niet voor alle fietsers, maar voor sportieve fietsers die beter willen worden. Een bedrijf is niet per se gericht op winstmaximalisatie. Veel bedrijven streven ook maatschappelijke doelen na. Mijn bedrijf zou zich bezighouden met het faciliteren van mensen die beter willen fietsen, zonder er financieel op leeg te lopen. Zo’n organisatie zit al heel dicht tegen een bond aan. Daarnaast heb je als bond natuurlijk ook de verantwoordelijkheid over talentontwikkeling en topsport. Dat gedeelte moet je goed organiseren anders gebeurt het gewoon niet.”

4. Jij bent zelf sinds 2011 met Soigneur actief in de wielerwereld. Waar komt jou wielerliefde vandaan en hoe kun je de ervaringen met Soigneur gebruiken in de nieuwe rol bij de KNWU?
XL29-5vragenaanVincentLuyendijk-2“Het wielerzaadje is bij mij al vroeg gepland. In de zomervakanties zat mijn vader voor de televisie om te Tour te volgen en in het buitenland deden we het met de wereldomroep op een transistorradio. In die jaren ploos ik ’s ochtends de krant uit om te zien wat Erik Breukink had gedaan in de Ronde van Zwitserland, want de meeste koersen kwamen niet op televisie. In mijn studententijd werd de belangstelling wat minder, maar de Tour ben ik altijd blijven volgen. Zo’n jaar of tien geleden ben ik boeken gaan maken over wielrennen, samen met een vriend, Hans-Jörgen Nicolai, Peter Ouwerkerk en later Léon de Kort. Mooi, maar veel geld leverde het niet op. Net genoeg om een nieuwe racefiets van te kopen en zo ben ik zelf ook weer opgestapt. Mijn eigen prestaties op de fiets mogen niet al te veel naam hebben. Toen ik terugkwam uit Australië heb ik met mijn oude compagnons van IN10 Limburgs Mooiste gereden. Voor het eerst in mijn fietscarrière was ik niet de langzaamste van het groepje en dat was een mooi gevoel.”

“Soigneur ontstond in 2011, min of meer toevallig op een vrijdagmiddagborrel op het klassieke bierviltje. Aanvankelijk was het de bedoeling om twee of drie tijdschriften te maken, maar het heeft een enorme vlucht genomen. Tegenwoordig zijn we – bovenop de magazines – een internationaal online platform, met events en eigen kleding. Ik kan iedereen aanraden om een tijdschrift te gaan maken over iets dat hij of zij leuk vindt, dan komen er alleen maar leuke dingen op je pad. Dankzij Soigneur ben ik de wielerwereld ingezogen.”

“Ik blijf betrokken bij Soigneur, ook als ik aan de slag ben bij de KNWU. Natuurlijk hebben we erover nagedacht of het elkaar niet bijt, maar ik denk eerder dat het elkaar kan versterken. Als er vermenging van belangen dreigt, bijvoorbeeld omdat er een adverteerder bij Soigneur ook partner is bij de KNWU, dan zullen we dat strikt gescheiden houden. Ik ben bij Soigneur niet degene die de handtekeningen zet, dus dat kan nooit een probleem vormen. Uiteraard heeft de redactie van Soigneur de volledige vrijheid.”

"Je moet als bond zorgen dat je producten en diensten aanbiedt, waar mensen graag gebruik van willen maken"

“Mijn ervaringen met Soigneur zijn zeker waardevol in mijn nieuwe functie. Met Soigneur gingen we in het begin gewoon de boer op. Tijdschriften in de achterbak en winkels af om het te verkopen. Dat was tientjeswerk, iets wat ik bij IN10 helemaal niet meer gewend was. Ik moest weer klein denken en dat is heel leerzaam. Bouwen aan een merk en mensen aan je binden omdat het leuk is om erbij te horen, dat was voor Soigneur belangrijk en dat geldt ook voor de KNWU. Een tijdschrift verkopen voor een tientje, of een basislid binnenhalen voor de bond, dat is allebei een tientje. Je moet als bond zorgen dat je producten en diensten aanbiedt, waar mensen graag gebruik van willen maken.”

“Vooralsnog moet je lid worden van de bond, anders mag je niet meedoen aan wedstrijden. Dat moet je omdraaien. Mensen moeten graag klant willen worden bij de KNWU. Basisleden mogen nu bijvoorbeeld al verder naar voren in het startvak bij strandraces. De stuurgroep KNWU 2020 is al enige tijd bezig met het formuleren van producten en diensten. Je kunt denken aan zaken als verzekeringen, trainingen en ervaringen. Op dat gebied kun je als bond faciliteren. Je moet daarbij vooral denken aan zaken die door de markt (nog) niet worden opgepakt. En als het wel al door de markt wordt opgepakt, kunnen we daar als bond ook mee samenwerken. We hoeven het niet allemaal zelf uit te vinden.”

"Ik ben gewend om met targets te werken. Daar moeten we bij de KNWU intern nog afspraken over maken. (...) Daarmee dwing je een team tot ondernemerschap"

5. Je begint op 1 september bij de KNWU. Hoever kijk je vooruit?
“Van hier tot Tokio. Dat is voor meerdere uitleg vatbaar, maar die vierjarige olympische cyclus ligt in eerste instantie voor de hand. In de sport wordt meestal in zulke tijdvakken gedacht. Ik heb daarbij wel afgesproken dat ik jaarlijks wil evalueren om te zien of we op koers liggen. Ik ben gewend om met targets te werken. Daar moeten we bij de KNWU intern nog afspraken over maken, maar zo wil ik het wel doen. Daarmee dwing je een team tot ondernemerschap.”

“We zitten in Nederland in een fantastische uitgangspositie. De topsport gaat fantastisch, kijk naar de successen in de grote rondes, Luik-Bastenaken-Luik, de Olympische Spelen. Er werken Nederlandse ploegleiders bij de grootste ploegen in het profpeloton. Er stappen steeds meer vrouwen op de fiets. Er zijn 800.000 mensen in Nederland die wel eens op de racefiets stappen. Fietsen in Nederland is een supertof merk om voor te werken en iedereen op het uniebureau deelt in dat enthousiasme.”

« terug

Reacties: 6

Bernard Fransen
30-08-2016

Beste Vincent, met veel interesse gelezen en ik denk dat de KNWU met jouw benoeming een prachtig signaal afgeeft om een nieuwe faciliterende ondernemende en innovatieve irganisatie neer te zetten. Wens je veel succes! Bernard Fransen

Barbara Kreijtz
30-08-2016

Beste Vincent Luyendijk,

Zou je iets kunnen zeggen over de andere disciplines en de toekomstblik van de KNWU en van jou als nieuwe directeur, daarop? Dan zou ik me ook betrokken voelen als mountainbiker.

Met sportieve groet,
Barbara Kreijtz

Edwin Lokkerbol
30-08-2016

Hallo Vincent,

Prachtig verhaal, de liefde voor de sport en het wielrennen druipt er van af. Veel succes. Bonden (en verenigingen) verdienen vernieuwing. Koester het lidmaatschap en de relaties met leden en beperk het gebruik van het woord 'klanten'. Een lid is ook klant, dat wel. Maar een klant is geen lid. Ik ben klant van Ziggo, maar lid van mijn sportvereniging.Groot verschil en van onschatbare (maatschappelijke en persoonlijke) waarde. Groet Edwin

Marcel Kranenburg
01-09-2016

Mooi verhaal en een positieve en verrassende stap van de KNWU. Ik zou graag eens met je van gedachten willen wisselen. De topsport wordt mi prima gefaciliteerd door de KNWU maar ik maak me zorgen over de breedtesport. Breedtesport is  het fundament voor de topsport en hier dienen m.i. radicale veranderingen doorgevoerd te worden. Ben benieuwd hoe je tegen de (her)ontwikkeling van de breedtesport aan kijkt.

Marcel Kranenburg

Rob Prins
02-09-2016

Gefeliciteerd met je benoeming en veel succes in je nieuwe functie.

Persoonlijk houd ik niet van commercialisering van non-profit initiatieven, zoals verenigingen, maar de KNWU is slechts het overkoepelend orgaan en misschien is een stukje professionalisering juist daar wel op zijn plaats.
Een kleine kantekening mbt het "lidmaatschap". Wij zijn lid van een vereniging, die is aangesloten bij de bond en niet andersom en het zijn ook de verenigingen, die hoofdzakelijk draaien op de inzet van betrokken vrijwilligers, die de wedstrijden organiseren, laten we dat niet vergeten. Een wedstrijd of activiteit wordt ook zonder bond wel georganiseerd, maar andersom zal lastig worden.
Om daarin een weg te vinden die mensen aanspreekt in deze tijd, lijkt me een grote uitdaging. Veel wijsheid daarbij.

Rob Prins

Marcel Kramer
02-09-2016

Beste Vincent,

Aansprekende visie op bonden. Met name de benadering om de sportieve fietser als klant te zien, met producten en diensten die aansluiten bij de wensen en behoeften van de doelgroep(en). 

Veel succes! 

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst