Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Marcel Sturkenboom, directeur van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie 19 juli 2016

“Ik ben mijn hele carrière bezig geweest op het terrein van sport, bewegen en gezondheid. Bij NOC*NSF was het in die volgorde, nu is het gezondheid, bewegen en sport.” Aan het woord is Marcel Sturkenboom. Op dit moment is hij directeur van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Sturkenboom speelde als topvolleyballer meer dan veertig interlands voor Oranje, was coach van topvolleybalploeg Delta Lloyd/AMVJ, werkte als therapeut en manager in het Sinai Centrum in Amersfoort, was beleidsadviseur op het ministerie van VWS, werkte als directeur topsport voor NOC*NSF en was interim-directeur bij de volleybalbond NeVoBo.

door: Leo Aquina | 19 juli 2016

1. Je hebt - vooral bij NOC*NSF en later bij de volleybalbond - lang in de georganiseerde sport gewerkt, en dan met name de topsport. Mis je die wereld?
“NOC*NSF is een prachtige organisatie om voor te werken en dat brengt mooie dingen met zich mee. Ik was erbij toen Nederland in 1996 in Atlanta goud won in mijn eigen sport. Dat zijn onvergetelijke ervaringen. Maar missen, ik steek geen energie in de dingen die ik mis. Als directeur van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie werk ik op dit moment voor 34.000 fysiotherapeuten in Nederland. Daar zit dezelfde drijfveer achter als die waarmee ik ooit aan het Olympisch Plan begon.”

“De sportwereld kent veel overeenkomsten met de wereld van gezondheid en bewegen. Het zijn allemaal maatschappelijke organisaties, niet gericht op winst. Dat past goed bij mij, ook gezien mijn politieke overtuiging. De ontwikkelingen lopen parallel. Het KNGF lijkt in die zin op een sportbond, dat het een vereniging is met bestuurders, een werkorganisatie en leden. Net als in de sportwereld is het belangrijk hoe de relatie tussen directie en bestuur zich ontwikkelt en net als in de sportwereld moet de organisatie meer marktgericht gaan denken. Verenigen was vroeger vanzelfsprekend, maar dat is het niet meer. Een groot verschil met de sport is de media-aandacht. De sportwereld ligt onder een vergrootglas en daardoor gaan mensen ook op een heel andere manier met elkaar om dan in de omgeving waarin ik nu werk.”

“Binnen Nederland heeft mij vooral de keus voor de IOC-vertegenwoordiging verbaasd"

2. Je kijkt op dit moment met iets meer afstand naar de sportwereld. Wat valt je op?
“Ik heb mij er wel over verbaasd wat er op internationaal vlak allemaal gebeurt als je bijvoorbeeld kijkt naar de FIFA en ook naar het IOC. De omvang van de dopingproblematiek zoals die het afgelopen jaar naar boven is gekomen, heeft mij ook verbaasd. Wij wisten natuurlijk dat er doping was en we waren ook actief in de bestrijding, maar als ik zie wat er in Sotsji allemaal is gebeurd, dat wil je als sportbestuurder echt niet meemaken.”

“Binnen Nederland heeft mij vooral de keus voor de IOC-vertegenwoordiging verbaasd. Dat was duidelijk een deal tussen een paar heren. Er was een Olympisch Plan, André (Bolhuis, red.) had ambities en Camiel (Eurlings, red.) had ambities. De deal was dat André zijn IOC-ambities aan de kant zette om met Camiel als IOC-lid en diens netwerk uiteindelijk die Spelen binnen te kunnen binnenhalen als NOC-voorzitter. Uiteindelijk is het Olympisch Plan mislukt en blijven we achter met Eurlings als IOC-lid. Jammer en niet meer terug te draaien. IOC-lid ben je voor het leven, maar ik gun Nederland iemand die op dat niveau ook echt mee kan draaien. Of we geschiktere kandidaten hebben? Die zijn er altijd. Ik zou kiezen voor iemand met een topsportachtergrond, die ook maatschappelijk bestuurlijke ervaring heeft opgedaan. Als je als sportland internationaal mee wil praten, moet je in die mensen investeren. Je moet ook de mensen die ervaring hebben gebruiken. Richt een gilde op, naar middeleeuws voorbeeld. Neem bijvoorbeeld mensen als Hein Verbruggen, Els van Breda Vriesman en Jan Dijkema, probeer van hun ervaring te leren.”

"Wat Wintels en de KNWU hebben gedaan, vind ik wel mooi. Zij hebben het lef om hun eigen keuzes te maken"

“Opvallend ook was de bijna boevenstreek van Marcel Wintels en de KNWU (zie hier, red.). De verhouding tussen NOC*NSF en de bonden blijft altijd een zoektocht. Naar mijn inschatting is er te weinig countervailing power vanuit de bonden ten opzichte van de koepel. Daar tegenover staat de verantwoordelijkheid van NOC*NSF om het voortouw te nemen bij innovatie. Er zijn mooie stappen gemaakt als je kijkt naar de topsport en bijvoorbeeld de ontwikkeling van Papendal, maar je ziet hoe kwetsbaar het is als er sponsors weglopen. Als er plotseling minder loterijgeld is, raakt iedereen in paniek. Bonden zijn veel te afhankelijk van NOC*NSF omdat zij zichzelf niet hebben ontwikkeld. Ik vind dat de partijen elkaar onvoldoende uitdagen om daar verantwoordelijkheid in te nemen. Wat Wintels en de KNWU hebben gedaan, vind ik daarom wel mooi. Zij hebben het lef om hun eigen keuzes te maken.”

“Tachtig procent van de bonden is afhankelijk van de NOC*NSF-gelden en dan laat je het wel uit je hoofd om er tegenin te gaan. Natuurlijk hebben de bonden als leden van de koepel inspraak, maar ze hebben geen directe zeggenschap over alle geldstromen. Daar zou je eens kritisch naar moeten kijken. NOC*NSF is een vereniging en geen commerciële organisatie. Een vereniging is gebaseerd op solidariteit. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de relatie tussen topsport en breedtesport. Die kun je niet los van elkaar zien."

"Ik vind de verdeling van de topsportgelden een serieus aandachtspunt. Het toptienbeleid was eigenlijk heel logisch, maar dat is op een gegeven moment overgegaan in een model waarbij alleen nog werd ingezet op de echte kanshebbers. We hadden een soort drietrapsraket, waarbij je op basis van prestatie de kans kreeg je door te ontwikkelen. Nu is de keus keihard gebaseerd op medaillekansen. Dat vind ik een verarming en op termijn is het beleid nog slechts gericht op medailles. Voor een deel is het een verkapte bezuiniging en dat begrijp ik wel, maar je moet als NOC*NSF tegelijkertijd ook collectief je positie verstevigen.”

"NOC*NSF heeft niets geleerd van het mislukken van het Olympisch Plan"

3. Het mislukte Olympisch Plan 2028 kwam al even kort ter sprake. Je was een van de voortrekkers. Zie je paralellen met het mislukte bid voor de European Games 2019?
“NOC*NSF heeft niets geleerd van het mislukken van het Olympisch Plan. Wij hebben destijds vanaf het begin af aan gezegd dat het plan van iedereen moest zijn, multi-ownership. Op het moment dat één partij het te veel naar zich toetrekt, gaat het fout want dan zeggen de anderen: zoek het dan maar lekker zelf uit. Toch is dat precies wat er is gebeurd. NOC*NSF trok het plan naar zich toe en dat was een grote inschattingsfout. Andere partijen voelden zich er minder mee verbonden en uiteindelijk heeft het kabinet er een streep door gehaald. Dat is ontzettend jammer. Je hoopt daarna op een leermoment, maar vervolgens gebeurt er met de European Games precies hetzelfde.”

“Of de verantwoordelijken daar consequenties aan moeten verbinden? Die vraag moet je niet aan mij stellen, maar aan de leden van NOC*NSF. Wat er is gebeurd, is wel illustratief voor de in zichzelf gekeerde wereld van de sport en het gebrek aan kritisch vermogen. Dan kom ik terug op het gebrek aan countervailing power. Mensen moeten volwassener en kritischer met elkaar omgaan. Het is in de sport te veel houtje-touwtje en ons-kent-ons. Als je naar het leervermogen van de sport kijkt, krijgt de sport wat zij verdient.”

"Het is zeer de vraag of het nog wel zo aantrekkelijk is Olympische Spelen te organiseren"

 “Of er nog een nieuwe kans komt om de Olympische Spelen ooit naar Nederland te halen? Dat zou kunnen. Er zijn meerdere wegen naar Rome. Maar als je het doet, moet je rekening houden met de huidige maatschappelijke en politieke context en die is anders dan in 2006. Het is ook zeer de vraag of het nog wel zo aantrekkelijk is Olympische Spelen te organiseren. Ik ben daarom ook wel heel benieuwd om te zien hoe het nu allemaal in Rio gaat.”

4. Iets anders: je bent voorzitter van het PvdA Netwerk Sport. Bij de oprichting daarvan in 2013 zei je dat andere partijen er veel beter in zijn geslaagd hun sportprofiel over het voetlicht te brengen. Hebben jullie met het PvdA Netwerk Sport inmiddels aan de weg getimmerd?
“Het netwerk is niet heel actief, maar we hebben regelmatig contact. Als er iets speelt in de actualiteit of in de Kamer spreken we ook met Tjeerd van Dekken (woordvoerder Sport van de PvdA in de Tweede Kamer, red.). We komen niet wekelijks samen, maar we bereiden wel de nieuwe sportparagraaf voor in het verkiezingsprogramma van de PvdA."

"In dat kader hebben we onlangs ook gepraat met NOC*NSF. Het is een kritisch proces waarbij veel partijen munitie aanleveren. Dat wordt gewogen tegen de rode draad van het partijprogramma. Die rode draad is straks gebaseerd op het groeiende verschil tussen de haves en de have nots. De vraag voor ons is: hoe kun je daar als sport iets in betekenen. Daarbij moet je vooral ook aandacht hebben voor de lokale betekenis van sport en bewegen. Vooral gemeenten moeten daar verantwoordelijkheid in nemen en dat gebeurt ook met buurtsportcoaches en accommodatiebeleid. Daar moet je de kloof tussen arm en rijk dichten. Ik zit ik daar als raadslid in de gemeente Leusden natuurlijk middenin.”

"Ik houd de PvdA altijd voor dat het goed is om de relatie tussen sport bewegen en gezondheid te laden"

“Landelijk zijn we er als PvdA misschien niet altijd even goed in geslaagd het sportprofiel van de partij goed over het voetlicht te brengen, maar lokaal wel. Veel PvdA-ers zijn actief binnen verenigingen. Overigens hebben ook landelijk veel PvdA-bestuurders 'sport' in de portefeuille gehad, zoals Margo Vliegenthart en Jet Bussemaker. Natuurlijk heeft de partij de meer prominente maatschappelijke thema’s altijd vooropgesteld, maar ik houd de PvdA altijd voor dat het goed is om de relatie tussen sport bewegen en gezondheid te laden.”

“Wie de PvdA straks de verkiezingen in moet leiden? Daarin speelt het thema sport geen rol. Ik ken Ahmed Aboutaleb nog uit mijn tijd bij het ministerie van WVC (Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, tegenwoordig Volksgezondheid, Welzijn en Sport, red.). De PvdA verdient een goede lijsttrekker, maar ik vind ook dat iemand echt moet willen. Daarom ben ik ook wel voorstander van een beetje competitie. We moeten in alle openheid komen tot een leider die de partij de vorm en inhoud kan geven die nodig is om politiek weer van betekenis te zijn. Ik ken Aboutaleb als een bescheiden man en dat zit hem misschien in de weg. Dat kan de reden zijn dat hij die strijd niet aan wil.”

5. Na je vertrek bij de volleybalbond heb je als interimmanager bij verschillende instanties gewerkt. Op dit moment ben je directeur van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Is dat ook op interim-basis? En wat is je voornaamste opdracht?
“Bij de volleybalbond werkte ik ook op interim-basis. Dat heb ik in totaal acht jaar gedaan. Mijn laatste interim-klus was bij een dochteronderneming van een zorginstelling. Bij het KNGF ben ik echter weer fulltime in dienst. Vorig jaar werd mij gevraagd of ik belangstelling had, maar het bestuur zei er meteen bij dat ze iemand nodig hadden die zich volledig wilde committeren. Er lagen grote uitdagingen op tafel. We zijn met een transitie bezig, een reorganisatie van de werkorganisatie en een herhuisvesting. Het heeft, zoals ik al eerder zei, veel overeenkomsten met de sport. We schuiven ook aan bij het ministerie om de relatie tussen gezondheid en sport te bespreken.”

“Mijn grootste uitdaging bij het KNGF zit in de positionering van de fysiotherapeut. Vroeger had je gerenommeerde opleidingen zoals de ALO en de HBO-opleidingen tot fysiotherapeut. Het was duidelijk dat die een gespecialiseerde positie hadden, maar tot mijn verbazing is van die positie weinig meer over. Fysiotherapie zit niet meer in het basispakket van de zorgverzekeraars, dus mensen moeten zich er aanvullend voor verzekeren. Het KNGF strijdt voor de fysiotherapeut, die zich op allerlei manieren kan manifesteren in de beweegzorg.”

"Patiënten worden bij de huisarts vaak begeleid door een praktijkondersteuner, maar die is niet gespecialiseerd in bewegen. Op dat vlak heeft de fysiotherapeut aanvullende waarde"

“Vroeger ging je alleen naar de fysiotherapeut als er iets mis was, maar een goed opgeleide fysiotherapeut heeft ook op preventief vlak veel te bieden. Dat kan bijvoorbeeld op het gebied van diabetes. Patiënten worden bij de huisarts vaak begeleid door een praktijkondersteuner, maar die is niet gespecialiseerd in bewegen. Op dat vlak heeft de fysiotherapeut aanvullende waarde. Diezelfde preventieve rol kan een fysiotherapeut hebben voor mensen die op basis van hun achtergrond een grotere kans hebben op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, of obesitas."

"Ouderenzorg is een ander voorbeeld. Je kunt ouderen begeleiden waar het gaat om beweging, coördinatie, valpreventie. Dat kun je beter vroegtijdig doen, dan achteraf als het te laat is. Wij kaarten die zaken aan bij de minister en wij moeten ervoor zorgen dat dat soort zaken wel weer in het basispakket worden opgenomen."

"Helaas is preventieve zorg vaak een ondergeschoven kindje. De inrichting van de zorg is historisch bepaald en de grootste kosten liggen nu op plekken waar partijen belang hebben om het niet los te laten. Dat zijn politieke keuzes. De minister zegt dat zorg een markt is, waar aanbieders, patiënten en verzekeraars het onderling uit moeten maken. Dat werkt dus niet. Ik ben niet voor niets lid van een andere partij.”

« terug

Reacties: 3

Stan Stolwerk
19-07-2016

interessant interview met Marcel Sturkenboom. Herkenning van beelden die ik ook zie (en hier al eens deelde) geholpen door enige afstand en werkend in een andere (verenigings) setting buiten de sport. Maar ook wel verbazing hier en daar. Oproepen tot het delen van kennis, opzetten van een Gilde en dan verwijzen naar bijv Verbruggen c.s. en tegelijkertijd stellen dat de sport erg intern gericht is en een wereld van ons-kent-ons. Ik vraag me af of dat Gilde dan de game changer gaat worden!

herkenning? Ja de bonden zijn veel te subsidie afhankelijk gemaakt en geworden. De ondernemendheid zal echt van andere fte competentieprofielen  moeten komen. Daar zit een cruciaal issue naar mijn mening. Je hebt echt andere mensen , profielen nodig om die al lang gevraagde transitie te maken. De subsidie slaafsheid moet eruit; ondernemendheid toenemen, ledenfocus afbouwen, etc etc. Een verhaal dat de sport (de ons kent ons dmu's) al lang kent.... maar voor zich uit blijft schuiven, niet doorpakt.

Mooie analyse ook van de evolutie (verwordeing?) van de top 10 gedachte Marcel. Eens. En ja het is / was goed dat Wintels de boel eens 'opschud' en eigen koers vaart.

Succes in je opdracht bij de fysios Marcel

groet stan stolwerk

bernard fransen
19-07-2016

ha die marcel.. met veel interesse gelezen..boeiende visie en op hoofdlijnen helemaal eens ! 

loek Jorritsma
24-07-2016

Wat schetst Marcel hier een onthutsend beeld van NOC*NSF.  * Handjeklap om en met IOC-lid en die nu volledig afbranden. * Het ontbreken van een Gilde van internationale sportbestuurders waarvan valt te leren. Dat is er nu dus niet? * Weinig countervailing power? Logisch als ze (80%) volstrekt afhankelijk zijn van NOC*NSF. Ik heb daar inderdaad directeuren van Bonden - destijds - nog over horen klagen. Geen solidariteit * Afhankelijk van loterijgeld. * Niets geleerd van Olympisch Plan. Opmerkelijk is dat Marcel begint met de zin " Wij hebben destijds van het begin af aan gezegd. . multiownership..." Maar Marcel hoorde toch toen bij die WIJ. En waarom is die gedachte dan los gelaten? * European Games hetzelfde. Zie ook rapprt Depla! * Leervermogen van de sport onvoldoende. Dat vertrouwen we dus topsport toe. * PvdA? Interessant, als lid van dezelfde PvdA heb ik me vaker gewend tot de betrokken woordvoerder. Nooit antwoord gekregen.

Kreeg vandaag nog dit bericht onder ogen over het Engelse voetbal. Hoop dat de link werkt. Gaat o.a. over overheidsfinanciering en betaald voetbal. M.i. zeer terechte discussie. Dient ook hier te worden gevoerd.

http://www.bbc.com/sport/football/36877406

Hoop op 17 augustus in sportknow how een meer fundamentele diuscussie te voeren aan de hand van gedachten over een sportwet. Iets waar ik de PvdA nog niet over heb horen nadenken.

 

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst