Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Werkende wetenschap-Item

Hoe begeleid ik een breinprikkelende teambespreking? 3 november 2015

door: Geert Buijtenweg

De eerste helft is voorbij. Met een 2-0 achterstand lopen jouw spelers met gebogen koppies het veld af richting de kleedkamer. Als coach loop je voorop met je notitieblokje in je hand waarop staat wat je gaat zeggen bij de bespreking in de rust. Tactisch ging er het een en ander mis en dat wil je graag voor de tweede helft veranderen. Vooral het breed houden van het speelveld zou beter kunnen. Maar ook bij balverlies zou een iets snellere omschakeling naar verdedigen wenselijk zijn. Hoe ga jij die teambespreking in en wat ga je precies zeggen?

Het liefst zou je deze ideeën zo uit jouw brein willen overdragen zodat het in hun hoofd zit en ze het ook gaan uitvoeren. Maar dat heb je al zo vaak geprobeerd en ze onthouden het vaak niet, helaas. Ook tijdens de trainingen vraag je je af of jouw spelers de aandacht erbij kunnen houden om de tactische plannen op te kunnen slaan. Wat gebeurt er eigenlijk in het lerende brein? Hoe kunnen die hersenen informatie onthouden en hoe kunnen je spelers dat dan ook makkelijk snel terughalen en toepassen? Breinkennis is nuttig voor een coach die iets wil overbrengen en zijn spelers wil laten leren tijdens een teambespreking.

"Vaak gebruikte informatie is via een goed gevormde verbinding snel op te halen"

Informatie wordt in het brein opgeslagen door de vorming van neurale netwerken. Er worden verbindingen tussen zenuwcellen (neuronen) gelegd en door herhaling en bekrachtiging worden deze netwerken van neuronen sterker en sterker. Zo is het mogelijk om informatie via die verbinding op te halen en te gebruiken. Hoe vaker dat gebeurt, hoe gemakkelijker de weg gevonden wordt om die informatie op te halen. Vergelijk het met een olifantenpaadje. Een veel gebruikte afsnijroute over een grasveldje, wat uiteindelijk een zandpad wordt en zo in stand wordt gehouden als het vaak gebruikt wordt. Dit gebeurt in de hersenen ook via de hippocampus, een structuur die de toegang vormt tot het geheugen. Vaak gebruikte informatie is via een goed gevormde verbinding dan ook snel op te halen.

Hersenonderzoek
Uit hersenonderzoek van Gruber et al. (2014) blijkt dat er naast herhaling ook nog iets anders belangrijk is om verbindingen tussen neuronen te versterken. Iets wat de chemie in de hersenen verandert en het leren bevordert. Ze onderzochten namelijk wat nieuwsgierigheid voor effect had op het onthouden van informatie. Proefpersonen kregen allerlei vragen voorgelegd en moesten daarbij aangeven hoe nieuwsgierig ze naar het antwoord waren. In de hersenscanner kregen ze nogmaals de vragen met antwoorden te zien en werd de activiteit gemeten in het brein.

Bij personen die naar de bepaalde antwoorden nieuwsgierig waren werd zowel een actievere hippocampus als nucleus accumbens gemeten. Deze laatstgenoemde hersenkern is het plezier- en beloningscentrum, dat zorgt voor de afgifte van dopamine. Deze stof zorgt er ook voor dat hersenverbindingen sneller versterkt worden. Met als gevolg dat de nieuwsgierige proefpersonen het meest zullen onthouden, zo ook in dit onderzoek.

"Veel coaches hebben van zichzelf de neiging om volledig te zijn en alle mogelijke verbeterpunten achter elkaar te benoemen"

Nieuwsgierigheid bevordert dus het leren en dat kan makkelijk getriggerd worden, ook in een teambespreking. Veel coaches hebben van zichzelf de neiging om volledig te zijn en alle mogelijke verbeterpunten achter elkaar te benoemen. Maar met de breinkennis uit het aangehaalde onderzoek kan eerst het opwekken van nieuwsgierigheid van je spelers handig zijn als je ze iets wil laten leren.

Nieuwsgierigheid opwekken
De vraag is dan nu ook: hoe wek je nieuwsgierigheid op? Hiervoor kun je goed gebruik maken van de principes van storytelling, die ik aan het eind van deze column zal aanhalen uit het boek 'Toverballen voor het brein', geschreven door Van Iersel (2012).

Maar eerst is het stellen van een vraag, waar niet meteen het antwoord op wordt gegeven, een goede prikkel om de nieuwsgierigheid op te wekken. Een goede vraag wijst de toehoorders namelijk fijntjes op een kennistekort, waarbij er iets knaagt en men graag bereid is dat tekort op te heffen. Zelfs een retorische vraag kan de nieuwsgierigheid prikkelen en de aandacht vast blijven houden. De coach kan eerst de vraag stellen 'wat ging er de eerst helft allemaal goed?', en daarbij een lange stilte laten vallen. Als iedereen daar in zijn hoofd een idee over heeft kan daar naar gevraagd worden of aan het einde van de bespreking nog kort op terug worden gekomen.

"Wanneer je als coach voor de tweede helft iets wil meegeven kan dat het beste in de vorm van een beeldspraak"

Een lang betoog van de coach over wat er allemaal goed en verkeerd ging zal niet worden onthouden. Wanneer je als coach voor de tweede helft iets wil meegeven kan dat het beste in de vorm van een beeldspraak. Waarbij die metafoor eenvoudig voor te stellen is en toegepast kan worden in het verloop van de wedstrijd. Als de spelers de beeldspraak horen van bijvoorbeeld de straat met de stoepen aan de zijkant, kunnen ze snel bedenken dat je naar de denkbeeldige stoep kan lopen om vrij te staan en dat daar de bal naar toegespeeld kan worden om het speelveld breed te houden.

Vanuit geheugenonderzoek weten we al enige tijd dat we gemakkelijker beelden onthouden dan woorden. Bovendien kan het gebruik van een beeldspraak in vergelijking met andere vormen van instructie een onbewust leerproces uitlokken. Iets dat onbewust geleerd is blijkt overigens ook beter bestand tegen stress en vermoeidheid (Masters et al., 2013).

Een goed verhaal
Beeldend vertellen is een veelgebruikt principe binnen het vakgebied van storytelling. Net als een ander belangrijk principe dat een goed verhaal volgens Van Iersel een puzzel dient te zijn. Een puzzel waarbij de toehoorders zelf de ontbrekende stukjes mogen vinden. Zolang de spelers zelf het verhaal compleet willen maken, blijven ze luisteren. Geef daarom als coach in het begin niet alles weg, ook al wil je als verteller met een aandachtig luisterend publiek het liefst zo compleet mogelijk zijn. De grote drang blijft namelijk om alles wat in de eerste helft misging te benoemen en het liefst met jouw genoteerde tips erbij als oplossing.

Fout, als je het vanuit de verteltechniek van storytelling bekijkt. Een goede verteller geeft zijn plot nooit meteen weg. Volgens Van Iersel is het de kunst om iemand nieuwsgierig naar iets maken, zonder die nieuwsgierigheid meteen te bevredigen. Pas als jouw spelers moeite hebben gedaan om het verhaal zelf helemaal te begrijpen en uit nieuwsgierigheid antwoorden proberen te vinden verandert de chemie in het brein. Het stofje dopamine zorgt er dan voor dat neurale verbindingen extra verstevigd worden en de informatie in de tweede helft snel opgehaald kan worden.

Ook het laten benoemen van wat er voor rust al goed ging - zoals het overspelen en het blijven lopen - geeft een goed gevoel. Je vraagt tenslotte nog aan je spelers wat er met die brede straat en stoepranden moet gebeuren wanneer ze de bal verliezen. Bij het antwoord dat ze ervoor gaan zorgen dat ze die straat in het midden heel snel, heel smal gaan maken, weet je dat ze snel gaan omschakelen bij balverlies en het speelveld klein proberen te houden.

Na deze breinprikkelende teambespreking hoop je dat je spelers de tactische plannen goed gaan uitvoeren en ben jij erg nieuwsgierig of ze die 2-0 achterstand kunnen ombuigen. Misschien wel naar een winnende 2-3?

Bronnen:

  • Gruber, M.J., Gelman, B.D. & Ranganath, C. (2014). States of Curiosity Modulate Hippocampus-Dependent Learning via the Dopaminergic Circuit. Neuron, Volume 84, Issue 2: 486–496
  • Iersel, S. van (2012) Toverballen voor het brein. Elf magische verhaalkrachten. Uitgave: Verhaallijnen, 2012. ISBN: 9789081892407
  • Masters, R.S.W., van der Kamp, J., & Capio, C. (2013). Implicit motor learning by children. In J. Côté & R. Lidor (Eds.), Conditions of children’s talent development in sport (pp. 21-40). West Virginia: Fitness Information Technology.

Geert Buijtenweg is als docent/coach/adviseur werkzaam bij het universitair centrum gedrag en bewegen van de Vrije Universiteit voor het opleiden van professionals in de sport, zorg en onderwijs. Dit centrum is onderdeel van de faculteit Gedrag en Bewegingswetenschappen. Hij vertaalt wetenschappelijke kennis over didactiek, neuropsychologie en coaching naar opleidingen voor docenten, opleiders en trainer/coaches. Zo verzorgt hij regelmatig cursussen breinprikkelend presenteren en activerende workshops over didactische werkvormen, die aansluiten bij de natuurlijke werking van het brein. Voor meer informatie: geert.buijtenweg@vu.nl

« terug

Reacties: 1

Ilona Roebana
05-09-2019

Wat een interessant artikel nog steeds actueel.  Graag meer over dit onderwerp.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst