Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Werkende wetenschap-Item

Het positieve van negatieve feedback 29 januari 2013

door: Vana Hutter

In de sport wordt momenteel positief coachen sterk gepropageerd. En terecht, want positief coachen leidt tot meer plezier, meer motivatie en betere prestaties in de sport. Als u meer wilt weten over het hoe en wat van positief coachen dan zijn de theatervoorstellingen ‘wel winnen hè!’ een aanrader (zie www.positiefcoachen.nl).

Door alle aandacht voor positief coachen - en de nadruk op het geven van positieve feedback - lijkt negatieve feedback een ondergeschoven kindje geworden. En dat terwijl elke coach weet dat er momenten zijn waarop sporters kunnen leren van wat niet goed gaat, of vooruit - in het licht van positief coachen - wat nog niet goed gaat. Daarom beschrijf ik dit keer een onderzoek van Carpentier en Mageau (2013) over de positieve effecten van negatieve feedback.

Tot nu toe is in de wetenschappelijke literatuur vooral aandacht geweest voor onwenselijke effecten van negatieve feedback. Negatieve feedback kan onder meer leiden tot verslechtering van prestaties, verminderde motivatie, verminderd zelfvertrouwen en een slechtere verstandhouding tussen coach en sporter. Bovendien blijkt dat mensen het onprettig vinden om negatieve feedback te geven en dat zij dit daarom uitstellen, verdraaien of vermijden.

Carpentier en Mageau willen met hun onderzoek twee dingen bewerkstelligen. Ten eerste willen zij aantonen dat negatieve feedback ook positieve effecten kan hebben op motivatie, welzijn en prestatie. Ten tweede willen zij onderzoeken hoe negatieve feedback gebracht moet worden om die positieve effecten te bewerkstelligen. Zij hebben daarom met medewerking van 340 sporters en hun 58 coaches het verband tussen kwaliteit en kwantiteit van negatieve feedback van de coaches en de motivatie en prestatie van sporters onderzocht. Een sterk pluspunt van de studie is de brede groep die in het onderzoek betrokken is. Het gaat om zowel mannelijke als vrouwelijke coaches en sporters, uit 13 verschillende sporten (zowel individuele als teamsporten), acterend op alle verschillende niveaus. De resultaten zijn dus breed toepasbaar.

'Veranderingsgerichte feedback'
Carpentier en Mageau beginnen met het hernoemen van negatieve feedback. De reden dat zij kiezen voor een andere term, is dat de term negatieve feedback op twee manieren geïnterpreteerd kan worden. Negatieve feedback kan slaan op de inhoud van de feedback - ofwel benoemen dat iets niet goed gaat - of op de manier waarop de feedback ervaren wordt, ofwel een sporter vindt het krijgen van feedback een negatieve ervaring.

De auteurs spreken liever over 'change-oriented feedback', oftewel 'veranderingsgerichte feedback'. En zeg nou zelf, dat klinkt meteen een stuk positiever. Zij beschrijven 'veranderingsgerichte feedback' als feedback die aangeeft dat de uitvoering ontoereikend is en dat andere gedragingen nodig zijn om het doel te bereiken. Dat is wellicht wat abstract, (veel) simpeler gezegd komt het neer op feedback die aangeeft dat het niet goed gaat en dat het anders moet (negatieve feedback dus inderdaad...).

Voordat coaches die niets moeten hebben van de 'positief coachen-cultuur' nu opveren in hun stoel, hierbij vast een waarschuwing: het geven van goede veranderingsgerichte feedback die prestatie en motivatie bevordert, blijkt nog niet zo eenvoudig.

Hoe moet het?
Om positieve effecten te hebben op motivatie, welzijn en prestatie moet de 'veranderingsgerichte feedback' bijdragen aan de autonomie van de sporter. De behoefte aan autonomie, het gevoel dat je zelf beschikt over je acties en dat je acties in overeenstemming zijn met je eigen normen en waarden, is één van de psychologische basisbehoeften van de mens. Een gevoel van autonomie is - volgens de self-determination theorie van Deci en Ryan - noodzakelijk voor intrinsieke motivatie. Intrinsiek gemotiveerde sporters trainen harder, presteren beter, zijn zelfverzekerder en zitten beter in hun vel. Goede veranderingsgerichte feedback is dus om te beginnen autonomiebevorderend. Daarnaast geven Carpentier en Mageau (2013) nog acht karakteristieken van hoogwaardige ‘veranderingsgerichte feedback’. Zij stellen:

1. Goede veranderingsgerichte feedback is empatisch. Hiermee wordt bedoeld dat bij het geven van negatieve feedback rekening wordt gehouden met de gevoelens en moeilijkheden van de sporter.
2. Goede veranderingsgerichte feedback is gekoppeld aan keuzes voor oplossingen. Wanneer mogelijk, geeft de coach de sporter meerdere opties en meerdere manieren om zich te proberen te verbeteren. Dit past bij het uitgangspunt dat de feedback moet bijdragen aan de autonomie van de sporter.
3. Goede veranderingsgerichte feedback is gebaseerd op duidelijke en haalbare doelstellingen, die bekend zijn bij de sporter. Coaches zouden moeten checken of de sporter de bedoeling van de feedback begrijpt, en of de sporter de gevraagde prestatie haalbaar acht.
4. Goede veranderingsgerichte feedback vermijdt persoonsgerichte statements.
5. Goede veranderingsgerichte feedback is gekoppeld aan tips. Door tips te geven, in plaats van alleen te benoemen wat niet deugt, wordt ook weer de autonomie van de sporter bevorderd.
6. Goede veranderingsgerichte feedback wordt direct gegeven.
7. Goede veranderingsgerichte feedback wordt privé (in plaats van publiekelijk) gegeven.
8. Goede veranderingsgerichte feedback wordt op zorgzame toon gebracht.

Deze laatste vijf karakteristieken van veranderingsgerichte feedback (niet persoonsgericht, gekoppeld aan tips, direct, privé en op zorgzame toon gebracht) zijn minder ‘soft’ van aard, dan ze in eerste instantie misschien lijken. Feedback werkt het beste als de aandacht van de sporter gericht blijft op de taak. Feedback die op de persoon gericht is, geen tips bevat, publiekelijk gegeven wordt of op harde toon gebracht, verschuiven de aandacht van de sporter onherroepelijk weg van de taak, naar zichzelf (zogenaamde ‘ego-involvement’). De sporter concentreert zich daardoor minder op de taak en heeft daardoor minder profijt van de veranderingsgerichte feedback. Door ook de laatste vijf karakteristieken toe te passen zorgt een coach ervoor dat de sporter de feedback betrekt op de taak, en de sporter met aandacht voor de taak aan de slag kan om zich te verbeteren.

Werkt het?
In het onderzoek wordt de hoeveelheid en de kwaliteit van veranderingsgerichte feedback van coaches gelinkt aan zowel de beleving van de sporter (motivatie, welzijn, zelfvertrouwen, etc.) als aan de prestatie van de sporter.

Om met de beleving van de sporter te beginnen; de onderzoekers vinden een positieve relatie tussen de kwaliteit van de veranderingsgerichte feedback van de coach en de intrinsieke motivatie van de sporter. Hoe meer de veranderingsgerichte feedback voldoet aan de genoemde karakteristieken, hoe intrinsieker gemotiveerd de sporters zijn. Goed gebrachte negatieve feedback blijkt samen te hangen met alle peilers van intrinsieke motivatie (te weten gevoelens van autonomie, competentie en saamhorigheid).

Daarnaast is er een positief verband met het welzijn en het zelfvertrouwen van de sporters; kwalitatief goede veranderingsgerichte feedback hangt samen met een beter welzijn en zelfvertrouwen van de sporters. De statistische analyses laten zien dat bijna alle gevonden verbanden gelden voor de kwaliteit van de feedback, los van de hoeveelheid feedback. Het lijkt er dus niet om te gaan hoeveel veranderingsgerichte feedback je geeft, maar om hoe je het geeft. De enige uitzondering hierop was het verband tussen veranderingsgerichte feedback en welzijn van de sporter. Daarbij is zowel een positieve relatie gevonden tussen de kwaliteit van de feedback als de hoeveelheid. Hoe meer, en hoe beter gebracht, veranderingsgerichte feedback de coach geeft, hoe beter de sporters zich voelen.

Dan de invloed op de prestaties van sporters; worden sporters beter van veranderingsgerichte feedback? Ja en nee, zo lijkt het. Sporters die veel veranderingsgerichte feedback ontvangen, presteren niet beter. Sporters die kwalitatief goede, autonomiebevorderende, veranderings-gerichte feedback ontvangen presteren echter wel beter. Een interessante bevinding omdat coaches wellicht bang zijn dat het geven van goede veranderingsgerichte feedback veel tijd kost. Coaches doen er waarschijnlijk verstandig aan om, in plaats van tijd te gebruiken met veel negatieve feedback, de tijd te nemen om minder punten aan te stippen, maar dat wel te doen op de juiste wijze. Kwaliteit blijkt meer te tellen dan kwantiteit bij veranderingsgerichte feedback.

Hoe ga ik dit doen?
Samenvattend hebben de onderzoekers aangetoond dat negatieve feedback - in hun woorden veranderingsgerichte feedback - ook positieve effecten kan hebben, mits goed gebracht. Lezers die met dit gegeven aan de slag willen, vragen zich misschien af hoe ze dat het beste aan kunnen pakken. Zoals met zoveel veranderingen in gedrag en coachingsstijl begint het mijns inziens met bewustwording. Ga voor jezelf eens na hoe vaak en hóe je veranderingsgerichte feedback geeft. Ga vervolgens na welk doel de feedback dient en hoe belangrijk de autonomie van de sporter daarbij is. De auteurs suggereren namelijk dat coaches die meer controlerend ingesteld zijn (in tegenstelling tot coaches die autonomie bevorderen) mogelijk negatieve feedback geven om hun eigen stress te verlichten, en vergeten zich te focussen op het leerproces en de motivatie van de sporter. Ga daarom na of je veranderingsgerichte feedback op de sporter gericht is, en zijn of haar autonomie dient, of misschien toch een ander doel dient.

Bekijk aan welke karakteristieken van goede veranderingsgerichte feedback je feedback voldoet, en aan welke niet. Door te bedenken hoe je de ontbrekende karakteristieken in je feedback kunt verwerken, en daarmee te oefenen, verbeter je gaandeweg de kwaliteit van je veranderings-gerichte feedback.

Tot slot: hoewel in dit onderzoek positieve effecten van negatieve feedback worden benoemd, moeten we naar mijn mening vooral niet vergeten ook positief te coachen. Ik wens sporters en coaches veel plezier bij het gebruiken van positieve feedback, waar nodig en nuttig gecombineerd met kwalitatief goede, veranderingsgerichte feedback.

Bron:
Carpentier, J., Mageau, G.A., (in press) When change-oriented feedback enhances motivation, well-being and performance: A look at autonomy-supportive feedback in sport, Psychology of Sport & Exercise (2013).

Vana Hutter werkt als docent/adviseur/onderzoeker bij EXPOSZ, faculteit der Bewegingswetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is sportpsycholoog VSPN® en inspanningsfysioloog en kent de sportpraktijk van binnen uit, door haar werk in de top- en breedtesport. Zij is één van de oprichters van de post-academische opleiding tot praktijksportpsycholoog en bestuurslid van de Europese federatie voor sportpsychologie (FEPSAC).
« terug

Reacties: 5

-
29-01-2013
Kom uit de holon Vana. Motivatie is een universeel verschijnsel, niet iets van de sport. Het is overigens eigenlijk wel vreemd dat in de sport zo veel mensen zich druk maken over de motivatie van een ander. Dat werkt inderdaad eerder negatief dan positief. Er is ten diepste maar een soort motivatie en dat is de intrinsieke, opgebouwd uit het natuurlijke streven naar autonomie, meesterschap en zingeving. Drive van Dan Pink is aardige en toegankelijke leesstof, met genoeg verwijzingen naar wetenschappelijk bronmateriaal. Mentale blokkades in het onderbewust spelen een bepalende rol bij zelfmotivatie. Er is een gerichte aanpak mogelijk. Dan praten we over echte coaching van het brein. Mijn Belgische vrienden Frank Berben en Anne Cecile Forget doen dat volgens de methode van Jean Lerminiaux. Harm Rozie
-
29-01-2013
Waarom praten we nog over negatieve feedback als in de karakteristieken blijkt dat het bij veranderingsgericht coachen eigenlijk om dezefde karakteristieken gaat als bij positief coachen? Uit dit onderzoek blijkt niet dat negatief coachen positieve effecten heeft. Veranderingsgericht coachen met karakteristieken van positief coachen blijkt in sommige gevallen te helpen. paul verweel
-
29-01-2013
We kennen negatieve feedback en positieve feedback ook uit de forensische psychotherapie. Daar is het van belang om de feedback te koppelen aan de persoonlijkheidsstructuur van de ontvanger. Mensen met een negatief gekleurd cognitief design kun je eerder geruststellen met negatief gekleurde feedback. De positieve wordt soms niet gehoord voordat er een negatieve is " toegediend" . De inhoud en de toon van de feedback zijn belangrijk, maar je behoort ook te weten door welke cognitieve filters het bij betrokkenen gaat. Overigens: leuke samenvatting en boeiend thema Frans de Laat, sportpsycholoog en psychotherapeut
-
30-01-2013
Aardig om te lezen dat negatieve / veranderingsgerichte feedback met de karakteristieken van positief coachen gebracht moet worden. Uiteindelijk staat het niet zover van elkaar af dan het op het eerste gezicht lijkt.
-
10-06-2014
Interessant stuk! Mijn ervaring: Aandacht voor positief, constructieve en kritische Feed back ontvangen, is volgens mij ook erg interessant voor optimalisatie. En mijn ervaring is dat de aandacht voor een veilige omgeving waarin geleerd en ontwikkeld wordt, het meeste oplevert. (verantwoordelijkheid van leiderschap) Alle angst voor het conflict dat ontstaat bij feed back is dan weg. Gevoel: 'always ment to help and not to hurt'. Al het oefenen en aandacht besteden aan Feed back geven is dan vaak een afleidend actie van gewoon doen wat nodig is. En wordt in stand gehouden door de psychologie van de 'Pamper-industrie'. (angst en ontkenning).

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst