Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Sportgerichte wetenschap-Item

Het op jonge leeftijd herkennen van ‘dat ene talent’ is (vrijwel) onmogelijk 3 maart 2020

cover-SG-2-2020-245FCVakblad over training, coaching, sportrevalidatie en toegepaste sportwetenschap

SPORTgericht is hét vakblad over training, coaching, sportrevalidatie en toegepaste sportwetenschap in Nederland en België. Het bestaat al 74 jaar en biedt elk nummer een grote hoeveelheid vakinformatie voor iedereen die werkt op het gebied van top- en wedstrijdsport, bewegen en fitness. De artikelen gaan bijvoorbeeld over inspanningsfysiologie, motorisch leren, kracht- en revalidatietraining, coaching, mentale training, didactiek, functionele anatomie en biomechanica. 

Hanno van der Loo - hoofdredacteur van SPORTgericht - licht voor Sport Knowhow XL in de rubriek 'Sportgerichte wetenschap' steeds één van die interessante artikelen eruit en geeft er een beknopte samenvatting van. De volledige versie van het artikel is te lezen via een link onderaan elke samenvatting.

door: Hanno van der Loo

In de afgelopen weken was ik aanwezig bij de ‘Sportverkiezingen 2019’ van enkele middelgrote gemeenten in ons land. Net als de landelijke verkiezingen tijdens het nationale Sportgala in december zijn dit ook op lokaal niveau schoolvoorbeelden van appels met peren vergelijken. Maar goed, het voorziet kennelijk in een behoefte (vooral als je fan bent van de gelukkige winnaar) en is een tamelijk onschuldig verschijnsel. Toch?

De jeugdcategorieën ‘sportmeisje’, ‘sportjongen’ en ‘talent’ hebben altijd mijn speciale belangstelling. Met name als volgens de beoordelingscriteria niet alleen de prestaties die in het afgelopen jaar zijn geleverd meewegen, maar ook de door de jury gesignaleerde potentie voor succes in de toekomst. Het eerste is al een hachelijke zaak (appels, peren), maar het voorspellen van de sportieve toekomst vereist volgens mij een deskundigheid die zeer dun gezaaid is, zeker onder de lokale sportbestuurders en journalisten die doorgaans het oordeel moeten vellen.

"In één gemeente maakte men een negenjarig jochie - Nederlands kampioen in zijn leeftijdscategorie - ‘sportman van het jaar’. Inderdaad, in de algemene categorie"

Uitwassen
In één gemeente vermeed men deze discussie over ‘talent’ door geen jeugdprijzen uit te reiken. In plaats daarvan maakte men een negenjarig jochie - Nederlands kampioen in zijn leeftijdscategorie - ‘sportman van het jaar’. Inderdaad, in de algemene categorie, waarin mannen en vrouwen bovendien gezamenlijk streden om één titel. Ik wens hem en zijn ouders een overdosis nuchterheid toe.

In een andere gemeente waren er kraakheldere criteria om het ‘talent van het jaar’ te kiezen. Inmiddels zijn deze criteria niet meer te vinden op de website van de betreffende organisatie, dus ik kan ze hier niet letterlijk citeren, maar het kwam erop neer dat van deze sporter verwacht werd dat hij/zij Nederland in de toekomst succesvol zou gaan vertegenwoordigen op EK’s, WK’s en Olympische Spelen. Bij zo’n beschrijving zie ik een sporter van 19-20 jaar voor me die inmiddels geen junior meer is, maar de laatste stappen naar het internationale niveau nog moet maken. De jury bleek anders te hebben beslist en riep een uit de kluiten gewassen 13-jarige het podium op om de prijs, waaraan in dit geval ook een geldbedrag met drie nullen vastzat, in ontvangst te nemen.

XL8SportgerichtewetenschapTalent-1Potentie
Als dit soort uitwassen de deskundigheid van de gemiddelde sportbestuurder op lokaal niveau weerspiegelen (wat ik niet hoop, maar wel een beetje vrees), dan hebben we nog een lange weg te gaan. Meer en meer is immers duidelijk, dat het herkennen van sporttalent op vroege leeftijd zeer hachelijk, zo niet onmogelijk is. Zo blijkt uit een recente publicatie van Anneke Ellens en collega’s1 bijvoorbeeld, dat zeer veel zwemmers die als junior op het hoogste internationale niveau actief zijn geweest (in dit geval minimaal een halve finale 100 meter vrije slag hebben gezwommen op een Europees Jeugd Kampioenschap (EJK), n=268) nooit een EK, WK of Olympische Spelen halen. Dit bleek slechts 79 van hen te zijn gelukt (29%). Van hen (zie figuur hieronder) komt het merendeel (ruim 70%) op die internationale seniorenkampioenschappen niet verder dan de series. Aan de andere kant zijn er ook zwemmers die als senior wél het olympische podium halen, maar als junior nooit aan een EJK hebben deelgenomen. Kort samengevat: wat je als junior presteert zegt niet zoveel (of vrijwel niets) over je latere prestaties als senior. Uit allerlei ander onderzoek blijkt bovendien, dat deze regel sterker opgaat naarmate de betreffende sporter jonger is.

XL8SportgerichtewetenschapTalent-1Consensus
Dit is niet de plaats voor een uitgebreid betoog over deze materie. Maar in het kort is de huidige sportwetenschappelijke consensus dat het op jonge leeftijd herkennen van ‘dat ene talent’ (vrijwel) onmogelijk is en dat het toegankelijk maken en houden van hoogwaardige training en begeleiding voor een zo groot mogelijke groep jeugdsporters een beter alternatief is om toekomstig internationaal succes na te streven. Dit wordt kernachtig samengevat door Michiel de Hoog, die de visie van Aloys Wijnker (recent aangesteld als manager voetbalbeleid van de KNVB) als volgt beschrijft: 

‘Nee, het heeft geen enkele zin om voetballertjes van acht, negen jaar te scouten. Dus hef die BVO-jeugdteams op, help voetbalclubs in de regio met jeugdtrainingen, en bovenal: heb geduld…’ Of: ‘Vergeet het scouten van dat kleine groepje jongste kinderen; besteed meer aandacht aan een grotere groep en investeer pas in de besten als ze ouder zijn.’

"Het niveau van de training en coaching moet de komende jaren een kwaliteits¬impuls krijgen door het aanstellen van meer en beter opgeleide professionals"

Bredere basis
De recent in de Tweede Kamer zeker gestelde minimale hoeveelheid lichamelijke opvoeding (2 uur per week) op de basisscholen gaat ook een bijdrage leveren aan de gewenste bredere basis.3 Verder moet het niveau van de training en coaching de komende jaren een kwaliteits-impuls krijgen door het aanstellen van meer en beter opgeleide professionals.4

Meer lezen?
Ter verdere inspiratie kunt u hier drie recente SPORTgericht-publicaties lezen over enkele aspecten van optimale talentontwikkeling: prestatiegedrag5, selecteren6 en groeimindset.7

Referenties

  1. Ellens A et al (2020). De waarde van internationaal zwemsucces als junior voor zwemsucces als senior. SPORTgericht, 74 (1), 46-48.
  2. Hoog M de (2020). Nee, je kunt helemaal niet zien of je achtjarige de nieuwe Messi is. De Correspondent, 27 februari 2020. 
  3. Zie hier
  4. Peters G (2019). Op naar goede coach voor iedereen én meer carrièreperspectief trainer. NLcoach, 14 (4), 21-25.
  5. Blijlevens S et al. (2020). De ontwikkeling van prestatiegedrag bij (toekomstige) topsporters. SPORTgericht, 74 (1), 2-5.
  6. Warren S (2019). Meer leren door beter selecteren. SPORTgericht, 73 (6), 40-43.
  7. Heuvingh B (2019). Mindset en talentontwikkeling. Deel 1: ‘Talent is pas meetbaar na je carrière’. SPORTgericht, 73 (1), 8-11.

Hanno van der Loo (1968) is voormalig tienkamper en studeerde bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam. Hij werkt als sportwetenschappelijk adviseur, auteur en docent via bureau AdPhys in Boskoop (www.adphysbureau.nl) en is hoofdredacteur en uitgever van SPORTgericht (www.sportgericht.nl).

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst