Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Sportcommunicatie-Item

Manifest voor Sport als een particuliere én een publieke zaak 3 september 2019

door: Paul Kok

Sport is niet van voorbijgaande maar van blijvende aard. Begonnen in de negentiende eeuw met de eerste verenigingen en nu nog steeds bezig aan een steeds overtuigender rol in de gehele Nederlandse samenleving. Nederland kunnen we zo langzamerhand met recht een sportland noemen. Ook de mensen die zelf niet veel om sport geven raken betrokken vanwege de resultaten van de topsporters uit Nederland en het enthousiasme daarover. En wat van blijvende aard is en een vast onderdeel uitmaakt van onze samenleving moeten we goed regelen en faciliteren. 

Het goed regelen en faciliteren van de sport doen we particulier via meer bijna 30.000 verenigingen en sportbonden. Maar dat doen we te weinig op het publieke niveau. Daardoor ontstaan er merkwaardige bedreigingen voor de sport die we moeten vermijden. 

"Ik lanceer maar eens, hier op Sport Knowhow XL, een manifest voor de sport als een particuliere maar zeker ook als een publieke zaak"

Bedreigingen voor de sport
Voorbeelden daarvan zijn onterechte subsidies, een belastingdienst die jacht gaat maken op de btw van verenigingen met het motief ‘om een eerlijke concurrentiepositie met het bedrijfsleven te bevorderen’ (dit jaar worden de eerste duizend (!) verenigingen aangeschreven), regelgeving die sommige sport dwarszit, grondprijzen en doorberekening daarvan voor accommodaties, uitblijven van een eensluidende definitie van sport voor de gehele overheid, druk van consumenten om serviceniveau in de sportvereniging te verhogen waardoor betaalde krachten nodig zijn, de noodzaak van commerciële ondersteuning (sponsoring) om (top)sport überhaupt mogelijk te maken. 

Daarom lanceer ik maar eens, hier op Sport Knowhow XL, een Manifest voor de Sport als een particuliere maar zeker ook als een publieke zaak.

XL29Sportcommunicatie-1


Manifest

Sport heeft een grote maatschappelijke waarde. Bijna 30.000 sportverenigingen zorgen er inmiddels voor dat er met 1,2 miljoen vrijwilligers, 74 sportbonden en NOC*NSF wekelijks ruim 5 miljoen mensen in georganiseerd verband sporten bij een sportvereniging. Dit is een wereldwijd unieke infrastructuur. Met de volgende maatschappelijke effecten:

1. Een uniek niveau van topsportprestaties gezien de kleine omvang van het land; in 2012 behaalden Nederlandse topsporters 195 medailles in 35 sporten op internationale kampioenschappen inclusief de Olympische Spelen. Op de Spelen in 2016 behaalde Nederland 19 medailles (11e op de medaillespiegel met 78 landen) en een ander vergelijkbaar klein land, België, slechts 3.

2. Deze topsportprestaties leveren in het buitenland grote bewondering op en dragen in sterke mate bij aan het positieve beeld over Nederland.

3. Voor deze 5 miljoen mensen is de georganiseerde sport wekelijks hun ankerpunt, de plek van samenkomst en contact in een individualiserende samenleving. De samenhang, sociale cohesie, in de Nederlandse samenleving wordt hier direct versterkt.

4. Sport en bewegen dragen bij aan een gezonder leven en een gezondere samenleving en als gevolg daarvan ook lagere zorgkosten voor de overheid.

"Sport is steeds meer een publieke zaak. Ook al staat de overheid vooralsnog op afstand"

5. Integratie van diverse groepen binnen de Nederlandse samenleving gaat in de sport vanzelf. Alle mensen willen spelen.

6. Diverse maatschappelijke thema’s worden via de verenigingen opgepakt en bereiken alle lagen van de bevolking (goed eten, alcoholbeleid, doping, seksuele intimidatie, bewegen en gezond leven etc.).

7. Op basis van deze maatschappelijke effecten kan worden gesteld dat sport steeds meer een publieke zaak is. Ook al staat de overheid vooralsnog op afstand.

XL29Sportcommunicatie-2Particuliere verenigingen, overheid op afstand
De sport is in Nederland via de verenigingen vooral een particuliere zaak. Dat wil zeggen, iedereen kan een (sport)vereniging opzetten zoals geregeld in het Burgerlijk wetboek. Gezien het bestaan van de bijna 30.000 sportverenigingen en 74 sportbonden is daar ruimschoots gebruik van gemaakt. Ook het enorme aantal vrijwilligers dat de verenigingen en de bonden op de been houdt onderstreept het succes. De landelijke overheid heeft daarin geen sturende rol en staat zelfs op afstand. Wel groeit het rijksbudget voor de Nederlandse sport, inmiddels tot 135 miljoen euro in 2018 (voor 'Passend sportaanbod', 'Uitblinken in sport' en 'Borgen kennis en innovatie'). Op lokaal niveau worden bij een aantal sporten door de gemeenten sportaccommodaties tegen een ‘sportvriendelijke’ prijs ter beschikking gesteld. Voor de komende jaren staat deze sportinfrastructuur voor een aantal uitdagingen:

1. De toegenomen economische betekenis van de sport (commercie) brengt haar organisaties meer onder het bereik van (ook Europese) wet- en regelgeving op dit gebied. In Nederland o.a. de wet Markt & Overheid. Zaken als monopoliepositie, mededinging, staatssteun, marktfalen, btw-tarieven en andere fiscale regels zijn van toenemende invloed op het behoud van de eigenheid van de sport. Onder druk staan de organisatie van haar eigen (internationale) competities, de eigen ‘sportieve’ financiering, overheidssubsidies, televisierechten, daarmee gepaard gaande regeldruk op vrijwilligers, etc. 

2. De vraag van overheid en maatschappij aan de sport om eerdergenoemde maatschappelijke functies nog meer dan nu vorm en inhoud te geven (publieke zaak). Zie gezondheid, leefstijl, betere leerprestaties, integratie, sociale cohesie, burgerschap, Holland promotie, talentontwikkeling, verantwoorde vrijetijdsbesteding, etc. Vergelijkbare functies als die van zorg en onderwijs.

Deze twee uitdagingen bedreigen de bestaande sportinfrastructuur. En daarmee ook de publieke zaak en de Nederlandse samenleving.

"De sport zou als 'Diensten van Algemeen Economisch Belang' aangewezen moeten worden. Sportorganisaties zouden dan de publieke taak hebben om deze Diensten te leveren"

Wetgeving
De sport kan haar maatschappelijke taken alleen dan tot tevredenheid vervullen wanneer haar eigenheid een structurele borging vindt vergelijkbaar met die van zorg en onderwijs. De wet Markt & Overheid stelt de sport daartoe dan in staat. Daarin wordt nu reeds gesproken van Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) en de sport zou als DEAB aangewezen moeten worden. Het is nog maar een kleine stap. Sportorganisaties zouden dan de publieke taak hebben om deze Diensten te leveren. 

XL29Sportcommunicatie-3Oproep
Daarom de volgende oproep aan de overheid:

1. Stel vast dat Nederland het sportland bij uitstek, een sportieve samenleving is en maak dit onderdeel van het brede nationale en internationale rijksoverheidsbeleid.

2. Erken dat vooral de factor 'spel' van groot belang is voor een gezonde samenleving en dat de sportvereniging daarvoor een van de belangrijkste platforms is. 

3. Draag actief bij aan de structurele inbedding van de unieke bonds- en verenigingsstructuur van de Nederlandse sport. En verschaf structureel de middelen om de sportinfrastructuur in stand te houden, zoals onderwijs en zorg dat ook kennen.

4. Maak daartoe een overkoepelende sportwet waarin de sport haar maatschappelijke taak uitoefent als Dienst van Algemeen Economisch Belang via een Kaderwet Sport. 

5. Stel vast dat Overheidsdoelstellingen behaald worden met sportbonden en sportverenigingen. Controleer op beleid, prestaties en geld.

Paul Kok (1956) is associate director bij Hill+Knowlton Strategies en directeur van Communications Strategies. Motief voor de sportsector is verbetering van de woordvoering, die over het algemeen heel slecht is. Motto: Je moet schieten, anders kan je niet scoren. Voor meer informatie: paul.kok@hkstrategies.com of communicationsstrategies@kpnmail.nl.

« terug

Reacties: 8

Joris
03-09-2019

We hebben een bijzonder mooi sportlandschap in Nederland, van grote waarde. Als je dat op dezelfde wijze zou willen bewaren voor de komende generaties (en er verder weinig veranderd in de wereld) dan zou je er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen het instrument DEAB in te zetten (wat veel gemeenten al hebben gedaan om met vrijbriefje de georganiseerde sport te kunnen blijven ondersteunen met accommaties, buurtsportfunctionarissen, etc). Ik betwijfel of die gemeenten daarbij uitgebreid stil hebben gestaan bij de belangen van alle partijen (sportaanbieders) binnen de sport en het ongelijke speelveld daarbinnen. Om je op de DEAB te beroepen moet er volgens mij  sprake zijn van een vorm van marktfalen. Je kunt het de markt echter ook behoorlijk moeilijk maken om daarin mee te draaien, en dat gebeurt. Nu kun je met de DEAB in de hand, de markt verwijten dat ze falen, maar dat ligt ook aan de protectie mechanismen van de georganiseerde sport en de overheid en de afspraken daartussen, op landelijk en lokaal niveau. Met de DEAB geef je aan dat de markt het niet kan, maar krijgen ze een eerlijke kans als gemeenten jaarlijks meer dan miljard investeren in de georganiseerde sport, en de georganiseerde sport alle voorrang krijgt? Voor een landelijke bepaling dat sport onder DEAB gaat vallen kun je goede argumenten aandragen en dat is prima, of de burger/sporter bij die aanpak gedient is weet ik niet. Maar ik zou van een overheid graag willen zien dat ze alle belangen afwegen, en dat is geen eenvoudige opgave in dit steeds meer troebele sportlandschap met zoveel mooie nieuwe initiatieven.

loek jorritsma
03-09-2019

Ik ben het zeer eens met Paul. Eerder heb ik hier vergelijkbare argumenten en voorbeelden aangedragen. Ik zou Joris (wie is Joris?) aanraden om de eerdere bijdragen inzake markt en overheid hier op sportknowhow er eens bij te nemen. Zie o.a. mijn antwoorden op de vraag van Koen Breedveld naar het ontbreken van specifieke wetgeving op het gebied van de sport.

Joris
03-09-2019

"Er ontbreekt een specifieke wetgeving op het gebied van sport." Even voor mijn begrip: Zou die wetgeving het belang van de sport en de sporter moeten dienen of van de vereniging en de verenigingsporter? Dat onderscheid is niet altijd duidelijk, maar dat is er wel.

loek jorritsma
03-09-2019

Amtwoord aan Joris. Lees het stuk. Wetgeving dient het behoud en versterking van de maatschappelijke betekenis van sport. Wie is Joris?

Ted van der Meer
03-09-2019

Een uitstekend verhaal van Paul Kok. Het is een heldere visie met een aantal noodzakelijke vragen aan de overheid. Ik heb een paar opmerkingen die te maken hebben met het nogal rommelige sportbeleid in ons land.
1. Er zijn gemeenten die geen subsidie verstrekken als de vrager geen lid is van NOC*NSF. Dat is kortzichtig, al was het alleen al omdat er miljoenen sporters daadwerkelijk niet zijn aangesloten bij de sportkoepel. Een hoeraatje dus voor de praktisch opererende gemeenten, die vooral uitgaan van de kwaliteit van de aanvraag.
2. Een gerelateerd probleem: niet alle gemeenten geven een subsidiegarantie voor meerdere jaren en dat is weer onhandig voor evenementen met een lange geschiedenis.
3. Er komen vanuit de overheid nogal eens gelden bij de bonden binnen om het 'bewegen' te stimuleren. In mijn ogen zet het zelden zoden aan de dijk. Er wordt te weinig gecontroleerd of het wel de moeite waard is geweest. De ondersteuning via veel meer sportcoaches-met-salaris zou een veel nuttiger investering zijn.
4. De centrale overheid is door de jaren heen laks geworden. Men schuift geld en dus verantwoordelijkheid naar NOC*NSF. De sportkoepel doet prima werk, maar teveel macht gedurende een lange tijd heeft ook zo zijn nadelen. Het zou voor de sport gezond zijn als 'sportminister' Hugo de Jonge en en zijn collega, staatssecretaris Paul Blokhuis, er veel meer op zouden zitten.

loek jorritsma
04-09-2019

Ted, ik kan je opmerkingen heel goed plaatsen. Veel gemeenten hebben inderdaad dat beleid. Dat komt omdat de rijksoverheid niet heeft bepaald wanneer het gaat om SPORT en het aan NOC*NSF heeft overgelaten. Maar van daaruit wordt niet het maatschappelijk belang gedefinieerd, maar hoofdzakelijk het sportieve belang. Dat vindt het ministerie van Financien ook en daarom worden sportorganisaties niet gezien als ANBI, maar slechts als SBBI. Maar interessant is je hoera voor gemeenten die uitgaan van de 'kwaltiteit van de aanvraag'. Hoe kunnen gemeenten die kwaliteit weten?  Zie je opmerking bij punt 3. Hiermee heb ik je 4 punten, denk ik, beantwoord. Waar het Paul en mij om gaat is dat het vakdepartement nu eindelijk eens gaat vaststellen en waarderen wat de maatschappelijke betekenis is van sport. Is dat vooral de markt van recreatie en bewegen of gaat het om de versterking van de sociale cohesie, binding, trots, etc. zoals we hier hebben aangegeven. Een belangrijk deel (bewegen, gezondheid) kan door de markt worden gedaan het maatschappelijk belang dient de overheid te bewaken.

Joris
05-09-2019

Loek, sociale cohesie, binding, trots zijn toch niet voorbehouden aan verenigingssport? Het is niet de rechtsvorm die daar vorm aan geeft. Het kan helpen, en onderzoek toont aan dat verenigingen daar behoorlijk goed in kunnen zijn, maar dat kan in andere rechtsvormen ook een resultaat zijn. 

Sportondernemers die hun organisatie en hun deelnemers een warm hart toe dragen zijn continu bezig met binding, competenties en trots. Het is volgens mij niet zo zwart wit.

Je vraagt "hoe kunnen gemeenten die kwaliteit weten?" Dat zouden ze toch moeten willen weten? Is het niet te gemakzuchtig om de rechtsvorm als kwaliteitsstandaard te nemen? Als een gemeente als volgt handelt (zoals nu veelal): Oh, je bent een vereniging, nou hier heb je een stempel. Daarmee kun je in onze sporthal en zwembad terecht voor bijna nop en je mag op de allerbeste uren inschrijven. Wat je daar gaat doen maakt ons niet uit.

het is nog best lastig.

loek jorritsma
05-09-2019

Ik weet nog steeds niet wie Joris is. * Met mijn sociale cohesie etc. bedoelde ik het geheel aan maatschappelijke waarden van 1 t/m 7 zoals in het stuk van Paul aangegeven. Dat kan buiten de verenigingssport niet worden gerealiseerd. En het gaat dus niet om de toevallige rechtsvorm, het gaat om de gehele infrastructuur -organisaties, accommodaties, wedstrijden, etc- die nodig is om in die maatschappelijke waarden te voorzien. *sportondernemers hebben dat belang niet. Binding, competenties en trots is voor hen het gereedschap waarmee de (commerciele) relatie met de klant wordt aangegaan. Daar is niks mee. Maar als ander gereedschap die relatie versterkt dan wordt dat gehanteerd. *de rechtsvorm is dus niet zomaar een kwaliteitsstandaard. Bij sportorganisaties gaat het om verantwoorde sportbeoefening. Over die sportieve kwaliteit wordt door de betrokken organisatie verantwoording afgelegd aan de leden. En, als het gaat om de maatschappelijke kwaliteit en de overheidsbemoeienis daarmee, wordt verantwoording afgelegd aan de subsidieverstrekker. *Tenslotte, in mijn liber amicis (google: loek jorritsma kenniscentrum sport liber amicis) pleit ik er voor dat sportorganisaties de publieke taak hebben om zorg te dragen voor die verantwoorde sportbeoefening. Daarmee wordt het verschil tussen alleen maar bewegen op commerciele basis en verenigingssport als maatschappelijke waarde op de juiste manier vastgelegd.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst