Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Sportcommunicatie-Item

Homo ludens in Nederland verdient meer steun 17 oktober 2017

door: Paul Kok

Van 18 tot 22 oktober staat het WK judo voor junioren gepland in Zagreb. Pyongyang in Noord-Korea stond eerst als locatie aangegeven maar dat kunnen we dezer dagen gerust een bijzondere locatie noemen. Beter niet daar. Al weten we dat de mensen er net zo goed met sport, spel en spelen doende zijn als de andere mensen op de wereld. Een jeugdtoernooi appelleert sterk aan het spel in de sport en het zal ook nu weer een genoegen zijn om de jeugd te zien judoën als lekker spel. Het oprechte spel.

Dit WK judo voor junioren laat zien dat spel en spelen alom voorkomt en een echte overeenkomst is tussen mensen, overal. Onze eigen Johan Huizinga publiceerde in 1938 zijn studie Homo ludens (de spelende mens) waarin hij het belang van het spelelement in elke cultuur en samenleving demonstreerde als een vast en onontkoombaar element en met een eigen karakter. Hij zegt bijvoorbeeld 'Mensen spelen niet omdat ze hebben bedacht dat spelen goed voor ze is. Mensen die spelen zijn gemotiveerd door de kwaliteit van de ervaring die het spel biedt en niet door de verwachting dat het een nuttig effect heeft in de toekomst.' Spelen ligt in de aard van het leven zelf. In elke cultuur. 

Homo ludens in Nederland
Huizinga kreeg in juli van dit jaar terecht weer eens de aandacht in een fraaie bijdrage van Roos van der Lint in De Groene Amsterdammer. Hoe mooi is het dat deze wetenschapper uit Nederland deze wereldwijd erkende visie op spel en spelen heeft verwoord en onderzocht. Hij was een vernieuwer en wordt in het buitenland ook als zodanig erkend. 

"Je zou verwachten dat de inzichten van een grote denker als Huizinga tot ons culturele erfgoed zouden behoren en herkend en erkend worden in de Nederlandse cultuur"

Eerder dit jaar sprak ik met twee Nederlandse wetenschappers, Imara Felkers (sportfilosoof) en Ellen Mulder (voormalig topvolleybalster), die wetenschappelijk onderzoek doen naar spel en de homo ludens in de 21e eeuw. Zij stellen zich nadrukkelijk de vraag of er nog wel voldoende spel in de sport zit. Je zou verwachten dat de inzichten van een grote denker als Huizinga tot ons culturele erfgoed zouden behoren en herkend en erkend worden in de Nederlandse cultuur. En ook zichtbaar op vele plaatsen in de samenleving, sterk gestimuleerd door de overheid omdat ook die weet dat de mens van nature speelt en spelen moet.

Maar is dat is dat wel zo?

Met 25.000 sportverenigingen, 5 miljoen actieve leden en een miljoen vrijwilligers elk weekeinde, 70 sportbonden om dat allemaal te organiseren en te ontwikkelen staat er een indrukwekkende en wereldwijd ongekende structuur voor sport en spel in Nederland. Op basis van vrijwilligheid en particulier initiatief. De oudste verenigingen stammen al uit de negentiende eeuw. Je zou zeggen dat dit een ultiem bewijs is voor het op grote schaal ruimte geven aan spel en spelen. 

Mijn indruk is dat sport wordt gezien als sport en dat men zich onvoldoende bewust is van het element spel en de wijze lessen van Huizinga. Terwijl de mensen die meedoen vooral gemotiveerd zijn door de kwaliteit van de ervaring in het spel. Er zou veel meer aandacht moeten worden besteed aan het spel en spelen in de sport. Regels in de sport, maar ook overmatige vergoedingen in geld willen het spelelement nog wel eens ondermijnen. De sportvereniging is bij uitstek de plek om het spel alle ruimte te geven. In de eigen sport, maar ook door andere sporten beschikbaar te stellen, en het spelelement waar mogelijk te stimuleren. Dat begint bij de jongste jeugd. 

"Het succes van de sport zou weleens aanzienlijk versterkt kunnen worden met meer aandacht voor spel en spelen als motief"

Sport en spel als publieke zaak
Ook in het overheidsbeleid zal het meer moeten gaan om spel en spelen. In de officiële stukken komt telkens als drijfveer voor overheidsbeleid en actie op het gebied van sport het motief gezondheid naar voren. Gezondheid ís ook een relevant aspect van sport, dat valt niet te ontkennen. Maar het succes van de sport zou weleens aanzienlijk versterkt kunnen worden met meer aandacht voor spel en spelen als motief. Alleen al omdat we het allemaal in ons hebben. En het zoveel meer plezier en enthousiasme brengt, ‘de kwaliteit van de ervaring in het spel’.

De structuur van het Nederlandse sport en spel, dat is nou een echte factor van belang voor de Nederlandse samenleving. Die koesteren en stimuleren is een publieke zaak. Sport en spel moeten eenzelfde status krijgen als onderwijs en cultuur die eveneens een publieke zaak zijn.

Dat kan slechts op basis van een Kaderwet sport waarin een aantal zaken heel goed geregeld worden, zoals een voor de overheid eensluidende definitie van sport, de publieke taken van de sport en de manier waarop dat georganiseerd moet worden door de sportbonden. Deze basis moet leiden tot herstel van een structurele bijdrage uit de algemene middelen voor de structuur van goed functionerende en gefaciliteerde bonden en verenigingen. 

Regeerakkoord
In het regeerakkoord Rutte III staat vermeld dat 10 miljoen wordt uitgetrokken voor ondersteuning van de sportbonden. Dat ziet er goed uit zou je zeggen. Steun voor het spel in de sport? De eerste stap is gezet op weg naar (veel) meer. De meeste sportbonden kunnen elke inkomende euro tegenwoordig heel goed gebruiken. 

Sportbonden zouden zich op dit moment moeten laten horen naar aanleiding van deze steun in het regeerakkoord: een eerste goede stap in de handhaving van een sterke en unieke sportstructuur met bonden en verenigingen in Nederland. En ze zouden aanspraak moeten maken op die 10 miljoen als directe steun op de plaatsen waar ze het moeilijk hebben.

Paul Kok (1956) is associate director bij Hill+Knowlton Strategies. Motief is verbetering van de slechte woordvoering in de sport en sportsponsoring. Motto: Je moet schieten, anders kan je niet scoren. Voor meer informatie: paul.kok@hkstrategies.com

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst