Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Sportbesturen in de praktijk-Item

Twaalf jaar of jonger? Stop met selecteren! 31 mei 2022

door: Joscha de Vries

Het sportseizoen 2021/'22 is zo goed als voorbij. Tijd voor de voorbereidingen op het nieuwe seizoen, waaronder voorbereidingen op teamindelingen. Tijd voor de selecties dus. Selectietrainingen met als doel de teams voor het komend seizoen goed samen te stellen. Maar moeten we niet wat selectiever omspringen met de vraag wie we eigenlijk allemaal gaan selecteren?

In de professionele sport en onder wetenschappers is het inmiddels gemeengoed dat selecteren vóór het twaalfde jaar te vroeg is. Toch zie ik alleen al in mijn eigen omgeving een meisje van negen dat bij voetbal hoopt te worden geselecteerd om in elk geval méé te mogen doen met de selectietrainingen en dat bij een jongen van acht de ouders beginnen te steigeren als hij niet doorstroomt naar het eerste. Uit deze voorbeelden - en er zijn er meer - voel ik dat ouders, sportbestuurders en trainers van jonge jeugd amper de neiging hebben om te stoppen met het selecteren in hun teams. Juist die aarzeling bij veel omstanders maakt dat ik naar onszelf kijk: sportbestuurders moeten verantwoordelijkheid nemen en ‘gewoon’ stoppen met selecteren voor de jeugd tot twaalf jaar. 

"Al langer wordt onder deskundigen breed uitgedragen dat jong selecteren niet verstandig is"

Ik bespreek dit onderwerp regelmatig in mijn privé-omgeving, waarin veel ouders sport belangrijk vinden en de sportcarrière van hun kinderen met veel enthousiasme volgen. Vaak voel ik in die gesprekken iets van een voorzichtig meebewegen van hun kant - ‘ja, misschien heb je wel gelijk …’ - meestal snel gevolgd door het terugkaatsen van de bal: ‘… maar is er nu echt iets mis mee?!’. En mijn antwoord daarop is steevast: ja! 

Onnnodig en onverstandig
XL19SportbesturenInDePraktijkJoschaSelecteren-1Er is veel onderzoek gedaan naar en geschreven over de voor- en nadelen van selecteren van (jonge) kinderen. Al langer wordt onder deskundigen breed uitgedragen dat jong selecteren niet verstandig is. In de eerste plaats omdat deze jong gevonden talenten in de meeste gevallen niet de toppers van de toekomst worden. Prestaties van kinderen op jonge leeftijd blijken in veel gevallen niet voorspellend voor hun sportprestaties later. En dan hebben we het nog niet over de onbedoelde neveneffecten. Bewegingswetenschapper Sebastiaan Platvoet zegt over selecteren van (jonge) kinderen dat het 'onnodig en onverstandig' is. Onverstandig omdat je kinderen uitsluit. Daarbij vallen veel geselecteerden af, wat negatieve consequenties heeft.’1 Een heel andere reden is dat veel kinderen de selecties als stressvol ervaren. Ook op dit punt is steeds meer onderzoek op basis waarvan aandacht wordt gevraagd voor de negatieve effecten van onze prestatiemaatschappij, waarin kinderen en jongeren steeds meer onder druk komen te staan2. En dat terwijl we er als sporters zonder meer vanuit gaat dat sport in eerste instantie vooral plezier moet opleveren. We creëren dus met die selecties verwachtingen die niet waar worden gemaakt, we zetten kinderen onder onnodige druk én we creëren verschil dat er niet zou hoeven zijn. Verschil tussen het ene en het andere kind. Kinderen die ‘in de selectieteams komen’ krijgen over het algemeen betere trainers, betere trainingstijden, vaak ook meer trainingsuren en meer faciliteiten (kleding, oefenwedstrijden, et cetera). En deze kinderen weten ook ‘dat ze beter zijn’. We willen gelijke kansen, maar we geven ze niet.

"Ontbreekt het ons aan een alternatief om tot een indeling te komen?"

Ik weet het, het is allemaal niet nieuw wat ik schrijf. Maar daarom stoort het me des te meer dat we er toch gewoon mee doorgaan. Wat maakt dat veel clubs blijven selecteren? Is het omdat de ouders die selectie willen (en dan waarschijnlijk vooral de ouders wiens kinderen de selectie wél halen)? Is het omdat we stiekem toch denken zelf wél te kunnen bepalen welke kinderen echt talentvol zijn? Is het omdat we geloven dat kinderen hier intrinsiek behoefte aan hebben? Dat kinderen alleen maar willen sporten met kinderen die nét zo fanatiek zijn als zij zelf? Of ontbreekt het ons aan een alternatief om tot een indeling te komen? 

Visie nodig
Het meest lastige van het zoeken naar een alternatief is dat je grote verschillen ziet tussen kinderen van dezelfde leeftijd in interesse en motivatie. Als je niet selecteert op vaardigheden en motivatie van het afgelopen seizoen en of van het moment van selectie, op basis waarvan stel je dan je teams samen? Je weet immers nog niet welk kind in september ineens de geest krijgt, een enorme ontwikkelslag maakt en welk kind ineens heel andere interesses krijgt. Een andere manier van samenstellen vraagt dus een visie én het vraagt uitproberen wat werkt. 

XL19SportbesturenInDePraktijkJoschaSelecteren-2Zo is de KNVB in seizoen 2021/'22 gestart met een pilot ‘invoering van kleurenteams’, waarin door de naamgeving van de teams de vanzelfsprekende hiërarchie tussen het 1e, 2e en 3e team verdwijnt. De evaluatie van deze pilot helpen ons ongetwijfeld weer verder. En natuurlijk kunnen we ook kijken naar andere sectoren. Zo doen leerkrachten op de basisscholen dagelijks niets anders dan kinderen die heel verschillende interesse, energie en handigheid hebben, met elkaar te laten samen werken. Het gaat er niet om in een keer het juiste alternatief te hebben, het gaat er om op zoek te gaan naar samenstellingen van teams, waar het spelplezier van alle kinderen groot is. Wellicht is een goede manier om daar achter te komen om de kinderen te volgen in hun spelplezier. Wat vinden ze leuk en wanneer zijn ze enthousiast? En vooral: wat vinden ze er zelf van? Dat je daar leuke en zinvolle gesprekken met kinderen over kan hebben, laat Ron Boszhard zien bij ZAP sport. 

Radicaal anders
De meest interessante vraag is misschien nog wel: kan het ook nóg anders? Nog anders dan de kleurenteams van de KNVB en het plezier van ZAP sport? En dan gaat het bij mij ineens borrelen. Natuurlijk kan het nog net wat radicaler anders. Alle kinderen het zelfde aantal trainingen lijkt vanzelfsprekend. Je kan natuurlijk ook extra trainingen vrijwillig aanbieden; puur voor de kinderen die daar zin in hebben. Niet om te presteren, maar om gewoon lekker te spelen. 

"Zo genereer je trainingsvormen waarin er veel meer aandacht is voor ontwikkelen, leren en plezier maken"

En wat zou er gebeuren als je teams niet meer een heel seizoen in dezelfde samenstelling houdt? Als je de teamvorming – het uitje, de trainingen - nu eens per lichting geeft, in plaats van per team: dan kan je ook regelmatig wisselen in de teams. Durf je te gaan werken met één trainingsschema en tactisch plan, waardoor alle kinderen hetzelfde leren als het gaat om tactiek, en waardoor ze dus met alle leeftijdsgenoten ook tactisch kunnen leren samenspelen. Wie zet in op een breder motorisch opleiden, waarbij regelmatig ook andere sporten worden aangeboden tijdens de trainingsuren. Durf je te kiezen voor onderlinge wedstrijden (bijvoorbeeld in de vorm van een soort King of The Court3 in plaats van de instroom in competitie met andere clubs in, op dit moment, verschillende niveaus. Of introduceer een tweede en derde telling bij elke wedstrijd, waarin je naast de doelpunten ook gaat tellen welk team of welke speler het meeste overspeelt, welke speler iets doet wat hem of haar nog niet eerder is gelukt (doelstelling voor een training of wedstrijd), welk team elkaar het beste aanmoedigt en hoeveel spelers in ieder geval één keer een nieuw geleerde skill laat zien. Zo genereer je trainingsvormen waarin er veel meer aandacht is voor ontwikkelen, leren en plezier maken. Met voor alle kinderen plezier voorop. Zullen we eens zien hoe veel toppertjes daar uit gaan komen! 

Joscha de Vries is directeur-bestuurder bij SportUtrecht. Eerder was zij werkzaam als organisatieadviseur en verandermanager vanuit haar eigen bureaus Hiemstra & De Vries en later Assist4Sport. Vanuit die bureaus werkte zij aan opgaven in de publieke sector in het algemeen en vanuit Assist4Sport in de sport in het bijzonder. In nevenfuncties was en is zij al langer actief als bestuurder in de sport.

« terug

Reacties: 1

Bert van Lingen
31-05-2022

Ik werd getrokken door de titel 'Twaalf jaar of jonger, stop met selecteren'.

Verder was ik benieuwd naar de deskundigen die werden beloofd. Ik dacht: 'welke deskundigen?' In mijn beleving hebben slechts die deskundigen recht van spreken als ze vanuit de specifieke sportcontext redeneren. De specifieke sportcontext bepaalt hoe containerbegrippen als plezier, motoriek, technische vaardigheden, pedagogisch klimaat en betekenisgeving van beoefenaren gedefinieerd en beoordeeld kunnen worden.

In welke leeftijdsfase zijn jeugdigen toe aan welke weerstanden/moeilijkheidsfactoren van in dit stuk als voorbeeld genomen voetbalspel? Welke zijn daarvoor de randvoorwaarden/condities die verantwoordelijken voor het jeugdvoetballeerproces moeten aanbieden? Hiertoe dienen de doelstellingen per leeftijdscatagorie die te vinden zijn in mijn boek 'Het coachen van voetballen' - het jeugdvoetballeerproces.

Toetsvragen in het organiseren van voetbalactiviteiten (competities, wedstrijden, trainingen) zijn in chronologische volgorde: wordt het spel nog gespeeld? (50/50 principe), 2. wordt het spel nog geleerd? 3. wordt er plezier aan beleefd?

Indeling van voetbalteams dient idealiter te geschieden op grond van het beoordelen van het voetbalvermogen. Wat is de bijdrage die een spelertje levert aan het realiseren van de teamfuncties aanvallen, verdedigen en het omschakelen tussen beide eerstgenoemde functies?

Kinderen worden vanuit dit sportspecifieke spelkarakter niet buitengesloten echter zodanig ingedeeld dat deze omgeving de kans biedt zich optimaal te ontwikkelen gegeven de doelstelling van de betreffende leeftijdscatagorie.

Naarmate jeugdigen verder komen in hun voetbalontwikkeling en de nadruk meer en meer komt te liggen om als team resultaten na te streven (hetgeen plezier met zich meebrengt) zal het duidelijk zijn dat de spelers meer op elkaar gericht moeten worden en afhankelijk van elkaar zijn. Dit teamwork zal stap voor stap ontwikkeld gaan worden.

De bekende geneticus professor Galjaard leerde ons reeds: 'alle mensen zijn ongelijk'. Zo ook in het voetballen dus. Het ontbreekt ons niet aan een alternatief om tot teamindelingen te komen, nee indelen moet! Waar het ons aan ontbreekt is het besef dat het selecteren, trainen en coachen van jeugdige voetballers verdieping, studie en voetbalpedagogische vaardigheden vereist. Vooral vanwege de karakteristiek van het voetbalspel dat het een spelerssport is en in mindere mate een coachsport. Dit komt doordat het spel zeer onvoorspelbaar is doordat de bal altijd 'vrij bespeelbaar' is. Voetbalpedagogiek richt zich dan ook op het zelfstandig kunnen communiceren, keuzes maken en uitvoeren van individuele spelers. Tenslotte gaat het er om dat 11 spelers de juiste keuzes maken in dezelfde situaties. Teamwork als laatste stap in het leerproces. De coach bedient zich van het creëren van de juiste condities om niet zijn zin te doen, maar spelers zelfstandig te laten handelen.

Er dient dan ook inzicht, kennis en vaardigheden aanwezig te zijn om vanuit datgene wat per definitie een plezierige tijdsbesteding behoort te zijn zinvolle begeleiding te bieden aan jeugdigen van alle niveaus. Het voetbalspel kennen en kunnen versimpelen (het spelen met de weerstanden) t.b.v. het leerproces is een eerste vereiste. Pas dan kan er gekozen worden tot een zinvolle invulling van een beleid t.a.v. het jeugdvoetballeerproces. Pas dan krijgt wetenschappelijke kennis betekenis en kunnen praktijktheoretische oplossingen bedacht worden.

Eeerst het 'wat' en daarna het 'hoe!

Kortom: niveau-indeling is : a. sporteigen; b. zinvol om het spel te kunnen spelen en plezier te hebben.

Het indelen van teams door een andere naam te geven, of met kleuren te werken lijkt een wat kinderachtig alternatief. Kinderen zijn niet achterlijk.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst