Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Sportbesturen in de praktijk-Item

Oude mannenpraat of scherpe observaties? 17 mei 2022

door: Ton van Rietbergen

Zoals inmiddels gebruikelijk zit ik na de gewonnen wedstrijd van Hercules tegen Groene Ster om de tafel met een ‘aantal liefhebbers’ zoals ze zich zelf noemen. In de eerste plaats Jan Boessenkool aan wie ik het schrijven van deze column voor dit platform te danken heb. Hij is de verpersoonlijking van het bestuurlijk tegengeluid in de sportwereld. Immers, onder meer via allerlei gremia, komt hij op voor de kleinere voetbalclubs en de overbelaste sportbestuurders. Zo heeft hij geprobeerd om er voor te zorgen dat de jeugd in Kanaleneiland aan het voetballen kon blijven ook toen Magreb, de club die een paar jaar het mooiste voetbal in de regio speelde, door onderling gedonder en veel incidenten ermee moest stoppen. Ook toen wees hij er op dat de club er juist voor de jeugd moet zijn en niet alleen maar moest jagen op succes van het eerste. Het geld dat daarvoor nodig is en vaak een duistere herkomst kent, leidt meestal ook tot de teloorgang  van clubs. Jan is de 70 al gepasseerd maar heeft nog niets van zijn passie verloren en speelt zelfs tot ergernis van de anderen ‘walking football’ bij zijn cluppie, het Utrechtse Desto.

Daarnaast zit Ton Martens, ook ruim in de zeventig maar nog dagelijks op de fiets om de velden af te struinen. ‘Ik ben een echte liefhebber’ en ja het is toch ongelofelijk dat ik hierbij Hercules zit en dat er bij deze club en Kampong het beste voetbal van Utrecht wordt gespeeld. Waar zijn DOS, Velox, Elinkwijk, Holland en UVV gebleven? Toen ik bij de betaalde jeugd van DOS zat, speelde ik tegen DWS, Ajax en de Volewijckers. En Kampong kenden we alleen als hockeyclub. Waarom zijn nu juist die ‘nette’ clubs (KHFC, AFC, Quick Den Haag) overgebleven en zitten alle volksclubs aan de grond?  ‘Het heeft allemaal met beleid en netjes omgaan met geld te maken', weten alle oud-gedienden.

"Sowieso zijn of voelen mensen zich drukker en is de binding minder. Hoeveel jeugdleden zie je nog langs de lijn?"

jeugdledenWant of het nu Ton is of Henny de Rijk, Kees Kastrop, Ronald van der Sluys (allen UVV) of Gert Jan Vader (DOS) ze hekelen allemaal het kortzichtige beleid en de verkeerde keuzes bij hun oude clubs. Ze wijzen ook nog op iets anders. Vroeger gingen de vrouwen mee naar de wedstrijden en dat creëert sowieso meer binding en sfeer. Tegenwoordig voetballen ze zelf of zijn ze met andere zaken bezig. Op zaterdag of zondag langs de lijn bij ‘je mannie’ wordt als weinig geëmancipeerd gezien. Sowieso zijn of voelen mensen zich drukker en is de binding minder. Hoeveel jeugdleden zie je nog langs de lijn?

Als trainer van UVV weet Kastrop nog dat één van zijn spelers vroeg of de trainer ook een beetje op zijn vader kon letten. Kastrop heeft weinig van de wedstrijd gezien omdat de dementerende vader regelmatig de snelweg op wilde rennen. Dat je als speler dit van een trainer vraagt die dat ook nog doet, is wellicht tekenend voor de tijd. Al moet je in gesprekken met ‘ouderen’ oppassen niet in het ‘vroeger was alles beter'-adagium te vervallen.

"Na voordracht door twee leden kwam op een avond een heer met een hoed bij ons langs"

Ik herinner me nog dat toen ik wilde voetballen bij Kampong, omdat een paar jongens uit de buurt daarheen gingen en goed konden voetballen, je eerst door een heuse ballotage heen moest. Na voordracht door twee leden kwam op een avond een heer met een hoed bij ons langs. Deze heer stond nadrukkelijk op zijn horloge te kijken toen wij om 20.00 uur na een verjaarsfeestje thuis kwamen. ‘Dat is wel erg laat’, mompelde de heer. Die Bob van de Woord bleek te heten en de ballotage voor Kampong deed. Nu heb ik helemaal niets met ballotage en mijn moeder was ook woedend en riep waar bemoeit hij zich mee? ‘Jij gaat naar DOS, mijn cluppie’. Ik ben toch naar Kampong gegaan en had er een prachtige tijd en ben er zelfs nog voorzitter geweest. Terugkijkend vraag ik me vooral af ‘waar haalden die mensen de tijd vandaan om dit allemaal te doen’?  

tribuneWat is eigenlijk de reden dat we steeds samenkomen en ik me laaf aan de verhalen uit het verleden? Het is toch waarschijnlijk een heimelijk verlangen naar de kleedkamer en zijn humor. Het is een beetje de Voetbal Inside-sfeer maar dan minder op afzeiken gericht en ook hier hebben we onze eigen Gijp want politieagent en topverdediger Ronald van der Sluys heeft altijd wel een passende anekdote of goede grap in huis. Nu begon hij of wij ‘die van de aap die zijn ballen in het bier doopt’ kende en startte voordat iemand antwoord kon geven. ‘Komt een man bij een café en bestelt een glas bier. De barkeeper tapt het biertje en gaat naar boven. Verder is de zaak leeg op een eenzame pianist na die wat voor zich uit speelt. En in een hok zit een aap in een kooi. Die kooi is wel open en regelmatig glipt de aap zijn kooi uit, doopt zijn ballen in het glas bier en rent terug naar zijn kooi. Dit herhaalt zich een aantal malen en de man houdt het niet langer en wil zijn verhaal kwijt. Hij rent naar de pianist en zegt: ‘Die aap doopt zijn ballen in het bier’. De pianist denkt even na en zegt dan. ‘Nee, dat nummer ken ik niet zou je het voor me kunnen neuriën’. Na een paar glazen bier en uit de mond van Ronald en zeker als de grap pas wat laat doordringt bij de anderen weet ik weer waarom ik naar het voetbal ga en me vaak bij de liefhebbers aansluit. Dit op het oog onschuldige grapje zou trouwens symbool kunnen staan voor de huidige tijd waarin iedereen zich in aparte bubbels ophoudt zonder veel begrip voor de anderen.

Ton van Rietbergen, is oud-voetballer en -voorzitter van Kampong voetbal en inmiddels omroeper bij Hercules en oud-columnist van o.a. AD-Utrechts Nieuwsblad, De Telegraaf en het Utrechtse Universiteitsblad. Hij is als economisch geograaf verbonden aan de Universiteit Utrecht.

« terug