Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Feedback XL-Item

Commentaar van... Rob de Leede 28 juni 2022

RobDeLeede175FCRob de Leede is bij het grote publiek vooral bekend als perschef van het Nederlands voetbalelftal (1995-2004) en van zijn werk bij KNVB Communicatie (1988-2013). Momenteel is hij media officer bij FIFA (sinds 2002) en bij UEFA (sinds 2010). In 2013 richtte hij de eenmanszaak Rob de Leede Consultancy op. Hij studeerde Engelse Taal en Letterkunde (1987), Corporate Communications (1995) en MBA Sportmanagement bij de Wagner Group (2018). Sinds 1 augustus 2021 is De Leede docent Communicatie en Creative Business op Hogeschool van Amsterdam. Voor Sport Knowhow XL becommentarieert hij met enige regelmaat wat hem opviel in de berichtgeving over sport.
 

Clubliefde

Tijdens mijn studie kreeg ik als freelancer op de sportredactie van dagblad Het Vrije Volk het verzoek aan het eind van het seizoen bij de amateurvoetbalclubs die ik in de regio Rijnmond volgde in de gaten wilde houden welke spelers zouden vertrekken en of er nog nieuwe spelers bij zouden komen. Vooral voor clubs in de hoogste regionen was het interessant meteen een berichtje in de krant te hebben. Verenigingen die in de derde of vierde klassen rondzwommen kwamen pas in de amateurvoetbalbijlage aan bod, die in de week voor de start van de competitie verscheen en waarin een overzicht stond van alle spelerswijzingen van die zomer. 

Clubtrouw was een begrip dat nog bestond en een verhuizing, een gesneuvelde verkering of een ruzie met de trainer waren de meeste voorkomende excuses om voor 31 mei een overschrijvingsformulier in te dienen. Van de vertrekkers nam de club met pijn in het hart afscheid. Nieuwelingen werden daarentegen met argusogen bekeken en zij moesten op het trainingsveld en in de kleedkamer een soort ontgroeningsritueel ondergaan om te beoordelen of ze wel bij de club pasten. 

"De PR-man handelde in opdracht van de technische man die zijn stinkende best had gedaan om in tweehandswinkels, vintage shops en op rommelmarkten een paar fijne talenten op de kop te tikken"

Hoe anders is het nu. Spelers wisselen net zo makkelijk van club als van onderbroek en de berichten omtrent die verhuizingen zijn me een doorn in het oog. Ik reageerde enkele weken geleden een tikje verongelijkt op een tweet van mijn Schiedamse oer-vereniging, waarin de PR-man met enige trots meldde dat de club zich had weten te versterken met drie nieuwelingen. In een citaatje lieten ze alle drie weten dat ze blij waren dat ze nu eindelijk het paradijs op aarde hadden gevonden. Let wel, het gaat om een vierdeklasser die vorige week de promotiemogelijkheden verzilverde. ‘Maak je volgend jaar ook weer een berichtje als ze met de staart tussen de benen op zoek gaan naar ander geluk?’, was de strekking van mijn ongenoegen. 

XL23FeedbackXL-clubtrouw-1bDe PR-man handelde in opdracht van de technische man die zijn stinkende best had gedaan om in tweehandswinkels, vintage shops en op rommelmarkten een paar fijne talenten op de kop te tikken. Tot mijn grote verbazing en nog grotere ergernis volgde een week later een soortgelijk bericht waarin de PR-man nog meer aanwinsten aankondigde. Herkomst onbekend, maar ik vermoed een goed aangeschreven brocante voor tweebenige toppers. 

"Hij mocht op gesprek komen met een bestuurslid, dikte zijn voetbalcarrière wat aan en de deuren zwaaiden open"

Een buurjongen had nog voor corona al ontdekt dat er ongekende publicitaire mogelijkheden zijn als je je als handige amateur op de spelersmarkt begeeft. Via een vriend had hij zich laten introduceren bij een derdeklasser in een naburige stad. Hij mocht op gesprek komen met een bestuurslid, dikte zijn voetbalcarrière wat aan en de deuren zwaaiden open. De website van de club maakte een mooi verhaal met een foto, dat hij vervolgens trots deelde met familie en vrienden. Hoger dan het tweede elftal is hij echter nooit gekomen en een jaar later was hij weer vertrokken. Het geprinte verhaal van de website heeft hij nog steeds als het begin van een uitdijend portfolio in zijn binnenzak om zich elders binnen te kunnen praten. 

Het verhaal van de buurjongen deed me denken aan een vrijwilliger die jarenlang zijn ziel en zaligheid gaf voor de jeugdafdeling van zijn club. Op een dag stond een begaafde speler voor zijn neus om te vertellen dat hij naar een andere club ging. De man had hem jarenlang met raad en daad bijgestaan en ervoor gezorgd dat hij ondanks zijn ongelukkige thuissituatie bij de club een fijn en warm onderkomen vond. De reden voor het vertrek kon de jongen niet goed aangeven, maar hij stond op het punt op gesprek te gaan bij zijn nieuwe club. 

‘Zal ik je brengen?’, bood de man aan.
De jongen reageerde blij verrast. ‘Ja graag!’
‘Ok’, zei de man. ‘op voorwaarde dat je nooit meer terugkomt.’

Rob de Leede

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst