Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-De Gezonde Sportkantine-Item

"Slechts 10 tot 15% basketbalclubs heeft kantine in eigen beheer" 25 augustus 2015

door: Marc Hoeben

De zaalsportbonden van volleybal (NeVoBo), basketbal (NBB), gymnastiek (KNGU) en handbal (NHV) hebben de handen ineen geslagen met als doel meer zeggenschap te krijgen in het gebruik van sportaccommodaties én daarmee onder meer het gebruik van gezondere voeding in de sportkantines te stimuleren. Frank Berteling, directeur van de Nederlandse Basketball Bond, denkt dat die aanpak kan werken als het gevoel voor concurrentie verdwijnt en plaatsmaakt voor samenwerking.

XL28GezondeSportkantineFrankBerteling300De meeste basketbalclubs betalen voor trainingen en wedstrijden huur voor het gebruik van de sporthal en hebben het beheer van de kantine niet in eigen handen. “We hebben zo’n 350 aangesloten verenigingen,” vertelt Berteling. “Ik denk dat slechts tien tot vijftien procent bijvoorbeeld de kantine in eigen beheer heeft. Dat heeft aanmerkelijke voordelen. Het helpt in het creëren van een sociale omgeving, je kunt activiteiten organiseren en het echt huiselijk maken. Als dat niet zo is, dan moet je toch voor elk kopje koffie bij een vergadering betalen. Dat geeft een heel ander gevoel, nog los van de financiële consequenties.”

Basketbal duur
Basketbal is relatief duur, weet Berteling. “Ik heb het bij mijn eigen zoontje gezien. Eerste voetbalde hij en betaalden we 100 euro per jaar. Hij is inmiddels overgestapt naar basketbal en dat is al snel 200 tot 250 euro per jaar. En dan hebben we het over de jongste jeugd. Als je ouder bent, kan het oplopen tot wel 400 euro per jaar.”

De verklaring is simpel. “Basketbalclubs zitten in hetzelfde schuitje als andere zaalsportverenigingen. Ze hebben vrijwel geen eigen accommodaties. Soms is het mogelijk in goed overleg met de andere huurders op te trekken. Maar veel vaker is dat niet het geval en moet je als club een heel gevecht leveren over de tarieven van de zaalhuur. Die tarieven worden meestal door de gemeente bepaald en er leeft vaak het gevoel dat je er geen invloed op hebt. Daar kunnen clubs echt op vastlopen. Ik heb zelf ook het idee dat de prijzen van de zalen afwijken van die bij de veldsporten. Natuurlijk, een gebouw exploiteren is altijd duurder dan een veld beheren. Maar ik heb ook wel het idee dat het relatief duur is om een zaal te huren.”

"Sporthallen staan overdag vaak leeg, het onderwijs zou het misschien op die tijden meer kunnen benutten en dan kunnen de tarieven wellicht dalen"

Het Mulier Instituut doet in opdracht van de bonden en NISB onderzoek naar de tarieven van gemeentelijke sportlocaties. “We zijn bezig om dat onderzoek te verdiepen. Dat kan wat opleveren, zoals in gesprek komen met onderwijsinstellingen. Sporthallen staan overdag vaak leeg, het onderwijs zou het misschien op die tijden meer kunnen benutten en dan kunnen de tarieven wellicht dalen. Natuurlijk, het heeft ook wel weer wat beperkingen. Dat je bijvoorbeeld in de tijd van de examens opeens de stoelen en tafels uit de sportzaal moet halen. Maar het kan nooit kwaad om op die manier in het hart van de samenleving te zitten. Studenten van hbo-instellingen zijn vaak ook weer op een andere manier bij sportclubs in te zetten.”

Gezamenlijke aanpak
Voor het verkrijgen van meer zeggenschap bestaat volgens Berteling niet één model. “Je zult lokaal moeten kijken wat de opties zijn. In elke gemeente is de situatie weer anders. Het verschilt enorm in grote steden en kleine dorpen wat het aanbod van accommodaties is en welke gebruikers er zijn. Als bond hoop je de clubs te kunnen faciliteren. Maar met de gezamenlijke aanpak van de zaalsporten sta je ook op lokaal niveau sterker richting de gemeente. Ik ken een voorbeeld in Den Haag, waar badminton, basketbal en volleybal overleg voeren en zelf met een plan komen voor de verdeling van de uren. Daar komen ze heel goed uit en op die manier wordt het ook makkelijker om te onderhandelen over de tarieven.”

Het moet goedkoper kunnen, denkt Berteling. Met welk percentage? “Dat durf ik niet te zeggen. Het ligt soms wat ingewikkeld. In sommige gemeenten worden ook bepaalde subsidies - bijvoorbeeld voor het opleiden van trainers en coaches - toegekend maar dan zijn de huren weer hoger.”

XL28GezondeSportkantineFrankBerteling300-2Clubs kunnen ondernemender worden, vindt hij. “Het zou mooi zijn als ze niet in een soort afhankelijke modus richting gemeente zitten. Vanuit de verenigingsondersteuning voeren wij gesprekken met clubs. Dan komen er al allerlei problemen op tafel en soms sturen we dan iemand met verstand van zaken langs. Dat kan ook wel een voordeel van de samenwerking tussen de zaalsportbonden zijn. Je kunt die expertise sportoverstijgend inrichten.”

Vaak hebben clubs een gebrek aan mankracht en dus slagkracht om het gesprek met de gemeente aan te gaan. “Als je gezamenlijk met andere zaalsporters optrekt, dan wordt het ook een kleinere stap. Het gaat om bewustwording, om slimmer worden. Als je het bij elkaar optelt, is de zaalsport een groot deel van het Nederlandse sportlandschap. Daar kun je gebruik van maken. We spreken gemeenten ook aan, als ze het programma Jongeren op Gezond Gewicht hebben ondertekend. Hun streven zal er dan ook op gericht zijn te zorgen voor gezonde omstandigheden in de accommodaties waarvoor ze verantwoordelijk zijn.”

"In de topsport krijgt gezonde voeding al vaak aandacht. Maar in de breedtesport zie je nog vaak het klassieke kroketje en patatje"

Liever ook fruit
De NBB stimuleert consumptie van gezonde voeding in de sportkantines. “We hebben 21 november het nationale basketbalcongres en het is één van de thema’s bij de workshops. Een aantal clubs is er al mee bezig, zij worden hierbij ingezet. Dat werkt toch vaak het beste, als clubs elkaar onderling kunnen stimuleren. In de topsport krijgt gezonde voeding al vaak aandacht. Maar in de breedtesport zie je nog vaak het klassieke kroketje en patatje. Het zou mooi zijn als het af en toe wordt vervangen door fruit.”

De invoering van gezonde voeding wordt makkelijker als de kantines in eigen beheer zijn, beseft Berteling, evenals het vergroten van de inkomsten. Het streven kan zijn de kantine in eigen beheer te krijgen of het streven kan ook zijn een goed concept in samenwerking met de pachter te ontwikkelen. “De samenleving is nu zo dat mensen er voor open staan.”

Voor meer informatie: klik hier

« terug