Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-De blik van buitenstaanders-Item

"Geduld en beleid zijn elementen voor stabiliteit en continuïteit" 24 augustus 2021


glassesVoormalige beleidsbepalers in de sportwereld kijken terug

Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein. Waarom maakten zij die stap? Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen?

Vandaag de blik van Theo Hoex, o.m. voormalig directeur van de volleybalbond en voorzitter van de Atletiekunie.


 

Curriculum vitae Thoe Hoex

Selectie van (bestuurlijk) werk in de sport

  • 1972-1974: vakleerkracht lichamelijke opvoeding in het basisonderwijs gemeente Vlijmen
  • 1974-1981: hoofd afdeling binnensportaccommodaties en zwembaden bij Dienst LO&S gemeente Arnhem
  • 1981-1990: hoofd afdeling sport en (openlucht) recreatie gemeente Doetinchem
  • 1990-1991: directeur Gelderse Sport Federatie
  • 1991-1997: algemeen directeur Nederlandse Volleybal Bond
  • 2001-2004: plaatsvervangend directeur, Ministerie van VWS, Directie Sport
  • 2004-2007: algemeen directeur/secretaris Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie
  • 2009-2017: voorzitter bestuur Atletiekunie
  • 2019-heden: voorzitter landelijke Stichting Zwembadkeur

Verder o.m. lid Raad van Toezicht van de FBO, penningmeester van de Stichting Nationaal Huis van de Sport in Nieuwegein, voorzitter van hockeyclub Woerden, 

  • bestuurslid Stichting Topbadminton Nederland, lid Raad van Toezicht Mulier Instituut en secretaris/vicevoorzitter bestuur bvo FC Den Bosch.

Werk buiten de sport

  • 1997-2001: gemeentesecretaris / algemeen directeur gemeente Papendrecht
  • 2001 (februari-juni): senior adviseur Buitenhek & van Doorn Consultancy
  • 2007-2015: gemeentesecretaris/algemeen directeur gemeente Overbetuwe
  • 2016-2017: secretaris a.i. gemeente Landerd
  • 1 mei 2020 tot 1 mei 2021: gemeentesecretaris a.i. Grave   
  • 1 mei 2021 tot 31 december 2021: gemeentesecretaris a.i. Landerd
  • 2016- heden: Associé bij bureau Geerts&Partners in Tilburg voor bestuurlijk advies, coaching en begeleiden van sollicitatieprocedures.
  • 2018-heden: Theo Hoex SupPORT ( Bestuur, Advies en Toezicht ) 

1. Is sport jou met de paplepel ingegoten of heb je pas op latere leeftijd iets met sport gekregen?
"In ons gezin werd redelijk veel aan sport gedaan. Mijn vader heeft lang hockey gespeeld en zo ben ik van jongs af aan met sport opgegroeid. Dat is de basis geweest om behalve als sporter ook actief te zijn in het verenigingsleven. Sport als beroepskeuze is voor mijn ouders dan ook niet verrassend geweest. Mijn gymnastiekleraar Bart Leenhouwers was daarbij mijn inspirerende voorbeeld."

2. Op LinkedIn zien we een enorm uitgebreid cv van je. Waar we benieuwd naar zijn is de periode die lijkt te ontbreken, na afronding CIOS (in 1970) en de eerste baan die je noemt (directeur volleybalbond in 1991). Wat heb je in de tussenliggende 21 jaren gedaan? 
"In de aansluitende militaire dienstplicht ben ik in de legerplaats Oirschot sportinstructeur geweest. Die tijd heb ik ook gebruikt om mijn onderwijsbevoegdheid te halen en als zwemtrainer bij PSV te werken. Aansluitend ben ik benoemd als vakleerkracht lichamelijke opvoeding in het basisonderwijs in de gemeente Vlijmen."

"Door de overstap naar de Dienst Lichamelijke Opvoeding en Sport in Arnhem kon ik zowel mijn belangstelling voor het (zwem)onderwijs en mijn interesse voor 'bouw en inrichting van sportaccommodaties' combineren met mijn ambitie voor een leidinggevende functie. Ik heb daar als 24-jarige de kans gekregen ervaring op te gaan bouwen in de gemeentelijke wereld van accommodatiebeheer en sportbeleid. Het was een intensieve en leerzame ervaring met leuke collega’s, met enkelen - waaronder mijn voormalig directeur Jan Tuik - heb ik nog steeds contact. In die periode heb ik ook les gegeven aan de opleiding voor (assistent)zwemonderwijzer en voor de KNZB geëxamineerd." 

"Na al deze ervaringen had ik behoefte om de wereld van de sport verder te gaan verkennen. De eerste mogelijkheid hiervoor kreeg ik als directeur van de Gelderse Sport Federatie"

"Na zeven jaar Arnhem heb ik negen jaar als hoofd Sport en Recreatie gewerkt in de gemeente Doetinchem. Fantastische tijd in een sportgekke omgeving waarin - mede dankzij een bevlogen wethouder Albert Jurriens en de lokale sportraad met Tjeerd de Vries als boegbeeld - geweldige sportaccommodaties zijn gerealiseerd en een bloeiend verenigingsleven in de sport bestond. Vrijwel jaarlijks was er dankzij de successen van de dames en heren van Orion, de handballers van de Gazellen, de tafeltennissers van Odion en de voetballers van de Graafschap nationaal of zelfs Europees wel wat te vieren."

"Na al deze ervaringen had ik behoefte om de wereld van de sport verder te gaan verkennen. De eerste mogelijkheid hiervoor kreeg ik als directeur van de Gelderse Sport Federatie in Arnhem. Door een sterk gewijzigd subsidiebeleid van de Provincie Gelderland -waardoor het takenpakket nogal werd gewijzigd - had ik na twee jaar niet meer de beleving in een sportorganisatie te werken die ik voor mijzelf voor ogen had. Zeker wel een leerzame tijd die ik niet had willen missen temeer ik in die twee jaar heb kunnen deelnemen aan de eerste opleiding Sportmanagement aan het SMI in Groningen. Die opleiding en omgang met jaargenoten als o.m. Frank Leistra, Joop Alberda, Greet Hellemans en Larry van Wieren was van betekenis om de stap te maken vanuit de overheidsbemoeienis met sport naar een sportorganisatie. Dat werd in 1991 de NeVoBo waar ik in het voor-olympische jaar (Barcelona) als directeur ben begonnen." 

BlikBuitenstaandersTH-13. Hoe ben je destijds in die functie terecht gekomen?
"Mijn deelname aan de opleiding Sportmanagement had de interesse wel erg aangewakkerd en was ik dan ook zeer gemotiveerd toen ik de vacature voor deze functie had gezien. Mijn gemeentelijke ervaringen met het lokale verenigingsleven en provinciaal met afdelingen van sportbonden hebben hierbij natuurlijk wel geholpen zoals ook (bestuurlijke) referenties vanuit mijn netwerk tot een voor mij succesvolle procedure hebben geleid. De ruim zes jaren die volgden waren leerzaam, intensief en (bestuurlijk en financieel ) turbulent maar ik voel mij nog steeds bevoorrecht dat ik, misschien juist wel in die periode, bestuurlijk en organisatorisch betrokken ben geweest bij een historische volleybalontwikkeling. Zo'n leerschool kan je in geen enkele opleiding krijgen!"

4. Je maakte dus als directeur van de volleybalbond letterlijk de gouden jaren mee - met olympisch zilver in 1992 en olympisch goud in 1996. Als grondleggers van dat succes worden Arie Selinger en Joop Alberda gezien. Heb je als directeur er ook een steentje aan kunnen bijdragen?
"Vergeet hierbij vooral ook niet de prachtige prestaties van het damesteam als Europees kampioen in 1995 en de vijfde plaats bij de Olympische Spelen in Atlanta. Het is in alle gevallen belangrijk je eigen aandeel in ontwikkelingen te relativeren. Dat is in mijn geval natuurlijk ook zo, zonder ze zodanig te relativeren dat je in die periode zelf slechts toeschouwer of een voorbijganger bent geweest." 

"Voordat ik kwam was er al een hele ontwikkeling in gang gezet met - zoals vrijwel iedere sportliefhebber weet - een stel bevlogen volleyballers in het Bankras-model. Aan het verder uitbouwen van die missie hebben veel personen bijgedragen waaronder Piet de Bruin als NeVoBo-voorzitter, Sjoerd Bouma en Frits Suer van Nationale Nederlanden en ook Arie Selinger met zijn toen nog on-Nederlandse topsportopvattingen mag naast vast nog anderen hierbij zeker genoemd worden. Na het succes van Barcelona kon - ondanks de zorgelijke financiële positie, maar dankzij de bestuurlijke stuurmanskunst van voorzitter Herman van Zwieten, bestuurslid Hans Amesz en het creatieve enthousiasme van Joop Alberda - de weg naar Atlanta worden voortgezet. Voor de niet-insider misschien een logische situatie maar voor de kleine kring rondom het bestuur en de beide teams zijn dat tropenjaren geweest met vooraf een niet te voorspellen uitkomst."

"De dynamiek van topsport vraagt nu eenmaal een andere aanpak dan de gereglementeerde en vooraf democratisch vastgestelde procesgang"

"Ik koester al deze ervaringen en mijn rol in dit hele proces. In het bijzonder denk ik aan de inbreng die ik als directeur heb gehad in het uitdenken en uitwerken van de gedachten om het topvolleybal een bijzondere bestuurlijke positie te geven. Dat die rol voor de buitenwereld wat minder zichtbaar is geweest komt omdat mijn toegevoegde waarde het leggen en onderhouden was van de verbinding tussen bestuur, team, werkorganisatie en externe relaties. De generalist tussen de specialisten, de schaker op meerdere borden in plaats van vol in de schijnwerpers."

"De dynamiek van topsport vraagt nu eenmaal een andere aanpak dan de gereglementeerde en vooraf democratisch vastgestelde procesgang. Naast de internationale contacten - waaronder mijn lidmaatschap van de Development-commissie van de FIVB en organisatorische ervaringen bij de World League-wedstrijden - is mijn aandeel in de bestuurlijke en organisatorische verbijzondering van het topvolleybal wel het meest memorabel. Daarbij ga ik voor het gemak maar voorbij aan de bestuurlijke turbulentie van de eerste jaren en de financiële beperkingen waarmee gewerkt moest worden. Maar dankzij en ondanks dit alles heeft volleybal in Nederland juist in die periode geschiedenis geschreven. Een grote sportbond, mooie kijksport, damesteam Europees kampioen, olympische finale van het herenteam als het televisie-moment van de eeuw en ook nog de opkomst van het beachvolleybal! Ik ben er nog steeds trots op, hoe bescheiden dan ook, hieraan te hebben bijgedragen." 

BlikBuitenstaandersTH-24. Je hebt te veel functies op je CV staan om allemaal langs te lopen. Welke functie(s) in de sport vond je het meest uitdagend?
"Als je zoals ik bij tal van ontwikkelingen betrokken bent geweest en daarbij zoveel mooie ervaringen hebt opgedaan is het niet eenvoudig daar maar een paar voorbeelden van te noemen. Ik heb goede herinneringen aan de tijd dat ik als vakleerkracht gymnastiekles gaf aan kinderen in het basisonderwijs. De eerder genoemde tijd bij het volleybal was zeker als eerste ervaring in een (top)sportorganisatie een prachtige en niet eenvoudige uitdaging. Maar ook de overstap van directeur van een sportbond naar een voor mij nieuwe wereld van directeur/secretaris van een gemeente en nadien als plaatsvervangend directeur Sport bij het Ministerie van VWS waren mooie uitdagingen. Herman van Zwieten - destijds burgemeester en voorzitter van de NeVoBo - zette mij daarover aan het denken onder de noemer 'er zijn altijd meer overeenkomsten dan verschillen tussen functies'."

"Heel bijzonder op het internationale vlak was dat ik als lid van de para-cycling commissie van de UCI nauw betrokken was bij het overdragen van het para-cycling van de IPC naar de UCI en de daarop volgende organisatie van het eerste WK onder de vlag van de UCI. In de 3,5 jaar als plaatsvervangend directeur Sport bij VWS heb ik met onder andere Loek Jorritsma gewerkt aan de totstandkoming van de eerste versie van de topsportaccommodatie en -evenementen subsidieregeling en de oprichting van het Mulier Instituut. Beide mooie initiatieven die voor de sport nieuwe mogelijkheden opleverden. Bestuurlijk blijven de jaren dat ik als nieuwe ervaring in het betaald voetbal als secretaris betrokken was bij de financieel noodlijdende bvo FC Den Bosch (surseance van betaling ), de bestuurlijke en financiële problematiek bij de NeVoBo en de negen jaar als voorzitter van de Nederlandse Atletiek Unie (startend met de afhandeling van een geruchtmakende dopingkwestie!) voor mij wel het meest in herinnering."

"Ik voel mij met 9 jaar als voorzitter van een gedreven bestuurlijk en sporttechnisch team, echt verbonden met de gekozen ontwikkelingen en de successen die als gevolg van deze aanpak tot nog toe zijn behaald"

"Vanuit deze laatste functie kijk ik met plezier terug op hetgeen in gang is gezet op het gebied van het topsportprogramma op Papendal, de ondersteuning van verenigingen en de kaderopleidingen. Vanaf 2015 waren successen van Nederlandse atleten op Europees en wereld- en olympisch niveau geen uitzonderingen meer. Met de prachtige prestaties op de Olympische Spelen in Tokio met acht atletiekmedailles is deze lijn op opzienbarende wijze voortgezet. Persoonlijk past ook hier bescheidenheid maar ik voel mij met negen jaar als voorzitter van een gedreven bestuurlijk en sporttechnisch team, echt verbonden met de gekozen ontwikkelingen en de successen die als gevolg van deze aanpak tot nog toe zijn behaald. De voorbereidingen en de organisatie van het EK Atletiek 2016 in Amsterdam hebben bovendien wel ’n bijzonder plaatsje." 

TheoHoex300

In de verschillende werksituaties was er vaak wel een felle concurrentie in de balans tussen (kop)zorgen, werkplezier en resultaat waarbij ondanks dat het tijd- en energievretend was ik vaak ook moest balanceren met de zorg en aandacht voor mijn gezin met twee opgroeiende zoons. Dat was zeker ook ’n uitdaging maar ik heb tijd voor gezin en werk altijd gecombineerd met sport voor en met onze kinderen, studies en vrijwilligerswerk in verenigingen waar ik zelf ook lid van was. Alles overziend ben ik een bevoorrecht en tevreden mens met nog steeds een gelukkig gezin en alle opgedane ervaringen, met alle mensen die ik heb ontmoet, met alles waaraan ik een bijdrage heb geleverd, met alle reizen die ik heb kunnen maken en de evenementen waarbij ik aanwezig kon zijn."

"En toch heb ik het voor mijn gevoel nooit 'druk' gehad. Ik zei altijd 'ik doe gewoon veel'.
En daarvoor heb ik voor alles wat ik heb gedaan zoveel plezier beleefd en voldoening gehad en gelukkig ook waardering gekregen. Daar ben ik tevreden over zoals ik ook trots ben op het erelidmaatschap van de Atletiekunie en met mijn benoeming tot Officier in de Orde van Oranje Nassau die mij door minister Bruno Bruins zelf werd opgespeld." 

5. In september 2015 ging je officieel met pensioen, maar je hebt daarna - tot op heden aan toe - bepaald niet stil gezeten, onder meer als (interim)gemeentesecretaris. Sport heeft sinds je pensionering (buiten het voorzitterschap van Stichting Zwembadkeur) een bescheiden positie ingenomen. Is dat een bewuste keuze geweest?
"Na de negen jaar bij de Atletiekunie heb ik bewust een pas op de plaats gemaakt. Enerzijds om de balans tussen werk, gezin en eigen tijd weer wat te normaliseren. Ik wilde nog zoveel waar ik voor mijn gevoel in de afgelopen jaren nog niet aan was toegekomen, maar wist op dat moment even nog niet wat dat dan zou moeten zijn."

"Toch is mijn interesse voor sport nooit weg geweest. Dat bleek toen ik een paar maanden geleden benaderd werd om mee te denken hoe in Nederland een geheel nieuw initiatief gerealiseerd zou kunnen worden"

"Anderzijds wilde ik niet de jobhopper zijn die vanuit de ene sport overstapt naar de andere sport. Ik wilde ruimte om mij te laten verrassen indien er zich wat zou aandienen waaraan ik mogelijk zelf nog niet eens had gedacht. Ik ben nu nog lid van de Raad van Toezicht van de scholenkoepel 'de Onderwijsspecialisten' met 25 scholen in Gelderland voor speciaal en speciaal voortgezet onderwijs en ik ben - voor mij als verrassing - gevraagd voorzitter te zijn van de Stichting Zwembadkeur. Hierin komen respectievelijk mijn interesse voor onderwijs en mijn eerdere ervaringen vanuit het gemeentelijke accommodatiebeheer goed van pas."

"Toch is mijn interesse voor sport nooit weg geweest. Dat bleek toen ik een paar maanden geleden benaderd werd om mee te denken hoe in Nederland een geheel nieuw initiatief gerealiseerd zou kunnen worden. Het gaat om de organisatie van een gecombineerd Europees Kampioenschap van tien tot twaalf takken van gehandicaptensport. Een fantastische uitdaging en dat intrigeert mij om daar mijn bijdrage aan te leveren. Inmiddels is het oriënterende stadium van plan voorbij en komen wij steeds dichter bij het point of no return. Er is veel enthousiasme vanuit NOC*NSF, VWS, NOS, EBU, EPC en de betreffende internationale federaties van de potentieel deelnemende sporten. Dit alles zal dan in 2023 in Rotterdam gaan plaatsvinden." 

BlikBuitenstaandersTH-36. Sport, overheid en onderwijs zijn grofweg de domeinen waarin je het meest gewerkt hebt. Als je door je oogharen naar al die (bestuurs)functies in die domeinen kijkt, waarin onderscheidt sport zich het meest van de andere twee werkgebieden?
"Zoals Herman van Zwieten mij destijds heeft overgehaald om van de sport over te stappen naar de gemeentelijke overheid ('er zijn meer overeenkomsten dan verschillen') zo is dat ook tussen sportorganisaties, onderwijs en overheden. Het meest kenmerkende in alle werkvelden waarmee ik te maken heb gehad is dat er ambities zijn over 'de bedoeling' van de eigen organisatie en dat ik vrijwel altijd bevlogen, deskundige en intrinsiek gemotiveerde mensen met passie heb aangetroffen. Daarin zitten dus niet de echte verschillen."

"Verschillen zijn er met name in de wijze waarop het werk qua structuur is georganiseerd en de specifieke cultuur waarin mensen met elkaar werken. Ik denk dat sport en onderwijs dan nog wel het meest overeenkomen omdat de lijnen tussen mensen korter zijn en er bereidheid en ruimte is om flexibel te zijn. Dat sluit ook beter aan bij de behoefte van sport en onderwijs. Hoewel de overheid propageert er voor de mensen te zijn is dat onder meer vanwege wetgeving, politieke belangen en openbaarheid maar vooral vanwege de grote diversiteit van belangen niet altijd even praktisch toe te passen en uit te voeren terwijl in de sport en het onderwijs de ontwikkeling van sporter en leerling/student het centrale thema is."

"Een kenmerkende overeenkomst tussen sport en overheid is dan wel weer de grote en vaak ook kritische aandacht van de media. Dat is zeker een bepalende factor in het bestuurlijk functioneren en de bedrijfsvoering en vanwege het afbreukrisico of imagoschade heeft dat bovendien geen beperkingen in de bereidheid van mensen om in de sport bestuurlijke verantwoordelijkheid te nemen." 

"Sport kan leren dat het over meer gaat dan alleen passie en kortetermijnresultaat. Geduld en beleid zijn elementen voor stabiliteit en continuïteit"

7. Wat kan sport volgens jou leren van andere domeinen waarin je werkt of gewerkt hebt? En andersom, wat kunnen die domeinen van de sport leren?
"Belangrijk is je te realiseren dat niet alles uitwisselbaar is. In de periode na de Olympische Spelen van Barcelona hebben veel collega-sportbonden bij de NeVoBo geïnformeerd om het 'Bankras-model' te imiteren. Zo kijken ook veel gemeenten bij elkaar naar werkwijzen en organisatiemodellen om ook ben henzelf toe te passen. Vanuit mijn ervaring met topvolleybal heb ik nog mogen meedenken over een variant bij de badmintonbond. Goede voorbeelden zijn zeker waardevol als bron van inspiratie maar niet per definitie geschikt om ook in andere situaties een-op-een overgenomen te worden."

"Sport kan leren dat het over meer gaat dan alleen passie en kortetermijnresultaat. Geduld en beleid (ratio versus emotie) zijn elementen voor stabiliteit en continuïteit. Sport kan van het onderwijs leren dat resultaat de uiteindelijke uitkomst is van (karakter)vorming en talentontwikkeling, terwijl bij sport vaak te snel het resultaat centraal staat. Langetermijnbeleid vraagt visie, overtuigingskracht, vertrouwen, opoffering en geduld. Een voorbeeld is het topvolleybal met de eerste stap tot Barcelona en aansluitend de doorontwikkeling richting Atlanta 1996. Bij de Atletiekunie de keuzes onder leiding van Peter Verlooy met de concentratie van topsportprogramma’s op Papendal met de verdere uitbouw hiervan onder leiding van Ad Roskam is daar ook een goed voorbeeld van. Het zijn met tussenstappen echter beide wel projecten van tien tot twaalf jaar."

BlikBuitenstaandersTH-4"Hoewel er qua integriteit en sociale veiligheid in het openbaar bestuur helaas ook wel wat misgaat, wordt er op de werkvloer en in het politieke bedrijf veel gestructureerde aandacht gegeven om dit te verbeteren. Helaas wordt de sportsector ook al sinds jaren opgeschrikt door incidenten of zelfs langjarige ongewenste praktijken die de veiligheid van vaak jonge sporters in gevaar brengen. Veiligheid voor sporters en betrouwbaarheid van bestuur is van zo’n groot maatschappelijk belang voor het aanzien van de sport dat het nog meer en vooral gestructureerde aandacht behoeft zodat het geen terugkerend onderwerp blijft. Hiervan kan de sportsector vast nog het nodige van goede voorbeelden uit andere organisaties leren." 

"De andere werkvelden waarmee ik te maken heb gehad kunnen van sport en topsport(ers) veel opsteken. Het bereiken van gewenste resultaten begint met het duidelijk stellen van doelen, de opoffering en discipline om de weg te gaan die daarvoor nodig is en deze ook vol te houden. Daarin is topsport, als een vanzelfsprekende voorwaarde om te slagen, heel goed ontwikkeld. Topsport is daarin hard maar je kan er karakterologisch zoveel van leren om te verbeteren. Ik denk dat de onderwijssector dat ook goed kan, terwijl niet iedere overheid- of politieke organisatie op deze kernwaarde zo goed scoort." 

8. Als je met de kennis en ervaring van nu terugkijkt naar vroeger, wat zou je dan anders gedaan hebben toen je nog in de sport actief was?
"Dat is een gewetensvraag! Hoewel passie zo belangrijk is zou ik mogelijk wat meer letten op de balans tussen arbeid en rust (werk en privé). Ik voel mij bevoorrecht dat ik een prachtige en zeer diverse loopbaan heb kunnen opbouwen en heb daarom geen spijt van hetgeen ik heb gedaan en waarvoor ik mij enthousiast heb laten maken. Met name mijn dienende instelling en vooral ook betrokken te willen zijn bij nieuwe uitdagingen zijn wel eens ten koste gegaan van de balans tussen gezin en werk. Daar zou ik met de kennis van nu wel wat anders mee zijn omgegaan. Maar zonder risico’s te nemen gebeurt er niets, zoals er ook niets zonder risico gebeurt!"

"Ik wil iets betekenen voor anderen en dat begint met de intentie om iets te komen brengen"

9. Aan wie met wie je gewerkt hebt in de sportwereld denk je met veel genoegen terug en waarom?
"Ik begon te vertellen over Bart Leenhouwers die maar een jaar mijn gymnastiekleraar is geweest, maar mij het mooie en karaktervormende van sport heeft laten ervaren. Ook voor Rob Kerkhoven - mijn zwemdocent op het CIOS - heb ik veel waardering omdat hij enerzijds streng eisend was maar bovenal deskundig. Bestuurlijk waren mijn wethouder Albert Jurriens in Doetinchem en Tjeerd de Vries (voorzitter van de lokale sportraad in Doetinchem) voorbeelden van onbaatzuchtige mensen die zich ieder vanuit hun eigen motieven jarenlang tomeloos hebben ingezet voor de maatschappelijke waarde van sport in de lokale samenleving. Van Jan Tuik als mijn directeur in Arnhem heb ik veel vertrouwen gehad en ruimte gekregen waardoor ik mijzelf kon doorontwikkelen. Dat is een leerervaring waarmee ik vervolgens anderen ook heb kunnen helpen in hun professie."

BlikBuitenstaandersTH-6"Herman van Zwieten als rustige en wijze bestuurder in de moeilijke tijden bij de NeVoBo en van Erica Terpstra wat je met passie en enthousiasme kan bereiken. 
Hoewel als personen zeer verschillend heb ik aan Margot Vliegenhart en Clémence Ross heel goede herinneringen omdat ik in mijn VWS-tijd niet alleen veel met hen mocht meedenken maar zij mij ook deelgenoot hebben gemaakt van hun politieke afwegingen in het belang van de sport."
"Tenslotte Andre Bolhuis, die ik als beginnend NeVoBo-directeur meemaakte in zijn rol als chef de mission en die mij bij mijn afscheid als voorzitter van de Atletiekunie bedankte voor mijn inzet voor NOC*NSF en de sport. Dit terwijl ik bij zijn laatste herverkiezing toch wel kritisch ben geweest mede vanwege het gedoe rond de procedure van de European Games. Daar nog even bij stil te staan vond ik klasse van hem, maar vooral omdat hij mij heeft geleerd dat de sport behoefte heeft aan mensen die iets komen bijdragen (komen brengen) in plaats van iets komen halen! Dat is ook mijn persoonlijk rode draad in het leven: ik wil iets betekenen voor anderen en dat begint met de intentie om iets te komen brengen. Dat kan pas als je anderen ruimte geeft, vertrouwt en respecteert waarmee je betekenis geeft aan anderen en je omgeving." 

"Ik zal zeker nadenken over hetgeen mogelijk nog eens op mijn pad komt"

10. Denk je ooit nog eens intensiever dan nu het geval is terug te keren in de sportwereld?
"Het enthousiasme voor de sport en het ontwikkelen van (jonge) mensen zit in je en wordt niet bepaald door de tijd of leeftijd. Ik zal zeker nadenken over hetgeen mogelijk nog eens op mijn pad komt. Op die wijze ben ik ook betrokken geraakt bij het plan voor de European Para Championships 2023 in Rotterdam. Maar in alle eerlijkheid ligt mijn interesse dan wel meer in een interim-functie, een commissielidmaatschap, en een eenmalig of kortlopend project of evenement dan in iets met langjarige bestuurlijke verplichtingen. Ik laat mij wel verrassen."

BlikBuitenstaandersTH-6

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst