Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-De blik van buitenstaanders-Item

"Besturen is niet altijd even gemakkelijk" 2 juni 2020


glassesVoormalige beleidsbepalers in de sportwereld kijken terug

Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein. Waarom maakten zij die stap? Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen?

Vandaag de blik van Jan Rijpstra, burgemeester en sportbestuurder in tal van functies.

 

Curriculum vitae Jan Rijpstra

Werk binnen en buiten de sport 

  • 2019-heden: burgemeester gemeente Smallingerland 
  • 2014-2018: burgemeester gemeente Noordwijk 
  • 2008-2014: Rijpstra Consultancy Zwitserland 
  • 2010-2014: medeoprichter Fit for Life Swiss AG Zwitserland 
  • 2005-2008: burgemeester gemeente Tynaarlo 
  • 1994-2005: lid Tweede Kamer VVD-fractie 
  • 1985-1994: docent LO Hogeschool Drenthe (HEAO en PABO in Emmen en Meppel)
  • 1979-1991: docent Academie voor Lichamelijke Opvoeding Groningen 
  • 1979-1988: leraar lichamelijke opvoeding Mavo-Havo-VWO in Groningen en Leek 
  • 1994: lid gemeenteraad Meppel, fractievoorzitter VVD 
  • 1986-1990: steunfractielid en lid gemeenteraad Groningen VVD-fractie 

Bestuursfuncties binnen en buiten de sport

  • 2020-heden: voorzitter Nationale Raad Zwemveiligheid
  • 2019-heden: technisch voorzitter Bondsraad ANWB 
  • 2019-heden: voorzitter Stichting De Sportwereld 
  • 2013-heden: voorzitter Dutch Don't Drown Foundation 
  • 2010-heden: lid Netwerk Sport VVD 
  • 1999-heden: voorzitter en medeoprichter Stichting Hephaïstos
  • 2010-2019: voorzitter Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding 
  • 2016-2019: voorzitter Koninklijke Wandelbond Nederland, v.a.. 1-1-'19 voorzitter Raad van Toezicht
  • 2015-2019: voorzitter Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen
  • 2014-2015: lid task force Vereniging Sportgeneeskunde Nederland
  • 2009-2012: lid denktank Vereniging Sportgeneeskunde Nederland
  • 2009-2011: lid bestuur Zwitserse honk-en softbalbond 
  • 2003-2010: voorzitter Platform Sport en Ontwikkelingssamenwerking 
  • 2006-2008: lid bestuur Vereniging Sport en Gemeenten 
  • 2007-2008: voorzitter Basketbal Hanzevast Capitals Groningen 
  • 2005-2008: lid Raad van Commissarissen Sport Drenthe
  • 2004-2007: voorzitter Koninklijke Nederlandse Baseball en Softballbond 
  • 2002-2004: secretaris Stichting Eurochamp, EK atletiek voor gehandicapten in Assen
  • 1999-2003: vicevoorzitter Nederlandse Bond voor Aangepast Sporten en na de fusie lid hoofdbestuur Nederlandse Bond voor Aangepast Sporten en Nederlandse Sportbond voor mensen met een verstandelijke handicap (NEBAS-NSG) 

BlikBuitenstaandersJanRijpstra-1

1. Sinds wanneer is sport een belangrijk deel van je leven uit gaan maken? 
"Sport heeft van jongs af aan deel van mijn leven uitgemaakt. Ik ben begonnen met voetballen bij Be Fair in Waddinxveen en ‘mijn’ club was en is Feyenoord. Mijn vrouw overigens is voor Ajax. Met mijn vriendjes stuurden we in 1966 een brief aan Feyenoord met de vraag of we lid mochten worden. En we kregen antwoord van de administrateur van de club, Phida Wolff jr. De club vond ons nog te jong om steeds van Waddinxveen naar Rotterdam te reizen en als we wat ouder zouden zijn zou dat beter zijn. De brief heb ik nog steeds! Het schaatsen, voetbal en de Olympische Spelen hadden mijn interesse. Ik wilde er niets van missen. Zo reed ik een keer terug van mijn middelbare school in Gouda naar huis in Waddinxveen met een transistorradiootje aan mijn oor omdat Feyenoord ’s middags tegen Benfica speelde. Mijn eerste plakboek – met hulp van mijn vader – ging over de Olympische Spelen van 1968. Tennis kwam er als sport bij en gym op school vond ik erg leuk. Mijn gymleraar op de lagere school was Jaap Akkerhuis, die veel in de volleybalwereld heeft gedaan en vanaf de jaren negentig actief was met sport in ontwikkelingslanden. Hij was mijn voorbeeld en ik wilde ook wel gymnastiekleraar worden. Na de selectieprocedure begon ik in 1975 met mijn studie aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) in Groningen. Mijn eerste baan in 1979 was aan de Hendrik Wester Mavo in Groningen en aan de ALO in Groningen, waar in 1979 de eerste paal de grond in ging voor de nieuwbouw die ik als bouwcoördinator van de ALO mocht begeleiden." 

"In Groningen was de verbinding tussen lichamelijke opvoeding, sport en politiek toen al een logische"

"Mooie herinneringen hoe we – twee jaar eerder – als studenten een sportieve demonstratie op het Binnenhof hielden en een zwartboek over onze slechte accommodaties aan de vaste Tweede Kamercommissie van Onderwijs aanboden. Ik kon toen niet vermoeden dat ik 15 jaar later vele malen een petitie als Kamerlid in ontvangst zou mogen nemen. In Groningen was de verbinding tussen lichamelijke opvoeding, sport en politiek toen al een logische. En ik had een ideale combinatie van bouwcoördinator en als docent bouw- en inrichting van oefengelegenheden. Voetballen en tennis bleven mijn sporten waar ik ook training gaf. Later is daar de hockeysport bijgekomen en toen mijn dochters gingen hockeyen heb ik hen vanaf de jongste jeugd tot en met dames 1 getraind en gecoacht." 

BlikBuitenstaandersJanRijpstra-22. Wanneer is sport voor het eerst deel gaan uitmaken van je werk?
"In 1994 kwam ik in de Tweede Kamer. Men zocht iemand met onderwijservaring en affiniteit met de sport. Voor mij de ideale combinatie naast de zware en gevoelige portefeuille van het asiel- en vreemdelingenbeleid. 1994 was voor de sport het jaar van de politieke erkenning. Sport kwam in de naam van het ministerie te staan: Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Vanaf het begin was er sprake van een goede politieke samenwerking met Mieke Sterk (PvdA), Hubert Fermina (D66) en Nel Mulder-van Dam (CDA). Gezamenlijk hebben we de schouders eronder gezet en met staatssecretaris Erica Terpstra als aansprekend boegbeeld kwam op ons initiatief in 1996 de eerste integrale Sportnota ‘Wat Sport Beweegt’ uit." 

"Fractievoorzitter Frits Bolkestein gaf mij alle ruimte om beleid te initiëren en ook minister van Financiën Gerrit Zalm was af en toe wat guller. De eerste integrale Sportnota liet per beleidsterrein zien welke rol sport kan vervullen. Elk departement had wel raakvlakken met sport. Ik zie deze nota als de basis voor het moderne sportbeleid zoals dat vanaf 1994 in gang is gezet. Voor het ‘jonge’ NOC*NSF was het ook zoeken naar wie verantwoordelijkheid ging nemen en dragen. Lobbyisten als Gerard van Baarlen en Jos Geukers moesten laveren tussen de ‘wil’ van de Kamer, de ‘wil en sturende’ hand van Wouter Huibregtsen en de opkomende ‘sterke speler’ Vereniging Sport en Gemeente." 

"Direct na ons aantreden in 1994 was er een overleg met NOC*NSF met onder meer Wouter Huibregtsen. Dat liep niet lekker. Een clash tussen aan de ene kant Nel Mulder-van Dam (CDA) en Mieke Sterk (PvdA) tegenover Huibregtsen liep bijna uit de hand. Gerard van Baarlen (NOC*NSF) moest alle zeilen bijzetten om het gesprek niet af te breken. De verhoudingen kwamen nooit helemaal meer goed en de affaire over het IOC-lidmaatschap later tussen Huibregtsen en de kroonprins betekende het einde van zijn voorzitterschap."

"De periode 1994-2005 is een hele vruchtbare periode geweest voor de maatschappelijke betekenis van de sport"

"In de elf jaar dat ik onder meer woordvoerder sport ben geweest heb ik het beleidsterrein sport en bewegen zien groeien. De structurele verdubbeling van het sportbudget aan de vooravond van de verkiezingen in 1998 was een mooi georkestreerde samenwerking tussen diverse politieke partijen in de Tweede Kamer – die hier allemaal achterstonden – en VSG en NOC*NSF. Het was in Diligentia in Den Haag dat de fractievoorzitters aanwezig waren om zich hierover instemmend uit te spreken." 

"Ook op het gebied van de gehandicaptensport vonden de sportwoordvoerders in de Kamer elkaar snel. De aandacht voor de gehandicaptensport was in hun ogen te gering. Koepelorganisaties NEBAS (Nederlandse Bond Aangepast Sporten) en NSG (Nederlandse Sportbond voor Geestelijke Gehandicapten) stonden in de warme belangstelling van de Kamerleden en de fusie in 2001 tussen beide bonden betekende een krachtige grote koepelorganisatie voor de Nederlandse gehandicaptensport."

BlikBuitenstaandersJanRijpstra-33. Als insider zal je hebben gezien dat de maatschappelijke betekenis van sport vanuit de politiek gezien steeds hoger werd ingeschat. Wat waren belangrijke markeringspunten op dat gebied?
"Wanneer ik markeringspunten zou moeten aangeven dan is de periode 1994-2005 een hele vruchtbare periode geweest waarin de maatschappelijke betekenis van de sport niet meer alleen door ‘management by speech’ werd uitgedragen maar daadwerkelijk werd omgezet in beleidsdocumenten met uitvoeringsprogramma’s en de benodigde budgetten. Een korte bloemlezing: Sport in de Troonrede (1994, 1996, 1997, 1998, 2001, 2005); Jeugd in Beweging; Wat Sport Beweegt; Sport, Tolerantie en Fair Play; Goud voor Groen (sport en milieu); Samenspel Scoort (sport en ontwikkelingssamenwerking); Sport in het EU-verdrag; Topsportevenementen en topsportaccommodatiebeleid; Samenhang Sportopleidingen; NISB; hoogleraar Sportgeschiedenis UvA; Stipendium Topsporters; EK 2000 in Nederland en België; Vangnet Zwemonderwijs; Bevoegdheidsregeling Lichamelijke Opvoeding in het PO; Sport, Bewegen en Gezondheid; Buurt-Onderwijs-Sport; Alliantie School en Sport; Pilot zwembaden detectiesysteem; Sportnota Tijd voor Sport en Trendrapport TNO Bewegen en Gezondheid."

"De rapporten leverde veel aanknopingspunten op voor volgende grootschalige (sport)evenementen waarbij de ketenbenadering centraal stond"

"Een paar herinneringen: als Kamerlid een voorstel ingediend om het EK 2000 dat in Nederland en België plaatsvond te evalueren, te beginnen bij de voorbereiding en vervolgens tijdens de uitvoering. Minister Peper vond het niet direct nodig want we ‘hebben goede mensen’. Door middel van een aangenomen motie waarin nogmaals werd uitgelegd dat we een evenement organiseren dat het derde grootste evenement ter wereld is – na de OS en het WK voetbal – en we niet alle kennis in huis hebben, ging hij overstag en ging het COT (Crisis Onderzoeks Team) en Diopter Janssens en Van Bottenburg het onderzoek doen en werd er direct opgetreden of bijgestuurd als er iets verbeterd moest worden. Daarnaast leverde de rapporten veel aanknopingspunten op voor volgende grootschalige (sport)evenementen waarbij de ketenbenadering centraal stond, zoals nu ook bij de bestrijding en aanpak van de corona-pandemie wordt gedaan." 

BlikBuitenstaandersJanRijpstra-4"In zijn brief van 18 december 2000 over de slotevaluatie EK 2000 in verwoordde de minister dit als volgt: 'Naar aanleiding van de door de TK aanvaarde motie-Rijpstra van oktober 1999, waarin het kabinet werd verzocht de voorbereiding van het EK extern te laten doorlichten, is het laatste half jaar van de voorbereiding op het EK 2000 ge-audit door het COT, onder begeleiding van de commissie-Alders. Dat heeft geleid tot een drietal adviezen van laatstgenoemde commissie op basis van even zovele audits in februari, mei en juni dit jaar. Met de commissie-Alders ben ik van opvatting dat die werkwijze zeer behulpzaam is geweest bij een ordelijke en adequate voorbereiding. In voorkomende gevallen zal ik een dergelijke wijze van voorbereiding opnieuw in overweging nemen'."

"Een ander punt betrof de 1 miljoen euro die minister van der Hoeven beschikbaar stelde op mijn verzoek om een pilot met het drenkelingen detectiesysteem op te zetten om de toezichthouders een extra technische ondersteuning hiermee te geven. Tot slot, het begin van ‘echte’ media-aandacht voor de sporters met een beperking. Met steun van het ministerie van OCW (media) kwam tijdens de Olympische Spelen 2004 in Athene de eerste serie uitzendingen van BNN tot stand met verslaggeving over de verrichtingen van de paralympische sporters. De titel was: ‘Met één been in de finale’. Vanaf die tijd nam de NOS de uitzendingen over en zijn er nu tijdens de Paralympische Spelen elke dag uitzendingen. En dan is het mooi om daar als Kamerlid een steuntje aan te hebben kunnen geven."

4. Je bent op bestuurlijk vlak gepokt en gemazeld, je hebt als sportbestuurder enorm veel gemaakt. Zou je op dat gebied (minstens) één persoonlijk hoogtepunt én dieptepunt kunnen noemen? 
"Ik heb altijd op het standpunt gestaan om naast mijn politieke werk ook in de samenleving actief te willen zijn. Of dat nu is als trainer-coach of sportbestuurder. Ik vind het een voorrecht om in verschillende besturen van organisaties en bonden een bijdrage te hebben mogen leveren. Besturen is niet altijd even gemakkelijk. Leden van een bond zijn vaak zeer betrokken en bevlogen mensen. Als bestuurder moet je ook 'nee' kunnen verkopen en naar de toekomst lijnen uitzetten. Dat is niet altijd eenvoudig en kan conflicten met leden opleveren. Ik probeer altijd uit te gaan van een open en op de inhoud gerichte dialoog. In de bonden – maar ook in de politiek – zit er soms een bijna aangeboren wantrouwen bij mensen en denken aan dubbele agenda’s, opzetjes, één-tweetjes. Ik zeg dan ‘ik zit er door u en voor u en niet voor mijzelf’." 

"Er bleek een faillissement aan te komen en dat was mij niet verteld. Voor mij was het toen snel over en uit"

"Toch gaat het wel eens goed mis, zoals bij basketbalvereniging Donar uit Groningen. Een top-eredivisie ploeg waar ik als student geregeld ging kijken in een geweldige sfeer met 4.000 toeschouwers. Ik vond het een eer toen ze vroegen om voorzitter te worden. Misschien was ik te gretig maar de nostalgie van ‘de club’ deed mij snel beslissen om het te doen. Maar ik had toen even aan mijn 'hoofd financiën' van de gemeente Tynaarlo, ik was daar burgemeester, kunnen vragen om wat dieper in de boeken te duiken. Er bleek een faillissement aan te komen en dat was mij niet verteld. Voor mij was het toen snel over en uit. Een illusie armer en een ervaring rijker om niet te snel toe te happen. En natuurlijk kom je in het bestuurlijk werk conflictsituaties tegen, met vertrekkende bestuursleden of een directeur maar om dit op te lossen zit je ook in het bestuur." 

BlikBuitenstaandersJanRijpstra-5"Een paar hoogtepunten: het WK-Honkbal in Nederland in 2005, WK-Lifesaving in 2016, de verschillende Paralympische Spelen en de uitgebrachte boekenreeks over de Nederlandse ploeg op de Paralympische Spelen, de bestuurlijke vernieuwing van de KVLO, KWBN en de KNBRD. De internationale vergaderingen en het meewerken aan diverse publicaties over sport gerelateerde onderwerpen."

"Terugkijkend, en met de bestuursfuncties die ik nu bekleed: het zijn erg waardevolle perioden geweest. En tegen beginnende bestuurders zou ik willen zeggen: oriënteer je goed, spreek met bestuursleden, mensen uit de organisatie en verdiep je in de financiën en de bestuurscultuur en geef duidelijk aan hoeveel tijd je in je bestuurswerk wilt steken."

5. Je bent burgemeester van Smallingerland en was dat eerder van Noordwijk en Tynaarlo. Wat zijn de grootste verschillen en overeenkomsten tussen het ambt van burgemeester en de functie van bondsvoorzitter?
"Wanneer ik naar de verschillen en overeenkomsten tussen het ambt van burgemeester en de functie van bondsvoorzitter kijk vind ik dat we beiden nog veel meer gebruik kunnen maken van de geschiedenis. Beiden hebben te maken het verloop van hetzij raadsleden en wethouders, hetzij bestuursleden en commissieleden. Je merkt dat het historisch besef nogal eens te wensen overlaat. Ledenvergaderingen veranderen (gelukkig) en worden meer en meer gebruikt om kort en krachtig over de statutair verplichte onderdelen een besluit te nemen om vervolgens aansluitend in een andere (werk)sessie, workshops etc. meer aan meningsvorming en discussie onderling tijd te besteden. In de gemeentelijke politiek zien we dat door middel van 'ronde tafel'-bijeenkomsten en technische presentaties de raadsleden meer informatie verkrijgen die zij in het debat en bij de besluitvorming kunnen wegen. Ik verwacht overigens dat door de positieve ervaringen in de coronacrisis met het beeldbellen, beeldvergaderen, webinars etc. dit een vervolg gaat krijgen na de crisis." 

"Ook in verdrietige tijden zullen een voorzitter en een burgemeester er moeten zijn"

"Zowel een voorzitter als een burgemeester worden ingezet om conflicten op te lossen, denk hierbij aan bestuursleden die elkaar het leven zuur maken of de burenruzies. Mijn benadering is die van de dialoog zoals bij de bemiddeling die ik deed tussen Hans Blankert (voormalig voorzitter NOC*NSF) en Anton Geesink. Het leek te lukken maar op het laatst haakte Anton af." 

"Een voorzitter van een bond en een burgemeester hebben ook representatieve functies. Ik merk iedere keer dat het in het zonnetje zetten van leden of inwoners erg wordt gewaardeerd. Maar ook in verdrietige tijden zullen een voorzitter en een burgemeester er moeten zijn. Ik heb in deze corona-tijd als burgemeester weer ervaren hoe belangrijk regelmatig telefonisch contact is met instellingen om te horen hoe het gaat. Als voorzitter van een sportorganisatie doe je dit natuurlijk ook." 

BlikBuitenstaandersJanRijpstra-6"Wat diverse bonden goed doen is met regelmaat een nieuwsbrief van het bestuur en/of directie naar de leden sturen om hen op de hoogte te houden van ontwikkelingen. Ik merk overigens in diverse ledenvergaderingen en ook bij de gemeenteraad dat men het moeilijk vindt om zich niet met de uitvoering bezig te houden en meer strategisch te denken. De bestuurlijke verandering die sommige bonden nu doormaken en overstappen naar een 'raad van toezicht'-model kan aan een meer strategisch overleg bijdragen, maar je zult de leden wel van de nodige informatie moeten voorzien, gecombineerd met een heel duidelijke afbakening waar zij wel en niet over gaan. Dit geldt voor de gemeenteraad overigens ook. Ik zie het overigens niet als een bewuste bemoeienis maar meer als de betrokkenheid bij het onderwerp. Maar soms komt ook het cliëntelisme om de hoek kijken… Maar daar is de voorzitter dan weer voor om dat in te perken."

6. Aan wie met wie je gewerkt hebt in de sportwereld denk je met veel genoegen terug en waarom?
"Ik sta nog vol in de samenleving en merk dat de opgebouwde banden in de sportwereld (opleidingen, bonden, koepels, ministeries, Nationale Sportraad etc.) er nog steeds zijn waarbij onderhoud van belang is! Op de vraag aan wie denk je met veel genoegen terug en waarom, is het moeilijk om een antwoord te geven. Als ik een lijst zou moeten maken dan komen daar heel veel namen op te staan. Waarom? Allemaal bevlogen mensen, op alle terreinen waar ik me bestuurlijk mee bezig heb gehouden en houd. Zoeken naar verbindingen en de kansen benutten die de sport biedt. Omdat ook ieder persoon voor mij uniek is en door een open wijze van communiceren dien je allebei het beleidsterrein van sport, bewegen, gezondheid, lichamelijke opvoeding, ieder met zijn of haar verantwoordelijkheid. Dat maakt het ook zo interessant. En het gemeenschappelijke doel wordt onderschreven:

'Als we een vitale samenleving willen zijn zullen we moeten investeren in het goed leren bewegen en zullen we een gezonde leefstijl moeten hebben. Dat is natuurlijk de verantwoordelijkheid van eenieder maar we dragen ook verantwoordelijkheid naar elkaar en onze samenleving. Van de overheid mag worden verwacht dat er landelijk beleid wordt ontwikkeld en zal de uitvoering op gemeentelijk niveau plaatsvinden.' 

"Aan NOC*NSF zou ik willen adviseren om het plan van Joop Alberda uit de kast te halen en een strikte bestuurlijke scheiding aan te brengen tussen de top/beroepssport en de verenigingssport"

Prof. Erik Scherder en Joop Alberda spraken al over ‘Sport als medicijn voor een gezonde samenleving’ en het gevaar van inactief zijn en overgewicht. We hebben een prachtige sportinfrastructuur met provinciale sportraden, verenigingen, particuliere aanbieders, de sportbonden en NOC*NSF. Mijn oproep zal zijn om de komende twee jaar naar een brede afstemming toe te groeien. De boodschap zal door iedereen moeten worden uitgedragen met een belangrijke taak voor de gemeente. Daar worden accommodaties aangelegd en moet worden ingespeeld op ontwikkelingen die met de vitale samenleving te maken hebben."

BlikBuitenstaandersJanRijpstra-7"Aan NOC*NSF zou ik willen adviseren om het plan van Joop Alberda uit de kast te halen en een strikte bestuurlijke scheiding aan te brengen tussen de top/beroepssport en de verenigingssport. De eerst zou in een bv-constructie kunnen worden opgezet, de tweede zou met een model met bondsraadsleden, zoals de ANWB hanteert, kunnen functioneren. Sowieso is het ANWB-model een mooi voorbeeld hoe men de bijna 5 miljoen (!) leden betrekt en bindt en ook de zakelijke kant laat floreren."

7. Denk je ooit nog eens (min of meer) full time terug te keren in de sportwereld?
"Uit het bovenstaande blijkt denk ik dat mijn hart bij lichamelijke opvoeding, sport en bewegen ligt omdat ik het belang voor onze samenleving erg groot acht. Daar wil ik me voor blijven inzetten vanuit elke positie die ik heb. Ik ben heel blij dat het eindelijk gelukt is om in februari 2020 mijn aangenomen motie uit 2004 om lichamelijke opvoeding in het primair onderwijs qua uren en vakleerkrachten in de wet vast te leggen, via een aangenomen amendement van Rudmer Heerema (VVD) en medeondertekend door Michiel van Nispen (SP) is geregeld. Een lange adem heet dat!"

"Waar ik mijn kennis zou kunnen overbrengen en overdragen, doe ik dat graag. Bestuurlijk draag ik mijn steentje bij, onder meer als voorzitter van de Nationale Raad Zwemveiligheid en voorzitter van Stichting De Sportwereld. En er ligt een heleboel (historisch) materiaal thuis voor publicaties en wellicht toch die dissertatie over lichamelijke opvoeding, sport en politiek. Het hoort bij me en laat me niet los. Waar ik me voor wil inzetten is dat er in Nederland een sportmuseum komt, met ook een ‘doe-activiteiten’-centrum en een sportbibliotheek, studiecentrum zoals in Lausanne. 
En Smallingerland? Een mooie gemeente met een prachtige sportinfrastructuur en sportbeleid. Het nieuwe 50-meter overdekte top-zwembad gaat door! Ik kijk er naar uit!"BlikBuitenstaandersJanRijpstra-8

« terug

Reacties: 1

Piet van Loon,orthopeed
02-06-2020

Een lange carriere van gymnastiekleraar tot notabele met grote verdiensten in algemeen bestuur en sport. In die periode is echter de kennis, dat gymnastiekonderwijs, het op orthopedisch wetenschappelijke basis begeleiden van de jeugd in hun groei- en ontwikkelingsprocessen van de anatomie (houding, uitlijning) en fysiologie (energiezuinige duurzame beweeg-en loopatronen, voldoende soepelheid, voldoende kracht in alle spiergroepen) verdwenen. De oorsprong in Europa om bij algemene schoolplicht de negatieve effecten op de gezondheid van het zitten (deden kinderen vrijwel alleen op school) door gymnastiek te compenseren werd vergeten. In de USA zelfs nooit bekend geweest! Het werd bij ons door liberalisering, psychologisering, overstappen van Duits naar Engels als wetenschapstaal en de vernieuwingsdrang ingeruild voor het stimuleren van sportdeelname voor het brede welzijn en stimuleren van topport om onze nationale trots te strelen en de jeugd rolmodellen te schenken. Het liberale denken liet echter de overheden hun wettelijke verplichting om in het Onderwijs preventief geneeskundig bezig te zijn gaandeweg vergeten en dit belangrijke deel van de opvoeding minder waardering en dus minder geld  te gunnen. Maar ook de inhoud van de ALO opleidingen liet het preventief geneeskundig denken uit de boeken verdwijnen. Maar de gevolgen  zijn met de almaar geintensiveerde leefstijl van kinderen nu goed te merken en dat gaat de staat enorm veel kosten. De jeugd wordt ( o.a eigen onderzoek) steeds stijver en ontwikkelt almaar meer "rotruggen", die veel pijn en uitval gaan opleveren. Spiergroepen raken of overbelast (b.v. hamstrengen) of atrofieren ( buik-en bilspieren) bij het groeiend individu. De blessurekans liep dan ook enorm op, juist ook bij de jeugd zelf al.    "Meer Bewegen" wordt nu massaal gefaciliteerd, maar Goed Bewegen kent geen vertegenwoordigers meer, die in het Onderwijs de "vijfjes en de zesjes" toch laat upgraden.  Pennywise in het Onderwijs blijkt poundfoolish in de Zorg. Benieuwd of de hooggeplaatsten in de sport zich dit realiseren. 

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst