Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-De blik van buitenstaanders-Item

"Zijn we niet op tal van terreinen geweldig doorgeschoten?" 5 mei 2020


glassesVoormalige beleidsbepalers in de sportwereld kijken terug

Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein. Waarom maakten zij die stap? Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen?

Vandaag de blik van Jos Geukers, o.m. voormalig hoofd politieke zaken NOC*NSF en voormalig KNGU-voorzitter.

 

Curriculum vitae Jos Geukers

werk in de sport
- 1997 - 2002: hoofd politieke zaken NOC*NSF
- 2009 - 2016 : voorzitter Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie

werk buiten de sport
- 1980 - 1986: EU-onderhandelaar voor ministerie van EZ in Brussel/Luxemburg
- 1986 - 1989: directeur Regionale Ontwikkelingsmaatschappij regio Breda
- 1989 - 1994: directeur/secretaris Streekgewest Oostelijk Zuid- Limburg
- 1994 - 1997: hoofd Algemeen Juridische Zaken VNG-Den Haag
- 2002 - 2006: lobbyist voor Brabant Limburg en Zeeland in Den Haag
- 2006 - 2013: burgemeester Westervoort (Gld.)
- 2013 - heden: Geukers Advies en Bestuur

Blikbuitenstaanders-JG-11. Je had al verschillende banen gehad voor je in 1997 in dienst trad bij NOC*NSF als 'hoofd politieke zaken' en daarmee voor het eerst in de sportwereld ging werken. Hoe ging dat in zijn werk destijds, vanwaar deze keuze?
"‘Je hart volgen’ is hierbij zeker een van mijn keuzemotieven geweest. Zelf graag actief - en tamelijk fanatiek - sport beoefenen doe ik eigenlijk al mijn hele leven. Begonnen in Bolsward bij een gymnastiekvereniging (!) ging het via schaatsen, voetbal, hockey, tennis, wedstrijdroeien, langlaufen en wielrennen naar hardlopen. De laatste twee sporten doe ik ook nu nog bijna iedere dag. Dus het was niet zo vreemd, dat ik omstreeks 1997 dacht: 'En nu wil ik in ieder geval een tijdlang van mijn grootste hobby ook mijn werk maken'." 

"Bovendien zag ik in mijn werk als regiosecretaris en daarna bij de VNG diverse gemeentesecretarissen directeur worden bij sportbonden, en ook omgekeerd. Ik dacht: 'Dat kan ik ook'. Toenmalig NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen bracht mij in gesprek met algemeen directeur Ben Verkerke. Even hebben we inderdaad ook het spoor verkend naar sportbondsdirecteur. Maar toen kreeg ik onverwacht de mogelijkheid bij NOC*NSF zelf als hoofd Politieke Zaken ‘sportbreed’ actief te zijn in verbinding met politiek-bestuurlijk-ambtelijk Den Haag en Brussel. Daarmee vielen voor mij zoveel lijntjes samen met waarmee ik al eerder ervaring had opgedaan, dat ik niet lang hoefde na te denken. Lobbyen voor en vanuit de sport met betrekking tot de meest uiteenlopende onderwerpen heb ik vervolgens met hart en ziel vijf jaar lang met ontzettend veel plezier gedaan." 

2. Was er iets dat jou onmiddellijk opviel aan het werken bij NOC*NSF in het bijzonder of in de sportwereld meer in het algemeen?
"Bij onze kennismaking in 1997 liet Ben Verkerke mij ook meteen het hele Papendal-complex zien. Ik zei meteen al: 'Je moet trots zijn om hier, en vanuit hier te mogen werken'. Dus het was niet zo vreemd, dat ik zelf ook redelijk snel verkocht was. Ik zag en voelde binnen de organisatie meteen heel veel enthousiasme en bevlogenheid. Maar tegelijkertijd proefde ik veel moeite om de verbinding te maken met de sportbonden." 

"Die maatschappelijke betekenis van sport en bewegen voor individu en samenleving had ik eigenlijk zelf al meer instinctief verinnerlijkt in mijn eigen sportbeoefening"

"Dat gold overigens ook in omgekeerde richting. En het gold evenzeer tussen de totale georganiseerde sport enerzijds en anderzijds de omringende samenleving, de politiek voorop. Daarmee maakte de sport zich zowel te groot (overschatting van het eigen belang) alsook te klein (onnodige bescheidenheid). In die sfeer probeerde ik op instigatie van wederom Wouter Huibregtsen meer oog te krijgen bij de nationale, provinciale en lokale politiek, en besturen, en ambtelijke organisaties, voor wat onze gevleugelde term werd: 'de maatschappelijke betekenis van sport'." 

"Tot tweemaal toe wisten we aan de vooravond van Tweede Kamerverkiezingen lijsttrekkersdebatten te organiseren onder leiding van Paul Witteman, de tweede keer in de Ridderzaal. De hierbij gedane uitspraken legden we vast en kregen we ook in belangrijke mate verzilverd bij opeenvolgende kabinetsformaties. Die maatschappelijke betekenis van sport en bewegen voor individu en samenleving had ik eigenlijk zelf al meer instinctief verinnerlijkt in mijn eigen sportbeoefening. Maar we kregen hem nu ook veel scherper onderbouwd in termen van kosten en baten dankzij allerlei informatie, aangereikt vanuit NOC*NSF, sportbonden en andere stakeholderorganisaties. Deze wetenschap/overtuiging heb ik ook in mijn volgende functies steeds mee- en uitgedragen, tot op de dag van vandaag. Het is wel met een glimlach, als ik minister-president Mark Rutte tijdens een belangrijke persconferentie vol overtuiging hoor zeggen: 'Blijf vooral - individueel - sporten en bewegen, juist nu!'"

Blikbuitenstaanders-JG-2"Nog even terug naar het Papendalcomplex. In juni 2001 bezocht ik het Israëlisch Papendal (= Wingate) in Netanya (bij Tel Aviv) op uitnodiging van het Israëlisch Olympisch Comité. Ik was tamelijk onder de indruk van het aantal op dat complex geclusterde organisaties en voorzieningen. Terug in Nederland zei Gerrit Zalm vlak hierna tegen VVD-sportwoordvoerder Jan Rijpstra na een bliksembezoek aan Papendal ietwat kritisch: 'Je kunt hier nog gemakkelijk een kanon afschieten zonder iemand te raken...' Als ik die uitspraak van toen vergelijk met de situatie nu in 2020 dan zijn 'we' een flink stuk opgeschoven in de richting van Wingate. Daar mogen we nu terecht trots op zijn. Papendal is goud waard voor de Nederlandse sport! Sportbonden kunnen zich dat volgens mij niet genoeg realiseren!"

3. Je maakte bij NOC*NSF roerige tijden mee. Met de kroonprinsaffaire van toenmalig voorzitter Wouter Huibregtsen, met interim-voorzitter Joop van der Reijden die oorspronkelijk een half jaar zou blijven maar uiteindelijk anderhalf jaar lang naar eigen zeggen met een brandblusser rond moest lopen... Wat betekende dat voor een 'hoofd politieke zaken' zoals jij dat was?
"Ik ben ervan overtuigd, dat deze bestuurlijke uitglijder tijdens de Winterspelen in Nagano 1998 voor alle betrokkenen enorm vervelend was. Iedereen, van Kroonprins tot en met alle collega’s van NOC*NSF, wil zich op een positieve manier inzetten voor de sport. Dan kan je alle negatieve publiciteit missen als kiespijn. Er heerste ‘op het thuishonk’ dan ook aanvankelijk vooral verslagenheid organisatiebreed. Maar al gauw gingen we – sport eigen – over in de modus ‘schade beperken’. Ik deed dat ook met mijn eigen opstelling richting de politiek, VWS en media. Succesvol lobbyen is steevast langebaanschaatsen, met bijna geen ruimte voor korte-termijn-successen. Vanuit een zelfbewuste en tegelijk bescheiden houding. En met betrouwbare, goede informatie, die ook steeds moet kloppen. Anders ben je gezien. In deze crisissituatie golden deze principes a-fortiori."

"Toen ik zag dat ik binnen NOC*NSF niet verder kon groeien stond ik na vijf jaar ook open voor nieuwe uitdagingen elders"

"Bij de onmiddellijk daarna volgende Paralympics, ook in Nagano, maakte ik als enige NOC*NSF-er deel uit van de begeleidende Nederlandse bestuurlijke afvaardiging onder leiding van staatssecretaris Erica Terpstra met een viertal Tweede Kamerleden. Ik bleef van harte welkom, maar had wel het gevoel dat ik op eieren moest lopen. Aan het herwinnen van krediet voor NOC*NSF heeft de brandblusser van Joop van der Reijden inderdaad zeker veel bijgedragen!"

4. Je vertrok in 2002 bij NOC*NSF toen daar inmiddels met Hans Blankert als voorzitter rustiger tijden waren aangebroken. Waarom ging je weg bij NOC*NSF?
"Hoe boeiend ik mijn werk voor en in de sport ook vond, toen ik zag dat ik binnen NOC*NSF niet verder kon groeien stond ik na vijf jaar ook open voor nieuwe uitdagingen elders. En precies op dat moment werd ik vanuit de provincie Noord-Brabant aan mijn jas getrokken. Algemeen directeur Meine Bruinsma zei me: 'Wat wij je met succes voor de sport zien doen, daarvoor willen wij je in een vergelijkbare positie ook inzetten als onze vooruitgeschoven post in Den Haag. En dan tegelijkertijd ook voor Limburg en Zeeland. Want we willen als Zuid-Nederland zowel daar alsook in Brussel meer gezamenlijk optrekken in onze lobby'." 

"Ook hier was het pionieren: braakliggend terrein ontginnen; netwerken op- en uitbouwen; en een backoffice opzetten, nu niet eentje maar drie keer tegelijk; en alles met een grote mate van vrijheid. En natuurlijk bleven de bovenomschreven lobby-principes dezelfde, maar dan in een andere context. Die context was wel moeilijker, merkte ik. Voorheen kwam ik tamelijk gemakkelijk met sport binnen bij Haagse bestuurders, politici en ambtenaren. Dan bleek bijna altijd wel iemand ergens raakvlakken te hebben met, of op zijn minst sympathie voor de sportwereld. Sport was en is kennelijk meer sexy dan de wat droger overkomende provinciale beleidsdoelen, hoe belangrijk deze laatste ook zijn. Toch heb ik ook hier met veel plezier en betrokkenheid aan gewerkt. Bovendien was ik nu zeker vier dagen per week actief in Haagse dreven, terwijl ik dat voor NOC*NSF voortdurend deed vanuit Papendal of vanuit huis. Met waanzinnig veel reiskilometers als gevolg: meer dan 350.000 km in vijf jaar tijd. Dit laatste wilde ik toch liever niet meer …. Uiteindelijk logen ook mijn latere KNGU-reiskilometers er niet om: 15 à 20.000 per jaar."

Blikbuitenstaanders-JG-3"Na een paar jaar realiseerde ik mij dat ik ook hier als lobbyist vooral nog steeds ‘de bal voor de goal trok om onze bestuurders te laten scoren’. Terwijl ik die scoringsmogelijkheden diep in mijn hart zelf ook wel graag waar wilde maken. Dus moest ik zelf bestuurder worden, en daarbij had ik zeker in mijn vader ook een aansprekend voorbeeld. Ik werd in 2007 burgemeester van Westervoort. Met hierbij tevens de gedachte, gelet op mijn goede eerdere ervaringen binnen NOC*NSF: als ik naast mijn hoofdfunctie toch weer tijd weet te vinden, dan trekt mij wel heel bijzonder een bepalende nevenfunctie bij een aansprekende sportbond."

5. In 2009 keerde je terug in de sportwereld als voorzitter van de KNGU. Hoe is die match destijds tot stand gekomen?
"Eigenlijk heel simpel: via Sport en Zaken. Daar had ik al eerder mijn profiel neergelegd: Het moest een grote tak van sport zijn; met bij voorkeur ook olympische disciplines; met flinke inhoudelijke opgaven; en met een in de basis positieve manier van met elkaar omgaan. Met de keuze uit twee sportbonden met een uitdagende vacature, en ook nog als voorzitter, hoefde ik niet lang na te denken en werd het de KNGU. Op dat moment de vierde grote sportbond van Nederland met ongeveer 300.000 leden in 1100 lokale gymsportclubs." 

"Ik voelde mij er als een vis in het water. Toch wel in het oog springende zaken waren: het werken in een vernieuwde governance-structuur; het ontwikkelen, landsbreed uitdragen en implementeren van een offensieve nieuwe missie-strategie met bijbehorend investeringsprogramma; de ambitie om alle kinderen in de leeftijdsgroep 2 tot 6 jaar op een betere manier de basisbeginselen van gezond bewegen bij te brengen, met steun van Nijntje en Epke Zonderland; de organisatie van het WK Turnen 2010 in Rotterdam, waarmee we mondiaal een nieuwe standaard neer hebben gezet voor een dergelijk evenement; en last but not least de noodzaak een veiliger sportklimaat te bevorderen ook binnen de turnzalen." 

"Ik vond en vind dat de sportbondbesturen onderling en in relatie tot NOC*NSF zich openlijk te weinig kritisch en niet professioneel genoeg opstelden "

6. Ben je vanuit die positie tot opvallend nieuwe inzichten gekomen, denkend aan hoe de Nederlandse sportwereld - bijvoorbeeld bestuurlijk - functioneert?
"Vooral na de tot de verbeelding sprekende Nederlandse sportsuccessen bij de Olympische Spelen in 2000 in Sydney is de aansturing van de sport vanuit NOC*NSF samen met de sportbonden opvallend veel professioneler geworden. Dat geldt zowel de meer beroepsmatige benadering van de topsport, alsook over de volle breedte van de breedtesport. Belangrijke drijvers daarin waren (en kunnen ook nu nog steeds zijn!) Nederland Sportland en ook de ambitie ooit nog eens de Olympische Spelen weer naar Nederland te halen (2028, 20??). Dat heeft de sport zelfbewuster gemaakt, en die rol wordt ook steeds meer gezien door de politiek en andere belangrijke stakeholders. Dit was hard nodig, en is pure winst!"

"Ik vond en vind echter wel dat de sportbondbesturen onderling en in relatie tot NOC*NSF zich openlijk te weinig kritisch en niet professioneel genoeg opstelden. Dit is ook iets van cultuur, en daarom misschien nog steeds wel zo. Ik bedoel ermee dat weliswaar de onderlinge persoonlijke verhoudingen vaak bijzonder plezierig en ook collegiaal waren. En als er werkelijk fundamentele zaken aan de orde waren, dat we die bilateraal meestal goed met elkaar konden wisselen. Maar dat – als we in NOC*NSF-ledenvergaderingen echt scherp zouden hebben moeten zijn – we dan niet echt wisten door te pakken en daar dan ook harde persoonlijke consequenties aan durfden te verbinden." 

Blikbuitenstaanders-JG-4"Ik zeg doelbewust 'we', omdat ik me dit zelf ook denk te moeten aantrekken. We waren dan te lief voor elkaar. Een van de meest duidelijke voorbeelden hiervan was de gang van zaken rondom de faliekant mislukte Nederlandse kandidatuur voor de European Games 2019. Het was stuitend zoals die trein maar voort denderde. Ondanks legitieme bezwaren van de kant van diverse sportbonden, die uiteindelijk zelf primair verantwoordelijk zouden zijn voor de realisering van dit evenement. Met 'eens maar nooit weer' had dit niet mogen eindigen. Ook dat had meer professioneel gemoeten naar mijn mening." 

7. Medio 2016 werd je door de KNGU een paar maanden voor je reeds aangekondigde vertrek aan de kant geschoven als voorzitter wegens onder meer 'te solistisch optreden'. Als je met de kennis en ervaring van nu terugkijkt naar toen, wat zou je dan anders gedaan hebben? 
"De tijd heelt alle wonden, maar dit is eerlijk gezegd wel een diepe. De kwalificatie 'te solistisch' was niet alleen een onnodig beschadigende trap na. Het klopte ook inhoudelijk niet, waar alle belangrijke besluiten en stappen door het KNGU-bestuur steeds collegiaal en unaniem zijn genomen. Wat wel klopte was dat ik herhaaldelijk alle zeilen bij moest zetten om de rest van het bestuur en ook de bondsraad te bewegen tot het innemen van een steviger houding in de zogenaamde turnsters-trainersaffaires naar aanleiding van onthullingen in het blad HELDEN." 
"Samen met toenmalig bondsdirecteur Jaap Wals was ik erop gebrand deze zaken niet opnieuw in de doofpot te laten belanden zoals voor 2009 wel was gebeurd. Hierover ontstond tenslotte aan de vooravond van de Olympische Spelen in Rio medio 2016 een fundamenteel verschil van inzicht over de voorgestelde honorering van een schadeclaim van een turntrainer, die allesbehalve een voorbeeldrol had vervuld. Ik vond dit inhoudelijk, juridisch, financieel en moreel onbestaanbaar, maar stond hierin alleen."

"Eigenlijk wist en weet ik: dit was trekken aan een dood paard"

"Er speelde ook meer: nog steeds sluimerend ongenoegen bij een aantal nog zittende en ex-bondsraadsleden vanwege verlies aan regionale invloed door de eerder gewijzigde governance-structuur. En ook groeiend ongenoegen over het financieel zware weer waarin de KNGU in 2014 terechtkwam door een aantal gelijktijdige tegenvallers. Ook al had de bondsraad met open ogen ingestemd met het ‘scherper aan de wind zeilen’ in de vastgestelde investeringsbegrotingen. Terwijl wij juist steeds transparant bleven informeren over alle cijfermatige ontwikkelingen. Dan helpt het op zeker moment niet meer wat je ook zegt, en of je wel gelijk hebt. Dan telt het allemaal bij elkaar op."

"Met de kennis en ervaring van nu zeg ik: inhoudelijk rest(t)en mij weinig andere mogelijkheden. Kijkend naar het proces had ik mij wel nog meer moeten inspannen de ‘afhakers’ dichterbij mij te houden of alsnog te krijgen. Maar eigenlijk wist en weet ik: dit was trekken aan een dood paard. En ik had mij niet moeten laten verblinden door mijn ambities om in oktober 2016 in het bestuur gekozen te worden van de mondiale FIG, en vooral met het oog daarop tot dat moment nog even door te gaan. In plaats hiervan had ik in december 2015 moeten zeggen: kennelijk einde houdbaarheidsdatum, ik stap op. Maar ja, je wilt zo graag."

Blikbuitenstaanders-JG-58. Aan wie met wie je gewerkt hebt in de sportwereld denk je met veel genoegen terug en waarom?
"Dit vind ik een moeilijke vraag, omdat ik met het niet noemen van een groot aantal mensen hen toch te kort doe, want het ging vaak ‘gewoon’ zo enorm plezierig. Dan denk ik bijvoorbeeld naast directe collega’s bij NOC*NSF en bij de KNGU aan de dienstbaarheid van de medewerkers van hotel, bar en restaurant Papendal; aan de enthousiaste mensen bij Sportstad Heerenveen; aan de grote betrokkenheid bij lokale gymsportbestuurders, die me iedere keer weer nieuwe energie teruggaven bij mijn bezoeken her en der in het land; aan de waardevolle contacten bij de NOS, bij provincies en gemeenten, bij het sportministerie VWS, en ook over de landsgrenzen heen op tal van plekken in de wereld (IOC, FIG, UEG)." 

"Toch wil ik mij hier niet zo gemakkelijk van af maken, en noem ik met name technisch directeur NOC*NSF Maurits Hendriks, die bleef helpen toen Yuri van Gelder en de KNGU moeilijke tijden doormaakten. Bij de KNGU bondsdirecteur Jaap Wals en technisch directeur Hans Gootjes: beiden vanwege hun ‘zuivere’ opstelling en scherpe weloverwogen oordeel bij tal van lastige vraagstukken die we alle zeven jaar tegen kwamen. 'Never a dull moment' en 'Houston, we have a problem' kwamen nogal eens langs. Om steeds weer te concluderen: 'Samen kunnen we iedere crisis aan'. Dat klopte, bijna altijd."

"En om tot slot toch weer bij de sporter(s) te blijven voor wie we het uiteindelijk allemaal doen: Epke Zonderland, die niet alleen een grandioze sportman is maar ook als mens bescheiden en plezierig! Hij is ook een uniek rolmodel voor talloze nieuwe jonge sporters, ook buiten zijn eigen tak van sport."

"Moeten we niet op heel andere manieren gaan werken, meer vanuit huis, meer met gebruikmaking van alle communicatiemogelijkheden die ons ter beschikking staan?"

9. Wat kan de sportwereld volgens jou leren van de wereld waarin je nu werkt?
"Vlak voordat de coronapandemie de hele wereld in haar greep kreeg, kwam de klimaat- en een duurzamer milieudiscussie eindelijk en veel te laat bij steeds meer mensen in het vizier. Het leek wel, alsof er eerst iets heel ernstigs nodig was om ons na te doen denken over wat nu werkelijk belangrijk is in het leven dat wij leiden. Zijn alle verworvenheden van de 21ste eeuw dat ook werkelijk in positieve zin? En zijn we niet op tal van terreinen geweldig doorgeschoten? Consumeren we niet veel te veel, zowel etenswaren maar ook goederen, en ook diensten? Reizen we dus ook niet veel te veel in milieubelastende zin? Moeten we niet op heel andere manieren gaan werken, meer vanuit huis, meer met gebruikmaking van alle communicatiemogelijkheden die ons ter beschikking staan? En ga zo maar door. Ik hoop echt dat ook na de huidige moeilijke periode deze vragen behandeld én beantwoord worden, in plaats van dat we erna weer overgaan tot de orde van de dag, en zo weer in dezelfde fouten vervallen."

Blikbuitenstaanders-JG-6"Ook de sportsector behoort zich aan dit soort vragen niet te onttrekken. De sportkalender is steeds meer volgestopt met wedstrijden en evenementen. Actieve en passieve sportconsumenten worden ermee overvoerd. In een aantal topsportsectoren zijn inkomsten uit televisierechten sky high gegroeid. Hetzelfde geldt voor doorgeschoten spelerssalarissen. Het is van de gekke, dat voetbalclubs als Real Madrid rood staan bij banken tot bedragen over één miljard euro. En dat voetbalclubs en evenementen op kunstmatige wijze in de lucht worden gehouden met publiek geld. Van mij mag, nee moet de wal hier het schip echt keren. Beter dan dit ons te laten overkomen is om op al dit soort vragen actief in te spelen. Dat vraagt leiderschap. Het vraagt ook ‘gewoon’ moed. En inspiratie. Deze bizarre dagen krijgt iedereen de meest uiteenlopende Whatsapps doorgestuurd, met humor om toch te blijven lachen, of op bepaalde manieren mogelijk leidend tot een stukje bezinning. Iedereen heeft denk ik voorbeelden te over van de humor-apps. Voor bezinning is deze persoonlijke boodschap van prinses Irene een heel bijzondere. Van harte aanbevolen. Dit alles is geen pleidooi tegen de sport. Juist een verantwoorde sportbeoefening moet hiermee tot in lengte van jaren zijn gediend. En wel met: 'less is more'!"

10. Denk je ooit nog eens terug te keren in de sportwereld? 
"Dankzij de grote hoeveelheid energie, die ik nog altijd heb dankzij mijn permanent actieve sportbeoefening, in combinatie met mijn besmetting door een onuitroeibaar sportvirus ben ik ook voor de sportwereld nog altijd graag inzetbaar, op het juiste moment en de juiste plaatsen…"

« terug

Reacties: 1

Loek Jorritsma
05-05-2020

Breng graag in herinnering dat de Kabinetsnota Wat sport beweegt 27 November 1996 werd gepubliceerd. Via deze zoektermen en 25 125 is die gemakkelijk op te roepen. Daarop volgend o.a. die van 23 februari 1999 Kansen voor Topsport en de Breedtesportimpuls op juni 1999. Breed departementaal en integraal beleid. Wat mij opvalt bij oud-sport-bestuurders is dat de rol en betekenis van de rijksoverheid vaak wordt gezien als resultaat van NOC*NSF initiatieven. "Wij hebben het bedacht en zij hebben dat in beleid omgezet". Die houding verklaart, zoals ik het zie, zo'n echec als bij de Europese Spelen. En een geringere interesse vanuit de rijksoverheid voor het wel en wee van de sportorganisaties. "NOC*NSF zorgt daar wel voor, hoeven wij ons niet aan te branden". Voor het functioneren van de bondsbureaus om hun maatschappelijke functie (laat staan publieke taak) invulling te geven zijn geen publieke middelen beschikbaar. Wel voor, zoals Jos hier bij wijze van voorbeeld aangeeft, betaald voetbal en topsportevenementen. Terwijl dat inderdaad de voorbeelden zijn van het verkrijgen van ongeoorloofde of onrechtmatige staatssteun. Met Jos pleit ik voor een herwaardering van de realtie tussen de overheid (Europees, nationaal, provinciaal en lokaal) en de SPORT op al die niveaus. Dat betekent in mijn ogen dat de sportactiviteiten van de SPORTorganisatiesop al die niveaus kunnen/moeten worden gedefinieerd als Diensten van Algemeen Economisch Belang en dat deze - door de rijksoverheid erkende - SPORTorganisaties de publieke taak hebben om daarvoor zorg te dragen. Pas dan is het voor de overheid gelegitimeerd om met deze organisatie van activiteiten een positieve overheidsbemoeienis te onderhouden. Mochten de 'gestaalde kaders' van de sport het hier mee oneens zijn dan hoor ik dat graag. 

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst