Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-De blik van buitenstaanders-Item

"Het onderwijs is blijven doen waar de betekenis ligt, de sport vergeet dat hier en daar" 31 maart 2020


Voormalige beleidsbepalers in de sportwereld kijken terug

Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein. Waarom maakten zij die stap? Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen?

Vandaag de blik van Theo Joosten, o.m. voormalig directeur Breedtesportontwikkeling bij NOC*NSF.

Curriculum vitae Theo Joosten

werk in de sport

  • van 1981 tot 1985: leraar lichamelijke opvoeding bij diverse middelbare scholen 
  • van 1985 tot 2000: directeur Universitair Sportcentrum bij Wageningen Universiteit
  • van 2004 tot 2008: directeur Breedtesportontwikkeling bij NOC*NSF
  • van 2018 tot nu: commissaris bij Sportfondsen Nijmegen NV
  • van 2019 tot nu: vicevoorzitter bij de Koninklijke Nederlandse Zwembond KNZB

werk buiten de sport

  • van 2000 tot 2004: sectorhoofd Onderwijs, Cultuur en Sport bij de gemeente Ede
  • van 2008 tot 2012: directeur Paramedische Studies bij Hogeschool Arnhem Nijmegen
  • van 2012 tot 2018: directeur faculteit Economie en Management bij Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
  • van 2018 tot nu: directeur ad interim bij o.a. Johan Cruijff Academy Amsterdam

XL12DeBlikvanBuitenstaandersTheoJoosten-11. Je werd in 1985 directeur van het Universitair Sportcentrum in Wageningen. Waarom heb je destijds besloten in de sportwereld te gaan werken, hoe ben je erin terecht gekomen?
"Om eerlijk te zijn gebeurde dat toevallig, alhoewel ik natuurlijk gymnastiekdocent was. De banen als gymnastiekdocent in het onderwijs lagen niet voor het oprapen. Het was solliciteren, solliciteren en nogmaals solliciteren in de eerste kabinetsperiode van Lubbers. Per toeval kwam ik na mijn diensttijd in contact met de directeur van het Universitair Sportcentrum in Wageningen. Hij nam mij aan als docent lichamelijke vorming en sport. Mijn werk bestond uit lesgeven onder andere als docent voetbal, bewegen op muziek en skigymnastiek. Twee jaar later volgde ik hem op. Ik was toen de jongste directeur universitaire sport van alle universiteiten in Nederland. De gemiddelde leeftijd was 50. Mijn 26 jaren levenservaring staken daar schril bij af." 

"We vergaderden maandelijks gewichtig in een chic etablissement in Hilversum. Om 11 uur was het presidium dat zich op dat tijdstip al te goed deed aan een 'kopstoot' - een jonge jenever en bier - nauwelijks meer zichtbaar achter de vergadertafel door de dikke rookrijke sigaren die gerookt werden. Het was een prachtige tijd met sportieve jonge mensen om me heen, waarin ik ook de nationale en internationale sportorganisaties heb leren kennen. Vanuit de toenmalige Nederlandse Studenten Sport Stichting heb ik onder meer als chef de mission deelgenomen aan het WK roeien in Zagreb."

"Terwijl de topsport elk jaar kon rekenen op volop financiële middelen, was de breedtesport afhankelijk van projectgelden op een totaal ander niveau"

2. Je was van 2005 tot 2009 directeur breedtesportontwikkeling bij NOC*NSF. Feitelijk heb je daarna besloten om de sportwereld te verlaten. Had je daar een speciale reden voor?
"Ja, daar was een reden voor. NOC*NSF is een fusieorganisatie. De topsport en de breedtesport vertegenwoordigen elk een van de twee fusiepartners: de topsport het oude NOC en de breedtesport de vroegere Nederlandse Sport Federatie. En terwijl de topsport elk jaar kon rekenen op volop financiële middelen, was de breedtesport afhankelijk van projectgelden op een totaal ander niveau. Het was sappelen, met vooral een ambassadeursrol, die ik overigens met veel plezier genomen heb. Na vijf jaar was het goed om door te gaan. Waar ik overigens met groot plezier en genoegen aan terugdenk is het inkijkje dat ik heb gehad in de wereld van de sportbonden, de partners en tal van overheden op ministerie-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Dat ik heb mogen meedenken over de invulling van het Olympisch Plan 2028 was een voorrecht. Met ook nog een formidabel boegbeeld in die tijd: Erica Terpstra altijd weer verbindend en inspirerend."

3. Ben je daarna totaal ander werk gaan doen of zijn er in essentie niet zo veel verschillen? 
XL12DeBlikvanBuitenstaandersTheoJoosten-2"Er is het nodige veranderd sindsdien. Maar ik ben leiding blijven geven met de sport altijd weer dichtbij. Zo heb ik bij een gemeente mogen werken met sport in de portefeuille en ben ik in de gelegenheid geweest een lokale sportservice organisatie op te richten. In mijn HAN-periode heb ik me beijverd voor een opleiding fysiotherapie voor topsporters als onderdeel van het aanbod vanuit Papendal. En ik ben deze maand gestart als interim-directeur van het Universitair Centrum Gedrag en Beweging aan de VU, waar de vroegere interfaculteit deel van uitmaakte. De sport opnieuw dichtbij."

4. Waarin verschilt meer in het algemeen werken in de sportwereld van werken in je huidige functie als interim-directeur Faculteit Business en Economie aan de Hogeschool van Amsterdam?
"Het onderwijs is serieuzer, ook door alle kwaliteitseisen die er zijn, waar ik overigens zeer achter sta. De grote hogescholen zijn daarnaast zo groot – de Hogeschool van Amsterdam met 45.000 studenten, met 10.500 daarvan studerend in de business faculteit - dat het soms moeilijk is als faculteitsdirecteur om in contact te blijven met het primaire proces en de doelgroep studenten. En daar ligt wel mijn hart. Ik moet stevig uitkijken dat mijn dag niet volledig bestaat uit vergaderen en representatieve bijeenkomsten." 

"Als ik nu terugkijk zou ik in die periode de meerwaarde van het lid zijn van een sportvereniging meer benadrukt hebben"

"Dat het onderwijs serieuzer is bewijst ook de coronacrisis van dit moment. Dat kinderen tijdelijk stilgelegd worden ten aanzien van hun ontwikkeling wordt als ernstiger beschouwd, dan dat er niet meer gesport kan worden. Alhoewel daar ook over getwist kan worden." 

5. Zie je ook overeenkomsten tussen je huidige werkomgeving en die van de sportwereld?
"Jazeker zijn er overeenkomsten. De sport en het onderwijs zijn zeer verwant, immers beide hebben ze een maatschappelijke opdracht. In die context voel ik me ook zeer thuis." 

XL12DeBlikvanBuitenstaandersTheoJoosten-36. Als je met de kennis en ervaring van nu terugkijkt naar toen, wat zou je dan anders gedaan hebben toen je nog in de sport werkte?
"Ai een moeilijke vraag… In mijn Wageningen periode was ik verantwoordelijk voor een programma dat 26 sporttakken omvatte. Daar zijn in die periode nieuwe sporten bijgekomen te weten frisbee, fitness, skigymnastiek, bewegen op muziek en meer. Heel langzaamaan kreeg de studentensportvereniging het moeilijker. Immers de concurrentie vanuit de ongeorganiseerde sporten werd steeds groter. Als ik nu terugkijk zou ik in die periode de meerwaarde van het lid zijn van een sportvereniging meer benadrukt hebben. Verenigingen zijn typisch Nederlands, maar zo van meerwaarde vooral vanuit sociaal perspectief. Ik ben dan ook al mijn hele leven wel lid van een vereniging, en 50 jaar van voetbalverenigingen." 

"De professionele sport lijkt helaas vooral te gaan om exposure en geld. Terug naar de bedoeling, zou ik de topsport willen adviseren"

7. Aan wie met wie je gewerkt hebt in de sportwereld denk je met veel genoegen terug en waarom?
"Erica Terpstra, slim, inspirerend en met een mooi maatschappelijk kompas. Daarnaast Henk Gemser, met wie ik in mijn NOC*NSF-tijd vaak vergaderwandelde. Een erudiete man en deskundige coach. En tot slot Jacques van den Bosch, voormalig collega Universitair Sportcentrum Technische Universiteit Eindhoven, van wie ik de kneepjes van het management vak geleerd heb. Helaas is hij overleden."

XL12DeBlikvanBuitenstaandersTheoJoosten-48. Wat kan de sportwereld volgens jou leren van de wereld waarin je nu werkt?
"Beide werelden gaan om de groei, ontwikkeling en het welzijn van mensen. De professionele sport lijkt helaas vooral te gaan om exposure en geld. Terug naar de bedoeling, zou ik de topsport willen adviseren. Het onderwijs is blijven doen waar de betekenis ligt. De sport vergeet dat hier en daar."

9. Denk je ooit nog eens terug te keren in de sportwereld? 
"Ik ben al terug als commissaris Sportfondsen Nijmegen en KNZB-bestuurder en dat bevalt uitstekend. Ik ben in de gelegenheid om bij te dragen vanuit ervaring en deskundigheid zonder de dagelijkse verantwoordelijkheid te dragen. Ik doe het met plezier en genoegen, met als motto ‘bewegen is bestaan’."

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst