Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-De blik van buitenstaanders-Item

"Samen voor iets gaan, dat is wel een mooi en steeds terugkomend motto in de sport" 7 mei 2019


Voormalige beleidsbepalers in de sportwereld kijken terug

Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein. Waarom maakten zij die stap? Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen?

Vandaag de blik van Mark van den Heuvel, o.m. voormalig lector Sportbusiness aan de Fontys Economische Hogeschool Tilburg, opleiding SPECO.

Curriculum vitae Mark van den Heuvel

Werk in de sport

  • 1996 – 1999: Universiteit Tilburg, Vakgroep Vrijetijdwetenschappen, diverse opdrachten voor de sportwereld
  • 1999 – 2008: Diopter Janssens & Van Bottenburg (later ging dit bureau op in het W.J.H. Mulier Instituut)
  • 2010 – 2018: Lector Sportbusiness, Fontys Economische Hogeschool Tilburg / SPECO 

Werk buiten de sport

  • Sept 2018 – heden: hoofd Amsterdams Kenniscentrum Maatschappelijke Innovatie, Hogeschool van Amsterdam

MarkvandenHeuvel-11. Hoe ben je beroepsmatig met de sportwereld in aanraking gekomen en hoe heeft zich dat verder ontwikkeld?
"Na mijn promotie - niet over sport - bij de vakgroep Vrijetijdwetenschappen aan de Universiteit Tilburg in 1993 hield ik me bezig met contractonderzoek vanuit de universiteit op het brede terrein van de vrijetijd. Gaandeweg werden dat steeds meer opdrachten vanuit de sportwereld. De eerste opdracht was om landelijk de sportdeelname in kaart te brengen in opdracht van het ministerie van VWS. Dat was toen onontgonnen terrein. VWS, met de S van Sport, zag in 1994 het levenslicht, onder het eerste kabinet Kok. Daarna werd sport ook vanuit de landelijke overheid een serieus beleidsterrein. In 1999 publiceerden we een toekomstverkenning sport in opdracht van staatssecretaris Erica Terpstra, een interessant traject waar veel spelers uit de sportwereld bij betrokken waren en we een brede doorkijk schetsten over waar het met de sport zelf en met het beleid naar toe zou gaan."

"In 1999 maakte ik de overstap naar onderzoeksbureau Diopter Janssens & van Bottenburg en dat was het begin van vele beleidsonderzoeken en beleidsadviezen voor de sport. Diopter richtte zich eerst ook nog op een breder terrein dan sport maar we kwamen er snel achter dat de sportwereld snel groeide en dat daar mogelijkheden lagen. In 2002 werd vanuit Diopter - samen met universiteiten en NOC*NSF - het Mulier Instituut opgericht dat zich ontwikkelde tot een toonaangevend instituut voor sportonderzoek, een mooie en dynamische tijd."

"Ook vanuit deze positie zag ik dat sport een steeds belangrijker rol is gaan spelen in maatschappelijk en economisch opzicht"

"In 2010 kreeg ik de kans om lector Sportbusiness te worden bij de Fontys Economische Hogeschool Tilburg, opleiding SPECO. Dat betekende dat ik me ook bezig ging houden met de meer commerciële en economische kant van de sport in een voor mij nieuwe en uitdagende omgeving van een hogeschool. Ook vanuit deze positie zag ik dat sport een steeds belangrijker rol is gaan spelen in maatschappelijk en economisch opzicht. Zo heb ik veel onderzoek gedaan naar de impact van sportevenementen, waar zowel organisatoren als beleidsmakers veel interesse in hadden en nog steeds hebben." 

2. Waarom heb je de sportsector verlaten en wat voor werk ben je gaan doen?
"Het lectorschap bij Fontys omvatte twee termijnen van vier jaar, dus dat het in 2018 afliep was duidelijk. Ik wilde me breed oriënteren vanuit mijn interesse in onderzoek en onderwijs. En zo kwam ik wederom bij een hogeschool terecht, de Hogeschool van Amsterdam. Daar geef ik nu leiding aan het Amsterdams Kenniscentrum Maatschappelijke Innovatie (AKMI) van de Faculteit Maatschappij en Recht." 

"Dat is een kenniscentrum met tien lectoraten op het sociaal domein, juridisch domein en een lectoraat over duurzaamheid en gedragsverandering. Een interessante omgeving en de HvA maakt veel werk van praktijkgericht onderzoek. In het sociaal domein gaat het over vraagstukken als inclusie, participatie, sociale cohesie in een grootstedelijke context. Dat zijn geen onbekende termen in de sport(beleids)wereld maar vooralsnog komt sport niet voor in het onderzoek dat wij doen. Wie weet, kan ik daar vanuit mijn achtergrond iets in veranderen." 

MarkvandenHeuvel-23. Ben je totaal ander werk gaan doen of zijn er in essentie niet zoveel verschillen?
"Hoewel ik nog steeds op een hogeschool werk, is mijn positie anders. Ik ben geen lector meer, doe dus niet direct onderzoek maar houd me bezig met het uitbouwen en positioneren van het kenniscentrum. Wat ik bij Fontys al zag in de sport, maar hier nog meer door de vele lectoraten waar ik mee te maken heb, is de eigenheid van praktijkgericht onderzoek op het hbo."

"Via praktijkgericht onderzoek haal je het werkveld binnen in het curriculum van het onderwijs. Zo ben je continu aan het innoveren"

"Dit type onderzoek is sterk verweven met de praktijk, laat zich door de praktijk leiden in de vraagstelling en heeft ideaal gesproken een doorwerking in de praktijk én in het onderwijs. Via praktijkgericht onderzoek haal je het werkveld binnen in het curriculum van het onderwijs. Zo ben je continu aan het innoveren. Dit alles gebeurt met vallen en opstaan maar maakt het werken in het hbo wel een dynamisch geheel waar veel positieve energie in zit. Die energie heb ik ook altijd ervaren in de sportwereld en bij de mensen die er werken. Daar kijk ik met plezier op terug. Samen voor iets gaan, dat is wel een mooi en steeds terugkomend motto in de sport."

4. Aan wie met wie je gewerkt hebt in de sportwereld denk je met veel genoegen terug en waarom?
Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik met plezier terugkijk op alle collega’s met wie ik heb samengewerkt in de diverse settingen waar ik heb gewerkt. Een aantal collega’s van de universiteit Tilburg waar ik mijn loopbaan begon, ben ik later nog in verschillende hoedanigheden in de sport tegengekomen en heb ik onder meer bij het Mulier Instituut mee samengewerkt. Wat betreft mijn tijd bij het Mulier Instituut kijk ik met genoegen terug op de samenwerking met Jan Janssens en Maarten van Bottenburg. We begonnen toen klein met Diopter en het W.J.H. Mulier Instituut dat er uit voortkwam en nu staat er een respectabel instituut. Bij Fontys heb ik met diverse collega’s intensief samengewerkt in onderwijs en onderzoek en altijd in een opbouwende en collegiale sfeer. Ik was altijd onder de indruk van de parate kennis over sport die daar aanwezig was." 

MarkvandenHeuvel-35. Wat kan de sportwereld volgens jou leren van de wereld waarin je nu werkt?
"Het hbo maakt een sterke ontwikkeling door wat betreft het praktijkgerichte onderzoek. Binnen ons kenniscentrum zie ik verregaande samenwerkingen tussen lectoraten en het sociaal domein en bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam. Die partners weten ons te vinden en zien dat het hbo wat kan betekenen voor het beroepenveld. Natuurlijk gebeurt dit ook al in de sport, maar het kan altijd beter en ook zou er ruimte moeten zijn voor wat langdurige partnerships met het hbo-onderzoek. Dan grijpen onderwijs-onderzoek en beroepenveld mooi op elkaar in."

6. Denk je ooit nog eens in of voor de sportwereld te gaan werken?
"Naast mijn werk in Amsterdam heb ik nog beperkt tijd over voor zelfstandige opdrachten, zoals advies, onderzoek, onderwijs of coaching. Ik heb een tijdje geleden nog een module sporteconomie gegeven op een hogeschool. Daarnaast coach ik promovendi en onderzoekers en heb ik een kleine filosofische praktijk waar ik socratische gesprekken voer.

Zelf sporten, bijvoorbeeld de perfecte backhand slaan, is nog altijd het leukste maar ook blijf ik de sportwereld een interessante en bijzondere wereld vinden. Het is een doe-wereld, praktisch gericht aan de ene kant en aan de andere kant heb ik in de afgelopen jaren – en daar heb ik zelf ook aan bijgedragen - de wetenschap, het praktijkgerichte onderzoek en het beleid langszij zien komen. Het is de voortdurende opgave om beide kanten met elkaar te verbinden teneinde de sport zelf en de kracht van sport te versterken." 

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst