Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Archief-Waarom studeren aan de ...?-Item

Waarom studeert Willem Bos ‘MBA Football Industries’ aan de University of Liverpool? 3 maart 2009

Willem Bos
Geboortejaar: 1982 + Vooropleiding: vwo + Begonnen aan studie: 2007 + Opmerkelijk: “Iets dat mij verbaast is dat er in Nederland niet alleen een te groot gat tussen top- en breedtesport zit, maar ook in topsport onderling.”

1. Waarom heb je gekozen voor een sportgerelateerde managementopleiding?
“Mijn bachelor Toegepaste Communicatiewetenschap aan de Universiteit Twente was uitdagend maar bracht me relatief weinig gelegenheid specifiek met sport bezig te zijn. Toen ik uiteindelijk voor mijn bacheloropdracht onderzoek deed naar het imago van de Eredivisie na de switch van NOS naar Talpa kreeg ik de smaak te pakken. Die zomer – in 2006 - was het WK voetbal in Duitsland. Dat was de eerste zomer dat ik fulltime werkte en ik realiseerde me dat ik het voetbal niet op de voet kon volgen. Dit was het moment dat ik besefte: ik ben zo gek van sport, deze passie moet ik gebruiken in een aanvullende studie omdat ik voor de volle honderd procent achter het ‘product’ kan staan.”

2. Waarom zou je deze opleiding/studie aanraden bij aankomende studenten? Welke toegevoegde waarde heeft deze opleiding/studie?
“MBA Football Industries is een studie die naast een verdieping in pure managementvakken je ook heel praktisch kennis laat maken met de sportindustrie. De studie is voor mij onderscheidend doordat je als student veel leert over de unieke status van de sport als business. Zo hebben we een module ‘management game’ gedaan bij Norwich City, een club die uitkomt in de Engelse Championship. We hebben daar een crisismanagement case opgelost en veel geleerd over veiligheid bij sportevenementen. Een ander interessant element is het ‘guest speaker programme’. Allerlei prominente personen uit de Engelse sportindustrie komen gastcolleges geven en dankzij een speciale geheimhoudingsplicht die alle studenten tekenen, kunnen de gastsprekers echt het achterste van hun tong laten zien. Dit leidt ertoe dat er geen politiek correcte praatjes worden gehouden en je veel dieper in de organisaties in kwestie kan kijken. Dit guest speaker programme is ook een uitstekende opstap voor het vinden van een afstudeerplek, in mijn geval een positie bij de UEFA in Nyon, Zwitserland.”

3. Welk onderdeel mis je ofwel: wat zou volgens jou aan je opleiding toegevoegd mogen worden?
“Ondanks dat de Engelse voetbalindustrie natuurlijk toonaangevend is in mondiaal opzicht, vond ik dat er te weinig aandacht was voor het buitenland. 85% van de studenten is niet-Brits en 65% zelfs van buiten Europa. Ik had graag wat meer willen weten van de sport in bijvoorbeeld Azië en Afrika. Ondanks dat we presentaties hebben mogen houden voor de directies van Liverpool en Everton voor het vak Sport Marketing and Intellectual Property had ik graag een nauwere samenwerking met de plaatselijke clubs willen zien; ik vind dat de universiteit relatief gezien nalatig is in het relatiemanagement met die clubs en niet goed laat zien wat de studenten de clubs kunnen bieden. En vergeet niet, de Engelse voetbalindustrie zet veel geld om, maar is verschrikkelijk conservatief.”

4. Waar hoop je later na je studie te kunnen gaan werken, welk soort baan ambieer je?
“Ik heb de studie een maand geleden afgerond en werk op dit moment op tijdelijke basis bij de UEFA. In april loopt mijn contact hier af en ik ben me nu volop aan het oriënteren op de volgende stap. Mijn passie is sportmarketing, en dan vooral de inzet van specifieke communicatiemiddelen, eigenlijk dus een combinatie tussen mijn bachelor en mijn MBA. In Nederland is geld verdienen in de sport nog steeds een moeilijke kwestie. Ik geloof heilig in de amusementswaarde van sport en de commerciële waarde die het daardoor vertegenwoordigt. Sport als product is daarmee uniek en een krachtiger communicatiemiddel is er niet. Bewijzen dat sportmarketing en -sponsoring geld op kan leveren op een smaakvolle manier, dat is wat ik ambieer in mijn baan. Bij de UEFA blijven is ook een optie, al mis ik Nederland wel een beetje na twee jaar buitenland.”

5. Wat zou er volgens jou in de Nederlandse top- of breedtesport geheel anders geregeld of georganiseerd moeten worden en waarom? Hoe zou je het aanpakken?
“Iets dat mij verbaast is dat er in Nederland niet alleen een te groot gat tussen top- en breedtesport zit, maar ook in topsport onderling. Op macroniveau zou ik daarom pleiten voor meer nivellering door een meer progressieve verdeelsleutel van de geldstromen te creëren. Op mesoniveau zou ik meer aandacht willen vragen voor bepaalde sectoren in de sport. Het is toch eigenlijk bizar dat we in de aanloop naar de Australian Open talloze nieuwsitems zien over het ontbreken van Nederlandse toppers tijdens het toernooi, terwijl in het rolstoeltennis ontzettend veel Nederlandse tennissers meespelen in de top waar je niets van ziet en hoort. Te gek voor woorden als je het mij vraagt! Tenslotte zou ik op microniveau de CRM-systemen in de Nederlandse sport willen verbeteren. In Engeland kwam ik in aanraking met bedrijven die het beheren van klantsystemen als core business hebben. Ik zag daar met eigen ogen hoeveel Engelse clubs van hun klanten weten en dat vervolgens in hun strategie kunnen verwerken. Bovendien wordt in Engeland het commercieel vermogen van een sportclub veel beter benut zonder direct de supporter uit te melken. Stel dat je dit in Nederland adopteert, dan kan de sport daar in de volledige breedte van profiteren. Voor sommige bonden lijkt CRM niet haalbaar omdat alleen de onderzoekskosten al te hoog zouden zijn, echter een voorbeeld is Noorwegen. Door met een aantal bonden samen te werken spreidt men daar het risico én de kosten. Uiteindelijk streeft iedere bond hetzelfde doel na: meer kennis, betere prestaties, meer geld. En zo gaat die spiraal dan omhoog. Zowel in de top, als in de breedte.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst