Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Archief-Waarom studeren aan de ...?-Item

Waarom studeert Bram Hermelink sportmanagement aan de Hanzehogeschool Groningen - Instituut voor Sportstudies? 16 december 2008

Bram Hermelink
Geboortejaar: 1986 + Vooropleiding: VWO + Begonnen aan studie sportmanagement in het jaar: 2005 + Opmerkelijk: “De mooiste uitdaging lijkt mij om de eerste minister van Sport te worden!”

1. Waarom heb je gekozen voor een sportgerelateerde managementopleiding?
“De sportwereld heeft mij altijd getrokken. In eerste instantie dacht ik de ALO te gaan doen en sportleraar te worden, maar juist ook het organiseren, het werken achter de schermen en de manier waarop de sportwereld in elkaar steekt vind ik erg interessant. Sport is voor mij veel breder dan het sporten zelf. Sport is een zeer krachtig medium om doelen te bereiken. Sport brengt mensen samen, sport is gezond en ga zo maar door. Sportmensen zijn bijna per definitie erg enthousiaste en gemotiveerde mensen. Wat is er nou leuker dan met zulke mensen samen te mogen werken? Sport is voor veel mensen een passie, zo ook voor mij. Ik wil daar graag mijn werk van maken.”

2. Waarom zou je deze opleiding/studie aanraden bij aankomende studenten? Welke toegevoegde waarde heeft deze opleiding/studie?
“Zoals ik al eerder zei is sport een enorm krachtig medium. Via sport zijn erg veel verschillende doelen te bereiken. De opleiding sportmanagement lijkt misschien een smalle opleiding waar weinig werk in te vinden is, maar ik denk dat de opleiding breder is dan de meeste andere managementopleidingen. Een sportmanager heeft kennis van management, maar ook van de sportwereld en -cultuur. Dit geeft je een sterke basis en zeker ook een voorsprong ten opzichte van mensen die een gewone management opleiding hebben gevolgd. De passie en gedrevenheid van sporters kom je telkens weer tegen in de opleiding. Het is niet alleen heel erg motiverend, maar vooral ook erg leuk om daar een deel van te zijn!”

3. Welk onderdeel mis je ofwel: wat zou volgens jou aan je opleiding toegevoegd mogen worden?
“Om heel eerlijk te zijn mis ik niet echt een onderdeel binnen de Hanzehogeschool Groningen - Instituut voor Sportstudies. Zolang je zelf in staat bent keuzes te maken en initiatieven te nemen, krijg je veel ruimte om je eigen loopbaan te plannen. Als je achteraf een onderdeel mist, heb je dus verkeerde keuzes gemaakt. Hier ben je dan zelf verantwoordelijk voor geweest. Achteraf had ik zelf meer willen doen in het beleidsvormende gedeelte van sportmanagement. Ik hoop dit gat op te vullen in mijn laatste half jaar. Verder zou een masteropleiding in de sportmanagement en een speciale groep voor studenten die meer willen doen dan alleen het standaard programma een leuke toevoeging kunnen zijn. Nu wordt dit wel gestimuleerd en krijgen studenten die meer willen wel de kans in speciale projecten in te stappen, maar is dit nog geen ‘officiële’ groep.”

4. Waar hoop je later na je studie te kunnen gaan werken, welk soort baan ambieer je?
“Het moeilijkste aan sportmanagement vind ik dat ik alles leuk vind. Een mix van allerlei verschillende takken van sportmanagement lijkt mij dan ook ideaal. Op dit moment ben ik betrokken bij de organisatie van het EASM 2009 student seminar in Amsterdam. Dit is het grootste sportmanagement congres van Europa waarbij studenten de kans krijgen samen een project uit te voeren in een seminar en zodoende meer van elkaar en elkaars culturen kunnen leren kennen. De organisatie van een dergelijk evenement is erg leuk en ik wil dan ook graag nog eens betrokken zijn bij de organisatie van een mega-sport evenement. Het organiseren van de Olympische Spelen van 2028 is dan ook een droom. Verder zou ik ooit nog eens aan de slag willen als consultant om zodoende in een betrekkelijk korte tijd veel verschillende mensen en organisaties te leren kennen. Met andere woorden, ik hoop na mijn opleidingen alle verschillende facetten van sportmanagement nog eens te ervaren. De mooiste uitdaging lijkt mij om de eerste minister van Sport te worden!”

5. Wat zou er volgens jou in de Nederlandse top- of breedtesport geheel anders geregeld of georganiseerd moeten worden en waarom? Hoe zou je het aanpakken?
“In Nederland werken erg veel verschillende organisaties en belanghebbenden in de sport. Dit zegt niet alleen hoe belangrijk sport is in onze samenleving, maar zorgt ook een ondoorzichtig krachtenveld in de sport. Door de expertise die in al deze organisaties aanwezig is (VWS, NOC*NSF, NSA, bonden, verenigingen etc.) te bundelen kan er denk ik een heel sterk ondersteuningsnetwerk voor verenigingen ontstaan. Door dit netwerk op verschillende niveaus in te voeren kunnen veel bestuurlijke problemen worden opgelost of voorkomen.”

“Op regionaal niveau kan dit ondersteuningsnetwerk administratieve taken van verenigingen overnemen of vereenvoudigen. Als verenigingen gebundeld kunnen worden in regio's, wordt het voor het bedrijfsleven gemakkelijker om ondersteuning te bieden en kan er efficiënter gewerkt worden. Problemen met het krijgen van goed gekwalificeerd kader kan zo gemakkelijker worden opgelost. Daar komt bij dat verschillende sporten veel van elkaar kunnen leren en problemen gemakkelijker samen op te lossen zijn.”

“Nationaal kan er beter samen worden gewerkt door samen doelen op te stellen en elkaar te ondersteunen bij allerlei taken, dit geldt vooral voor kleinere bonden (waar het gelukkig ook al op kleine schaal gebeurd). Ook de verdeling van de gelden kan dan transparanter georganiseerd worden. Nu heeft NOC*NSF een rare dubbelrol die niet goed is voor de transparantie.” 

“Een mooie derde stap zou kunnen zijn om de talentontwikkelingscentra van voetbalclubs en andere sportverenigingen samen te voegen in regionale talentencentra. Dit kan kosten voor talentontwikkeling verlagen en opbrengsten verhogen door ook met andere sporten te combineren. Elke sport kan iets van andere sporten leren en zo kan ook de begeleiding van talenten professioneler. Dit zou dan nationaal gecoördineerd en regionaal georganiseerd moeten worden.”

“Door samen te werken kunnen bestaande problemen worden opgelost en kan er efficiënt gewerkt worden, waar de gehele Nederlandse sportwereld profijt van kan hebben...”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst