Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Archief-Waarom studeren aan de ...?-Item

Waarom studeert Jochem Uytdehaage ‘Master of Sport Management’ aan het Johan Cruyff Institute for Sportstudies? 20 januari 2009

Jochem Uytdehaage (in 2002 tweevoudig Olympisch kampioen én wereldkampioen schaatsen)
Geboortejaar: 1976 + Vooropleiding: vwo + propedeuse HTS werktuigbouwkunde + Begonnen aan studie Master of Sport Management in het jaar: 2008 + Opmerkelijk: “De nazorg van mensen die met topsport stoppen, moet beter. Topsporters moeten een jaar lang financiële steun krijgen van de overheid”

1. Waarom heb je gekozen voor een sportgerelateerde managementopleiding?
“Ik ben nu anderhalf jaar geleden gestopt met topsport, maar sport is nog steeds mijn grootste motor. Toen ik mijn schaatsen aan de wilgen hing, moest ik een andere manier vinden om ritme in mijn leven op te doen. Daarom heb ik gekozen om weer aan een opleiding te beginnen en mezelf zodoende verder te ontwikkelen en mijn vaardigheden uit te breiden. Bovendien ervaar ik ook dat ik mijn kennis, die ik heb verworven in de topsport, meer kan kaderen. Zo ondervind ik nu de theoretische kant van het verhaal waar ik vroeger zelf altijd mee te maken had en dat bevalt me zeer goed.”

2. Waarom zou je deze studie aanraden bij aankomende studenten? Welke toegevoegde waarde heeft deze opleiding?
“Het is een zeer praktijkgerichte opleiding waarin alle zaken gericht zijn op sport en sportorganisaties. Ofwel, het is allemaal erg concreet en toepasbaar en dat maakt de studie levendig en interessant. Als je alleen maar met je neus in de boeken wilt zitten dan heb je hier niets te zoeken. De studie duurt in totaal negen maanden en wordt tweemaal in de week gegeven in de avonduren. Het is daardoor ideaal voor mensen die al een baan hebben of (top)sport bedrijven, maar zich toch verder willen ontwikkelen. De opleiding zelf bestaat uit zes modules en een wisselcase. Ik vind het daarnaast ook prettig dat niet alle cases die we behandelen over voetbal gaan – daar ben ik toevallig zelf niet al te grote fan van – maar dat ook andere sporten aan bod komen.”

3. Welk onderdeel mis je ofwel: wat zou volgens jou aan je opleiding toegevoegd mogen worden?
“In ben op dit moment pas vijf maanden bezig, dus ik vind niet dat ik in de positie verkeer dat ik daar over kan oordelen. Eerlijk gezegd, mis ik op dit moment ook nog niets. Het spreekt me vooral aan dat de studie zo praktijkgericht is en dat het maar negen maanden duurt. De tijdsduur is voor mij echt een groot voordeel, omdat ik geen studie zou willen doen die langer dan een jaar duurt. ”

4. Waar hoop je later na je studie te kunnen gaan werken? Welk soort baan ambieer je?
“Op dit moment ben ik overdag druk bezig met de organisatie van mijn eigen stichting Sporttop. Daar werk ik aan de ontwikkeling van Nederlands sporttalent; ofwel de sportambassadeurs van de toekomst. Het liefst ben ik over een paar jaar nog steeds zelfstandig werkzaam. Ook zou ik graag werken in het gebied van gezondheidsmanagement en sportmarketing, zodat ik me met het welzijn van mensen bezig kan houden. Ik wil mensen graag aanzetten tot regelmatig bewegen. Uit eigen ervaring weet ik wat voor invloed sporten heeft op iemands leven. Sport zorgt er voor dat je lekkerder in je vel zit. Ik ben er dan ook van overtuigd dat iedereen, jong of oud, regelmatig moet bewegen.”

5. Wat zou er volgens jou in de Nederlandse top- of breedtesport geheel anders geregeld of georganiseerd moeten worden en waarom? Hoe zou je het aanpakken?
“De nazorg van mensen die met topsport stoppen, moet echt beter. Topsporters hebben zich jarenlang, dag in dag uit, ingezet voor hun land en krijgen na hun afscheid maar weinig (financiële) ondersteuning. Ze worden dus eigenlijk niet gewaardeerd voor hun prestaties. De meeste van deze sporters hebben zodoende, zodra ze stoppen, per direct geen inkomen meer. Ik vind daarom dat een sporter een jaar nazorg zou moeten krijgen van de overheid. Zo kan de ex-topsporter in het eerste helft van dat jaar zijn leven weer op een rijtje zetten en in de andere helft op zoek gaan naar werk en zich daarnaast in zetten als sportambassadeur.”

“Dat lost ook gelijk een ander probleem op. In Nederland is het nu zo dat er te veel kennis, kwaliteiten en vaardigheden die worden opgedaan met het bedrijven van topsport verloren gaan als een topsporter besluit te stoppen. Ik meen dat veel bedrijven er baat bij zouden hebben als ze een topsporter in dienst nemen. Daarnaast is het ook spijtig voor de sport zelf als ze een topsporter laten gaan. Denk bijvoorbeeld eens aan Pieter van den Hoogenband die begin december afscheid nam van zijn zwemcarrière. Nu Van den Hoogenband is gestopt, hoor je iedereen roepen: ‘we moeten hem houden in de sport, want hij weet zo veel’. Negen van de tien keer wordt er echter niets gedaan om een ex-topsporter ook daadwerkelijk actief te laten zijn in de sport waar hij of zij zoveel van af weet. Dat is uitaard ontzettend zonde.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst