Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Archief-Waarom studeren aan de ...?-Item

Waarom studeert Nicole Bekkers ‘SPECO’ aan de Fontys Hogeschool in Tilburg? 2 december 2008

Nicole Bekkers
Geboortejaar: 1987 + + Vooropleiding: VWO + + Begonnen aan studie SPECO in het jaar: 2006 + + Opmerkelijk: “Ik ga vanaf januari 2009 afstuderen in Zuid-Afrika tijdens de wereldbeker MTB en BMX”

1. Waarom heb je gekozen voor een sportgerelateerde managementopleiding?
“Sport is voor mij altijd mijn grote passie geweest. Van judo tot wielrennen en voetbal, bijna elke sport vind ik geweldig om te doen en om naar te kijken. Daarnaast was ik op de middelbare school altijd erg goed in economie. Ik hoorde via een vriend van mij over de opleiding Sport, Economie en Communicatie. Toen ik wat meer informatie over deze opleiding had opgezocht, leek het voor mij de ideale opleiding. Bezig zijn met de economische kant van sport. Twee vliegen in één klap dus. Deze beslissing had ik voor mijzelf al genomen toen ik ongeveer vijftien jaar was en dus nog drie jaar middelbare school voor de boeg had. Maar ik heb nooit getwijfeld aan mijn keuze en vanaf de eerste colleges wist ik dat ik de juiste opleiding had gekozen.”

2. Waarom zou je deze opleiding/studie aanraden bij aankomende studenten? Welke toegevoegde waarde heeft deze opleiding/studie?
“Sport wordt alsmaar professioneler en commerciëler. Er is dus behoefte aan mensen met een commerciële achtergrond op het gebied van sport. Daarnaast is de marketing kant bij veel sportbedrijven nog erg onderontwikkeld. De SPECO-student heeft in principe een erg goed toekomstperspectief. Daarnaast is het grote voordeel van SPECO dat je ook nog aan de slag kunt als commercieel marketeer. Hoewel de opleiding op sport gericht is, is dit in feite alleen een hulpmiddel om de opleiding interessanter te maken. Bijna iedereen op de opleiding wil natuurlijk het liefst bij een sportmarketingbureau, sportbond of sportclub aan de slag. Maar het merendeel van de afgestudeerden komt te werken buiten de sport. Dit moet men wel in de gedachten houden. Het is erg lastig om ook daadwerkelijk bij een grote sportclub aan de slag te gaan nadat je SPECO hebt afgerond.”

3. Welk onderdeel mis je ofwel: wat zou volgens jou aan je opleiding toegevoegd mogen worden?
“Sport is een internationale bezigheid. In mijn ogen is SPECO nog te nationaal georiënteerd. Dat merk je aan de casussen die je voorgeschoteld krijgt, maar ook aan de begeleiding bij internationale stages. Ikzelf ga vanaf januari 2009 afstuderen in Zuid-Afrika tijdens de wereldbeker MTB en BMX. Vanuit de opleiding is er weinig begeleiding in het traject om een internationale stage te vinden. Ze stimuleren dit wel, maar aan de andere kant is er te weinig begeleiding waardoor veel studenten afhaken. Omdat ze zelf dus alles uit moeten zoeken en dit vaak een lastige taak is. Ook internationale sprekers zouden geweldig zijn. Als laatste moet de mogelijkheid terugkomen op SPECO om als minor Duits, Frans of Spaans bij te spijkeren. Voor toekomstige sportmarketeers is Frans eigenlijk, naast Engels, ook onmisbaar. De grote sportbonden zitten veelal in Geneve of andere Franstalige gebieden. Ik heb dit zelf met mijn derdejaars stage gemerkt. Toen liep ik stage bij een Protour wielerploeg en zij hadden natuurlijk veel te maken met de UCI. Frans was daar de voertaal. Dit zou ik graag terugzien op SPECO in de toekomst.”

4. Waar hoop je later na je studie te kunnen gaan werken, welk soort baan ambieer je?
“In mijn ideaalbeeld werk ik vanaf september 2009 bij een grote sportbond, sportclub of sportmarketingbureau. Natuurlijk wil ik graag in de sport terechtkomen. Dat is een van de redenen waarom ik SPECO ben gaan doen. De tak van sport is niet zo belangrijk voor mij, als er maar uitdagingen zijn om nieuwe dingen te introduceren of plannen te implementeren. Ik zie graag vooruitgang en ik denk met de frisse kijk op sportmarketing en –management die je meekrijgt op SPECO dat de gemiddelde SPECO-student een absolute toegevoegde waarde kan zijn voor de sportmarkt. Mijn twee grootste interesses zijn sportsponsoring en sportmarketing. Gedurende mijn opleiding en in januari ook tijdens mijn afstudeerstage ben ik met deze twee vakgebieden veel in aanraking geweest. Ik weet dat ik hierin mijn ei het beste kwijt kan, aangezien je creatief bezig kunt zijn met sport en nieuwe manieren kunt bedenken om de sportliefhebber te bereiken.”

5. Wat zou er volgens jou in de Nederlandse top- of breedtesport geheel anders geregeld of georganiseerd moeten worden en waarom? Hoe zou je het aanpakken?
“In mijn optiek is de stap van amateur naar semi-topsporter nog steeds de grootste stap voor de sporter om te maken. In bepaalde takken van sport is dit uitermate goed en professioneel geregeld. Maar juist de kleinere sporten ondervinden hierin vaak nog problemen bij. Begeleiding van de toekomstige toppers is van groot belang hierbij.”

“Daarnaast wordt er in de topsport vaak nog te weinig gekeken naar de individuele sporter. Als een toptalent enkele keren niet goed presteert, wordt dit vaak geweten aan inzet, houding of instelling. Ik denk dat men juist moet gaan kijken naar de grote druk waaronder jonge sporters vaak staan. Hier is - naar mijn mening - een rol weggelegd voor een sportpsychiater. Op mijn opleiding worden we steeds vaker getoetst aan de hand van assessments. Dit zou ook toegepast kunnen worden in de sportwereld. Door assessments kunnen trainers en coaches inzicht krijgen in denkwijze en/of handelingswijze van de sporter. Bijvoorbeeld: sporter X heeft afgelopen weekend niet goed gepresenteerd. Tijdens de evaluatie van de wedstrijd met de sporter komt naar voren dat de sporter onder grote druk niet zo goed kan presteren. Een punt om aan te werken komt zo goed naar voren en het trainingsschema kan precies aangepast worden op de individuele sporter. Men moet de mentale druk waaronder sporters staan en druk van de buitenwereld niet onderschatten. Het ontwikkelen van een assessment-systeem zou een geweldige impuls voor de talentenontwikkeling kunnen betekenen en zou Nederland een voorsprong kunnen geven op andere sportlanden.”

“Alleen als we onze toekomstige toppers de juiste begeleiding geven, kunnen zij zich ontwikkelen tot de toptalenten die Nederland nodig heeft om in de toekomst te kunnen blijven concurreren met de grootmachten in de sportwereld.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst