Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Archief-Waarom studeren aan de ...?-Item

Waarom studeert Meinou Steemers aan de Utrechtse School voor Bestuurs en Organisatiewetenschappen (USBO)? 11 november 2008

Meinou Steemers
Geboortejaar: 1980 + + Vooropleiding: Sport, economie en communicatie (Speco) Fontys Hogescholen en Beleids- en Organisatiewetenschappen Universiteit van Tilburg + + Start Master Sportbeleid en Sportmangement: 2007 + + Opmerkelijk: “Op dit moment ben ik werkzaam bij twee organisaties, Vereniging Sport Utrecht en Stichting Rotterdam Sportsupport, als projectleider BOS en projectleider Schoolsportvereniging.”


1. Waarom heb je gekozen voor een sportgerelateerde managementopleiding?
“In 1998 ben ik gestart met de opleiding Sport, Economie en Communicatie in Tilburg, dit is een HEAO-CE opleiding gericht op de commerciële kant van de sport. Voor deze studie heb ik gekozen omdat sport mijn passie is en ik met name de organisatorische kant ervan erg interessant vind. Vervolgens wilde ik mij meer verdiepen in de sociale kant van organisaties en ben ik Beleids- en Organisatiewetenschappen aan de Universiteit van Tilburg gaan studeren. Dit was naar mijn idee te theoretisch en ik vond het lastig de link met de praktijk te blijven zien. Na mijn bachelor behaald te hebben ben ik gaan werken in de veronderstelling dat ik mijn master op een ander moment zou halen. Begin 2007 hoorde ik van de opleiding Sportbeleid & Sportmanagement aan de USBO (Universiteit van Utrecht) en dit was precies de studie die mij past, een universitaire master die de praktijk niet uit het oog verliest.”

2. Waarom zou je deze opleiding/studie aanraden bij aankomende studenten? Welke toegevoegde waarde heeft deze opleiding/studie?
“De koppeling met de praktijk is heel leuk en leerzaam. Alle studenten gaan twee dagen per week naar de universiteit en werken daarnaast drie dagen per week in een sportorganisatie. Dit zijn vaak gemeenten, bonden of andere maatschappelijk gerichte organisaties. De theorie kun je gelijk toepassen in de praktijk en voorbeelden uit de praktijk kun je meenemen in je studie. Verder nemen er 25 studenten deel aan één masterjaar, hierdoor is er veel contact met docenten en tussen de studenten. Alle 25 studenten zijn werkzaam in een andere organisatie zodat je in korte tijd veel informatie krijgt over de organisatie van sport in Nederland en je bouwt snel een netwerk op.” 

3. Welk onderdeel mis je ofwel: wat zou volgens jou aan je opleiding
toegevoegd mogen worden?

“Binnen deze opleiding mis ik eigenlijk niks, we hebben interessante, interactieve colleges, die door enthousiaste docenten worden gegeven. Verder wordt er veel gewerkt met opdrachten en papers in plaats van met tentamens en is er een duidelijk koppeling met de praktijk.”

4. Waar hoop je later na je studie te kunnen gaan werken, welk soort baan ambieer je?
“Op dit moment ben ik werkzaam bij twee organisaties, Vereniging Sport Utrecht en Stichting Rotterdam Sportsupport, als projectleider BOS en projectleider Schoolsportvereniging. Bij beide banen houd ik mij bezig met sportstimuleringsprojecten voor de jeugd, wat ik erg leuk vind! Dus voorlopig wil ik hiermee doorgaan, ook na mijn afstuderen in 2009. In de toekomst zie ik wel weer verder, in de sport zit ik in ieder geval helemaal goed!”

5. Wat zou er volgens jou in de Nederlandse top- of breedtesport geheel
anders geregeld of georganiseerd moeten worden en waarom? Hoe zou je het
aanpakken?

“Sport wordt steeds populairder en wordt naast sport als doel door de overheid steeds vaker ingezet als middel om allerlei doelstellingen te behalen. Daardoor worden er veel impulsen gegeven in de sport zoals de BOS-impuls (buurt, onderwijs, sport) - die een opvolger is van de Breedte Sport Impuls, Meedoen Allochtone Jeugd Door Sport - en zo zijn er nog vele initiatieven. Daarnaast zijn er veel lokale initiatieven op het gebied van sport, wijkwelzijnsorganisaties, sportverenigingen en tegenwoordig ook steeds meer commerciële sportaanbieders organiseren van alles in dezelfde wijk. Dit is natuurlijk hartstikke goed, maar deze verschillende initiatieven lopen steeds vaker langs elkaar heen en soms zitten ze elkaar in de weg in plaats van dat ze elkaar versterken. Naar mijn idee werkt het beter wanneer de sport structureel wordt aangepakt in plaats van het geven van impulsen. Voor de jeugd wordt sport bijvoorbeeld steeds vaker overdag aangeboden, net na schooltijd. Sportverenigingen kunnen daar moeilijk in mee, aangezien de vrijwilligers overdag vaak werken. Wanneer sport structureel via scholen wordt aangeboden en sportverenigingen een gedegen vergoeding krijgen om overdag deze sport aan te bieden op en om deze scholen, krijgen we meer jeugd in beweging én worden de sportverenigingen versterkt.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst