Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Archief-Waarom studeren aan de ...?-Item

Waarom studeert Jelle Schoemaker aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN)? 16 september 2008

Jelle Schoemaker
Geboortejaar: 1987 + + Vooropleiding: Havo + + Start studie Sport, Gezondheid Management: 2005 + + Opmerkelijk: “Op dit moment verblijf ik in het kader van mijn onderzoekstage in Nieuw-Zeeland en mag ik meewerken aan het Olympisch Plan 2028 om van Nederland een sportland te maken.”

1. Waarom heb je gekozen voor een sportgerelateerde managementopleiding?
“Als sporter heb ik in mijn juniorentijd heb ik vele uren op de atletiekbaan doorgebracht. Ik heb daarbij mogen proeven van het hoogste niveau maar heb de top nooit behaald. Toch heeft de sport mij altijd weten te boeien en zie ik hoeveel mensen – jong en oud – samen met mij ervan kunnen genieten. Het beroert mensen en maakt emotie los. Het is naar mijn mening daarom een sector die er toe doet in de moderne wereld doordat gewone mensen het verschil kunnen maken door boven zichzelf uit te stijgen. Je ziet sporters grenzen verleggen maar je ziet ook de menselijke teleurstellingen wanneer ze verliezen. Ik heb gekozen voor een sportmanagementopleiding aangezien ik enthousiast ben over de mentaliteit binnen de sportwereld. Ik ben iemand die wil organiseren, grenzen wil verleggen en ik zag op jonge leeftijd al ideeën voor nieuwe sportconcepten. Dat alles zorgde ervoor dat ik gekozen heb voor deze branche die vele nieuwe uitdagingen heeft waar ik deel van uit wil maken.”

2. Waarom zou je deze opleiding/studie aanraden bij aankomende studenten? Welke toegevoegde waarde heeft deze opleiding/studie?
“De opleiding heeft een breed karakter door het bij elkaar brengen van sport en gezondheid. Deze breedte heeft als voordeel dat je in aanraking komt met de complete betekenis die sport in een mensenleven kan hebben. Dat deze breedte ook een nadeel kan zijn doordat je niet de diepte in gaat, kun je zelf voorkomen door je op tijd te specialiseren in de voor jou meest aansprekende kant van sport of gezondheidmanagement. De opleiding laat je erg vrij en doet daarbij een beroep op de creatieve invulling van de jonge studenten. Als je daarmee om kunt gaan, is de opleiding ideaal. Tot slot wordt je begeleid door jonge enthousiaste docenten die altijd open staan voor jouw inbreng. Juist deze interactie maakt de opleiding zo leuk.”

3. Welk onderdeel mis je ofwel: wat zou volgens jou aan je opleiding toegevoegd mogen worden?
“De opleiding Sport, Gezondheid Management zou zijn studenten meer kunnen stimuleren in het bezoeken van sportgerelateerde congressen en debatten. Op deze manier kunnen studenten zich beter voorbereiden op actuele thema’s waarmee de sport momenteel worstelt. Dit zou ook kunnen worden bereikt door het organiseren van studiereizen in binnen en/of buitenland die te maken hebben met sport. De student doet daarbij kennis op en ontwikkelt een netwerk waarvan hij of zij later kan profiteren. Bovendien leer je jouw toekomstige collega’s op een leukere manier kennen waardoor je studie en interesse voor het werkveld alleen maar meer inhoud krijgt. Dit zou naar mijn mening een waardevolle toevoeging zijn van de opleiding.”

4. Waar hoop je later na je studie te kunnen gaan werken, welk soort baan ambieer je?
“Ik hoop na mijn opleidingen veel mooie projecten in de sportwereld te kunnen doen. Mijn interesse gaat daarbij uit naar topsport en internationale sport. Op dit moment verblijf ik in het kader van mijn onderzoekstage in Nieuw-Zeeland en mag ik meewerken aan het Olympisch Plan 2028 om van Nederland een sportland te maken. Ik zou het mooi vinden als ik in de toekomst hier verder aan kan bijdragen. Allereerst ga ik in februari aan de slag bij het sporteconomisch adviesbureau Sport2B. Verder heb ik ook nog wat ideeën voor het opzetten van een eigen sportorganisatie waarvan ik denk dat het de sportwereld versterkt. Er zijn dus interesses genoeg, zaten er alleen maar wat meer uren in een dag.”

5. Wat zou er volgens jou in de Nederlandse top- of breedtesport geheel anders geregeld of georganiseerd moeten worden en waarom? Hoe zou je het aanpakken?
“Zo rond de Olympische Spelen is mij opgevallen hoeveel druk we onze topsporters eigenlijk opleggen. Waren topsporters vroeger vooral bezig met het zo goed mogelijk presteren op grote toernooien, tegenwoordig vragen we veel meer van ze. Ze horen een rolmodel te zijn voor kinderen, een symbool te worden voor onze nationale identiteit in het buitenland, ze moeten bijdragen aan de communicatiedoelstellingen van hun sponsoren en – sinds de discussie van Tibet – willen we dat de topsporters zich uitspreken over politieke kwesties. Over dat laatste zijn de echter meningen nog verdeeld. Op zich zijn al deze verschillende rollen helemaal niet verkeerd aangezien dit mensen zijn die een publieke functie hebben en hun invloed niet onderschat mag worden.”
 
“Ondanks dat NOC*NSF en diverse provinciale topsportorganisaties de topsporters zo goed mogelijk hierin begeleiden, zou het goed zijn als we dit in Nederland verder zouden institutionaliseren in de vorm van een opleiding. Deze opleiding tot topsporter hoeft geen vierjarig fulltime programma te zijn, maar behandelt - in praktische sessies tussen hun trainingen door – de essentiële zaken waarmee een topsporter te maken krijgt. Hierbij kan gedacht worden aan mediatrainingen, werven en behoud van sponsoren, dopingvraagstukken, het omgaan met de psychologische druk en het inrichten van de maatschappelijke carrière. Wellicht komen we zo nog iets dichter bij de top-10 ambitie van Nederland op de Olympische Spelen.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst