Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Archief-Sporvereniging en Passie-Item

Rationalisering brengt de sport niet verder 15 december 2009

door: Paul Verweel

Met interesse volg ik als wetenschapper en collega van enkele schrijvers - maar ook als vicevoorzitter van de amateursectie van de KNVB en voorzitter van voetbalvereniging Hoograven (250 leden) - het debat over passie en rationalisering van sportbestuur.
 
In mijn ogen is sport (met cultuur) nog een van de weinige sectoren waar passie voorop staat. De derby een gewone wedstrijd? Vergeet het maar. Oranje een gewone kleur? Gewoon een wedstrijd fluiten en buitenspel constateren? Vergeet het maar. Sport is passie, want anders las je wel een goed boek, zou ik zeggen. Daar heb je wat aan voor later. Maar wie wil het missen, die wekelijkse wedstrijd, die derde helft, etc.? Vijf miljoen georganiseerde mensen in ieder geval niet en tel daar de ongeorganiseerden en anders georganiseerden nog eens bij op. Doen ze meer vanwege de gezondheid, citymarketing en cohesie? Ook goed, maar vooral vanwege het plezier en de fascinatie. Juist omdat sport zo belangrijk is, zou je wellicht meer moeten rationaliseren in het bestuur. Laten we eens kijken naar andere voorheen gepassioneerde sectoren, voordat we daaraan beginnen.

Werken voor de publieke zaak was vroeger iets van hogere ethiek. Maar dankzij alle modernisering en rationalisering van de bedrijfsvoering blijkt uit onderzoek dat ambtenaren nauwelijks meer gemotiveerd zijn door de publieke zaak en net als arbeiders uitvoerders van automatische handelingen zijn geworden. Gepassioneerde verpleegsters en verplegers zuchten onder de rationalisering van hun werk en hun bazen zitten in steeds grotere kamers, willen ze nog serieus genomen worden. Welzijnswerkers worden gedwongen uren te schrijven en cursisten te tellen ten koste van de tijd waarin ze daadwerkelijk kunnen bijdragen aan het welzijn van de burgers Ik stel het hard en ongenuanceerd maar de ‘vreugde’ van de rationalisering maakt het eerder moeilijk dan makkelijk gepassioneerd te blijven voor de goede zaak. Veel van die organisaties, die veranderd zijn door adviseurs om tot grotere klantgerichtheid te leiden, zijn ondoordringbaar geworden.
 
De wetenschap - en in haar voetspoor (of andersom) organisatieadviseurs - hebben na de profit sector en de grote publieke organisaties nu ook de sport bereikt. Rationalisering brengt ons verder lijkt de boodschap. Maar is dat zo? Ik zie de zo bedreven managers in grote (betaalde) sportorganisaties niet minder fouten maken dan hun amateuristische voorgangers. Ze worden wel steeds duurder en er komen meer betaalde banen. Bovendien valt mij aan al die geprofessionaliseerde deelnemers/bestuurders in de sport op dat ze vaak een grote passie hebben voor hun eigen gelijk terwijl daar niet zoveel gerationaliseerde argumenten voor bestaan. Ik ben wellicht te streng en oneerlijk maar hoe ingewikkelder we het maken, hoe meer betaalde krachten nodig zijn omdat een amateur het niet kan bijbenen. Op deze wijze graven we zelf de ondergang van een unieke organisatiestructuur op basis van vrijwilligheid (maar niet vrijblijvendheid). Wie heeft er zin op deze wijze te blijven besturen als je er niet voor betaald wordt? En dat geldt op alle niveaus.

Het laatste bedenkelijke voorstel is nu vooral de ontwikkeling van de sport in de wijken bij scholen neer te leggen. Juist die institutie die met behulp van de overheid eerst de sport onderontwikkeld heeft (minder gymuren en minder gekwalificeerd personeel), gaat nu ook zeggenschap krijgen over de sportgelden in de wijken. Wie dat voorstelt, begrijpt niets van passie en wat gerationaliseerd bestuur al tot schade heeft aangericht op deze scholen. ‘Coördinatie’, het klinkt zo logisch. Maar de kosten daarvan zijn ongekend hoog. Klassieke bestuurskundigen hebben dat al lang onderkend.
 
‘Als ik mijn vereniging zou moeten managen zoals mijn bedrijf, zou ik stoppen’, tekende ik ooit op uit de mond van een grote sportbestuurder. Waarom denkt men dat er nog zoveel mensen in de georganiseerde sport rondlopen? Omdat we zo gerationaliseerd zijn? Nee, omdat bestuurders ondanks hun fouten in ieder geval nog gekend worden. Omdat bestuurders gemotiveerd zijn door de passie van hun leden en niet werken met klanten. In mijn ogen zijn het mogelijk de laatsten van een generatie als de huidige tendens doorgaat, want waarom zou passie blijven bestaan waar het overal weggerationaliseerd is? Onze unieke verenigingstructuur in de sport gaat niet ten onder aan individualisering (dan waren er allang geen vijf miljoen georganiseerde sporters meer), of informatisering, etc. Ze gaat ten onder aan de self-fulfilling prophecy van gerationaliseerd bestuur. 
 
- Klik hier voor een reactie van Sandra Meeuwsen op dit artikel

Prof. dr Paul Verweel is hoogleraar op de ‘Krajicek-leerstoel’ voor Bestuurs- & Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Sinds 2003 was hij al hoogleraar aan die Universiteit. Daarnaast is hij o.m. voorzitter van het W.J.H. Mulier Instituut, en vicevoorzitter van het dagelijks bestuur amateurvoetbal bij de KNVB.

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst