Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Archief-Sporvereniging en Passie-Item

Zonder passie geen sportvereniging 16 maart 2010

door: Meinou Steemers

Nederland beschikt over een groot kapitaal: 28.000 sportverenigingen met zo’n 5 miljoen vrijwilligers. Professionals in de sport doen veel goed werk, ze roepen echter ook vragen en negatieve emoties op bij de waardevolle vrijwilligers. Waarom zou ik als vrijwilliger nog werk verzetten bij een sportvereniging als een ander betaald krijgt? Wat denkt die betaalde kracht wel, ik zit al jaren bij deze vereniging en nu komt een professional mij opeens vertellen wat ik moet doen?! Hier spreekt de emotie van mensen. We moeten zorgvuldig omgaan met het fortuin aan sportverenigingen en haar vrijwilligers. Om die reden moeten we zorgvuldig omgaan met de emoties van deze vrijwilligers. Zonder passie voor de sport of passie voor het sociale gebeuren om de vereniging heen zouden er geen vrijwilligers zijn. En zonder vrijwilligers kan een sportvereniging niet bestaan.

Een sportvereniging biedt zoveel meer dan slechts bewegen. Kinderen leren er normen en waarden, samenwerken, winnen en verliezen, allemaal zaken die levenslang van pas komen. Daarnaast is de sportvereniging nog steeds een goede methode om sport voor iedereen mogelijk te maken door de relatief lage contributies. Een commerciële sportaanbieder die alleen op professionals draait kan niet concurreren met de tarieven van sportverenigingen. De contributies bij sportverenigingen kunnen juist laag gehouden worden door de inzet van alle vrijwilligers.

Jan Janssens (lector Sportbusiness Development aan de opleiding Sport, Management & Ondernemen) ziet het voortbestaan van sportverenigingen niet als vanzelfsprekend en denkt dat ook de voortdurende inzet van voldoende (gekwalificeerde) vrijwilligers allerminst gegarandeerd is.

Op dat punt zal Janssens denk ik gelijk krijgen, althans als wij als professionals niet snel actie ondernemen. Voorbeelden genoeg waar het mis dreigt te gaan. Neem nu bijvoorbeeld de Schoolsportvereniging in Rotterdam. Het concept van dit type vereniging heeft er voor gezorgd dat in twee jaar tijd meer dan duizend kinderen uit achterstandswijken lid zijn geworden van een sportvereniging. Een geweldig resultaat, waarbij professionals onontbeerlijk zijn. Waar de twee (!) vrijwilligers nu namelijk tegenaan lopen is dat bijvoorbeeld de ouderbetrokkenheid bij de nieuwe jeugdleden zorgwekkend laag is. Waardoor de vrijwilligers zich bezig moeten houden met organisatorische taken terwijl zij zich eigenlijk vooral willen richten op het organiseren van ‘het spelletje’. Inmiddels hebben ze aangegeven hun vrijwilligerswerk op deze manier niet tot in lengte der dagen te kunnen opbrengen.

Professionalisering zou naar mijn idee ingezet moeten worden op het versterken van de verenigingen door bijvoorbeeld het verhogen van ouderbetrokkenheid en hopelijk het uitbreiden van het vrijwilligersbestand. Met een intensieve aanpak is dat naar ik geloof nog mogelijk. Deze professionals moeten absoluut niet de taken van de vrijwilligers over nemen. Wel kunnen zij het organisatorische werk rond maatschappelijke projecten van sportverenigingen op zich nemen of ondersteuning bieden binnen de clubs om dergelijke projecten te realiseren. Dit neemt druk bij de verenigingen weg, zodat de verenigingen zich kunnen richten op hetgeen waar zij goed in zijn… het organiseren van het spelletje. Dit zorgt ervoor dat de lol en passie de drijfveer blijft voor vrijwilligers. Nog een winstpunt is dat de kracht en voordelen van sportverenigingen, onder andere het sociaal kapitaal, op deze manier toch maatschappelijk breed benut kunnen worden.

Het is van uiterst belang dat juist die professionele organisaties die weten wat er bij de sportverenigingen speelt de professionalisering kanaliseren. Professionele organisaties die geboren zijn vanuit belangenbehartiging of versterking van sportverenigingen moeten deze taak op zich kunnen nemen. Beleidsmakers die over het algemeen ver af staan van de praktijk kunnen onmogelijk bepalen wat goed is voor de sportverenigingen.

Jeroen Joon (oprichter Stichting Maatschappelijk Verantwoord Verenigen) pleit in een bijdrage aan de discussie direct richting Boessenkool voor het volgende: ‘Laat de vereniging de vereniging zijn! We hebben daarmee een unieke vorm in Nederland die we moeten koesteren.’ Hij is van mening dat het uitgangspunt bij professionalisering en een maatschappelijke bijdrage van sportverenigingen willen moet zijn in plaats van moeten.

Laten we in gesprek gaan met de verenigingen en aan hen vragen wat ze nodig hebben in plaats van met zijn allen te roepen dat verenigingen van alles moeten. De sportverenigingen hoeven niet perse te professionaliseren. Begrijp me niet verkeerd, wanneer een sportvereniging wil professionaliseren dan mag dat. De ervaring leert echter dat lang niet alle sportverenigingen dat willen. Daarbij bestaat dé vereniging volgens mij niet, de verschillen tussen verenigingen zijn immens.

Wanneer er van sportverenigingen professionalisering en een maatschappelijke rol verwacht wordt, moeten professionele organisaties voorhanden zijn deze taken op zich te nemen voor deze verenigingen. Op die manier kan de passie bij vrijwilligers in de sport blijven floreren en willen deze vrijwilligers zich in blijven zetten voor de sportverenigingen. Zonder passie geen vrijwilligers en zonder vrijwilligers geen sportverenigingen.

Meinou Steemers is werkzaam als docent aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht en als adviseur/ onderzoeker werkzaam bij Koerseigen op verschillende sportprojecten in het land.
« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst