Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Archief-Sportdesk Ernst & Young-Item

Hoe zit het met aansprakelijkheid tijdens de bouw van een clubhuis waaraan ook eigen leden meehelpen? 5 augustus 2008

Situatieschets
Een sportvereniging heeft een aannemer de opdracht gegeven om voor de vereniging een clubhuis te bouwen. Tijdens de bouw is er een aantal leden dat geheel vrijwillig - zonder hier een vergoeding voor te krijgen - meehelpt met de bouw. Wat is er in deze situatie geregeld op het gebied van de aansprakelijkheid (van de vereniging of het bouwbedrijf) als een van de leden tijdens het bouwen een ongeluk krijgt?

Antwoord
Indien leden vrijwillig meehelpen met de bouw van het clubhuis is het in eerste instantie van belang om te realiseren dat deze mensen geen overeenkomst hebben. Zo is er in beginsel geen sprake van een arbeidsrelatie met bijvoorbeeld de aannemer dan wel de vereniging.

Op een werkgever rust de wettelijke zorgplicht om te voorkomen dat er ongevallen gebeuren; zij moet zorgen voor een veilige werkomgeving (7:658 BW). Deze wettelijke plicht is van toepassing indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Artikel 7:610 BW bepaalt dat van een arbeidsovereenkomst sprake is indien het lid zich persoonlijk gebonden heeft arbeid voor de stichting te verrichten tegen een beloning en de vereniging gerechtigd is aanwijzingen te geven (gezagsverhouding). Daarnaast gaat men er vanuit (rechtsvermoeden) dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst indien het lid tegen beloning gedurende drie opeenvolgende maanden - wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand - arbeid verricht ten behoeve van de vereniging (art. 7:610a BW). In het geval van de sportvereniging is van een arbeidsrelatie met de leden geen sprake zodat artikel 7:658 BW in beginsel niet van toepassing is.

Het Hof Arnhem (Hof Arnhem 11 januari 2005, JAR 2005, 49) heeft echter uitgemaakt dat vrijwilligers die geen beloning ontvangen, maar verder wel aan alle vereisten van een arbeidsovereenkomst voldoen (zie 7:610 BW: persoonlijk gebonden en gezagsverhouding) onder de bescherming van 7:658 lid 4 BW vallen. In de specifieke situatie zal moeten worden beoordeeld of er sprake is van een persoonlijke gebondenheid ten opzicht van de vereniging. Van een gezagsverhouding zal wel sprake zijn, aangezien de vrijwilligers niet zelf bepalen wat er moet gebeuren op de bouw. Hierbij is het wel weer van belang dat de gezagsverhouding geldt tussen de vrijwilliger en de stichting. Door deze uitspraak van het Hof Arnhem rust op de stichting dus een zorgplicht ten aanzien van de vrijwilligers. Schaadt de stichting deze zorgplicht dan zal zij aansprakelijk kunnen zijn. In zoverre is het aan te raden de werkomgeving van de vrijwilligers zo in te richten dat ongevallen worden voorkomen. Een lid is zelf aansprakelijk indien het ongeval in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid (art. 7:658 BW en Hof Arnhem 11 januari 2005, JAR 2005, 49).

Het is gebruikelijk dat de aannemer of de opdrachtgever een CAR-verzekering afsluit voor een bouwproject. Een goede CAR-verzekering dekt schade aan de bouw en schade aan personen, ongeacht de oorzaak of schuld. Mocht er tijdens de bouw dus iets gebeuren met de vrijwilligers die helpen op de bouw, dan kan dit onder de verzekering worden gebracht en hoeft men niet toe te komen aan de vraag wie aansprakelijk is. Wij adviseren u erop toe te zien dat er in voorkomende gevallen een deugdelijke CAR-verzekering wordt afgesloten.

Heeft u zelf een vraag?
Mailt u uw vraag dan aan goedbezig@nl.ey.com. NB: uitsluitend kennisvragen worden door Ernst & Young gratis behandeld. Voor complexe adviesvraagstukken geldt dat doorgaans niet.

Voor meer informatie: Matthijs Heeres, Matthijs.heeres@nl.ey.com of 06-3006 1946.
Postadres: Sportdesk Ernst & Young, Postbus 488, 3000 AL Rotterdam

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst