Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Archief-Case Closed!-Item

Onrechtmatige daad in het amateurvoetbal 27 oktober 2009

door: Marije de Wolf

Vonnis rechtbank Haarlem, sector civiel recht, 11 februari 2009
Op 11 februari 2009 heeft de rechtbank Haarlem bepaald dat speler A (A) aansprakelijk is voor alle schade die speler B (B) heeft geleden als gevolg van een tackle van A tijdens de wedstrijd van 2 oktober 2004.

De zaak
B was lid van een Haarlemse voetbalclub en speelde in de derde klasse van de amateurcompetitie. Op 2 oktober 2004 speelde het team van B de (veteranen)derby tegen het team van A, ook uit Haarlem. A stond deze keer als invaller op doel (keeper) terwijl hij eigenlijk veldspeler was. De wedstrijd werd niet geleid door een officiële bondsscheidsrechter, maar door een speler van de club van A. Tegen het einde van de wedstrijd, bij een stand van 5-0 in het voordeel van het team van A, zijn A en B met elkaar in botsing gekomen waarbij B zijn been heeft gebroken. Vaststaat dat B scheenbeschermers droeg. De scheidsrechter heeft het spel vervolgens stilgelegd maar heeft A geen gele of rode kaart gegeven. Van het incident is verder geen melding gemaakt bij de KNVB.

B heeft vervolgens meerdere operaties moeten ondergaan die echter niet hebben kunnen voorkomen dat B blijvend letsel heeft overgehouden aan de beenbreuk. In deze procedure verzoekt B de rechter - kort gezegd - vast te stellen dat A aansprakelijk is voor alle schade die B door toedoen van A heeft geleden.

Aan zijn vordering legt B ten grondslag dat hij niet lang voor het einde van de wedstrijd met de bal aan de voet alleen op het doel van A afging. Vervolgens, ter hoogte van de penaltystip, schoot hij de bal onder de keeper (A) door in het doel. Terwijl hij al op zijn rechter standbeen stond om zich om te draaien, kwam A met gestrekte benen op hem af. Partijen kwamen met elkaar in botsing; B vloog door de lucht en zag dat zijn been erbij ‘bungelde’. Toen B de bal op doel schoot bevond A zich nog op een afstand van ongeveer vijf meter van hem vandaan. Uit de door de getuigen afgelegde verklaringen kan worden opgemaakt dat sprake is geweest van een door A uitgevoerde tackle die buiten de regels van het spel viel en zo abnormaal (gevaarlijk) was dat deze niet thuishoort in het voetbalspel. Volgens B heeft A een zorgvuldigheidsnorm geschonden en heeft A zich onrechtmatig jegens B gedragen.

Beoordeling
Wanneer is een dergelijke gedraging nu onrechtmatig te noemen binnen de sport? Het is bekend dat in een sport- spelsituatie meer is toegestaan dan buiten de sport, maar waar ligt de grens? En hoe gaat een rechter om met feiten die een lange tijd terug plaatsvonden?

In deze zaak speelden de getuigenverklaringen (o.a. in 2007 onder ede afgelegd in een voorlopig getuigenverhoor) een cruciale rol. Slachtoffer B en twee van zijn teamgenoten hebben eensluidend verklaard dat:
1) A met gestrekt been (of beide benen) op B afstormde,
2) de bal toen al in het doel lag, en
3) dat A nog van zijn actie had kunnen afzien, althans deze nog had kunnen onderbreken.

Deze drie elementen komen ook weer terug in een schriftelijke verklaring van de (toenmalige) keeper van uit het team van B. Maar ook een teamgenoot van A verklaarde dat A met gestrekte benen uit het doel kwam.

Maar wat verklaart A? Hij en één van zijn teamgenoten verklaren dat A ‘glijdend naar de bal’ en met gestrekte benen naar de cornervlag toeging. Bij het neerkomen zouden de scheenbenen van A en B onfortuinlijk tegen elkaar zijn gekomen.

De rechter maakt hiermee korte metten nu de welbekende arts, prof. dr. Marti, in deze zaak schriftelijk heeft verklaard dat het onwaarschijnlijk is dat bij een botsing tussen twee scheenbenen een type breuk ontstaat zoals bij B is ontstaan.

Op basis van alle verklaringen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang, is de rechter van mening dat B voldoende bewijs heeft aangedragen voor de conclusie dat A in de gegeven situatie onrechtmatig jegens B heeft gehandeld. A heeft zijn tackle zo gevaarlijk, slecht gecoördineerd en verkeerd getimed uitgevoerd dat B hierop redelijkerwijs niet bedacht had hoeven zijn.

Commentaar
Welke elementen uit deze uitspraak van de rechtbank Haarlem springen in het oog?

Allereerst is het opvallend dat voor de betreffende overtreding geen kaart is gegeven. De vraag is of dit anders was geweest indien er een bondsscheidsrechter had gefloten. Een rode kaart is over het algemeen een aanwijzing dat er sprake is geweest van een zware overtreding. Daarnaast is de KNVB niet ingelicht, hetgeen gezien de aard van het letsel opmerkelijk is te noemen. Vaak kunnen deze aspecten de rechter helpen de aard van de gedraging te kwalificeren en al dan niet bestempelen als onrechtmatig.

Wat verder opvalt is de cruciale rol van de afgelegde getuigenverklaringen.
Hoewel ik mij in de uitkomst van de zaak kan vinden, kan de vraag gesteld worden of het terecht is dat zoveel waarde wordt gehecht aan getuigenverklaringen die betrekking hebben op een situatie van een aantal jaren geleden. De getuigen hebben alle gelegenheid gehad om hun verklaringen op elkaar af te stemmen. Ter nuancering wijs ik op de verklaring van de arts: een onafhankelijke in dit verhaal.

Sportverenigingen zouden er goed aan doen een ‘protocol bij ongevallen’ op te stellen. In dit protocol kan worden beschreven hoe te handelen bij een ongeval: wie noteert de toedracht van het ongeval, wie ondervraagt een aantal getuigen etc. Op deze manier wordt meteen vastgelegd wat later van belang zou kunnen zijn.

Marije de Wolf is sinds 2000 advocaat en thans werkzaam bij Köster Advocaten NV in Haarlem. Zij zit in de sectie sport & recht en houdt zich met name bezig met contract- en aansprakelijkheidsrecht binnen de sportsector. Zij stelt (sport)contracten op, procedeert maar een groot deel van haar werk bestaat uit het geven van advies. In dat kader geeft zij ook lezingen/presentaties bij sportverenigingen en organisaties. Voor meer informatie: dewolf@kadv.nl

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst