Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Archief-Case Closed!-Item

Is Olivier Bernard de nieuwe Jean-Marc Bosman? 9 juni 2009

door: Maarten Bartels

Op 5 mei 2009 heeft het Europese Hof van Justitie de zaak Olivier Bernard (eiser) tegen Olympique Lyon behandeld. Volgens velen kan de uitspraak in deze zaak net zo veel stof doen opwaaien als de zaak Bosman uit 1995, omdat ze net als die zaak όόk grote gevolgen kan hebben voor het hedendaagse voetbal.

Regels na Bosman-arrest
Na het beruchte Bosman-arrest (Hof van Justitie 15 december 1995, zaak C-415/93 Bosman), waarin het toen geldende transfersysteem in strijd met het EG-recht werd geacht, zijn de FIFA en Europese Commissie in onderhandeling gegaan om de nadelige gevolgen voor de voetbalclubs uit de ‘kleinere’ landen tegen te gaan. Eén van de uitkomsten van dat herenakkoord was de zogenaamde opleidingsvergoeding. Deze regel houdt in dat indien een speler in de leeftijdscategorie van 12  t/m 21 jaar naar een andere club gaat dan waar ze hun opleiding hebben gekregen, de ontvangende club daar een opleidingsvergoeding van € 10.000 per opleidingsjaar voor moet betalen. Deze opleidingsvergoeding is op 22 april 2009 opnieuw herzien en verhoogd door de FIFA en thans –voor Nederland als hoog aangeschreven ‘opleider’ – zelfs vastgesteld op € 90.000 per opleidingsjaar.

Bernard
Olivier Bernard (28) is een voetballer die zijn opleiding heeft genoten bij Olympique Lyon te Frankrijk. Negen jaar geleden stond hij in Frankrijk te boek als groot talent uit de jeugdopleiding van Lyon. In 2000 was de verwachting dan ook dat hij bij Olympique Lyon zijn eerste profcontract zou tekenen. Op grond van het toen geldende Franse recht was hij hiertoe ook verplicht. Echter Bernard had andere plannen, hij tekende destijds bij Newcastle United uit Engeland. Op basis van de FIFA-reglementen eiste Lyon in eerste aanleg een opleidingsvergoeding van € 50.000 van Newcastle, maar Bernard stelde dat deze vergoeding in strijd was met het vrije verkeer van werknemers (art. 39 EG-verdrag) binnen de EU. De Franse rechter kende in eerste aanleg een bedrag van € 20.000 toe aan Lyon. Echter in hoger beroep werd de vordering van Olympique volledig afgewezen. Lyon is hierna in cassatie gegaan bij de Franse Hoge Raad. Na vele jaren van procederen heeft de stelling van Bernard geresulteerd in een prejudiciële vraag van de Franse Hoge Raad aan het Europese Hof van Justitie. Het Europese Hof doet – helaas pas over zes tot negen maanden – uitspraak in deze zaak. Vooruitlopend op de uitspraak het volgende.

Verwachte uitspraak Europese Hof
Met Bernard ben ik van mening dat deze opleidingsvergoeding in strijd is met artikel 39 van het EG-verdrag. Er dient immers een vergoeding betaald te worden voor een speler die nog niet onder contract staat bij de opleidende club. Dit is een belemmering voor het vrij verkeer van de werknemer (de voetballer).

Uit de jurisprudentie blijkt dat een belemmering alleen gerechtvaardigd is indien de belemmeringsregel een met het EG-verdrag verenigbaar legitiem doel nastreeft en het evenredigheidsbeginsel eerbiedigt. Naar mijn mening valt te betwijfelen of de opleidingsvergoeding als zodanig een met het EG-verdrag verenigbaar legitiem doel nastreeft. Het doel van de regel is immers het handhaven van een profcompetitie en de eerlijk verdeling van de inkomsten onder clubs. Ook al zou de opleidingsvergoeding een legitiem doel nastreven, dan is van belang of dit wel het juiste middel daarvoor is. Ik ben van mening dat dit niet zo is. Er zijn immers andere middelen, zoals de solidariteitsvergoeding, van kracht.

Deze regel houdt in dat bij een transfer van een speler die ouder is dan 23 jaar 5 % van de transfersom wordt verdeeld onder de opleidingsclubs. Bovendien heeft het Europese Hof al eerder aangegeven dat zij voor de voetbalsport geen uitzonderingspositie wenst te creëren. Echter, er zijn wel nuances aan te brengen. Allereerst heeft de FIFA de opleidingsvergoeding samen met de Europese Commissie opgesteld. Daarnaast is het – naar mijn mening – niet meer dan redelijk dat indien een voetballer zijn opleiding geniet bij een club (en daardoor dus beter wordt), een vergoeding voor de bewezen diensten wordt betaald aan de betreffende club die hem heeft opgeleid. Evenwel puur juridisch gezien is deze opleidingsvergoeding een belemmering voor het vrije verkeer van werknemers.

Gevolgen voor de clubs
Indien mijn verwachting werkelijkheid wordt en het Hof de opleidingsvergoeding daadwerkelijk in strijd acht met het vrij verkeer van werknemers ex art. 39 EG-verdrag, dan zal dit grote gevolgen hebben voor de voetbalclubs uit de kleinere landen. De clubs lopen dan, gezien de recente verhoging, al gauw enkele tonnen aan opleidingsvergoeding per speler mis. Dit is een verschil met het Bosman-arrest, waarna spelers als Kluivert, Davids en Reiziger - die tientallen miljoenen waard waren - zonder dat daar een transfersom (van tientallen miljoenen) voor werd betaald de deur uitliepen. Doordat de clubs na het Bosman-arrest miljoenen aan transfergelden misliepen en het in onderhavige zaak ‘slechts’ gaat om enkele tonnen aan opleidingsvergoedingen, zullen mijns inziens de gevolgen voor de kleinere clubs minder ingrijpend zijn dan bij de zaak Bosman.

Conclusie
Al met al zou ik Bernard niet de nieuwe Bosman willen noemen, maar deze zaak geeft wederom aan dat de voetbalwereld zich ook moet conformeren naar het huidige EG-recht. Ik ben zeer benieuwd hoe het Europese Hof van Justitie in deze zaak zal beslissen. Bij een positieve uitkomst voor Bernard zal de FIFA daarop wederom moeten anticiperen en de FIFA-reglementen opnieuw aanpassen.

Maarten Bartels is werkzaam als advocaat bij Certa Legal. Dit advocatenkantoor is sinds haar oprichting in 2004 uitgegroeid tot een organisatie van 75 advocaten/interim-juristen in Nederland en op Curaçao. In het afgelopen jaar zijn er drie nieuwe partners, drie nieuwe advocaten en tien juristen aangetrokken. Deze groei wordt mede mogelijk gemaakt door het succes dat Certa Legal boekt als pionier in haar vakgebied, als eerste full service dienstverlener van Nederland. De huidige directie bestaat uit Albert Oegema, Piet-Hein Boekel, Dave Dirks, Seerp Gratama, Ernst-Paul Pandelitschka, Richard Bakkers en Marten Renes.

Voor vagen naar aanleiding van deze column of voor andere vragen op het gebied van Sport en recht: Maarten Bartels of Tijmen Martens, 020-521 6699 of bartels@certalegal.nl / martens@certalegal.nl.

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst