Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Vraag & Antwoord-Item

De vraag van John Goedee aan Sjors Brouwer 12 juni 2018

  • De vraag van… prof. dr. John Goedee, bijzonder hoogleraar 'Ketensamenwerking' aan de Universiteit van Tilburg
  • Aan... Sjors Brouwer, programmamanager bij de KNVB

De vraag
JohnGoedee150Samenwerken met partners wordt voor bestuurders van sportclubs belangrijker. Met name omdat leden, gefaciliteerd door sociale media, creatiever worden in het ontmoeten van elkaar. De vraag hierbij is of leden in de toekomst hiërarchische verenigingen nodig blijven hebben om zichzelf te organiseren (wedstrijden, bijeenkomsten etc.). Zijn bestuurders van verenigingen gereed voor deze ontwikkeling? Op welke wijze kunnen deze bestuurders de verenigingen als loosely coupled systems op een dergelijke ontwikkeling voorbereiden?

SjorsBrouwer175Het antwoord
Een mooie en complexe vraag. Ik denk niet dat ik hét antwoord er op heb. Met passie voor dit onderwerp en de jarenlange ervaring die we bij de KNVB op dit vlak hebben opgedaan, doe ik graag een poging enige richting te geven. 
De afgelopen jaren heb ik me mogen verdiepen in het wel en wee van verenigingen. Acht jaar geleden begon ik samen met organisatieadviseur Berend Rubingh onder de noemer Back 2 Basics met onderzoek naar het functioneren van de sportvereniging. We kwamen tot het inzicht dat verenigingen zijn ontstaan in een hele andere tijd: een verzuilde maatschappij en met een fundament uit de industriële revolutie. 

Uiteenlopende wensen
Inmiddels is onze maatschappij veranderd en is het de uitdaging voor verenigingen om met de tijd mee te veranderen. Waar de leden in een vereniging vroeger als vanzelf eensgestemd waren, is het ledenbestand nu diverser en lopen de wensen en verwachtingen enorm uiteen. Dit verlangt van een bestuur om actiever bezig te zijn met de vraag: hoe houd ik de leden betrokken en hoe creëren we samenhang? Kortom, hoe stuur ik op ‘verenigen’?

Een vereniging functioneert beter naarmate de sfeer en onderlinge bejegening positiever is. Het klinkt als een open deur, maar hoeveel tijd besteed je hier als bestuur aan?

Het sturen op verenigen vraagt van bestuurders in de eerste plaats een shift in aandacht en competenties. Op beide vlakken hebben we de laatste jaren veel inzichten opgedaan. Zo hebben we in ons laatste onderzoek van een zestal kernpatronen onderzocht of deze daadwerkelijk goed functioneren voorspellen. 

Vicieuze cirkel
Ik noem hier één voorbeeld: een vereniging functioneert beter naarmate de sfeer en onderlinge bejegening (cultuur) positiever is. We hebben dit wetenschappelijk kunnen vaststellen. Het klinkt wellicht als een open deur, maar hoeveel tijd besteed je hier als bestuur dan aan? In veel gevallen wordt het bestuur de operatie ingezogen en komt het helemaal niet toe aan dit thema. Dit wordt nog eens extra versterkt als er minder vrijwilligers zijn. En voor je het weet zit je in een vicieuze cirkel. Via procesbegeleiding proberen we besturen te helpen om uit de cirkel te komen. We leren steeds beter hoe dit aan te pakken. 

In onze individualiserende maatschappij willen we nog steeds heel graag socialiseren. De bedoeling van een vereniging is dus ook het bouwen van vriendschappen

En we zien besturen die er in slagen – al dan niet met hulp en ondersteuning van buitenaf – om de vereniging de transitie te laten maken. Deze verenigingen floreren als nooit tevoren. Dat brengt mij tot de conclusie dat de vereniging wel degelijk toekomst heeft. Wellicht soms net wat anders ingericht en georganiseerd, met een andere rol voor het bestuur. Dat gebeurt misschien wel met (een paar) betaalde krachten, een aangepaste governance en een vernieuwd en flexibeler aanbod, maar met hetzelfde onderliggende werkende mechanisme: samen sporten en samen die sport mogelijk maken. 
fotovraaagantwoord
Sociaal dier
De bedoeling van de vereniging is in mijn ogen namelijk niet alleen het sporten zelf. De mens is een sociaal dier dat vooral samen met anderen dingen wil doen. In onze individualiserende maatschappij willen we nog steeds heel graag socialiseren. De bedoeling van een vereniging is dus ook het bouwen van vriendschappen. En het is juist dit element dat een vereniging toevoegt in onze maatschappij. En hier krijg je dan gratis allerlei positieve neveneffecten bij: een toegankelijke en goedkoop sportaanbod, leden leren omgaan met winst en verlies, samenwerken, incasseren, geven en nemen, reflecteren en relativeren.

Sterker nog de vereniging zorgt voor de ontwikkeling van goed burgerschap en sociale cohesie. Het is een bindmiddel in onze maatschappij, waar de gemeenschap verder afbrokkelt staat de vereniging symbool voor de participatiemaatschappij. Daarom doet het me deugd dat in het Sportakkoord ruim plaats is voor het begeleiden en ondersteunen van verenigingen. Nu investeren levert een bijna eindeloos sociaal rendement op. Want het zou toch eeuwig zonde zijn als we door marktwerking ons rijke verenigingsleven laten wegvagen?

Volgende keer het antwoord op de vraag van Sjors Brouwer aan Rudmer Heerema, woordvoerder sport voor de VVD in de Tweede Kamer:
Momenteel wordt er door de sportsector hard gewerkt aan het smeden van een sportakkoord. Een mooie stap voor de partijen in de sport om de handen ineen te slaan. Ik ben benieuwd wat - als geestelijk vader - jouw verwachting is van het sportakkoord. En meer specifiek welke bijdrage het verenigingsleven daaraan kan leveren en vervolgens wat er voor nodig is om verenigingen die rol te helpen vervullen.
« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst